Mijn baby wil niet slapen, wat nu?

Mijn baby wil niet slapen, wat nu?

Inbakeren, door laten huilen, een slaapplan maken: er zijn allerlei manieren om je baby ’s nachts beter te laten slapen. Zie je door de bomen (en het slaapgebrek) het bos niet meer? Dit zijn de belangrijkste methodes om je baby ’s nachts beter te laten (door)slapen.

Baby wil niet slapen: wat kun je doen?

Hij staat boven aan de lijst van meest gestelde vragen aan het consultatiebureau: hoe zorg ik dat mijn kind ’s nachts slaapt? Ook op Google zijn het veel gezochte termen: ‘Baby doorslapen’ en ‘Baby wil niet slapen’. Want ook al is slaap één van de belangrijkste levensbehoeftes, veel baby’s zien er zeker hun eerste jaar de noodzaak niet van in om fatsoenlijke nachten door te trekken. En doen ze dat op een gegeven moment wel, dan kan het zomaar zijn dat ze hun nachtritme opeens weer omgooien en het opnieuw op een nachtelijk huilen zetten.

Slaapmethodes om je baby te laten doorslapen

Snijd je het onderwerp ‘oververmoeid’ aan bij het consultatiebureau, dan zal de verpleegkundige of arts daar je waarschijnlijk aanraden je kind ‘gecontroleerd’ te laten huilen. Het houdt in dat je je kind elke avond volgens hetzelfde slaapritueel naar bed brengt. Daarna laat je je kind zelfstandig in slaap vallen. Protesteert hij? Dan laat je hem tien minuten huilen, troost je hem zonder te praten of oogcontact te maken, loop je weer weg en kijk je het opnieuw tien minuten aan. Elke avond wacht je iets langer met troosten.

Methode 1: Cry it out

Helemaal onomstreden is die aanpak niet. Om de zoveel tijd duiken er onderzoeken op die beweren dat deze Cry it out-methode schadelijk is. Zo meende de Britse psycholoog Penelope Leach in 2010 dat het laten huilen van je kind slecht is voor zijn ontwikkeling. Huilen veroorzaakt stress, legt zij uit, en als het huilen niet wordt beantwoord door een ouder stijgt het stress- en daarmee het cortisolniveau. Een teveel aan dit stofje zou babyhersenen kunnen beschadigen.

In mei dit jaar meenden Australische onderzoekers weer het tegenovergestelde. De wetenschappers in Adelaide vergeleken het stressniveau van kinderen die zichzelf in slaap huilden met dat van baby’s die in slaap werden gewiegd. De conclusie: beiden hadden evenveel stresshormoon door hun lijfje razen. Toch raadden de onderzoekers de uithuilmethode niet per se aan, omdat het stressniveau bij ouders wél stijgt als hun kind huilt. En dat is weer een andere vraag natuurlijk: want wat wíl je, voor je kind én voor jezelf? Lig je je te verbijten in bed als je je kind laat huilen? Of ben je een voorstander van een duidelijk ritme en wil je je kind dat zo snel mogelijk aanleren?

Hoe je er ook instaat, er is ongetwijfeld een slaapmethode die bij je past. Zo veel kinderen, zo veel slaapgoeroes. Nachtbrakende baby’s en peuters zijn booming business. Wij zetten de bekendste en meest opvallende methodes op een rij.

Methode 2: Regelmaat en inbakeren

Ria Bloms bestseller Regelmaat en inbakeren gaat over het invoeren van een duidelijk ritme én de inbakerdoek. Alleen geschikt voor de allerkleinsten, dus. Ria’s belangrijkste boodschap: een baby is gebaat bij regelmaat, dus zorg ervoor dat je alles elke dag in dezelfde volgorde doet: voeden, spelen en slapen. Leer je baby ook consequent waar dit gebeurt: zijn bed is om in te slapen, de box om in te spelen. Zo weet je baby waar hij aan toe is en leert hij slapen.

Merk je na een paar dagen dat je baby onrustig blijft, dan kan het helpen hem in te bakeren, zodat hij begrenst wordt in zijn bewegingen en zich geborgen voelt. Blom is van mening dat een kind zelf in slaap moet leren vallen en dat huilen daarbij kan horen. Vind je het moeilijk je kind te laten huilen, zet dan een wekkertje en ga elke tien minuten naar hem toe. En ze adviseert ouders te luisteren naar de huiltjes: een mopperend huiltje kun je prima laten gaan, totale hysterie niet.

