Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

signalen-vroeggeboorte

Signalen van een vroeggeboorte

Als je baby wordt geboren voor je 37 weken zwanger bent, is er sprake van een vroeggeboorte. De meeste vroeggeboortes (80 procent) ontstaan spontaan, dus door het te vroeg ontstaan van weeën, of door het vroegtijdig breken van de vliezen. Waarom dat gebeurt, is niet altijd duidelijk.

Vroeggeboorte komt regelmatig voor; schattingen lopen uiteen van 5 tot 18 procent van alle zwangerschappen. De overige vroeggeboortes worden opgewekt in het ziekenhuis, omdat het dan beter is voor de baby of de moeder om te bevallen (bijvoorbeeld bij een ernstige zwangerschapsvergifting). Sommige vrouwen hebben een verhoogd risico op een vroeggeboorte, zoals bij een tweelingzwangerschap of bij een eerdere baarmoederhalsoperatie. Je verloskundige of gynaecoloog neemt bij de eerste zwangerschapscontrole de risicofactoren met je door en bespreekt of je een verhoogd risico hebt op vroeggeboorte. Kun je een spontane vroeggeboorte zien aankomen en op welke signalen moet je letten?

Advertentie

Signalen vroeggeboorte

Je kunt van tevoren niet goed voorspellen of je te vroeg gaat bevallen. Ook lijken sommige signalen van vroeggeboorte op ‘gewone’ zwangerschapsklachten of -symptomen, zoals druk op je bekken. Wel zijn er verschillende signalen die kunnen wijzen op een vroeggeboorte. Het is dan ook verstandig om bij de volgende symptomen contact op te nemen met je verloskundige of – voor vrouwen met een medische indicatie – een gynaecoloog. Ook als je het gevoel hebt dat er ‘iets’ niet klopt of je je zorgen maakt.

  1. Pijnlijke harde buiken

    Harde buiken zijn normaal in de zwangerschap. Zeker bij een tweeling kun je er al vroeg in de zwangerschap last van hebben. Dit kan erg vervelend aanvoelen, maar je hoort er niet écht pijn van te hebben. Twijfel je of je last van harde buiken hebt? Bij een ontspannen baarmoeder kun je de wand een stukje indrukken. Bij een harde baarmoeder kan dit niet en voelt je buik als een keiharde ballon. Wanneer je pijnlijke harde buiken hebt die regelmatig komen en gaan, is het verstandig om contact op te nemen met de verloskundige of gynaecoloog.

  2. Menstruatie-achtige krampen

    Tijdens je zwangerschap kun je last krijgen van krampen in je onderbuik. Deze krampen worden veroorzaakt door de rek op je baarmoederwand en de banden (bandenpijn). In sommige gevallen worden de krampen verergerd door de bewegingen van je ongeboren baby. Ze zijn dan ook in de meeste gevallen onschuldig. Worden de krampen steeds erger en doen ze meer pijn? Het kan een teken zijn dat je gaat bevallen. Meestal wordt je buik dan ook hard. Neem in dit geval altijd contact op met je verloskundige of gynaecoloog.

  3. Lage rugpijn

    Veel vrouwen krijgen tijdens hun zwangerschap pijn in hun onderrug. Vooral vrouwen die in verwachting zijn van een meerling hebben hier last van. Lage rugpijn die regelmatig komt en gaat (bijvoorbeeld elke tien tot vijftien minuten) kan een teken zijn dat je gaat bevallen. Deze lage rugpijn gaat vaak samen met een harde buik. Als de pijn niet weggaat bij een andere houding is het verstandig om de verloskundige of gynaecoloog te bellen.

Het verliezen van vruchtwater

Tijdens je zwangerschap heb je vaker last van vaginale afscheiding. Dit is heel gewoon en niets om je geen zorgen over te maken. Het is wel belangrijk dat je zeker weet dat het gaat om vaginale afscheiding en niet om vruchtwater. Verlies je vocht en weet je niet goed wat het is? Ruik en voel eraan om erachter te komen. Normale afscheiding is dun en wat plakkerig. Vruchtwater is niet plakkerig en heeft een weeïge, zoete geur. Ook drijven er in vruchtwater vaak witte vlokjes. Zeker als je te vroeg bevalt, kun je die duidelijk zien. Vruchtwater hoeft niet in één keer met een hele plons te komen, het kan heel geleidelijk gaan. Twijfel je of je vruchtwater verliest, bel dan met de verloskundige of gynaecoloog om te overleggen.

Bloedverlies

Bloedverlies komt soms voor in de tweede helft van de zwangerschap en kan ook een voorteken zijn van een vroeggeboorte. Met name als je er harde buiken, krampen of lage rugpijn bij hebt. Bloedverlies kan ook voorkomen door andere oorzaken, zoals placentaproblemen. Neem daarom altijd contact met je verloskundige of gynaecoloog op als je opeens bloedverlies hebt.

Weeën versus oefenweeën

Vrijwel meteen na de bevruchting – vanaf ongeveer zes weken – treden de eerste oefenweeën op. Daar voel je in eerste instantie niks van. Het zijn de spieren in de baarmoederwand die al aan het oefenen zijn om straks een bepaalde beweging te kunnen maken om de bevalling soepel te laten verlopen.

