DLE-score

De DLE-score: wat is het en wat kun je ermee?

Als je kind op de basisschool zit, vliegen de nieuwe termen en afkortingen je soms om de oren. DLE-score bijvoorbeeld. Waar staat DLE voor en waarom krijgt je kind zo’n score?

Wat is de DLE-score?

De DLE-score is een normeringssysteem dat in het basisonderwijs van groep 3 tot en met groep 8 wordt gebruikt om aan te geven of een leerling voorloopt, gelijk loopt of achterloopt op de lesstof. Om te begrijpen wat de DLE-score precies inhoudt en hoe die wordt berekend, is het belangrijk om twee termen uit elkaar te houden: DL en DLE.

Advertentie
  • DL staat voor didactische leeftijd. Dat is het aantal maanden dat je kind vanaf groep 3 onderwijs heeft gevolgd. Elk schooljaar telt tien onderwijsmaanden. Aan het eind van groep 3 heeft je kind dus tien maanden onderwijs gehad en is de DL 10. Blijft een kind zitten of slaat hij een klas over, dan wordt de DL meestal doorgeteld. Als je kind is blijven zitten kan zijn DL dus hoger zijn dan die van zijn klasgenoten. Als je kind een klas overslaat, is zijn DL waarschijnlijk lager dan die van zijn medeleerlingen.
  • DLE betekent didactisch leeftijdsequivalent. Dit is een manier om te bepalen op welk niveau een kind zit. Eén DLE staat voor wat de gemiddelde leerling na één maand onderwijs (vanaf groep 3) kan. Aan het eind van groep 3 heeft de gemiddelde leerling dus een DL én een DLE van 10. Is de DLE-score van je kind hoger dan zijn DL, dan heeft hij een voorsprong. Is de DLE-score lager dan zijn DL, dan loopt hij achter.

De DLE-score wordt bijgehouden in het leerlingvolgsysteem van de basisschool.

Lees ook: Leerlingvolgsysteem, hoe werkt dat precies?

Hoe gaat de DLE-score in zijn werk?

Twee voorbeelden om uit te leggen hoe de DLE-score werkt:

  • In groep 3 zijn er tien onderwijsmaanden. Aan het eind van groep drie is de DL (didactische leeftijd) van de leerlingen dus 10. Maar de DLE-score kan per kind verschillen. Als uit toetsen blijkt dat een kind aan het eind van groep 3 een maand achterloopt op de lesstof, dan is zijn DL dus 10, maar zijn DLE is 9. Blijkt uit een toets dat je kind juist twee maanden voorloopt, dan is zijn DL 10, maar zijn DLE is 12.
  • In groep 8 begint je kind met een DL van 50 en bouwt dat op naar een DL van 60. Halverwege groep 8 is de DL dus 55. Als je kind halverwege groep 8 een DLE-score van 48 haalt, dan blijkt daaruit dat hij eigenlijk nog presteert op het niveau van eind groep 7. Het kind heeft dan een leerachterstand van zeven maanden (55 – 48 = 7).

Meer lezen: Wat meet de Drie-Minuten-Toets en moet je je kind erop voorbereiden?

Voorsprong of achterstand

De DLE-score wordt dus gebruikt om te bepalen of een leerling op schema loopt, of een voorsprong of een achterstand heeft, ten opzichte van het niveau van de gemiddelde leerling. Bij een gemiddelde leerling die precies op schema loopt, is de DLE-score gelijk aan de DL. Heeft je kind een achterstand ten opzichte van de gemiddelde leerling, dan is zijn DLE-score lager dan zijn DL. Loopt je kind juist voor op de lesstof, dan is zijn DLE-score hoger dan zijn DL.

De voorsprong of achterstand wordt uitgerekend aan de hand van de DL en de DLE en uitgedrukt in procenten. Wederom twee voorbeelden om uit te leggen hoe dat percentage wordt berekend:

  • Na twee maanden in groep 5 is de DL van een kind 22. Als zijn DLE-score 18 blijkt te zijn, dan is zijn achterstand 18 / 22 x 100 = 81,8%
  • Aan het eind van groep 5 is de DL van een kind 30. Als zijn DLE-score 33 blijkt te zijn, dan is zijn voorsprong 33 / 30 x 100 = 110%

Het komt best regelmatig voor dat kinderen uitschieters hebben met hun DLE-score. Zeker op het gebied van technisch lezen zijn sommige kinderen veel sneller dan andere kinderen. Als je kind een heel hoge DLE-score heeft op een bepaald onderdeel, betekent dat niet meteen dat je kind hoogbegaafd is. De ontwikkeling van kinderen verloopt nou eenmaal niet gelijkmatig, dus soms is een kind (op bepaalde onderdelen) veel sneller dan gemiddeld. Of juist langzamer dan gemiddeld. Ook dat wil niet meteen zeggen dat je kind een leerachterstand heeft. Waarschijnlijk heeft hij gewoon wat meer moeite met een bepaald vak, maar kan hij zijn achterstand met wat extra aandacht al gauw weer inlopen.

Meer weten? Onderpresteren op de basisschool: dit zijn de kenmerken

Toetsen

Het DLE wordt gemeten met toetsen. De score van een kind op de toets komt overeen met een bepaalde DLE-score. Aan die DLE-score is niet alleen af te lezen hoe je kind presteert ten opzichte van andere kinderen, ook kun je eraan zien hoe hij het doet in vergelijking met eerdere periodes.

Cito-toetsen maken overigens geen gebruik van de DLE-normering. Daarbij wordt een andere meettechniek gebruikt (IRT-meettechniek), waarbij leerlingen niet worden vergeleken met de gemiddelde leerling, maar met hun eigen vorderingen ten opzichte van een vorig toetsmoment. Lees hier meer over de verplichte eindtoets in groep 8.

Lees ook: Cito-toetsen: alles wat je moet weten

Kritiek op de DLE-score

Net zoals er wel eens kritiek klinkt op de Cito-toetsen (bijvoorbeeld omdat het een momentopname is), klinkt er ook wel eens kritiek op de DLE-score. Zo gaat de DLE-score uit van een gelijkmatige ontwikkeling van een kind: iedere maand dezelfde groei. Maar in de praktijk verloopt de ontwikkeling van kinderen meestal onregelmatig: de ene periode pikken ze iets snel op, terwijl in een andere periode hun groei minder snel gaat.

Daarnaast is een veelgehoord argument dat je moeilijk kunt zeggen dat een kind een voorsprong of achterstand van vijf maanden heeft. Want doet het kind er dan ook vijf maanden over om die achterstand in te halen? Dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Misschien heeft hij gewoon bepaalde lesstof nog niet gehad en kan hij – als hij de lesstof eenmaal heeft doorgenomen – zijn achterstand binnen een paar weken inlopen.