Het gehoor van je baby: ontwikkeling en screening

Het gehoor van je baby: ontwikkeling en screening

Een baby kan al veel geluiden onderscheiden. Het stimuleren van zijn gehoor is belangrijk bij de spraak- en taalontwikkeling en speelt later een cruciale rol bij het leggen van sociale contacten. Hoe weet je of het gehoor van je baby goed ontwikkelt? En wat kun je er aan doen als onverhoopt blijkt dat je baby niet goed kan horen?

In de baarmoeder

Tijdens de laatste maanden van de zwangerschap is een baby al bewust van geluiden om hem heen. In de baarmoeder hoort hij de stem en het hart van zijn moeder, net als harde muziek met hoge tonen en allerlei bijgeluiden, zoals blaffende honden, toeterende auto’s en andere harde geluiden. Na de geboorte ontwikkelt het gehoor zich steeds verder en speelt het een grote rol in de ontwikkeling van het spraakvermogen van je kind.

Als je baby niet goed hoort, is het belangrijk dit zo vroeg mogelijk te ontdekken. Hoe eerder een gehoorbeperking wordt ontdekt, hoe eerder er begonnen kan worden met de behandeling. Zo heb je minder kans dat het negatieve gevolgen heeft voor zijn taalontwikkeling. Daarom krijgen baby’s in de eerste weken na de geboorte een gehoortest.

Gehoortest na de geboorte

In de eerste maand na de geboorte komt er iemand van het consultatiebureau bij je langs voor een hielprik en gehoortest. In sommige regio’s wordt er op het consultatiebureau een gehoortest afgenomen. Er zijn geen kosten verbonden aan deze testen. Ligt je baby nog in het ziekenhuis, dan wordt hij daar geprikt en getest. Deze gehoortest wordt ook wel de ‘neonatale gehoorscreening’ genoemd, ofwel gehoorscreening bij pasgeborenen. Hierbij wordt gecheckt of en hoe je baby op geluid reageert. Dit is heel belangrijk: een kind kan pas goed leren praten, als hij goed hoort.

Video: Dit hoort je baby in de baarmoeder

Hoe verloopt de test?

Tijdens de test krijgt je baby een klein, zacht dopje in het oor waaruit een zacht geluidje klinkt. Een gezond oor reageert hierop door zijn ‘eigen geluidjes’ terug te zenden. Een apparaat bepaalt vervolgens of de oren van je baby goed werken. Beide oren worden apart getest. De gehoortest doet geen pijn en duurt maar een paar minuten. Bij voorkeur slaapt je baby, want voor een goed resultaat moet het stil zijn in de kamer.

Uitslag neonatale gehoorscreening

Je krijgt direct na de test de uitslag van de gehoortest. Als alles goed is, hoef je verder niets te doen. Als de test bij het ene of het andere oor niet goed blijkt te zijn, doet het consultatiebureau de gehoortest een week later nog een keer. Als de test dan ook niet goed is, komt er nog een keer iemand van het consultatiebureau, met een ander apparaat. Ook het testen met dit apparaat doet geen pijn.

Als de uitslag niet goed is, betekent dit niet meteen dat je baby niets hoort, maar dat er gehoorafwijkingen zijn ontdekt. Het is dus belangrijk dat er dan meer onderzoek wordt gedaan. Samen met je baby ga je dan naar een specialist in het Audiologisch Centrum. Deze afspraak wordt gemaakt door iemand van het consultatiebureau.

Grotere kans op gehoorverlies

Er zijn baby’s die een grotere kans hebben op problemen met het gehoor dan andere:

  • Pasgeboren baby’s die niet spontaan ademhalen in de eerste tien minuten na de geboorte
  • Pasgeboren baby’s met een Apgarscore lager dan zes
  • Pasgeboren baby’s die met een bepaalde infectie worden geboren zoals rodehond, syfilis of herpes
  • Pasgeboren baby’s met een beschadiging aan het hoofd of nekje
  • Pasgeboren baby’s met ernstige geelzucht
  • Pasgeboren baby’s waarbij gehoorverlies op de lage leeftijd in de familie voorkomt
  • Veel te vroeg geboren baby’s

Soorten gehoorverlies

Er bestaan verschillende soorten vormen van gehoorproblemen:

  1. 1. Geleidingsdoofheid

    Bij baby’s met geleidingsdoofheid is er iets mis met de geleiding van het geluid door het uitwendige oor of vanuit het uitwendige oor naar het binnenoor. Dit komt vaak door oorontsteking of een aangeboren afwijkingen van het oor. Geleidingsdoofheid kan vaak goed worden behandeld met medicijnen of door een operatie.

  2. Perceptiedoofheid

    Dit is gehoorverlies is een gevolg van afwijkingen aan het slakkenhuis of van de gehoorzenuw in het oor. Bij meer dan de helft van de baby’s met (ernstig) perceptieverlies is dit een erfelijke afwijking. Al zijn er ook andere oorzaken: ernstige geelzucht, infecties in de baarmoeder en bepaalde bacteriële infecties van het keel- neus en oorgebied en geneesmiddelen. Perceptiedoofheid is meestal blijvend.