Hoe dichter je bij de uitgerekende datum komt, hoe heftiger de oefenweeën kunnen zijn. Ze kunnen aanvoelen als plotselinge, pijnlijke steken. Oefenweeën houden hooguit dertig seconden aan en nemen daarna af. Echte weeën daarentegen komen en gaan, doen pijn en houden ongeveer een minuut aan. Ook leiden ze tot ontsluiting of het breken van de vliezen. Als weeën optreden voor de 37e week wordt gesproken van vroegtijdige weeën.

Lijkt het alsof je vroegtijdige weeën hebt, dan word je meestal door de gynaecoloog onderzocht. De gynaecoloog zal tijdens een echo kijken naar de lengte van de baarmoedermond, of voelen hoe de baarmoedermond aanvoelt en of je al ontsluiting hebt. Soms wordt er met een wattenstokje rondom de baarmoedermond wat slijm afgenomen en wordt de stof fibronectine gemeten. Deze stof komt vrij aan het begin van de bevalling. Als deze stof niet aanwezig is (de test is negatief), dan is de kans dat je gaat bevallen erg klein. De test is niet zo betrouwbaar als je al bloedverlies of gebroken vliezen hebt.

Vroegtijdige weeën zorgen niet altijd voor een vroeggeboorte. Dankzij behandeling met rust en soms ook medicijnen kan de zwangerschap soms enkele dagen tot weken worden verlengd. In sommige gevallen gaat de dreiging voorbij en kun je weer naar huis en alsnog rond de uitgerekende datum bevallen.

(Dreigende) vroeggeboorte en dan?

Dreigt een vroeggeboorte dan probeert de gynaecoloog de bevalling uit te stellen of in elk geval de situatie zo optimaal mogelijk te maken voor als de baby toch komt. Het uitstellen van de bevalling is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de duur van de zwangerschap, de fysieke conditie van moeder en kind, en de mate van ontsluiting van de baarmoedermond. Ook wordt er onderzocht wat de reden kan zijn voor de vroeggeboorte (zoals een infectie) en of het uitstellen van de geboorte nog zinvol is. Soms is de bevalling al zo ver gevorderd dat uitstellen niet meer mogelijk is.

Als de gynaecoloog de dreigende vroeggeboorte heeft vastgesteld, kunnen de volgende maatregelen worden genomen.

  1. Bedrust

    Of bedrust echt kan zorgen voor het uitstellen van een bevalling, daar zijn artsen het niet over eens. Toch wordt het meestal wel geadviseerd bij weeën, omdat het het aantal harde buiken kan verminderen en daardoor de bevalling kan uitstellen. Daarnaast wordt bedrust voorgeschreven als de vliezen zijn gebroken en het hoofdje van de baby nog niet is ingedaald om te voorkomen dat de navelstreng langs het hoofdje gaat.

  2. Medicatie voor longrijping (corticosteroïden)

    De arts kan besluiten om medicijnen voor longrijping toe te dienen, zogenaamde corticosteroïden. Deze hormonen zorgen ervoor dat de longen en andere organen van de baby sneller rijpen, zodat ze hopelijk hun werk goed kunnen doen als het kind te vroeg wordt geboren.

    Corticosteroïden zijn stresshormonen. Hierdoor zullen de longblaasjes van de baby sneller doorrijpen waardoor ademhalen makkelijker zal gaan. Er blijft echter vaak een groot tekort aan longblaasjes aanwezig. De baby zal na de geboorte waarschijnlijk nog steeds ondersteuning bij het ademhalen nodig hebben (afhankelijk van hoe vroeg de baby wordt geboren). Gelukkig is deze remming tijdelijk en ontwikkelen nieuwe longblaasjes zich na de geboorte in een rap tempo.

    Medicijnen voor longrijping worden meestal tot 34 weken zwangerschap via een injectie aan de moeder gegeven. Het eerste effect voor de baby wordt al een paar uur na de injectie bereikt. De werking houdt ongeveer tien tot veertien dagen aan. Als de bevalling tussen de 34 en 37 weken op gang komt, worden er meestal geen medicijnen voor longrijping gegeven.

  3. Weeënremmers

    Weeënremmende medicijnen houden de samentrekking van de baarmoeder tegen. Het doel van weenremmers is dat de medicijnen voor longrijping de tijd hebben om in te werken. Ook worden ze gebruikt als je overgeplaatst wordt naar een gespecialiseerd ziekenhuis, bijvoorbeeld als je baby nog erg jong is (voor 32 weken).

    Je krijgt de medicatie maximaal 48 uur toegediend. Uit sommige onderzoeken blijkt dat het langer dan 48 uur tegenhouden van de bevalling met weeënremmers niet zorgt voor een betere uitkomst voor de baby.

    Er zijn ook studies die het nut van weeënremming ter discussie stellen en voorstellen om ze helemaal niet meer toe te dienen. In Nederland vindt op dit moment een groot onderzoek (Apostel 8) plaats om dit goed uit te zoeken.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Koen Deurloo

Gynaecoloog

Koen Deurloo is gynaecoloog in het Diakonessenhuis in Utrecht, Zeist en Doorn en is gespecialiseerd in verloskunde, met de focusgebieden: geavanceerde echoscopie en hoogrisico zwangerschap. Koen is een groot voorstander van samen beslissen, alles bespreekbaar maken en de regie bij zwangeren leggen. Zo was hij de eerste gynaecoloog in Nederland die een moeder-geassisteerde keizersnede (waarbij de moeder de baby zelf uit de buik haalt) uitvoerde. En is hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van een persoonlijke gezondheidsomgeving Mijnkind.online