Montessorionderwijs

Wat is montessorionderwijs?

Het montessorionderwijs gaat ervan uit dat ieder kind zichzelf van nature wil ontwikkelen. Het juiste lesmateriaal en de juiste begeleiding moeten ervoor zorgen dat de leerlingen dat leren wat bij hun leeftijd en ontwikkeling past. Maar hoe werkt dat precies, hoe gaat het eraan toe op een montessorischool en is deze methode voor elk kind geschikt?

Montessorionderwijs

Montessorischolen vallen onder het algemeen bijzonder onderwijs. Er zijn op dit moment ongeveer 160 montessorischolen in Nederland. De grondlegger van dit type onderwijs is Maria Montessori. Zij was van mening dat kinderen geboren worden met een enorme energie en behoefte om te leren en zich te ontwikkelen. De uitspraak ‘Help mij het zelf te doen’ staat in het montessorionderwijs dan ook centraal. Het is de taak van de ouders en leraren om te herkennen wat een kind op een bepaald moment wil leren, en om hier vervolgens de juiste materialen en omgeving voor aan te bieden. Op deze manier leert een kind zo veel mogelijk in zijn eigen tempo.

Zelfstandig werken

Kinderen op een montessorischool hebben weinig tot geen klassikale lessen. In plaats daarvan krijgen leerlingen taken die ze op een bepaald tijdstip op de dag of in de week af moeten hebben. De kinderen mogen ze zelf kiezen in welke volgorde ze deze dag- of weektaken doen. De juf of meester is er alleen om ze te begeleiden en helpen. Er worden wel grenzen gesteld aan de vrijheid die de leerlingen krijgen. Die grenzen worden bepaald door wat niet goed is voor het kind of voor de groep (sociale vaardigheden).

Gevoelige periode

Elk kind is volgens het montessorionderwijs van nature actief, nieuwsgierig en leergierig en heeft een aangeboren drang zich te ontwikkelen. In zijn ontwikkeling kunnen verschillende fasen worden onderscheiden. In elke fase staat het kind open voor een aantal specifieke leergebieden. Het montessorionderwijs noemt dit de ‘gevoelige perioden’. De leerkrachten maken maximaal gebruik van zo’n gevoelige periode. Zij bieden in elke fase specifieke materialen en een passende leeromgeving aan. Montessorileerkrachten volgen hiervoor een aanvullende opleiding na de algemene opleiding tot juf of meester aan de Pabo.

Verschillende leeftijden door elkaar

Naast dat kinderen op montessorischolen geen klassikale lessen krijgen, zitten ze ook met verschillende groepen in een klas, bouwen genoemd. Deze verticale groepsstructuur is als volgt verdeeld: een onderbouw (groep 1 en 2), een middenbouw (groep 3, 4 en 5) en een bovenbouw (groep 6, 7 en 8). Een kind zit dus met kinderen van verschillende leeftijden in de klas. Dit zou de harmonische ontwikkeling bevorderen: een kind is eerst de jongste, dan de middelste en tenslotte de oudste van de klas. Hierdoor kunnen de kinderen van elkaar leren en elkaar helpen. Bovendien betekent dit dat een kind vaak twee of drie jaar lang door dezelfde leerkracht(en) wordt begeleid. Zo leert een leerkracht de leerlingen goed kennen en omgekeerd. Het nadeel kan zijn dat als het niet klikt met een leerkracht, het kind lang aan de juf of meester ‘vastzit’. In dat geval kan een kind soms worden overgeplaatst naar een parallelklas.

De voorbereidende omgeving

Het inrichten van een klas voor een bepaalde leeftijdsgroep noemt de montessori-leerkracht: het voorbereiden van de omgeving. Maria Montessori heeft zelf uitgebreid beschreven hoe zo’n klas eruit moet zien. Ze vond een schoolbank waarin je stil moest zitten geen goed instrument voor kinderen, die zich in vrijheid moeten kunnen ontwikkelen. De kinderen zitten daarom aan tafeltjes die ze zelf kunnen verplaatsen en in groepjes. Sommige taken mogen ook op speciale kleedjes op de grond worden gedaan.

Het lesmateriaal staat voor het grijpen in open, goed bereikbare kasten en moet ook op dezelfde plaats na gebruik weer worden teruggezet. Ook het schoolplein en eventueel de tuin hoort bij de voorbereide omgeving. Daarin moeten de kinderen kunnen werken en ontdekkingen doen. Als kinderen wat ouder zijn mogen ze soms ook op pad in de omgeving van de school om in de buitenwereld ontdekkingen te kunnen doen. Verder heeft een traditionele montessorischool altijd een documentatiecentrum (bibliotheek) waarin de leerlingen van alles kunnen vinden over de dingen die ze in de omgeving ontdekt hebben.

