Kan op een meerling

Kans op een tweeling of drieling

Hoe groot is de kans om zwanger te raken van een tweeling of meerling? En hoeveel tweelingen worden er jaarlijks in Nederland geboren? Hieronder interessante feiten en cijfers op een rij.

Kans op een meerling: de cijfers

In 2015 werden in Nederland 2682 meerlingen geboren. Dit waren meestal tweelingen, 43 keer kwamen er drie of meer baby’s ter wereld.  Volgens de laatste cijfers van het CBS betrof zestien op de duizend geboorten in Nederland een meerling.

In 2002 bereikte het aantal tweelinggeboorten met 3707 een piek. Daarna nam het jaarlijkse aantal af. Het aantal drielingen (of meer) was in 1991 met 124 het hoogst, en ligt de laatste jaren tussen de veertig en vijftig per jaar.

Invloed leeftijd

De kans op een meerling was in 2015 het hoogst bij vrouwen boven de veertig: 21 op de duizend veertigplus moeders kreeg een meerling. Bij 35- tot veertigjarigen waren dat in 2015 bijna twintig op de duizend, en bij dertig- tot 35-jarige vrouwen zeventien op de duizend. Bij de dertigers is het aandeel meerlinggeboorten het sterkst gedaald. Lees hier waarom het volgens de wetenschap een goed idee is om na je 35e een baby te krijgen.

Naast oudere vrouwen, hebben ook vrouwen met een donkere huidskleur een grotere kans op een tweeling. Aziatische vrouwen daarentegen hebben in verhouding weer een kleinere kans om te bevallen van een tweeling dan andere vrouwen.

Hoe ontstaat een meerling?

Meerlingen ontstaan meestal na bevruchting van meerdere eicellen. Bij bevruchting van twee eicellen ontstaat een tweelingzwangerschap; bij bevruchting van drie eicellen ontstaat een drielingzwangerschap. Er wordt dan gesproken van een twee-eiige of drie-eiige meerling. Een tweelingzwangerschap kan ook ontstaan doordat uit één bevruchte eicel twee kinderen groeien. In zo’n geval wordt er gesproken van een eeneiige tweeling. Een combinatie is ook mogelijk. Zo kan bijvoorbeeld een drieling bestaan uit een eeneiige tweeling en een derde kind uit een andere eicel. Voor een vierling geldt eveneens dat alle combinaties mogelijk zijn. Zo’n dertig tot 35 procent van de tweelingen is eeneiig. De kans op een eeneiige drieling is heel klein: één op de twee miljoen.  De kans op een eeneiige vierling (het bevruchte eitje heeft zich dan in vieren gedeeld) is één op dertien miljoen. In Nederland wonen er twee eeneiige vierlingen, allebei bekend van televisie.

Video: Animatie: zo ontwikkelt een tweeling zich in de baarmoeder.

Welke factoren spelen mee

  1. Erfelijkheid

    Nederlandse onderzoekers ontdekten na een uitgebreid DNA-speurwerk in 2016 twee genen die de kans op een twee-eiige tweeling vergroten. De gevonden genvarianten hebben beide invloed op de hoeveelheid eitjes die vrijkomt per cyclus (normaal is dat er één). Lees hier meer over erfelijkheid en genen.

  2. Leeftijd vrouw

    Daarnaast speelt de leeftijd van de vrouw een belangrijke rol bij de kans op een spontane tweelingzwangerschap. Als vrouwen ouder worden, gaan hun eierstokken slechter functioneren. Hoe ouder de moeder is, hoe onregelmatiger de eisprong (ovulatie). Dat vergroot de kans dat er meerdere eicellen tegelijk vrijkomen. Zo is de kans op het krijgen van een tweeling voor een 25-jarige vrouw ongeveer één op negentig en voor een veertigjarige vrouw één op zestig.

  3. Vruchtbaarheidsbehandelingen

    De kans op een meerlingzwangerschap is het grootst na vruchtbaarheidsbehandelingen als IVF (In Vitro Fertilisatie) of ICSI (Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie). Hierbij worden twee of soms meerdere in het laboratorium bevruchte eicellen in de baarmoeder geplaatst. Dat vergroot de kans op een tweeling. Tegenwoordig neemt het aantal tweelingzwangerschappen wel af, omdat bij vruchtbaarheidsbehandelingen nu vaker één embryo wordt teruggeplaatst in plaats van twee. Dit omdat er altijd meer risico’s zijn bij een tweelingzwangerschap. Wel komt het voor dat er na IVF-behandelingen een (eeneiige) tweeling wordt geboren, terwijl er toch maar één eitje is teruggeplaatst. Het is vooralsnog niet duidelijk hoe dit komt. Het vermoeden bestaat dat de technieken invloed hebben op de vroege ontwikkeling, en dus mogelijk ook op de splitsing van de vrucht.

  4. Lengte en BMI

    Ook de lichaamslengte en BMI hebben invloed op het ontstaan van een spontane twee-eiige tweelingzwangerschap. Lange vrouwen en vrouwen met een hoge BMI (boven de dertig) hebben meer kans op het krijgen van een tweeling. Waarschijnlijk is de oorzaak hiervan een hormoon dat de gevoeligheid van de eierstokken vergroot, waardoor er niet één maar twee eicellen tegelijk vrijkomen.

Kans op jongens of meisjes

De afgelopen jaren zijn er in Nederland meer jongenstweelingen geboren, dan meisjestweelingen en jongen- en meisjestweelingen. Zo werden er  921 tweelingjongens, 855 jongens- meisjestweelingen en 863 meisjestweelingen in 2015 geboren.