Bedplassen, zo ga je ermee om

Bedplassen, zo ga je ermee om

Bedplassen komt veel voor bij kinderen. Wordt jouw kind regelmatig wakker met een natte pyjama en doorweekt beddengoed, omdat hij in bed heeft geplast? Zo pak je het bedplassen aan.

Definitie bedplassen

De meeste kinderen zijn tussen de twee en drie jaar overdag zindelijk. Pas als ze tussen de drie en vier jaar oud zijn, zijn de meeste kinderen ook ’s nachts zindelijk. Over het algemeen zijn jongens wat later zindelijk dan meisjes. Als je kind zindelijk is, kan er toch nog wel eens een ongelukje gebeuren. Gebeurt dit een keer ’s nachts, dan hebben we het niet direct over bedplassen. De definitie van bedplassen verschilt, maar in Nederland spreekt men van bedplassen als:

  • een kind van vijf of zes jaar twee maal per maand of vaker in bed plast.
  • een kind van zeven jaar of ouder een keer per maand of vaker ‘s nachts in bed plast.

Als een kind in bed plast door een lichamelijke of medische oorzaak zoals urineweginfecties of diabetes, valt dit niet onder bedplassen.

Veelvoorkomend probleem

Bedplassen komt vrij veel voor: meer dan 100.000 kinderen in Nederland boven de zes jaar hebben hier last van. Gemiddeld in elke basisschoolklas dus wel één of twee kinderen. Vooral jongens plassen in bed: twee keer zo vaak als meisjes. Bij ruim de helft van de bedplassers komt het voor in de familie, dan hebben de ouders, broers of zussen hetzelfde probleem gehad. Van de zesjarigen plast nog zo’n 15% regelmatig in bed en van de tienjarigen nog 5%. In de leeftijdsgroep tussen de vijftien en de achttien jaar is dat nog ongeveer 1,5%. Het mag dan regelmatig voorkomen, het is wel een lastig probleem, voor zowel de ouders als het kind.

Primair en secundair bedplassen

Een kind dat last heeft van bedplassen, plast een complete plas in zijn bed. Soms zelfs meerdere keren per nacht. Sommige kinderen doen dat al van kleins af aan en zijn nooit ‘droog’ geweest: dat noemen we primair bedplassen. Maar er zijn ook kinderen die al zindelijk waren en pas later beginnen: dat heet secundair bedplassen.

Mogelijke oorzaken

Bedplassen kan meerdere oorzaken hebben. Belangrijk om te weten is dat je kind het niet expres doet. Een aantal mogelijke oorzaken op een rij:

  • Je kind is zich ’s nachts niet bewust van de aandrang dat hij moet plassen. Normaal gesproken geeft een volle blaas een signaal naar de hersenen waarvan je wakker wordt. Je kind voelt dit nog niet goed aan.
  • Je kind produceert ’s nachts meer urine dan normaal.
  • Je kind neemt overdag niet genoeg de tijd om goed uit te plassen.
  • Soms spelen erfelijke factoren een rol.
  • Urineweginfectie of obstipatie (volle darmen).
  • Angst, stress of andere emotionele oorzaken.

In principe komt bedplassen niet doordat je kind te veel heeft gedronken voordat hij gaat slapen. Ook blijkt uit onderzoek naar het slaappatroon van bedplassers dat dit niet anders of dieper is dan dat van andere kinderen.

Emotionele oorzaken bedplassen

Als een kind in zijn bed plast, kan dat veroorzaakt worden door emotionele factoren, zoals spanningen of angsten. Denk aan problemen op school of problemen in het gezin, zoals pesten, een scheiding of het overlijden van een familielid.

Sommige kinderen beginnen met bedplassen door een spannend evenement als de eigen verjaardag, Sinterklaas of de geboorte van een broertje of zusje.

Het is ook mogelijk dat het kind juist emotionele problemen krijgt als gevolg van het bedplassen. Het kan leiden tot schaamte en onzekerheid bij je kind en soms zelfs een verstoord gezinsleven. Zeker als een ouder kind last heeft van bedplassen, durft hij vaak niet bij een vriendje te logeren of mee te gaan op sportkamp. Als dit het geval is, wordt het bedplassen echt gezien als een probleem.

Tips tegen bedplassen

Veel kinderen hebben geen behandeling nodig tegen bedplassen en worden op den duur toch vanzelf zindelijk. Voordat je overgaat op speciale methodes of trainingen tegen bedplassen, kun je daarom eerst deze tips proberen.

  • Let erop dat je kind overdag regelmatig naar de wc gaat en goed uitplast. Alles wat er overdag niet uitkomt, komt er ‘s nachts uit, terwijl je kind slaapt.
  • Leg je kind nog eens duidelijk uit dat hij niet in bed moet plassen. Veel ouders gaan ervan uit dat hij dat wel weet, maar soms is dat niet het geval.
  • Geef je kind positieve aandacht. Hij doet het niet met opzet, maar onbewust. Word dus niet boos als het misgaat, zeg alleen dat het jammer is dat ’t deze nacht niet gelukt is. Misschien lukt het morgen wel. Geef complimenten als hij een nacht wel droog blijft.
  • Grijp niet terug naar luiers. Als je je kind weer een luier gaat aandoen, is het juist moeilijker om eraf te komen. Je kind voelt dan nog minder goed dat hij ’s nachts plast, omdat hij niet nat wordt. Het is de bedoeling dat hij zich ervan bewust wordt.
  • Wees consequent en hou vol. Kies je voor een bepaalde aanpak, geef dan niet te snel op.

