eerste hapjes baby

Vanaf wanneer geef je je baby zijn eerste hapjes?

In het begin heeft je baby voldoende aan borst- of flesvoeding. Maar tussen de 4 en 6 maanden is je baby toe aan een volgende stap. Hoe herken je of hij daar klaar voor is? En hoe pak je dat aan?

Herken de signalen

Elke baby bepaalt zijn eigen tempo, probeer goed in te schatten wat bij jouw kind past en ga niet vergelijken, een kind ontwikkelt zich ook op dit gebied in z’n eigen tempo. Te vroeg of te laat beginnen, leidt vaak alleen maar tot frustratie bij zowel ouder als kind. Sommige kinderen zijn er al klaar voor vanaf een maand of vier en andere zijn pas bij vijf maanden klaar voor een eerste stap. Het advies is wel om tijdig te beginnen met ‘oefenen’ en het langzaam op te bouwen, dan ligt er nog geen druk op. Het start met een verkenningsfase. In het algemeen wordt geadviseerd niet vóór de 4 maanden maar ook niet na de 6 maanden te beginnen.

Advertentie

Maar hoe weet je nou wanneer jouw kind er klaar voor is of niet? De volgende signalen kunnen duidelijkheid geven:

  • Interesse in jouw eten (sommige kinderen kunnen letterlijk het eten uit je mond kijken).
  • Veel op vuistjes of speelgoed sabbelen.
  • Veel kauw- en smakgeluidjes maken.

Tip

Twijfel je of je kind er klaar voor is? De volgende ‘testjes’ kunnen je helpen:

  • Kan je kind goed zitten (in een wipper)?
  • Houd je kind eens een kleine lepeltje eten voor, als hij probeert te happen kan dit een teken zijn dat je best kan starten. Is er nog geen enkele interesse, wacht dan een paar dagen en probeer het later nog eens.

Vanaf wanneer de eerste hapjes

Het Voedingscentrum geeft het advies om te starten tussen de vier en zes maanden. De eerste hapjes zijn oefenhapjes. Het zijn kleine hapjes zodat je baby kan oefenen met het happen en te wennen aan de smaak en structuur van vaste voeding. Ze vervangen nog geen melkvoedingen.

Die eerste oefenhapjes worden niet voor niets zo genoemd, het is een verkenningsfase. Zo’n nieuwe vaardigheid onder de knie krijgen, is nog best ingewikkeld voor je baby. De beweging van z’n tong, de nieuwe smaak, geur en textuur en het vervolgens doorslikken: voor je baby is het allemaal nieuw. Door tijdig te beginnen met het aanleren van deze nieuwe vaardigheid, geef je je baby ruimschoots de tijd, zonder dat er druk op ligt. Vaste voeding leren eten, is een ontwikkeling die net als leren lopen en praten in stappen verloopt.

Vanaf zes maanden zal je baby naast de borst- en flesvoeding de oefenhapjes echt nodig hebben. Rond deze leeftijd heeft hij namelijk meer energie en voedingsstoffen nodig. Meer dan hij uit moedermelk of flesvoeding kan halen. Vanaf acht maanden zal de vaste voeding de melkvoeding geleidelijk gaan vervangen.

Tip! Het Voedingscentrum heeft een leuke mini-serie met filmpjes over de verschillende fases van het leren eten. Bekijk die hier.

Voedselovergevoeligheid

Eerder werd altijd geadviseerd om vanaf zes maanden te starten met vaste voeding. Dit ‘oude’ advies had te maken met de toenemende kans op voedselovergevoeligheid (zoals allergieën). Er werd altijd gedacht dat de kans hierop toenam als je voor de zes maanden je baby vaste voeding gaf. Inmiddels is duidelijk (blijkt uit nieuw onderzoek) dat de kans juist afneemt als je tussen de vier en zes maanden met oefenhapjes begint.

