Puberbrein

Alles over het puberbrein

Zit je zoon of dochter in de puberteit, dan kan het je niet zijn ontgaan: er is iets aan de hand met die hersenen. Je kind is continu alles kwijt, heeft last van stemmingswisselingen en doet de meest idiote dingen. Hoe werkt het puberbrein? En vooral: wanneer is dit weer over?!

Ontwikkeling puberbrein

Dachten experts tien jaar geleden nog dat de hersenen van een kind van twaalf helemaal uitgegroeid waren, nu weten we dat de ontwikkeling van het puberbrein doorgaat tot op z’n minst het 23ste levensjaar. Met name in het voorste deel van de hersenen, de prefrontale cortex, vinden nog grote veranderingen plaats tijdens de puberteit.

Dit deel van de hersenen is onder andere verantwoordelijk voor het reguleren van emoties, voor het kunnen plannen en voor het overzien van de consequenties van daden. Doordat dit stukje van de hersenen verandert, reageren pubers heftiger op allerlei dingen dan volwassenen. Ook verklaart het de bekende ‘moodswings’: het ene moment is je kind vrolijk en blij, om vijf minuten later bloedchagrijnig te reageren op alles wat je zegt.

Drie groeifases van het puberbrein

De ontwikkeling van de hersenen tijdens de puberteit verloopt in drie fases. Elke fase heeft z’n eigen kenmerken en die maken de opvoeding van je puber soms tot een behoorlijke uitdaging.

  1. Vroege adolescentie: van circa tien tot vijftien jaar. In deze fase worden kinderen beïnvloed door hormonen én door het proces van de hersenrijping. Daardoor zijn ze emotioneler en reageren ze gevoeliger op allerlei dingen. Ook zijn ze in deze fase erg gericht op het bevredigen van directe behoeftes. Hebben ze ergens zin in, dan willen ze het nu. Nu!
  2. Midden-adolescentie: van ongeveer veertien tot zestien jaar. Dit is de fase waarin pubers geneigd zijn veel risico’s te nemen. Het draait allemaal om het krijgen van kicks. Als ze iets gevaarlijks doen, kunnen ze de consequenties niet overzien. Sterker nog, ze kunnen zich niet eens indenken wat mogelijke risico’s van hun acties zijn. En als ze er wel over nadenken, roept dit geen emoties bij ze op.
  3. Late adolescentie: van zestien tot ongeveer tweeëntwintig jaar. In deze fase krijgt je kind steeds meer grip op zijn eigen doen en laten. Hij is in staat om weloverwogen keuzes te maken, zijn gedrag te evalueren en zich aan te passen aan sociale situaties.

Het puberbrein en school

De middelbare schooltijd is voor veel pubers – en hun ouders – een moeilijke tijd. Je kind vergeet regelmatig boeken mee te nemen, schrijft zijn huiswerk niet goed op, wordt eruit gestuurd en/of lijkt er met de pet naar te gooien. Lastig, want niet alleen is het soms moeilijk om goed te communiceren met je puberende zoon of dochter, de middelbare schooltijd is ook nog eens belangrijk voor de toekomst van je kind. Nog een paar jaar en je kind zal keuzes voor zijn toekomst moeten maken. Alle reden dus om je kind – hoe moeilijk dat soms ook is – goed te begeleiden als het gaat om school.

Uit hersenonderzoek blijkt dat pubers veel gevoeliger zijn voor positieve feedback dan voor negatieve feedback. Maak hier gebruik van. Let erop dat je je puber niet de hele tijd loopt te bekritiseren, maar geef juist opbouwende opmerkingen en complimenten. Benadruk vooral wat er wel goed gaat en help je kind waar nodig.

Problemen op school

Is de motivatie een probleem? Probeer erachter te komen waarom je kind niet gemotiveerd is om te leren. Praat met hem over zijn verminderde motivatie. Ga ervan uit dat alle kinderen willen overgaan, een diploma willen halen en hun ouders graag trots maken. Het probleem zit ‘m dus waarschijnlijk ergens anders in. Ben je erachter, dan kun je samen een oplossing zoeken.

Is je kind steeds spullen kwijt, noteert hij huiswerk niet goed en/of komt hij steeds in de knoei met z’n huiswerk? Bedenk dat het puberbrein de schuldige is. De hersenen van je kind zijn op dit moment simpelweg niet in staat om zelf alles goed in de gaten te houden en het overzicht te bewaren. Help je kind daarom bij het maken van een planning en het organiseren van zijn schoolwerk en -spullen. Heb je zelf geen tijd of levert dit alleen maar ruzie op? Een huiswerkinstituut of bijles kan de oplossing zijn.

Zo ga je om met je puber: 7 tips

Het opvoeden van een puber is regelmatig een fikse uitdaging. Als je weet wat er in dat puberbrein gebeurt, kun je erop inspelen en wordt het hopelijk een stuk makkelijker om te dealen met dat typische – soms irritante! – pubergedrag.

