Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Termen die je moet kennen als je kind naar de basisschool gaat

Gaat je kind binnenkort voor het eerst naar school? Dat is waarschijnlijk even wennen, voor je kind, maar ook voor jou. Welkom in een nieuwe wereld, vol onbekende situaties en typische basisschooltermen. Voorkom verwarring en een mond vol tanden met deze handige begrippenlijst, en word wijzer over de basisschool.

In samenwerking met expert

Maaike de Boer

Onderwijsdeskundige

De 16 meest voorkomende basisschool termen

Als je baby net is geboren, krijg je van het kraambezoek vaak te horen: ‘Geniet er maar van, voor je het weet gaan ze naar school.’ Op dat moment is dat een ver-van-mijn-bedshow, maar het klopt aardig. De tijd vliegt en ineens is je kind vier jaar en begint er een nieuwe fase: school. En daarbij horen allerlei nieuwe basisschooltermen. Handig om je van tevoren even in te lezen. Word wijzer over de basisschool met deze 16 meest voorkomende basisschool termen:

Advertentie

1. Klassenouder
De onvermijdelijke vraag aan het begin van elk jaar schooljaar: wie wil er klassenouder worden? De precieze taken kunnen per school verschillen, maar meestal komt het neer op het ondersteunen van de leerkracht als er iets wordt georganiseerd. Denk aan het Sinterklaasfeest of een uitje naar de bibliotheek met de hele klas. Je houdt de andere ouders op de hoogte en helpt bij de voorbereidingen. Een verjaarscadeautje regelen voor de juf of meester is meestal ook een eervolle taak van de klassenouder.

Lees hier meer over hulpouder zijn en welke klusjes er te verdelen zijn.

2. Studiedag
Aan het begin van het schooljaar krijg je vaak een schoolkalender met alle vrije dagen en vakanties. Handig, maar let op: de zogenaamde studiedagen (ook wel: margedagen) staan hier (nog) niet altijd bij. Die krijg je vaak later te horen. Noteer ze direct in je agenda, want dan zijn je kinderen vrij. De leerkrachten krijgen dan meestal bijscholing of gaan overleggen. Gaat je kind naar de buitenschoolse opvang (BSO), dan kan hij daar op zo’n studiedag de hele dag terecht. Dat spreekt de school af met de BSO (zie ook punt 14). Check wel of je hiervoor moet intekenen.

TIP! Gaat je kind naar de basisschool? Met deze gave rugtassen steelt hij of zij de show!

Advertentie

3. Nieuwsbrief
Vergeet nooit om de nieuwsbrief of het infobulletin in je mailbox te openen. Op veel scholen wordt deze informatie ook gedeeld in de besloten online-omgeving voor ouders. Hierin staan vaak belangrijke mededelingen. De studiedagen bijvoorbeeld, maar ook wanneer de schoolfotograaf komt (haren netjes doen en leuke kleren aan), wanneer je kind verkleed mag komen (toch sneu als hij de enige in ‘normale’ kleding in de klas is), wanneer het speelgoeddag is (meestal de dag voor elke schoolvakantie), wanneer je hem bij de schooltuinen moet afleveren of dat er luizen zijn gespot.

4. IB’er
Als kinderen niet goed meekomen of (gedrags)problemen hebben op school komt de IB’er in actie: de Intern Begeleider. Die is er eigenlijk vooral om de meesters en juffen te begeleiden als ze zien dat een kind in hun klas extra aandacht nodig heeft. De IB’er kijkt met de leerkracht en meestal ook de ouders waarmee dit kind het best geholpen is en hoe ze de extra hulp kunnen aanbieden. Hij of zij gaat dus niet zélf aan de slag met je kind, maar kan eventueel wel begeleiding van buiten school adviseren en regelen.