Lees ook: Hoe weet je of je kind last heeft van allergieën? Zo herken je de symptomen

Eerder starten

Het is heel verleidelijk om vroeg te starten met de eerste hapjes. Maar start er niet eerder mee dan vier maanden. Het is belangrijk dat je kind rechtop kan zit en goed kan slikken. Bovendien zijn z’n darmen er voor die vier maanden nog niet klaar voor. Start je eerder dan vier of later dan zes maanden met het introduceren van vaste voeding, dan is het risico op het ontwikkelen van een voedselallergie groter. Dit geldt vooral voor kinderen met een erfelijke aanleg voor een allergie. Lees hier alles over erfelijkheid en genen.

Verschillende methodes

Als je baby start met vast voedsel kun je dat op twee manieren aanbieden. Je pureert de vaste voeding en geeft dit via een lepeltje. Of je laat de voeding in de vaste vorm en laat je baby zelf sabbelen uit zijn vuistje, dit wordt ook wel de Rapley-methode of baby-led weaning genoemd.

Beide methodes hebben zowel voor- als nadelen. Bekijk wat goed bij jou past en waar je je prettig bij voelt.

Lees meer: Zo ervaart jouw baby zijn eerste hapjes én zo help je hem bij zijn smaakontwikkeling

Van een lepeltje

Je pureert de voeding in het begin helemaal glad en biedt je kind dit aan via een lepeltje. Zodra je merkt dat dit goed gaat, kun je geleidelijk steeds meer structuur in de voeding laten. Je start met zachte smaken, en laat de structuur steeds grover worden, zodat je baby na verloop van tijd steeds meer zijn mond en kaakspieren moet gebruiken.

Rapley-methode/baby led weaning

Met de Rapley-methode, of baby-led-weaning methode, introduceer je vast voedsel door je kind uit te dagen het zelf te proberen. De stukjes moeten dan wel groot genoeg zijn om vast te pakken en ongeveer de grootte van een babyvuist hebben. Je pureert het eten dus niet, maar laat het in de originele vorm.

De theorie hierachter is dat een kind zelf de wereld (en dit geval eten) moet ontdekken. Zo zou je kind sneller interesse krijgen in echt eten, eerder smaken herkennen, zich minder snel overeten en later kan hij meer verschillende soorten voeding lusten. Sluitende bewijzen dat deze methode de voorkeur zou moeten krijgen boven gepureerd eten ontbreken echter nog.

Let op: als je kiest voor de Rapley-methode is het van belang dat je altijd bij je kind in de buurt bent als hij eet. De kans is namelijk wat groter dat je baby zich verslikt als hij een te groot stuk afhapt en dat niet kan wegslikken. Lees hier alles over de Rapley-methode.

Hoeveel hapjes per dag?

Het geven van de eerste hapjes is best een bijzonder (en vaak grappig) moment. Grote kans dat je kind het meteen weer uitspuugt, maar het levert wel aandoenlijke plaatjes op. Hou je camera bij de eerste hapjes dus in de aanslag. Geef nieuwe voedingsmiddelen altijd eerst in kleine hoeveelheden (niet meer dan een paar theelepels per dag) om te kijken of je kind er goed op reageert.

Let op de timing : geef de nieuwe smaak direct na een borstvoeding of tussen twee voedingen door, dan is je baby niet meer hongerig en vaak ontspannen, waardoor een nieuwe smaak proeven makkelijker is. Wissel liever niet elke keer van smaak, maar laat je kind steeds een paar dagen wennen aan een nieuwe smaak. Het afhappen van een lepeltje is lastig, het kost sommige baby’s weken voor ze dat onder de knie hebben.

Smaakontwikkeling

Het aantal smaakpapillen van een kind is gelijk aan dat van een volwassene. Maar doordat je kind een veel kleinere tong heeft en er dus meer smaakpapillen op een kleinere oppervlakte zitten, is de smaakbeleving een stuk intenser. Daarom reageren kinderen vaak veel heftiger op smaken.

