zindelijkheidsproblemen

7x zindelijkheidsproblemen en oplossingen

Is je kind nog niet zindelijk en gaat hij binnenkort naar de basisschool? Poept hij nog regelmatig in zijn broek of durft hij niet op het potje te zitten? Maak je niet te druk: zindelijk worden gaat met vallen en opstaan.

Wanneer moet mijn kind zindelijk zijn?

Voor een kind naar de basisschool gaat, moet hij zindelijk zijn. Volgens de onderwijsraad mogen basisscholen kinderen weigeren die nog niet zindelijk zijn. De reden hiervoor is dat leerkrachten er zijn om onderwijs te geven, niet om luiers te verschonen.

Toch is lang niet elk kind helemaal zindelijk als hij vier jaar is: er zijn kinderen bij wie het lang duurt voordat ze op het potje durven, en er zijn heel wat kleuters die ’s nachts nog wel eens in hun bed plassen. Zindelijk worden is helemaal zo makkelijk nog niet.

Problemen bij zindelijk worden

Met deze zeven problemen rond zindelijkheid krijgen heel wat ouders en kinderen te maken.

1. Wel zindelijk met plassen, niet met poepen

Over het algemeen wordt een kind met een goede begeleiding voor zijn vierde jaar volledig zindelijk. Toch komt het voor dat wat oudere kinderen wel al zindelijk zijn qua plassen, maar toch nog in hun broek poepen.

In dat geval heeft je kind het zindelijk zijn nog niet helemaal onder de knie. Misschien vindt hij het toch nog wat spannend allemaal. Blijf er dan bij, als hij op het potje zit of naar de wc gaat. Lees een boekje voor of doe een spelletje en zorg dat je kind zich (weer) veilig voelt. Ga zeker niet pushen, maar moedig hem op een positieve manier aan.

Wees je ervan bewust dat zindelijk worden niet van de ene op de andere dag gebeurt. Het is een proces. Is je kind ouder dan vier jaar en poept hij nog regelmatig in zijn broek, dan is er mogelijk een fysiek probleem waardoor het zindelijk worden niet lukt. Het is verstandig om dit te bespreken met de huisarts of het consultatiebureau.

2. Obstipatie

Allereerst: het ophouden van plas en poep is absoluut niet de bedoeling. Tijdens de zindelijkheidstraining wordt een kind geleerd zijn plas en poep te controleren, maar niet op te houden. Het ophouden van ontlasting kan leiden tot obstipatie: een vervelend probleem, waardoor poepen steeds lastiger gaat, pijn doet en zo komt een kind in een vicieuze cirkel terecht.

Het is zaak erachter te komen wat de reden is dat je kind zijn plas of poep ophoudt. Is er misschien een keer wat heftig gereageerd bij een ongelukje? Dan kan het zijn dat je kind daarvan is geschrokken en hij nu zijn poep en/of plas ophoudt. Voel je niet schuldig, die dingen gebeuren. Help hem weer te ontspannen en op het potje te gaan.

Is het een strijd geworden, laat het dan een paar dagen rusten en begin dan weer. Hou je geduld en hou het gezellig, dat zorgt er uiteindelijk voor dat je kind zich veilig en op zijn gemak voelt. Duurt het probleem lang of heeft je kind er veel last van, bespreek dit dan met de huisarts of het consultatiebureau. Voor kinderen die echt veel problemen hebben met het doen van ‘de grote boodschap’ door obstipatie of een andere reden, is er de poeppoli.

3. Bang om op het potje of de wc te zitten

Heeft je kind moeite om op het potje of op de wc te gaan zitten, ga dan vooral niet pushen. Hou het leuk en begeleid hem op een respectvolle en liefdevolle manier naar de wc of het potje. Blijf erbij als hij zijn behoefte doet. Geef duidelijk aan wat je van hem verwacht en zorg dat het leuk is. Ook hiervoor geldt: wordt het vervelend, pak het dan een paar dagen later weer op. Beloon je kind als hij het goed doet. Dit kan motiverend werken.

4. Naar school en nog niet zindelijk

Een kind wordt niet uit zichzelf zindelijk, hij heeft daar de hulp bij nodig van zijn ouders of verzorgers. Gaat je kind bijna naar de basisschool en is hij nog niet zindelijk? Dan is het zaak op tijd te beginnen met de zindelijkheidstraining.

