Eenkennigheid bij baby’s: zo ga je ermee om

Eenkennigheid bij baby's: zo ga je ermee om

Van de een op de andere dag gaat je baby hard huilen als je hem bij de buurvrouw of je zus op schoot zet, terwijl hij dat vroeger juist zo leuk vond. En hij lijkt plotseling ook een stuk aanhankelijker te zijn naar jou toe. Je baby is eenkennig geworden. Hoe ga je om met eenkennigheid? 

Wat is eenkennigheid?

Vrijwel elke baby krijgt er in meer of mindere mate mee te maken: eenkennigheid. Als een baby eenkennig wordt, gaat hij zich sterk aan één of enkele personen hechten. Dat zijn vaak de ouders of verzorgers, of iemand anders die dichtbij hem staat: een oma, de juf op de opvang, de gastouder. Voor vrijwel alle andere personen lijkt je kind opeens een beetje bang te zijn geworden. 

Door zijn eenkennigheid kan je kind erg aan jou gaan hangen of aan een andere persoon met wie hij zich vertrouwd voelt. Daarnaast lijkt het alsof hij vreemde mensen plotseling eng vindt: hij begint gelijk te huilen als vreemden in de buurt komen. Daarom wordt eenkennigheid ook wel vreemdenangst genoemd. Maar ook als je je baby achterlaat bij de (bekende) oppas of juf op de opvang, kan hij tranen met tuiten gaan huilen. Lees hier het verschil tussen eenkennigheid en verlatingsangst bij baby’s. 

Oorzaak eenkennigheid

Eenkennigheid is een normale stap in de ontwikkeling van je kind. Als je baby tussen de zes maanden en negen maanden oud is, leert hij vreemden van bekenden te onderscheiden. 

Hij maakt ook een mentale sprong waardoor hij ‘afstand’ gaat ervaren. Daardoor wordt een baby bang als jij, of een andere vertrouwde persoon, bij hem weggaat. Hij begrijpt nu namelijk dat jij weg bent, maar snapt nog niet dat je ook weer terug kan komen. Je kind krijgt verlatingsangst: dit hoort ook bij de emotionele ontwikkeling van je baby. Je baby begrijpt nu dat hij niet één is met zijn ouders (en in het bijzonder zijn moeder).

Hechtingsproces

De Britse psychiater John Bowlby ontdekte in 1940 dat eenkennigheid een signaal is dat je kind zich aan het hechten is. De eerste paar maanden van zijn leven maakt een baby geen onderscheid tussen bekenden en onbekenden om zich heen. Iedereen die in beeld komt, kan in zijn beleving voldoen aan zijn behoeftes, zoals troost bieden en eten en drinken geven. 

Maar als je kind ongeveer acht maanden oud is, beseft hij voor het eerst dat mensen of dingen die uit zijn blikveld zijn, wel blijven bestaan. Hij begrijpt nu dat als jij weg bent, je dus ergens anders bent. Dat roept een gevoel van onveiligheid op, want je kind is nog niet in staat zich richting jou te verplaatsen of zichzelf gerust te stellen dat je terugkomt. Het gevolg: angst om alleen gelaten te worden en de neiging om zich aan je vast te klampen. Meer weten? Zo herken je hechtingsproblemen bij een kind. 

Voorkeur papa of mama

Je zou zeggen dat een kind zich volgens de hechtingstheorie net zo makkelijk aan de vader als aan de moeder hecht. Meestal is dat ook zo. Toch kan het voorkomen dat je kind opeens eenkennig wordt en alléén nog maar mama wil, of alleen nog maar papa. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld omdat een van de ouders vaker thuis is dan de ander. Een baby of peuter laat zich het liefst troosten door de ouder die het meest voor hem zorgt.

De oplossing: neem het niet persoonlijk als je kind bij jou begint te huilen en bij je partner niet. Het is geen afwijzing. Probeer meer tijd door te brengen met je kind. Uiteindelijk zal hij dan vanzelf ervaren dat het samenzijn met jou net zo leuk is. Wissel de verzorging van je kind ook zo veel mogelijk af: de ene avond breng jij ‘m naar bed, de andere avond je partner. Lees hier meer over een voorkeur hebben voor vader of moeder.

Elk kind eenkennig?

Vrijwel elke baby gaat door een eenkennige fase heen, het hoort bij zijn emotionele ontwikkeling. Maar het ene kind kan veel heviger eenkennig zijn dan het andere kind. Bij sommige kinderen merk je er niet veel van, terwijl andere kinderen enorm in paniek raken als zijn moeder of vader niet in de buurt is. En bij het ene kind duurt dit verdriet maar een paar minuten, terwijl een andere baby pas stopt met huilen als z’n moeder of vader weer terug is. 