Tip: Dit filmpje brengt smaakbeleving bij kinderen op een hele leuke manier in beeld

Voorkeur voor zoet

Kinderen hebben een aangeboren voorkeur voor zoet en een afkeer van bitter en zuur. Dit is een handigheidje van de natuur, kinderen waren vroeger afhankelijk van moedermelk en dat is zoet en vet. Toen mensen nog eten zochten, kon een bittere of zure smaak bedorven of giftig eten prijs geven, handig als je probeert te overleven.

Wat staat er op het menu?

Begin met het geven van groente. Vanwege de aangeboren voorkeur voor zoet vindt je baby fruit vaak toch wel lekker, maar is groente iets waar hij aan moet wennen. Tussen de vier en zes maanden staat een baby vaak beter open voor nieuwe smaken, dus daar valt winst te behalen.

Kies wel voor groente met zachte smaken zoals bloemkool, wortels, pompoen, pastinaak of doperwten. Begin voorzichtig met een paar lepels. Zijn darmen zijn nog niet gewend aan vast voedsel en moeten zich aanpassen, dat kan voor krampjes zorgen.

Maak je zelf zijn eerste hapjes, gebruik dan verse producten en voeg geen extra suiker of zout toe. Groenten uit pot of blik bevatten vaak meer zout dan goed is voor je baby. Het is ook belangrijk dat het voedsel de juiste dikte heeft. Bij de eerste hapjes is het voedsel dunner dan als je baby al aan hapjes gewend is.

Lees ook: Babyvoeding uit een potje of zelf maken? Dit is het beste voor je kind

4-6 maanden: oefenen: lekker zacht

Begin met puree van doperwten, pompoen, pastinaak, wortel, gekookte appel, peer of geprakte banaan. Bied een paar dagen achter elkaar dezelfde smaak en kies voor een tijdstip waarop je kind niet extreem hongerig of moe is, dan is de kans groter dat hij ontspannen is en voorkom je frustratie. Doel is verkennen en leren happen en slikken, er hoeft geen bakje leeg.

Je kind haalt nu nog al z’n voedingsstoffen uit de borst of flesvoeding (borst volgens schema, of op verzoek of 4-6 flesvoedingen per dag.

7 maanden: nieuwe smaken, meer structuur

Je kunt nu puree maken met een iets dikkere structuur, maar zorg wel dat de hapjes nog steeds zacht zijn. Gaat dit goed, ga dan langzaam twee smaken combineren. Je kan ook andere soorten eten toevoegen zoals aardappel, granen, brood en gegaard vlees of vis, of ei.

Je kind haalt nu nog al z’n voedingsstoffen uit borst- of flesvoeding (borst volgens schema of op verzoek of 4-6 flesvoedingen per dag.

Leren kauwen en slikken

Na ongeveer 7 maanden kun je je baby steviger voedsel geven als hij er klaar voor is, zodat hij goed leert kauwen. Dat is iets wat je kind echt moet leren. Hij moet het stukje eten naar de zijkant in zijn mond brengen, erop kauwen en het daarna doorslikken. Als hij het stukje niet goed naar de zijkant krijgt, kan hij gaan kokhalzen. Dit komt omdat bij baby’s het kokhalsreflex nog voor op de tong ligt. Door het eten van vast voedsel, verplaatst dit zich naar achter in de mond. Een stukje brood zonder korst kan een kind vaak zelf vasthouden en naar zijn mond brengen. Merk je dat hij dit nog te lastig vindt? Dan kun je het brood eerst even wat zachter maken door het in de melk te dopen.

8 Maanden: vast ritme

Je kind krijgt nu langzaam een eetritme. Werk toe naar één hoofdmaaltijd (brood) en een portie groente of fruit. De melkvoeding bouw je af naar 3 voedingen per dag.

9-10 maanden: Minder melkvoedingen

Je werkt toe naar een ritme van 2 hoofdmaaltijden (1x brood, 1x warm) en 1-2 porties groente of fruit.

Je gaat naar 3 melkvoedingen en leert je kind dorst te lessen door tussendoor water aan te bieden in een drinkbeker.

