7 tips voor een vliegende start met borstvoeding

Borstvoeding geven gaat lang niet altijd makkelijk. Maar als je in die eerste dagen wél een goede start weet te maken, is de kans groot dat het helemaal goedkomt. Sofie en Eva vertellen hoe.

Ben je zwanger en wil je graag borstvoeding geven? Dan maak je je misschien zorgen of het wel gaat lukken. Toen wij ons boek De melkfabriek schreven en tientallen moeders over borstvoeding spraken, kwamen we er al snel achter dat het vaak niet van een leien dakje gaat.

Advertentie

Kraamtijd

Veel nieuwe moeders haken al af in de kraamtijd. En dat is zonde want als je die eerste periode wel doorkomt, wordt borstvoeding geven meestal alleen maar makkelijker en relaxter.

7  tips voor vlak na de geboorte van je baby uit De melkfabriek:

  1. Baby op je blote huid

    Leg je baby, als het kan, meteen na de geboorte op je blote buik of borst. Waarschijnlijk gaat hij vanzelf op zoek naar de tepel. ‘Aanhappen’ heet het als je kind je tepel in z’n mondje neemt. Lukt het je baby niet om aan te happen, don’t worry. Het hoeft niet meteen. Leg je kindje tegen de borst en probeer het later nog eens.

  2. Druppels melk

    Wil je baby nog niet meteen aan de borst, die eerste uren? Masseer dan wat druppels melk uit je borsten en geef dit via je vinger of een lepeltje aan je baby. Zo krijgt je kindje al wat energie en gaan je borsten al aan de slag om (meer) melk te maken.

  3. Herken hongersignalen

    De eerste dagen weet je eigenlijk al dat het voedingstijd is als je baby gaat bewegen en de handjes richting het mondje gaan. Daarom is het best handig om de hele tijd dicht in de buurt te zijn. Anders zie je dat gewoon niet. Smakken is ook een bekend signaal.

  1. Veel aanleggen

    De eerste dagen voed je je baby heel vaak. Tien tot twaalf keer per dag aanleggen (je baby aan de borst leggen) is normaal, het helpt om jouw melkproductie op gang te brengen.

  2. Leg goed aan

    Goed aanleggen is het belangrijkste aan borstvoeding. Als je kind op de juiste manier aan de borst drinkt, voorkom je schade aan je tepels met alle gevolgen van dien (wondjes en kloven enzo, auw). Je baby moet niet een beetje sabbelen aan het ‘puntje’, je tepel moet echt diep in zijn of haar mondje. Voel met je eigen tong maar eens waar het ‘harde’ deel van je gehemelte overgaat in het zachtere deel. Tot die grens in het mondje van je baby moet je tepel helemaal komen.

  1. Vraag het je kraamzorg

    Snap je er geen hout van? Vraag het je kraamverzorgende. Als het goed is, weet zij alles van borstvoeding en kan zij je begeleiden. Je zou ook een lactatiekundige – een borstvoedingsdeskundige – kunnen inschakelen.

  2. Voel je zeker

    We weten: dat is makkelijker gezegd dan gedaan als je net moeder bent. En dan weet je met borstvoeding ook nog eens niet precies hoeveel je baby binnenkrijgt. Maar er zijn wel degelijk signalen of het goed gaat. Let er allereerst op dat je baby echt zuigt en niet alleen sabbelt. Dat zie je bijvoorbeeld voor de onderkant van de oortjes. Als het daar beweegt (en vaak bewegen de oortjes zelfs mee) drinkt hij of zij goed. Verder is goed plassen het duidelijkste ‘bewijs’ dat je baby goed drinkt. In de tweede helft van de kraamweek moet je baby op minstens vier plas-luiers per etmaal zitten. En je kunt meer zien aan die luiers: na drie dagen zou je baby’s poep qua kleur moeten veranderen van zwart naar geel. Een andere truc: als je kindje ongeveer om de 2,5 uur drinkt, kun je erop vertrouwen dat hij of zij genoeg binnenkrijgt.

Bron: De melkfabriek – Beeld: Shutterstock

Sofie en Eva

Televisiepresentator Sofie van den Enk en journalist Eva Munnik schreven een bestseller over borstvoeding: De Melkfabriek - waarom borstvoeding te gek is (en je je niet schuldig hoeft te voelen als het niet lukt). Ook verscheen onlangs hun boek De Schoolfabriek, over alles wat je als ouder wilt weten over de basisschool.