Lesmateriaal

Een Nederlandse hoogleraar heeft het eens gezegd: ‘Het montessori-materiaal is de leraar van het kind en de leraar is het hulpmiddel.’ Het speciaal ontwikkelde materiaal, dat is afgestemd op de verschillende leeftijden en ontwikkelingsfase, is dus super belangrijk in het montessorionderwijs. Belangrijke kenmerken van montessori-lesmateriaal zijn:

  • Het maakt direct duidelijk wanneer een kind iets goed of fout heeft gedaan. Hierdoor krijgt het kind de kans om zichzelf te evalueren en waar nodig te verbeteren.
  • Er staat steeds één vaardigheid centraal, bijvoorbeeld optellen.
  • Het lesmateriaal is gemaakt van natuurlijke materialen.
  • Er wordt veel gewerkt met zintuigelijke materialen: zo ontwikkelt een kind zijn zintuigen, waardoor het beter leert waarnemen en ook de waarnemingen leert ordenen.

Montessori-leerkrachten maken verder soms ook zelf lesmateriaal en de leerlingen krijgen op school ook leerzame taken zoals schoenenpoetsen, veterstrikken, opruimen en afwassen.

Vrijheid

Kinderen krijgen de vrijheid om zelf het lesmateriaal te kiezen waar ze mee willen werken. Hier mogen ze net zo lang mee werken als ze zelf willen (tempovrijheid). Daarnaast doet elk kind alles zo goed mogelijk naar zijn eigen vermogen (niveauvrijheid). Kinderen mogen zelf de materialen pakken en terugzetten (bewegingsvrijheid). Uiteraard worden ze hierbij begeleid door de leerkracht en zorgt de juf of meester er ook voor dat deze vrijheid wel binnen normale grenzen blijft.

Zelfcorrectie

Het montessorionderwijs kent in basis geen cijferbeoordelingen en dus ook geen cijferrapporten. De begeleider (de leerkracht) houdt wel een registratie bij. Kinderen corrigeren zelf hun werk aan de hand van antwoordkaarten. Een paar keer per jaar schrijft de leerkracht een verslag over hoe het gaat met het kind en zijn leerprestaties. Dit wordt vervolgens met het kind en de ouders besproken.

Zorg voor de omgeving

In het montessorionderwijs is niet alleen leren en het ontwikkelen van sociale vaardigheden belangrijk, maar ook de zorg voor de omgeving. De kinderen moeten daarom allemaal een plantje mee naar school nemen dat ze op hun tafeltje of in de klas zetten en zelf moeten verzorgen. Dit is niet alleen leerzaam, maar het maakt de klas ook gezellig en het wekt bij de kinderen interesse op voor de natuur.

Video: Uitgebreide uitleg wat het Montessori onderwijs precies inhoudt. Bron: de Nederlandse Montessori Vereniging.

Is montessorionderwijs geschikt voor elk kind?

Volgens de mensen die in het montessorionderwijs werken is het antwoord: ja. Volgens hen ‘biedt deze methode dankzijn de grote mate van individuele begeleiding goede mogelijkheden voor ieder kind’. Zo zal het rustige, stille, teruggetrokken kind een andere benadering nodig hebben, dan zijn meer beweeglijke groepsgenoot. En het kind dat zich moeilijk kan concentreren, zal een begeleiding moeten krijgen die gericht is op verbetering van zijn werkhouding. Ze zeggen hier wel dat de opvoedingsideeën van de ouders en die van de school parallel moeten lopen. Meer weten: zo help je een kind met concentratieproblemen.

Zittenblijven bestaat niet

Als de ontwikkeling van een leerling naar verhouding wat langzamer verloopt, hoeft hij op een montessorischool de leerstof van het afgelopen jaar niet helemaal over te doen, maar kan hij gewoon op zijn eigen niveau doorgaan. Het kan in sommige gevallen dus wel voorkomen dat een kind langer op school blijft dan gebruikelijk is, maar omdat er geen jaarklassensysteem is, noem je het niet zittenblijven.

Montessorionderwijs anno nu

Hoewel elke montessorischool logischerwijs werkt vanuit het gedachtengoed van Maria Montessori, wijken sommige scholen soms iets af van de basisprincipes. Zo zijn er tegenwoordig montessorischolen die wel werken met cijferrapporten en/of Cito-toetsen. Omgekeerd zijn er veel ‘gewone’ basisscholen’ die dingen van het montessorionderwijs hebben overgenomen, zoals het werken met dag- of weektaken waarbij leerlingen meer vrijheid hebben dan gebruikelijk was of een groepsverdeling in verticale klassen.

Aansluiting voortgezet onderwijs

Lang niet alle leerlingen gaan na de montessoribasisschool naar het voortgezet montessorionderwijs. Wel hebben ze vaak voorrang op een middelbare montessorischool als er sprake is van loting in de gemeente waar ze naar school willen gaan. Waar een kind ook voor kiest: de meeste montessorileerlingen doen het op de middelbare school goed. Ze kunnen zelfstandig werken, hun tijd zelf goed indelen en zijn gewend om met kinderen van verschillende leeftijden om te gaan.

Zit er een montessorischool bij jou in de buurt?

Er zijn meer dan 160 erkende montessoribasisscholen en peutergroepen in Nederland. Check via de Nederlandse Montessorivereniging (NMV) of er een montessorischool bij jou in de buurt zit.