slaaptype dreumes

Welk slaaptype is jouw dreumes?

Dreumesen: de één is laat wakker, de ander juist heel vroeg op. Ieder kind heeft zijn eigen ritme en gebruiksaanwijzing als het om een dreumes en slapen gaat.

Er zijn zes soorten slapers:

1. Rustige slaper

Een rustige – of volgens de officiële termen ‘goede’ – slaper kan de prikkels van overdag makkelijk loslaten, is daardoor meer ontspannen en valt goed en snel in slaap. Vaak hebben deze kinderen een gestructureerd en regelmatig leven, waardoor ze duidelijkheid hebben. Dat werkt door in de nacht. Voor veel kinderen is het fijn om de dag goed af te bouwen voor het slapengaan, maar bij deze kinderen is een eenvoudig bedritueel meestal al genoeg.

Overigens wordt iedereen, kinderen én volwassenen, een paar keer per nacht ‘wakker’. Dat zijn de fasen tussen de verschillende soorten slaap (REM-slaap en droomslaap). Goede slapers merken nauwelijks dat ze wakker worden en vallen zo weer in slaap, in tegenstelling tot slechte slapers.

2. Onrustige slaper

Onrustige slapers hebben vaak moeite om zelfstandig in slaap te vallen, zowel overdag als ’s nachts. Ze zijn ’s nachts nog druk in de weer om de prikkels van overdag te verwerken en een plek te geven. Daarom is het belangrijk om voor het slapengaan de dag even samen door te nemen.

Als je kind gewend is in slaap te vallen met jou aan zijn zijde, zul je dat ook midden in de nacht moeten herhalen als hij weer eens wakker is geworden. Het is daarom handiger om hem te leren zelfstandig in slaap te vallen met bijvoorbeeld een muziekmobiel aan. Laat ook vooral een lichtje op de gang branden, zodat je kind de situatie herkent als hij ’s nachts wakker wordt – en jij misschien een keertje niet je bed uit hoeft.

3. Kortslapers

Gemiddeld heeft een kind tussen de één en vier jaar tussen de twaalf en veertien uur slaap nodig. Kortslapers hebben al genoeg aan tien (vier jaar) à twaalf (één jaar) uur. Maar het kan ook zijn dat je kind aan minder uren slaap komt dan hij nodig heeft. Bijvoorbeeld doordat hij te koud of te warm slaapt. Ideaal is een frisse kamer en een middelmatig dekbed.

Tip: wist je dat mensen niet kunnen slapen zolang ze koude ‘uiteinden’ (neus, handen en voeten) hebben? Daarom werkt een warme kruik vaak goed om in slaap te vallen. Te warm is ook weer niet goed, want dan gaat je kind zweten, en daar koelt hij uiteindelijk weer te veel van af.

4. Vroege vogel

Kinderen zijn echte ochtendmensen, maar toch kun je hun slaapgedrag wel degelijk veranderen. Aan het totaal aantal slaapuren kun je niets doen, maar wel aan de tijden waarop je kind slaapt. Door hem drie weken lang consequent een uur later naar bed te brengen, wordt hij steeds iets later wakker. Na een week of drie zal hij ’s morgens ook een uur later wakker worden.

Het belangrijkste bij het verleggen van slaaptijden is dat je oplet of je kind niet oververmoeid raakt. Maar zolang je kind uit zichzelf wakker wordt, hoef je je daar geen zorgen om te maken.

5. Langslaper

Het kan natuurlijk ook onhandig zijn als je je kind ’s morgens telkens wakker moet maken omdat jullie naar je werk moeten en hij naar de opvang. Je kind heeft duidelijk veel slaap nodig en als hij dat niet krijgt, kan hij een slaaptekort oplopen. Prikkels worden dan minder goed verwerkt, waardoor hij soms weer minder goed kan slapen.

Het slaapgedrag van je kind kan trouwens zomaar veranderen doordat hij zich aan het ontwikkelen is. Of doordat er in een periode ineens veel prikkels zijn, bijvoorbeeld omdat hij naar de peuterspeelzaal gaat, of bij de verhuizing van ledikant naar bed. Een veilige omgeving om te slapen is dan belangrijk. Let erop dat de slaapkamer geen groot speelparadijs is en stuur je kind liever niet voor straf naar zijn slaapkamer.

6. Nachtvlinder

Gelukkig kun je je kind voegen naar jouw ritme. Dat doe je door hem consequent een uur eerder te wekken. Slaapt je kind bijvoorbeeld van 20:00 uur tot 8:00 uur en wil je dat dat 19:00 uur wordt, dan moet je hem structureel om 7:00 uur wekken. Je zult zien dat het tijdstip van slaperig worden ’s avonds geleidelijk aan verschuift naar 19:00 uur. Meestal zie je na drie weken dat je kind een nieuw ritme heeft.

Een vast bedritueel zorgt ervoor dat je kind beter in slaap valt. Voor de een is dat een boekje lezen, de ander wil nog even knuffelen of samen liedjes zingen. Probeer in ieder geval een vaste volgorde aan te houden, zodat je kind weet wat er komt. Dat geeft een veilig gevoel.