Wat is de DLE-score op de basisschool?
De DLE-score is een meetsysteem op de basisschool (van groep 3 tot en met groep 8) dat aangeeft of een leerling voor-, achter- of gelijkloopt op de gemiddelde lesstof. Om dit goed te begrijpen, is het belangrijk om het verschil tussen DL en DLE te weten:
DL (Didactische Leeftijd): Dit is het aantal maanden dat je kind vanaf groep 3 onderwijs volgt. Elk schooljaar bestaat uit tien onderwijsmaanden. Aan het eind van groep 3 is de DL van je kind dus tien. Blijft je kind zitten? Dan telt de DL vaak gewoon door en is deze dus hoger dan die van klasgenoten. Slaat je kind een klas over, dan is de DL lager.
DLE (Didactisch Leeftijdsequivalent): Dit geeft het daadwerkelijke niveau van je kind aan. Eén DLE staat voor wat een gemiddelde leerling kan na één maand onderwijs (gerekend vanaf een vroege leerling of extra jaar kleuteren in groep 3). Aan het eind van groep 3 heeft een gemiddelde leerling een DL én een DLE van tien.
Is de DLE-score hoger dan de DL, dan heeft je kind een voorsprong. Is de score lager, dan loopt je kind iets achter.
Hoe werkt de berekening van de DLE-score?
Je leest de score af door de behaalde DLE te vergelijken met het daadwerkelijke aantal maanden onderwijs (de DL). Twee voorbeelden maken dit duidelijk:
Aan het eind van groep 3: De didactische leeftijd (DL) is tien. Haalt je kind een DLE-score van negen, dan betekent dit dat hij één maand achterloopt op de stof. Haalt je kind een score van twaalf, dan loopt hij twee maanden voor.
Halverwege groep 8: In groep 8 start een kind met een DL van vijftig en eindigt op zestig. Halverwege is de DL dus 55. Scoort je kind een DLE van 48? Dan ligt het niveau op dat moment gelijk aan eind groep 7, wat neerkomt op een leerachterstand van zeven maanden.
Deze scores worden gemeten met speciale methodetoetsen of de bekende Drie-Minuten-Toets. Hiermee zie je direct de ontwikkeling in vergelijking met een eerdere periode. Goed om te weten: Cito-toetsen of de verplichte eindtoets in groep 8 werken niet met DLE. Zij gebruiken een andere methode, waarbij je kind vergeleken wordt met zijn eigen eerdere resultaten.
Hoe bereken je een voorsprong of achterstand in procenten?
Scholen drukken een achterstand of voorsprong soms uit in procenten. Dit berekenen ze door de DLE door de DL te delen en dit met honderd te vermenigvuldigen.
Heeft je kind na twee maanden in groep 5 (DL = 22) een DLE-score van achttien, dan is de berekening: 18 / 22 x 100 = 81,8%. Aan het eind van groep 5 is de DL dertig. Scoort je kind dan DLE 33? Dan is de berekening: 33 / 30 x 100 = 110%, oftewel een mooie voorsprong.
Wat betekent een heel hoge of lage DLE-score?
Een extreem hoge of lage score is heel normaal en zegt lang niet alles over de algehele intelligentie van je kind. Kinderen ontwikkelen zich nu eenmaal met sprongen. Vooral bij technisch lezen zie je vaak flinke uitschieters. Psycholoog Sonja Borgsteede stelt gerust: een hoge score betekent echt niet direct dat je kind hoogbegaafd is.
Andersom geldt hetzelfde: een lagere score betekent niet direct een blijvende leerachterstand. Vaak heeft je kind tijdelijk moeite met een specifiek vak en loopt hij dit met wat bijles of extra aandacht in de klas zo weer in. Soms zie je overigens ook slimme kinderen onderpresteren op de basisschool.
Waarom is er kritiek op dit scoresysteem?
Scholen en experts uiten regelmatig kritiek op de DLE-score, omdat deze uitgaat van een strakke, gelijkmatige leerlijn. In de realiteit leren kinderen onregelmatig: de ene maand pikken ze stof razendsnel op, de maand erna gaat het langzamer.
Bovendien is een berekende ‘achterstand van vijf maanden’ misleidend. Het betekent niet dat je kind vijf maanden nodig heeft om dit in te halen. Soms heeft de leerkracht dat specifieke onderwerp simpelweg nog niet behandeld. Zodra de lesstof voorbij is gekomen, kan de achterstand in een paar weken verdwenen zijn.
Lees ook: Heeft mijn kind bijles nodig?
Bron: Onderwijsconsument