De beste tijd om te starten is voor de meeste kinderen tussen de achttien en twintig maanden, maar er zijn ook kinderen die er al eerder of pas later aan toe zijn. Wacht in ieder geval niet te lang met het starten van de zindelijkheidstraining, maar ga aan de slag. Je kunt verschillende methoden gebruiken om je kind te begeleiden bij het zindelijk worden, zoals het vijf-stappenplan. Hoe meer tijd jij als ouder investeert, hoe sneller je kind waarschijnlijk zindelijk is.

Koppel het zindelijk worden voor je kind niet te veel aan het naar de basisschool gaan, want sommige kinderen vinden dat al spannend genoeg. En maak je zelf ook niet al te druk over het feit dat hij naar de basisschool gaat. Natuurlijk willen leerkrachten het liefst dat je kind zindelijk is als hij naar school gaat, maar er zijn genoeg kinderen die dat op hun vierde nog niet helemaal zijn.

5. Bedplassen

Bijna alle kinderen worden eerst overdag zindelijk en pas wat later ook ’s nachts. Vaak voor het vierde jaar, maar kleuters die nog af en toe of zelfs regelmatig ’s nachts een ongelukje hebben zijn eerder regel dan uitzondering. Is je kind allang overdag zindelijk, maar plast hij vaak in bed, dan zijn er een paar dingen die je kunt doen:

  • Laat je kind plassen voordat hij naar bed gaat.
  • Maak je kind zo’n twee tot drie uur nadat hij is gaan slapen wakker om te plassen. In deze periode wordt de meeste urine aangemaakt. Sommige kinderen plassen al vrij snel nadat ze slapen in bed. Wekken moet dan dus eerder gebeuren. Belangrijk: maak je kind echt wakker, anders leert hij slapend te plassen en dat wil je nu juist voorkomen. Als je kind daarna moeite heeft om door te slapen, is het ook oké om hem half slapend te laten plassen. Dim de lichten, maar praat wel zachtjes tegen je kind. Hij moet het plassen zelf bewust genoeg meemaken.
  • Wat er overdag ingaat, komt er ’s nachts uit. Krijgt je kind nog een volle fles melk voor het slapengaan, dan kun je erop rekenen dat hij ’s nachts moet plassen. Niet doen dus.
  • Maak de route naar de wc zo makkelijk mogelijk: doe bijvoorbeeld een nachtlampje aan en zet de deur open.
  • Beloon je kind als hij ’s nachts droog is gebleven (en word niet boos als het is misgegaan, dan wordt je kind alleen maar nerveuzer).

6. Ongelukjes

Als je bezig bent met de zindelijkheidstraining is het onontkoombaar dat je kind toch nog eens in zijn broek plast of poept. Dit is helemaal niet erg; ongelukjes horen er nu eenmaal bij. Het is wel belangrijk hoe je erop reageert. Blijf ontspannen en ga zeker niet straffen: kinderen vinden het over het algemeen zelf helemaal niet leuk om het in hun broek te doen. Laat je kind wel weten dat dit niet de bedoeling is. Vertel dat hij hoort te poepen en plassen op het potje of op de wc.

7. Terugval

Bij een kind dat structureel last van ongelukjes heeft, kun je spreken van een terugval. Heeft je kind een terugval, blijf dan vooral lief voor je kind. Kinderen vinden het zelf al erg genoeg als ze het in hun broek doen. Geef hem geen straf en leg er geen extra druk op. Zoek uit wat de oorzaak is en pak de zindelijkheidstraining geduldig weer op. Zindelijk worden is een kwestie van vallen en opstaan, net als leren lopen.

Lees meer over: zo ga je om met bedplassen

Debby Mendelsohn

Zindelijkheids-deskundige

Debby Mendelsohn is psycholoog, schrijver, trainer en expert op het gebied van zindelijk maken van kinderen. Haar boek 'Zindelijk maken is kinderspel' is een klassieker en bevat een schat aan informatie vanuit de praktijk, plus wetenschappelijke onderbouwing. Daarnaast schreef ze het boek  Borstvoeding doe je zo! waarin ze moeders begeleidt rondom alle aspecten van borstvoeding. Zij werkt nauw samen met kinderdagverblijven. Debby heeft zes kinderen.