  3. Gemengde doofheid

    Deze vorm bestaat uit zowel geleidingsdoofheid als perceptiedoofheid. Dit kan ernstig gehoorverlies leiden. Medicijnen en/of een operatie kunnen mogelijk het gehoorverlies van het kind gedeeltelijk herstellen.

  4. Centrale doofheid

    Kinderen met een dergelijke gehoorstoornis horen wel geluid maar dan als een mengsel van lawaai. Dit is een gevolg van problemen met het centrale gehoorsysteem, de verbinding van de gehoorzenuw met de hersenen.

Gehoor baby: ontwikkeling van maand tot maand

In de eerste maanden na de geboorte beginnen baby’s specifieke geluiden te horen en stemmen te herkennen, al gaat dit heel geleidelijk. De gemiddelde gehoorontwikkeling van een baby verloopt als volgt:

  • Pasgeboren baby’s schrikken nog van plotselinge, harde geluiden. Ze kunnen ook al een voorkeur hebben voor bepaalde geluiden, zoals jouw stem of bepaalde muziek.
  • 1 maand oud: een baby van vier weken oud kan opeens geconcentreerd luisteren naar een plotseling geluid.
  • 2 maanden oud: luistert naar ouders als ze tegen hem praten.
  • 3 maanden oud: reageert op stemgeluid door zelf geluidjes te maken en door te kijken in de richting van mensen die praten. Hij schrikt als iemand dichtbij een hard geluid maakt, denk aan niezen, een deur dichtslaan of geblaf.
  • 4 maanden oud: hoort verschil tussen vrolijk en boos stemgeluid en reageert hier verschillend op. Ook begint een baby van vier maanden de stemmen van zijn ouders te herkennen en kan hij medeklinkergeluiden (M, K, G, P en B) en een aantal klinkers maken.
  • 5 maanden oud: je baby reageert nu op zijn naam en gaat geluiden nadoen. Ook kan hij beginnen met kirren/giechelen en zal zijn gebrabbel steeds meer op echte klanken gaan lijken.
  • 6 maanden oud: begint zijn stembanden uit te testen door hard te schreeuwen. Hij draait zijn hoofd naar de plek waar geluid vandaan komt.
  • 7 maanden: begint geluiden te maken die op woordjes lijken en reageert met bewegingen op simpele woorden zoals ‘Hallo’.
  • 8 maanden: stopt met spelen als je zijn naam roept.
  • 9 maanden: hij begint het verband tussen woorden en gebaren te begrijpen en stopt met waar hij mee bezig is als je ‘nee’ zegt.
  • 10 maanden: zegt misschien zijn eerste woordjes, al zijn heel wat baby’s ook later met praten.
  • 1 jaar: rond zijn eerste verjaardag begint je baby simpele woorden (bal, poes, pap) te begrijpen en woorden als ‘mama’ (of ‘papa’) en ‘dag’ te zeggen. Vanaf nu kan je hij ook antwoord geven op vragen als ‘waar is je buik?’ door er naar te wijzen. Bij het horen van muziek wiegt hij vrolijk mee en stampt hij met zijn voeten.

Hoe weet je of je baby gehoorverlies heeft?

Op het consultatiebureau wordt bij elke afspraak aandacht besteed aan het gehoor van je baby. Check zelf ook regelmatig of je baby ontwikkelt zoals hierboven omschreven. Wees je ervan bewust dat niet elk kind zich hetzelfde ontwikkeld. Heb je het idee dat het gehoor van je baby zich niet normaal of te langzaam ontwikkelt, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau. Die kunnen eventueel meer onderzoek doen.

Gehoorverlies bij oudere kinderen

Bij wat oudere kinderen zijn er andere signalen als ze problemen hebben met horen. Veelvoorkomend gedrag bij kinderen met gehoorverlies is:

  • Verdrietig zijn: tegen kinderen die slecht horen, wordt vaker geschreeuwd. Ze begrijpen zelf niet waarom mensen hun stem zo vaak verheffen
  • Boos/gefrustreerd zijn: door hun gehoorverlies zijn ze niet goed in staat te communiceren, wat leidt tot boosheid of frustratie
  • Verlegen zijn: omdat ze niet alles kunnen verstaan, zijn kinderen met gehoorverlies vaak verlegen, zeker bij mensen die ze niet goed kennen
  • Stil en teruggetrokken zijn op school: ze kunnen de leraren niet goed verstaan en aanwijzingen niet goed opvolgen
  • Gedragsproblemen: vaak zijn gedragsproblemen het gevolg van de frustratie over het niet goed kunnen horen
  • Lage eigenwaarde: omdat een kind met gehoorverlies informatie mist, kan het lijken of dit kind een verstandelijke achterstand heeft. Een kind kan hierdoor zelf ook gaan denken dat hij of zij niet alles kan wat leeftijdgenoten wel kunnen.

Merk je dergelijk gedrag bij je kind, ga dan langs bij de huisarts of bel het consultatiebureau.