‘Met 28 weken had ik ineens erge hoofdpijn. Iedere zwangere vrouw voelt zich weleens niet lekker, dacht ik, maar mijn moeder en vriendin zeiden dat ik mijn bloeddruk eens moest meten. Een nicht van mij heeft namelijk zwangerschapsvergiftiging en het HELLP-syndroom gehad. Mijn bloeddruk bleek 144 om 100 te zijn. Ik belde de verloskundige, en die schrok: we spraken zo snel mogelijk in de praktijk af.
Daar bleek mijn bloeddruk nog hoger te zijn, 150 om 100. ‘Dit is niet goed’, zei de verloskundige – ik moest meteen naar de spoedeisende hulp. Mijn man en mijn moeder gingen mee, en eenmaal in het ziekenhuis kwamen ook mijn vader en mijn broer langs.
Lees ook: Hoge bloeddruk bij de zwangerschap (zwangerschapshypertensie)
Niet meer naar huis
Ik moest urine inleveren en andere onderzoeken doen. Het was heel druk op de SEH: we waren er om 14.00 uur, en pas om 18.00 uur kwam er een arts langs. Ik had het koud en was moe, ik wilde naar huis. Maar ze zeiden: je gaat niet meer naar huis. Ik bleek zwangerschapsvergiftiging en het HELLP-syndroom te hebben.
Omdat ik minder dan 30 weken zwanger was, moest ik overgeplaatst worden naar een academisch ziekenhuis. In Rotterdam was geen plek, gelukkig kon ik terecht bij UMC Utrecht. Om middernacht werd ik per ambulance daarheen gebracht, die op een gegeven moment bijna 200 kilometer per uur reed.
Magnesium en longrijping
Ik heb bijna vier dagen in het UMC gelegen, daar werd ik goed in de gaten gehouden. Het personeel was daar superlief, ze namen echt de tijd voor me. Uiteindelijk kon ik in het Erasmus MC in Rotterdam terecht, op de kraamafdeling.
Daar ging het slechter – ik had veel pijn in mijn hoofd en boven in mijn buik. Ik kreeg magnesium om mijn hersenen te beschermen en die van mijn dochter. Via injecties in mijn bovenbeen kreeg ik een middel voor longrijping. Ik werd verplaatst naar de high critical care-afdeling, omdat het steeds slechter met me ging.
Weeën
Op 2 december om 18.00 kreeg ik ineens weeën. Dat heeft zes uur geduurd, maar de ontsluiting kwam niet op gang. Ik kreeg een injectie om rustig te worden en om mijn buikpijn af te vlakken, zodat ik wat kon slapen. Maar dat lukte natuurlijk niet.
Lees ook: Christine heeft blijvende schade door zwangerschapsvergiftiging: ‘Dit had voorkomen kunnen worden’
Benauwd en hoofdpijn
Het ging steeds slechter. Ik kon bijna niet meer lopen, ik had het te benauwd om te praten, en ik had een beklemmend gevoel op mijn borst. Mijn bloeddruk bleef hoog, en door het magnesium had ik hoofdpijn.
De volgende dag, op 3 december, kwamen mijn ouders begin van de middag langs. We gingen in het restaurant van het ziekenhuis een kopje koffie drinken, ik zat in een rolstoel. Het voelde alsof ik zweefde, ik leek niet meer op deze wereld.
Bloedwaardes niet goed
Toen we ’s avonds weer in mijn kamer waren, kwam er een gynaecoloog binnen. Hij kwam bloed afnemen. Ik was best boos: waarom alwéér? Die ochtend was dat ook al gedaan, mijn armen zagen inmiddels zwart van de bloeduitstortingen en het prikken. Het ging niet meer.
De gynaecoloog was heel aardig en kwam op de rand van mijn bed zitten. Mijn bloedwaardes van die ochtend waren niet goed, zei hij: er was afbraak van rode bloedcellen en bloedplaatjes, en een verstoorde functie van lever en nieren.
Hij legde uit dat het belangrijk was dat het kind zo lang mogelijk bleef zitten, maar hij zag ook dat ik behoefte had aan een plan van aanpak. Hij wilde weer bloed afnemen, om te kijken of de situatie was verslechterd. Dus werd er voor de tachtigste keer bloed afgenomen, en over 45 minuten zou hij terug zijn om de verdere stappen te bespreken.
Spoedkeizersnede
Twintig minuten later kwam hij rennend binnen, met de medische telefoon in zijn hand. Mijn moeder zag de paniek in zijn ogen. Ik had bijna geen bloedplaatjes en geen rode bloedcellen meer, en mijn lever- en nierwaardes waren nog verder aan het dalen.
Ik werd direct naar de ok gereden voor een spoedkeizersnede, onder algehele narcose. Mijn man moest achter een deur staan, we konden alleen nog even naar elkaar zwaaien.
Ineens moeder
Ik werd wakker met een piepkleine baby van iets meer dan een kilo naast me in een couveuse. Lena was er, ineens was ik moeder. Lena werd direct overgeplaatst naar de nicu, de intensive care voor baby’s. Een kleine week later is ze overgeplaatst naar het Maasstad Ziekenhuis, naar de afdeling neonatologie. Daar heeft ze bijna 2,5 maand gelegen.
Lees ook: Margreets bevallingsverhaal: ‘Ik vroeg me af hoe zo’n klein mensje van 26 weken dit kon overleven’
PTSS
Inmiddels is Lena 2 jaar en gaat het goed met haar. Zelf mocht ik na twee weken weer naar huis. Lichamelijk ben ik er grotendeels weer, ik kan alleen nog niet zo goed tegen prikkels en drukte. Vooral psychisch heb ik een enorme klap gehad, die kwam pas later.
Vorig jaar kreeg ik de diagnose PTSS, ik draag een zware last met me mee. Tijdens de keizersnede had de kinderarts tegen mijn man gezegd: ‘Ik weet niet of ze dit gaan overleven’. Met 29 weken zwangerschap is die kans namelijk niet honderd procent.
Lees ook: Zo kun je een traumatische bevalling verwerken
Zuinig op het leven
We zijn er nog, dat is het enige wat telt. Ik hecht nu waarde aan andere dingen in het leven. Vroeger vond ik het belangrijk dat ik vijf dagen per week hard werkte voor een baas.
Nu wil ik voldoende vrijheid om mijn eigen tijd in te delen en bij mijn dochter te zijn. Ik heb op het randje van de dood gelegen. Nu besef ik dat je maar één leven hebt en daar zuinig op moet zijn.’
Geboren!
Naam: Lena Vinci Laurie
Datum: 3 december 2023 om 21:52 uur
Gewicht: 1080 gram
Meer bevallingsverhalen lezen? We publiceren iedere woensdagochtend een nieuwe. Eerdere bevallingsverhalen lees je terug in het dossier Bevallingsverhalen. Wil je geïnterviewd worden over jouw bevalling? Mail oproep@oudersvannu.nl