Methode 3: Strikte dagschema’s

Ook de Amerikaanse kraamverzorgster Gina Ford zweert bij regelmaat, alleen neemt zij dat begrip net wat letterlijker. Zo heeft ze in haar boek De tevreden baby strikte dagschema’s gemaakt waarin ze gedetailleerd omschrijft wat je wanneer moet doen. Zo raadt ze aan om zeven uur op te staan, je baby ’s ochtends exact drie kwartier te laten slapen en zegt Gina streng: de eerste maanden zitten uitstapjes er niet in. Het luistert allemaal nogal nauw en je moet wel het type zijn om je gedwee aan haar adviezen te houden, maar dan heb je ook wel superstrakke schema’s in handen. Misschien overbodig om te noemen, maar Gina gelooft dus niet in voeden op verzoek.

Methode 4: Liefdevol ritueel

Estivill is een Spaanse kinderneuroloog die vindt dat slapen een gewoonte is die je kunt aanleren. Belangrijk is dat je voor het slapengaan een ‘liefdevol’ ritueel van tenminste een kwartier uitvoert. Daarna leg je je kind in bed en zeg je elke avond hetzelfde, wat ongeveer neerkomt op: ‘Ik hou van je, daarom leer ik je slapen. Ik ben vlakbij, slaap lekker.’ Die boodschap herhaal je een halve minuut, daarna loop je de kamer uit. Protesteert je kind? Dan ga je terug en herhaal je je boodschap. Na elke huilbui laat je er meer tijd tussen zitten en tijdens het troosten pak je je kind niet op, maar herhaal je alleen je eerdere boodschap. In Estivills boek Slaap kindje slaap staat per leeftijd aangegeven hoelang je je kind kunt laten huilen, gebaseerd op zijn kennis van kinderhersenen. De Spaanse arts beweert dat je kind met zijn ‘liefdevolle’ methode binnen vijf dagen weer goed slaapt.

Methode 5: Blijf in de kamer

De methode van de Engelse kinderpsycholoog Olwen Wilson komt deels overeen met die van Estivill. Ook Wilson vindt het belangrijk om voor het slapengaan elke avond eenzelfde ritueel uit te voeren en daar de tijd voor te nemen. Alleen moet je volgens Wilson in de kamer blijven als je je kind in bed hebt gelegd, zodat je hem laat zien dat je er nog steeds bent. Je blijft in het zicht, maar wel uit de buurt van zijn bed. Staat je kind op en huilt hij? Dan ‘mag’ je hem een korte knuffel geven, maar niet oppakken en doe je daarna weer een stap terug. Dit hou je vol tot je kind slaapt. Deze methode is geschikt voor kinderen vanaf zes maanden tot vier jaar en hij is waarschijnlijk wat lastiger uit te voeren als de babykamer aan de kleine kant is. Wilson belooft wel een slagingspercentage van 95% in drie dagen.

Methode 6: Persoonlijk slaapplan

Elizabeth Pantley is opvoeddeskundige én moeder van vier kinderen die niet al te best sliepen. Op een nacht had ze er genoeg van en bedacht zelf een slaapmethode voor kinderen van nul tot twee jaar, uitgeschreven in haar boek Lekker slapen zonder huilen. Wat doe je volgens haar als je baby niet wil slepen? Pantley is ervan overtuigd dat je je baby die niet wil slapen, met haar methode zonder te huilen in slaap krijgt. En die methode begint met achtergrondinformatie over babyslaap; kennis is macht. Ze legt uit hoe babyslaap werkt. Daarna adviseert ze een slaaplogboek bij te houden hoe het slaapritueel verloopt (hoe donker/stil was het, hoe was de dag?) en de volgende dag te noteren hoe je kind die nacht heeft geslapen, zodat je eventuele problemen kunt tackelen.

Daarna kun je verschillende elementen kiezen uit haar slaapplan. Ze geeft tips als: je kunt van je kinds bed een ‘happy place’ maken door er overdag met hem in te spelen, voor dreumesen kun je een speciale slaapposter maken en bij de allerkleinsten kun je ’s nachts eens een lauwwarme luier gebruiken in plaats van een koude. Heb je een plan samengesteld, dan hou je je daar tien dagen aan, daarna evalueer je en pas je zo nodig iets aan en probeer je het nog eens tien dagen. Tot je het slaapplan helemaal persoonlijk hebt aangepast en gefinetuned.