Als de bovenstaande tips niet werken en je het bedplassen wilt aanpakken, kun je het beste zo vroeg mogelijk beginnen. Is je kind ouder dan vijf jaar, dan moet hij ook zelf gemotiveerd zijn om van het bedplassen af te komen. Vaak heeft hij zelf ook in de gaten dat het een vervelend probleem is. Vanaf dat moment werken trainingen tegen bedplassen het beste.

Hulp bij bedplassen

Plast je kind regelmatig in bed en wil je hier wat aan doen, dan kun je naar de huisarts gaan. Hij of zij kan advies geven en/of jullie begeleiden. Het advies kan zijn dat jullie hulp gaan zoeken bij een speciaal behandelcentrum. Als sociale of mentale spanningen de mogelijke oorzaak zijn van het bedplassen, worden jullie doorverwezen naar een therapeut. Een andere mogelijkheid is begeleiding door een zindelijkheidsdeskundige. Die helpt je door gericht te kijken naar de mogelijke oorzaken van het bedplassen en biedt oplossingen. Een zindelijkheidsdeskundige helpt ook bij kinderen jonger dan vijf jaar.

Oplossingen en methodes

Er zijn verschillende methodes en trainingen om bedplassen te verhelpen. Dit zijn er een aantal, op volgorde van minst naar meest intensief:

  1. Preventief wakker maken

    Het preventief wakker maken van je kind, ook wel ‘opnemen’ genoemd, wordt vooral gebruikt voor kinderen tot zes jaar. Voordat je zelf gaat slapen, zet je je kind op de wc. Je laat hem dan half slapend uitplassen. Na het plassen leg je hem weer in bed. Als hij de nacht verder droog doorkomt, lukt dat na een paar weken vaak ook zonder dat hij wakker wordt gemaakt om te plassen.

  2. Kalendermethode

    Maak samen met je kind een kalender met vakjes. Voor elke nacht dat hij niet in zijn bed plast, mag hij bijvoorbeeld een zonnetje tekenen of een sticker plakken. Plast hij wel in bed, dan blijft het vakje leeg. Veel kinderen vinden deze methode leuk om te doen en het is een handige manier om te registreren hoe het bedplassen verloopt. Je kunt de kalender meenemen mocht je naar de huisarts gaan voor advies.

  3. Blaastraining

    Het idee achter blaastraining is dat je kind leert om overdag zijn plas langer op te houden, zodat hij dat ’s nachts ook kan. Je laat je kind ’s ochtends binnen korte tijd twee glazen water drinken. Als hij naar de wc moet, probeer je dat even te rekken door samen met hem tot tien te tellen. Daarna mag hij naar de wc. Elke dag rek je het iets langer, tot je kind steeds beter zijn plas kan ophouden. De meningen verschillen over deze methode, ook omdat het vrij tijdrovend is.

  4. Plaswekker

    Met een plaswekker leer je je kind dat hij wakker moet worden als hij voelt dat zijn blaas vol is. Je hebt hier speciale broekjes voor nodig met een vochtsensor erin, die een signaal afgeeft als de eerste druppel urine in het broekje komt. Op dat moment gaat er via een draadloze verbinding een wekker af, zodat je kind wakker wordt. Bij het wakker worden sluit de sluitspier van de blaas zich door een reflex en kan je kind naar de wc om daar verder te plassen. Zo leert hij het gevoel van een volle blaas herkennen. Volgens onderzoek is deze methode in 70% van de gevallen succesvol, al is dit wel afhankelijk van de leeftijd van je kind. Je kunt deze methode al bij kinderen vanaf vijf jaar proberen.

  5. Wektraining

    Bij sommige kinderen is er meer nodig dan alleen een plaswekker. Je kunt dan kiezen voor een combinatie van de plaswekker, preventief wakker maken en belonen, bijvoorbeeld door middel van de kalendermethode.

  6. Droogbedtraining

    Bij deze training wordt gebruik gemaakt van een plaswekker, maar krijgt je kind ook gedragstherapie. Het is de meest intensieve methode en wordt vooral gebruikt bij kinderen van acht jaar en ouder, voor wie de andere methodes niet gewerkt hebben. Het is een heel succesvolle methode: het werkt voor 90% van de kinderen (en volwassenen) die eraan beginnen.

  7. Medicijnen

    Ten slotte kun je het bedplassen aanpakken met behulp van medicijnen, als er een medische oorzaak is. Zo zijn er medicijnen die ervoor zorgen dat er ’s nachts minder urine wordt geproduceerd. Voor kinderen bij wie duidelijk is dat ze een (te) kleine blaas hebben, is er ook een medicijn dat de blaas rekbaarder maakt. Zo past er meer plas in de blaas en zal je kind minder snel in bed plassen. Dit soort medicijnen kunnen ook ingezet worden als tijdelijke oplossing, bijvoorbeeld als je kind op kamp gaat of een logeerfeestje heeft.

Debby Mendelsohn

Zindelijkheids-deskundige

Debby Mendelsohn is psycholoog, schrijver, trainer en expert op het gebied van zindelijk maken van kinderen. Haar boek 'Zindelijk maken is kinderspel' is een klassieker en bevat een schat aan informatie vanuit de praktijk, plus wetenschappelijke onderbouwing. Daarnaast schreef ze het boek  Borstvoeding doe je zo! waarin ze moeders begeleidt rondom alle aspecten van borstvoeding. Zij werkt nauw samen met kinderdagverblijven. Debby heeft zes kinderen.