Hoe hevig de eenkennigheid is, hangt vooral af van het karakter van je kind. Een kind dat iets sneller onzeker is, kan ook wat meer last van eenkennigheid hebben dan een zelfverzekerd kind. En een kind dat vrij flexibel is en weinig moeite heeft met veranderingen, zal waarschijnlijk minder last hebben van eenkennigheid. Daar kun je als ouder dus niet zo veel aan veranderen. Maar de manier waarop je met de eenkennigheid omgaat, kan het wel minder heftig maken. 

Omgaan met eenkennig gedrag

Eenkennigheid kun je niet voorkomen. Een kind dat al van jongs af aan gewend is aan de kinderopvang, kan toch net zo eenkennig worden als een kind dat nooit naar de crèche is geweest. 

Je kunt je kind wel helpen om makkelijker door deze fase heen te komen: steun je kind en neem z’n eenkennigheid serieus. Hij stelt zich niet aan, het is onderdeel van zijn emotionele ontwikkeling. Jij kunt ‘m hierbij begeleiden met deze tips:

  1. Is je kind erg eenkennig? Bouw het contact met onbekenden dan rustig op. Geef hem de tijd om te wennen aan nieuwe gezichten. Komt er bezoek, vertel dan bij binnenkomst dat je kind wat eenkennig is, dan begrijpt het bezoek ook dat ze je kind niet direct enthousiast moeten optillen. Het kan helpen om je kind in het begin op schoot te houden, dan komt hij daarna vaak vanzelf wel los. 
  2. Ook het wegbrengen naar een oppas of opvang kun je rustig opbouwen. Begin met een paar uurtjes wennen, niet direct een complete dag.
  3. Bedenk een vast afscheidsritueel, dat je consequent gebruikt bij het weggaan. Hou het kort en voorspelbaar. Op den duur gaat je kind het herkennen en komt het afscheid niet te plotseling uit de lucht vallen.
  4. Stiekem weggaan terwijl je kind afgeleid is, is niet zo’n goed idee, Op de korte termijn maakt dat het afscheid misschien makkelijker, maar je kind kan dan later schrikken omdat zijn moeder zomaar verdwenen is. Daardoor kan hij angstig worden dat dit vaker gebeurt, waardoor de verlatingsangst juist erger wordt. Wat kun je het beste doen als je kind verlatingsangst heeft. 
  5. Forceer niets, dat kan averechts werken. Maar blijf het wel proberen en ga situaties niet vermijden omdat je kind eenkennig is. Als je kind af en toe in een situatie komt die hij eng vindt, krijgt hij namelijk wel de kans om te ervaren dat het helemaal niet zo eng is. Hierdoor bouwt hij vertrouwen op voor een volgende keer.  
  6. Vertel altijd tegen je kind dat je even weggaat, maar ook weer terugkomt. Doe dit ook thuis, bijvoorbeeld als je even naar de wc gaat. Zo oefent je kind hoe het is om eventjes alleen te zijn, en krijgt hij het vertrouwen dat je weer terugkomt. 
  7. Begint je kind te huilen als jij even naar de keuken of badkamer loopt? Blijf dan tegen hem praten of zingen. Of laat af en toe je hoofd om een hoekje zien. Zo merkt hij dat je nog in de buurt bent, ook al ziet hij je niet.
  8. Speel regelmatig kiekeboe. Dat kan door een speeltje te verstoppen en weer tevoorschijn te halen, maar trekt ook zelf af en toe een doek over je hoofd. De meeste baby’s vinden dit een prachtig spelletje én het helpt hen wennen aan het idee dat jij soms ‘weg’ bent, maar ook weer terugkomt. Lees hier meer over het pedagogische nut van kiekeboe spelen. 

Begin al vroeg met bovenstaande tips. Als je er al mee begint vóórdat je kind in de eenkennige fase zit, ben je het alvast een stap voor. Daar kun je een hoop profijt van hebben op het moment dat het nodig is.

Hoe lang duurt deze fase?

De eerste tekenen van eenkennigheid beginnen vaak tussen de zes en negen maanden, maar de piek ligt vaak iets later: tussen de acht en achttien maanden. Hoe lang de eenkennigheidsfase duurt, verschilt per kind. Soms duurt het maar een paar weken, soms enkele maanden, maar het kan ook veel langer duren. Het verdwijnt in principe vanzelf: de meeste kinderen zijn er rond hun derde verjaardag helemaal vanaf. Er zijn ook kinderen die er op de kleuterschool nog last van hebben. En cliché, maar waar: ‘het is een fase’. Lastig als je er middenin zit, maar het gaat ooit vanzelf weer over. 

Meer weten over kinderangsten? Hier tips van onze pedagoge.