10-11 maanden: met de pot mee

Je gaat nu langzaam naar 3 hoofdmaaltijden (2x brood, 1x warm) en 1-2 porties groente of fruit.

Je gaat naar 2 melkvoedingen en leert je kind dorst te lessen door tussendoor water aan te bieden in drinkbeker.

Lees hier: Wat je baby nu nog niét mag eten

Vanaf 12 maanden

Je kind eet nog steeds 3 hoofdmaaltijden (2x brood, 1x warm) en 1-2 porties groente of fruit.

Je kind mag vanaf nu ook gewone melk (2 bekertjes) of borstvoeding.

Kijk naar je kind

De adviezen en schema’s zijn natuurlijk een algemeen advies, het kan zijn dat je kind eerder of juist wat later naar een vast ritme gaat. Volg de ontwikkeling van je kind. Heb je twijfels? Aarzel dan niet om advies te vragen aan het consultatiebureau.

Tip

Wil je dit eetschema graag nog eens duidelijk in beeld? Hier een helder overzicht van het Voedingscentrum.

Lees ook: Zo maak je zelf groentehapjes en fruithapjes

Hoe leert een baby kauwen?

Door het aanbieden van een broodkorst of soepstengel leert je baby sabbelen en uiteindelijk kauwen. Om te kunnen kauwen, moet je baby met z´n tong het voedsel naar de zijkant van zijn mond brengen om het te kunnen vermalen tussen de kaken. Die tongbeweging moet hij nog leren. Je helpt je baby hierbij door steviger voedsel aan te blijven bieden en het te blijven proberen. Mocht het niet lukken, dan kun je je baby helpen door een stukje korst of bijvoorbeeld banaan zelf bij je baby aan de zijkant in z´n mond te stoppen, zodat het al op de goede plek ligt. Je zult zien dat je baby het vanzelf leert.

Lees ook: Dit zijn babyvriendelijke superfoods: zacht van structuur en sjokvol gezonde voedingsstoffen

Een complete warme maaltijd

Als je kind eenmaal gewend is aan het eten van een groente- of fruithapje, kun je de maaltijd aanvullen met rijst, aardappel of pasta. En vanaf ongeveer acht maanden kun je het menu uitbreiden met vlees of vis. Het eten mag nu wat grover, je kunt het bijvoorbeeld prakken met een vork. Hoewel je kind nu een complete warme maaltijd gaat eten, moet je voorlopig nog voorzichtig zijn met wat je hem geeft. Denk dan vooral aan zout, suiker, honing, pinda’s en rauw vlees.

