Smaakontwikkeling van je baby

Smaakontwikkeling van je baby

Waarom wil je kind geen broccoli? Komt dat door zijn genen of moet het wennen? Lees hier meer over hoe hij zijn eerste hapjes ervaart én hoe je hem helpt bij zijn smaakontwikkeling.

Smaakontwikkeling baby

Wat veel ouders niet weten, is dat een baby het eerste hapje, en elke nieuwe smaak die daarna volgt, met alle zintuigen ervaart. Anders dan volwassenen. Synesthesie heet dat: eigenlijk zijn de zintuigen in de war. In de hersenen zijn verschillende gebieden bezig met verschillende soorten waarnemingen, en tussen die gebieden bestaan verbindingen. Ook al bij de geboorte, maar tijdens de ontwikkeling van baby naar peuter worden die verbindingen deels verbroken. Synesthesie verklaart waarom ze soms zo heftig reageren als ze iets nieuws proeven. Baby’s proeven niet alleen de smaak van broccoli, maar horen er misschien ook wel geluid bij of zien een kleurexplosie.

Video: Baby’s proeven broccoli voor de eerste keer

Duizenden smaakpapillen

Smaakontwikkeling begint al in de baarmoeder: rond de twaalfde week van de zwangerschap heeft een foetus al smaakpapillen. Dat zijn zenuwuiteinden op de tong die aan de hersenen vertellen wat we proeven. Wat de moeder eet, bepaalt de smaak van het vruchtwater. Eet je tijdens je zwangerschap gevarieerd, dan went je baby al aan verschillende smaken. Als hij is geboren heeft hij duizenden smaakpapillen. Drie keer zoveel als volwassenen. Dat aantal neemt in rap tempo af: met tien jaar is nog maar de helft over en rond de dertig jaar zijn het er 250. Dat verklaart ook waarom wij sterkere en pittige smaken beter kunnen verdragen; we proeven gewoon minder.

Zoet doet goed

Verder is bewezen dat baby’s een aangeboren voorkeur hebben voor zoet. Dat komt deels vanuit een overlevingsmechanisme. Dingen die oneetbaar en giftig zijn smaken vaak bitter en zuur. In de natuur waarschuwen deze smaken dus vaak voor giftige stoffen. Daarnaast vinden baby’s zoet lekker omdat ze voor de enorme groei in het eerste jaar veel koolhydraten, zetmeel en suikers nodig hebben. Behalve van zoet houdt een pasgeboren baby van een vrij neutrale smaak.

Eetgenen

De meeste kinderen (en veel grote mensen) zijn niet dol op bitter, maar de één kan er beter tegen dan de ander en dat is soms genetisch bepaald. In 2003 werd het TAS2-R38-gen ontdekt. Eén variant van dit gen zorgt voor smaakreceptoren die sterk op bitter reageren, terwijl de andere variant bitter juist niet waarneemt. De meeste mensen hebben beide varianten en reageren ‘normaal’ op bittere smaken. Maar heb je twee keer de bittervariant, dan vind je spruitjes vréselijk. Heb je twee keer de andere variant, dan doet bitter je niks.

Blijf minder populaire smaken aanbieden

De smaakontwikkeling van baby’s is ook aangeleerd, blijkt uit onderzoek. In 2007 lieten onderzoekers van de Franse Université de Bourgogne moeders hun baby meerdere keren een gepureerde groente geven, die de baby bij eerdere pogingen niet lustte. Daarnaast kregen de baby’s groenten die zij al wel lekker vonden. De eerste dagen van het experiment werkten de kleintjes gemiddeld 39 gram van de ‘vieze’ groente naar binnen. Van de groenten die ze wel lustten aten ze gemiddeld 164 gram. Elke dag werd dit verschil iets kleiner. Tot op dag acht het verschil nagenoeg was verdwenen. De baby’s hapten van beide soorten groente evenveel weg. Kortom: standvastig zijn helpt. Maar dan wel zonder dwang, want dat werkt averechts.

Verstop de groente niet

Wat ook averechts werkt is groenten ‘verstoppen’. In haar boek First bite – How we learn to eat schrijft de Britse culinair journaliste Bee Wilson over slimme ouders die de bietjes stiekem door de pastasaus doen als hun kind ze niet lust. Maar zo wennen ze er ook niet aan. Volgens Wilson gaan we er nog te vaak van uit dat kinderen een aangeboren weerzin tegen groenten hebben. Maar ze moeten niet alleen wennen aan de smaak, maar ook aan de structuur en substantie. Behalve variëren in smaak is variëren in de bereidingswijze dus ook een goed idee.

Begin vroeg

Kortom: een kind heeft bepaalde aangeboren smaakvoorkeuren, maar ouders kunnen de ontwikkeling van hun eetpatroon wel sturen. Hoe eerder je begint met nieuwe smaken aanbieden, hoe beter. De eerste twee jaar zijn het belangrijkst voor de smaakontwikkeling. Alleen al omdat de meeste baby’s en dreumesen graag nieuwe dingen proeven en vaak zonder morren andere smaken accepteren, terwijl peuters daar uit koppigheid niet altijd zin in hebben.

Herhaling is het toverwoord

Verder helpt geduld: een baby moet soms wel tien keer proeven om aan een smaak te wennen. En liever niet verstoppen, dus. Misschien went je kind daardoor onbewust aan de smaak van broccoli, maar weigert hij het alsnog te eten als het in volle glorie op zijn bord ligt. Want wat de boer niet kent… precies.

Tips: zo smaakt het naar meer

  • Start met zachte smaken en geef één smaak per keer.
  • Zien eten doet eten, vooral als baby’s zien dat hun ouders dat doen.
  • Soms zal je kind iets tien tot vijftien keer moeten proeven voor hij aan de smaak gewend is.
  • Iets wat hij niet lekker vindt, gaat er makkelijk in als je het combineert met iets wat hij wel lekker vindt.
  • Kleed het eten aan: een leuke lepel, een liedje, een mooi bord, wees creatief.
  • Maak iets wat je kind niet lust eens op een andere manier klaar.
  • Laat hem zelf het eten in zijn mond stoppen. Dat kan ook ongepureerd, volgens de Rapley methode. Zo leert hij zelf eten. Let wel op dat hij zich niet verslikt en dat kinderen ouder dan zes maanden niet alleen sabbelen, maar ook echt eten binnenkrijgen.

Bron: Voedingscentrum