Stotteren

Stotteren, wat als je kind stottert?

Veel peuters en kleuters hebben een fase waarin ze niet-vloeiend praten, oftewel stotteren. Meestal gaat dit vanzelf over, maar soms blijft een kind stotteren en is het nodig om hulp te zoeken. Wat is stotteren precies? En wat kun je doen om het stotteren aan te pakken?

Wat is stotteren?

Stotteren betekent dat je kind niet vloeiend praat. Tussen de twee en vijf jaar, is er een grote kans dat er een periode is waarin je kind stottert. Dit is een fase die hoort bij de taalontwikkeling. Sommige kinderen stotteren langer dan anderen. Hoe langer het duurt, hoe kleiner de kans dat het vanzelf over gaat. Bij één procent van de kinderen gaat het nooit meer helemaal over.

Lees ook: Spraakontwikkeling van je peuter of kleuter

Kenmerken van stotteren

Veel peuters en kleuters praten nog niet vloeiend, maar wanneer is er sprake van stotteren? Als je merkt dat je kind deze kenmerken meer dan drie maanden laat zien, is het mogelijk dat hij last heeft van ‘echt’ stotteren.

  • Het verlengen of herhalen van klanken, lettergrepen en woorden
  • Woorden die met spanning uit de mond worden geperst
  • Emotionele spanning bij het spreken
  • Fysieke spanning bij het spreken (met de ogen knipperen, de lippen op elkaar persen)
  • Het vermijden van situaties uit angst om te gaan stotteren
  • Het omzeilen van woorden of klanken

Lees ook: De meest voorkomende spraakproblemen bij kinderen

Oorzaak van stotteren

Spreken is een complexe vaardigheid: gedachten, ideeën of gevoelens moeten worden omgezet in taal en vervolgens in spraakbewegingen. Er zijn meer dan honderd spieren die via de zenuwbanen worden aangestuurd om op het juiste moment de juiste beweging te maken, met de juiste snelheid en kracht. Dit vereist een strakke coördinatie en timing.
Bij kinderen die aanleg hebben om te gaan stotteren is deze timing niet helemaal perfect waardoor ze blijven stotteren. Waarom het bij het ene kind overgaat en bij het andere niet is nog maar beperkt wetenschappelijk onderzocht. Wat we wel weten is dat de hulp van ouders onmisbaar is om hun kind zo ontspannen mogelijk te laten spreken.

Wanneer hulp zoeken bij stotteren?

Hoe langer een kind stottert, des te meer moeite het zal kosten om dit te verhelpen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat met vroegtijdige signalering en begeleiding van stotteren de kans wordt verkleind dat het stotteren chronisch wordt. Het niet-vloeiend spreken is dan nog geen ingeslepen gewoonte geworden. Het is belangrijk dat wanneer je als ouder ongerust, gespannen of geïrriteerd bent over het spreken van je kind, je vroegtijdig aan de bel trekt.

Weetjes over stotteren

  • Stotteren komt vaker bij jongens dan bij meisjes voor (3:1)
  • Als één ouder stottert, is er 25 procent meer kans dat een kind gaat stotteren.
  • Ongeveer 5 procent van de kinderen maakt een periode van niet-vloeiend spreken door. Hiervan blijft uiteindelijk 1 procent stotteren op volwassen leeftijd.

Behandeling bij stotteren

Bij zo’n 75 procent van de kinderen verdwijnt het stotteren zonder behandeling. Meestal gebeurt dit pas na twee of drie jaar, maar als er in het eerste jaar na het ontstaan al flinke verbetering optreedt, is dat een goede indicatie dat het vanzelf over zal gaan. Behandeling is dan dus niet nodig, maar het is sterk aan te raden het spreken goed in de gaten te houden.

Wanneer zoek je een gespecialiseerd logopedist of stottertherapeut op? Als je kind langer dan een jaar stottert, er na één jaar weinig herstel is of wanneer je als ouder zorgen maakt. Informeer altijd of de betreffende zorgverlener voldoende ervaring heeft met jonge kinderen die stotteren. Met een juiste behandeling is stotteren in veel gevallen tot een lichte vorm te beperken.

Vormen van therapie

Er zijn verschillende therapieën om het stotteren bij kinderen te verminderen of te verhelpen. Deze drie worden het meest toegepast bij jonge kinderen:

  1. Indirecte therapie

    Hierbij wordt een kind niet rechtstreeks behandeld maar krijgen de ouders tips van een logopedist en/of stottertherapeut, bijvoorbeeld over hoe ze met haperingen om kunnen gaan en waar ze op moeten letten. De deskundige zal de ouders dus aan de zijlijn coachen om hun kind zelf te begeleiden.

  2. Directe therapie

    Hierbij werkt een logopedist of stottertherapeut met het kind zelf. Meestal gaat dit door middel van spelletjes, waarbij het kind technieken aangeleerd krijgt om de vloeiende spraak uit te lokken.

  3. Een combinatie van 1 en 2.

Wat kun je doen als je kind stottert?

Stottert je kind plotseling of misschien zelfs al langere tijd? Zo kan je je kind helpen:

  • Praat in een rustig tempo met je kind en neem regelmatig een pauze. Het vertragen van je eigen spreken werkt vaak beter dan het geven van adviezen zoals: ‘Praat eens rustig’ of ‘Eerst nadenken en dan praten.’ Klik hier voor nog meer tips.
  • Als je kind klaar is met een zin, wacht dan een paar tellen voor je zelf wat zegt.
  • Stel zo min mogelijk vragen. Geef liever eenvoudig commentaar op wat je kind je vertelt, zodat hij weet dat je hem gehoord hebt.
  • Gebruik je gezichtsuitdrukking en lichaamstaal om aan je kind te laten weten dat je luistert naar wat hij te vertellen heeft en niet naar de manier waarop.
  • Plan elke dag op een vaste tijd een kwartier waarin je kind jouw onverdeelde aandacht heeft. Deze quality time geeft je kind zelfvertrouwen. Lees ook: 9 tips om het zelfvertrouwen van je kind te vergroten.
  • Stel gezinsleden, zoals broers en zussen, en mensen in de omgeving van je kind (familie en leerkrachten bijvoorbeeld) op de hoogte van bovenstaande tips. Alle kinderen, maar vooral kinderen die stotteren, praten makkelijker wanneer ze niet steeds worden onderbroken.
  • Laat je kind laat weten dat je van hem houdt en dat je vierkant achter hem staat.

Bron: Nederlandse Federatie Stotteren (NFS)

Jente Timmer

Logopedist

Jente behandelt als logopedist kinderen met spraak- en taalproblemen. De taal- en communicatieve ontwikkeling van jonge kinderen boeit haar mateloos en is daarom haar gebied van expertise. Als eigenaar van Meertaalpraktijk geeft Jente daarnaast workshops over (meer)talig opvoeden en thuis brengt ze de meertalige opvoeding in de praktijk bij haar twee kinderen.