  1. Let op zout
    Zout is nu nog te sterk voor de nieren van je baby. Voeg dus geen zout of bouillon toe als je eten maakt voor je kind. Bereid babyvoedsel met zelfgemaakte, zoutloze kip- of groentebouillon, gekookt water of fles- of borstvoeding. Als je baby mee-eet met de rest van het gezin, voeg dan voor jezelf pas zout toe als je zijn eten al hebt opgediend. Gebruik pas vanaf negen maanden met mate producten met gistextracten (in kant-en-klare producten en Marmite bijvoorbeeld). Meer weten? Zoveel zout mag je kind per dag.
  2. Vermijd suiker
    Voeg geen extra suiker toe aan het eten voor je baby. Zo voorkom je dat je kind opgroeit met een voorliefde voor suiker. Meng van nature zoete vruchten met ander fruit, bijvoorbeeld banaan met pruimen of rijpe peer met een beetje sinaasappelsap. Week, in plaats van suiker in de yoghurt of kwark te doen, abrikozen of dadels, pureer ze en verwerk ze dan in het toetje. Voeg dus liever een zoetere vrucht toe dan suiker. Meer weten? Zoveel suiker mag je kind per dag.
  3. Geen honing voor zijn eerste verjaardag
    Geef je baby geen honing tot hij een jaar oud Honing kan een bacterie bevatten dat kinderbotulisme kan veroorzaken. Het afweersysteem van een kind onder de een jaar is nog niet sterk genoeg om deze bacterie te weren. Bij deze zeldzame ziekte kan je kind niet goed naar de wc (geconstipeerd), vertoont hij spierzwakte en kan ’ie moeilijk zuigen. Zijn gezicht verliest uitdrukking, hij kan zijn hoofd niet omhooghouden en hij kan ook nog een verlamming in het middenrif krijgen. Je kind zal in het ziekenhuis opgenomen moeten worden, daar kunnen ze hem gelukkig helpen. Kortom, wacht een jaartje met je kind honing geven.
  4. Voedselallergieën
    Vier tot acht procent van de kinderen tot drie jaar heeft een voedselallergie. De kans is groter als een ouder of een broertje of zusje een allergie heeft, zoals hooikoorts, astma of een voedselallergie. Als er ernstige voedselallergieën of eczeem voorkomen in de familie, overleg dan altijd eerst met een arts welke voedingsmiddelen je kunt geven.
    Krijg je toestemming van je arts, dan is het extra belangrijk om vroeg te starten met verschillende soorten voeding, zoals kippenei en 100% pindakaas zonder toegevoegd zout en suiker en deze daarna minimaal één keer per week te geven.
  5. Rauw vlees
    Je kunt je baby het beste geen rauw of half rauw vlees geven. In bijvoorbeeld tartaar of filet americain kan de toxoplasmose-parasiet voorkomen. Deze parasiet kan zorgen voor een flinke infectieziekte. Je kind is gevoelig voor infecties, omdat zijn darmen nog niet volledig ontwikkeld zijn en dus zijn afweersysteem nog niet optimaal werkt. De toxoplasmose-parasiet kan ook voorkomen in de darmen van jonge katten en op ongewassen groenten en fruit.

Hoe maak je van je kind een goede eter?

Als ouder hoop je natuurlijk dat je kind later van alles wil eten. Hierbij wat tips om hem te stimuleren:

  • Ontspan: alle kinderen leren uiteindelijk eten, de een eerder dan de ander. Hoe relaxter jij bent, hoe beter de sfeer rondom de maaltijden wordt. In een ontspannen, veilige omgeving zal een kind sneller iets nieuws proberen
  • Geef het goede voorbeeld: ga bij je kind aan tafel zitten en laat zien dat jij ook van de maaltijd geniet. Kinderen zijn dol op spiegelen, daar kun je nu gunstig gebruik van maken.
  • Timing: niets is zo frustrerend als een vermoeid kind in combinatie met een vermoeide ouder. Door je maaltijden indien mogelijk gunstig te plannen zorg je ervoor dat er genoeg energie is om iets nieuws te proberen.
  • Geduld: dat is sowieso best een handige eigenschap als ouder, maar als het aankomt op eten al helemaal. Geef je kind de tijd om rustig aan alles te wennen, neem de tijd en heb vertrouwen.

Bekijk ook het voedingsschema voor baby’s vanaf 8 maanden.

Twijfel je over het eetpatroon van je kind?

Heb je twijfels over het eetpatroon, gezondheid en/of de groei van je kind, vraag dan advies aan de verpleegkundige of arts van het ouder/kind-centrum, of je huisarts. Zij kunnen je namelijk indien nodig doorverwijzen naar kinderarts of diëtist. Ga niet zelf experimenteren of klakkeloos het advies van de buurvrouw volgen, hoe goed het ook is bedoeld.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Susanne Verzuu

Voedings- en lifestylecoach

Susanne wil als coach graag alle info, adviezen en nieuwe inzichten over voeding en gezondheid filteren. Dit doet ze door de wetenschap te vertalen naar hands-on tips en haalbare duurzame aanpassingen in leefstijl. In haar werk begeleidt ze zowel volwassenen als kinderen naar een gezonde(re) toekomst. Susanne heeft zelf twee dochters.

Contact
Website
Facebook
Instagram