  1. Lach en wees flexibel

    Voelt je kind zich snel aangevallen en reageert hij niet ondanks dat je iets tig keer hebt gezegd, bedenk dan dat de afstemming tussen de hersendelen in ontwikkeling is. Dit maakt het gedrag van pubers vaak onvoorspelbaar en – eerlijk is eerlijk – soms enorm vermoeiend. Een flinke dosis flexibiliteit, veerkracht en humor van jouw kant is onmisbaar om de sfeer goed te houden. En ja, dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Zorg dat je genoeg tijd hebt voor jezelf en voor ontspanning. Dan kun je veel meer hebben van je puberende kind.

  2. Laat slapen, vroeg wakker

    Het slaappatroon verandert in de puberteit. Opeens wil je kind ’s avonds pas heel laat slapen en ’s ochtends is hij niet wakker te krijgen. Dit komt door het stofje melatonine, dat ervoor zorgt dat je slaperig wordt. In de puberteit gaat dit stofje later werken dan toen je kind jonger was. Toch is voldoende slaap heel belangrijk, juist voor pubers. Voor de groei, maar ook om emoties beter te kunnen reguleren. Kortom, dwing je kind niet om vroeg op te staan als hij niet naar school hoeft. Genoeg (uit)slapen zal de sfeer in huis zeker ten goede komen. Een puber op tijd in bed krijgen is een uitdaging. Probeer het toch. Leg je kind als hij een jaar of elf, twaalf is uit waarom het belangrijk is om veel te slapen: zo word je sterk, kun je je beter concentreren op school en je krijgt er bovendien een goed humeur van. En maak er een gewoonte van om je puber op tijd naar bed te sturen. Of hij het nou leuk vindt of niet. Zo leert hij in elk geval dat het niet gezond is om tot ’s avonds laat tv te kijken of te gamen.

  3. Niet straffen, maar belonen

    Wat voor school geldt, geldt ook voor het gedrag van je puber thuis. Complimenten geven en positief gedrag benoemen werkt beter dan kritiek geven. Het emotionele deel in de hersenen is gevoelig voor de positieve gevolgen van gedrag. Het controlerende deel in de hersenen is gevoelig voor de negatieve gevolgen. Pubers zijn daarom heel gevoelig voor beloning en niet voor straf. Probeer je vanuit die gedachte op te voeden, dan zullen dingen een stuk makkelijker gaan dan wanneer je alleen maar straf loopt uit te delen. Een poging waard.

  1. Gezond eten

    Omdat pubers zo hard groeien, is het heel belangrijk dat ze goed eten. Hierdoor blijven ze zowel lichamelijk als geestelijk in een goede conditie. Maar misschien is je puber nou juist lastiger met eten dan ooit. Vindt hij eten dat hij vroeger zo naar binnen schoof ineens niet meer lekker, of wil hij per se ‘dat ene’ eten. Natuurlijk kun je hier een beetje rekening mee houden, maar ga hierin niet te ver. Leg uit dat je dit voor hem maakt omdat het lekker en gezond is en waarom gezonde voeding nu juist zo belangrijk is. Wil hij nog niet eten, dan is het jammer. Er is heus ruimte voor overleg, maar jij bent de ouder. Punt.

  2. Zorg dat je altijd weet waar je kind is

    Onderzoek toont aan dat kinderen minder vaak in de problemen komen als hun ouders weten waar ze zijn. Een puber kan door zijn veranderende brein de consequenties van dingen die hij doet niet overzien, dus is het belangrijk dat je een oogje in het zeil houdt. Zorg er dus voor dat je kind je altijd laat weten waar hij is en maak hier duidelijke afspraken over. Zeg bijvoorbeeld dat hij ’s middags z’n gang kan gaan als hij geen huiswerk heeft, maar vraag hem jou wel een bericht te sturen waar hij is en hoe laat hij thuiskomt. Wordt het later? Ook goed, maar dan moet hij dit tijdig laten weten. Je kind vindt dit misschien totale onzin, maar geloof het of niet: hij zal dit onbewust zien als betrokkenheid en het stiekem waarderen.

  3. Praat met je kind (hoe moeilijk dat soms ook is)

    Een goed gesprek met je puber is niet altijd even makkelijk. Toch is het belangrijk om zoveel mogelijk te blijven communiceren. Zo krijg je inzicht in wat er in dat puberbrein gebeurt. Maak dit vooral niet te zwaar, maar praat met je kind tijdens de afwas of het uitlaten van de hond. Op zulke momenten zijn pubers vaak sneller geneigd iets te vertellen over wat er in hun hoofd en leven omgaat.

  4. Tot slot de gouden tip: wat je kind ook vertelt, word niet boos

    Of laat het in elk geval niet merken. Als je dat doet, vertelt je kind je nooit meer wat. Sta open voor wat je kind je vertelt en luister vooral. Is het iets om je zorgen over te maken, bespreek dit dan met je kind zonder te oordelen of zoek, als dat nodig is, professionele hulp.

Een van de belangrijkste kenmerken van de puberteit is de groeispurt. In een paar jaar tijd groeit je kind ongeveer dertig centimeter. Meer weten: alles over de groeispurt.

Video: Hoe werkt het puberbrein?