5. AVI
Deze afkorting hoef je eigenlijk pas te kennen vanaf groep 3, als je kind gaat leren lezen. Het AVI-systeem (Analyse van Individualiseringsvormen) ordent leesstof in verschillende niveaus en meet hoe ver kinderen zijn in hun leesontwikkeling. Het zegt dus iets over het leesniveau van je kind, of er moet worden bijgestuurd en wat voor boeken je hem thuis te lezen kunt geven. Lees hier meer over AVI-lezen.

6. Luizenmoeder
En dan hangt er ineens een briefje op de deur: luizen gesignaleerd! Geen basisschool ontkomt eraan en daarom wordt aan het begin van het jaar vaak een luizenmoeder of -vader aangesteld. Hoor je andere ouders praten over de ‘kriebelmoeder’: dat is hetzelfde. Die controleert regelmatig (vaak na elke vakantie) het haar van leerlingen om een luizenplaag te voorkomen. Misschien niet het charmantste klusje, maar wel heel fijn dat het gebeurt.

Advertentie

7. Luizenzak/-cape
Om de verspreiding van hoofdluis te voorkomen doen kinderen bij aankomst op sommige scholen hun jas in een luizencape of -zak. Of dit daadwerkelijk effectief is, daarover zijn de meningen verdeeld. Er zijn scholen die er niet in geloven en anderen blijven de zakken trouw gebruiken onder het mom ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Meestal kun je een luizenzak op school kopen of hangen ze al klaar, soms moet je het zelf regelen. Dat kan heel makkelijk online. Tip: check een keer in de zoveel tijd de luizenzak van je kind. Grote kans dat je vermiste voorwerpen als een broodtrommel, muts of gymschoen terugvindt.

8. Leerlingvolgsysteem (LVS)
Sinds schooljaar 2014-2015 werken basisscholen verplicht met een leerlingvolgsysteem (LVS), ook wel het leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS) genoemd. Hiermee worden de prestaties van je kind, zijn groep én de school bijgehouden. Er zijn verschillende leerlingvolgsystemen en scholen mogen zelf bepalen met welke ze werken. Een veel gebruikt systeem is het Cito Volgsysteem primair en speciaal onderwijs. De uitkomsten ervan gebruikt de school voor het schoolrapport en het onderwijskundig rapport (OKR).

Leestip: Hier 7 tips voor een ontspannen start voor je kind (en jou)

9. Cito
Je kind maakt op de basisschool meerdere Cito-toetsen. Cito staat voor Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling. Dit instituut ontwikkelt examens en toetsen. De uitslagen hiervan geven informatie over de prestaties van je kind: is de lesstof goed bij hem overgekomen? De score op de Cito-toets wordt omgezet naar een niveau en de niveauverdeling geeft aan hoe je kind het doet ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

10. LLO-gesprek
Op de meeste basisscholen is er ook een Leerkracht-Leerling-Ouder-gesprek. Hier doet je kind zelf aan mee en het gaat over zijn gedrag en ontwikkeling. Omdat leerlingen tot en met groep 3 vaak nog te jong zijn om te kunnen reflecteren op hun gedrag, speelt dit meestal vanaf groep 4.

11. 10-uurtje
Ook wel: de kleine pauze of het fruitmoment. Om 10.00 uur eten kinderen op de basisschool in de klas een tussendoortje, dat ze van thuis meekrijgen. Op veel scholen mag dit alleen fruit of brood en wat drinken zijn (geen koek of snoep), andere scholen laten ouders hier vrij in. Geef je fruit mee, verdeel dat dan alvast in stukjes, zodat het eten ervan je kind niet te veel tijd kost.

Tip: Dit zijn gezonde tussendoortjes voor je kind

12. 10-minutengesprek
Twee à drie keer per jaar is er een kort voortgangsgesprek met de juf of meester over de ontwikkeling van je kind: het ‘10-minutengesprek’. Je krijgt hiervoor een uitnodiging. De kookwekker staat er vaak bij en de tijd vliegt, dus lees hier hoe je je het beste kunt voorbereiden op een 10-minutengesprek.

13. TSO
Tussen de middag is je kind even vrij om te eten. Bij een continurooster eet de klas samen. Heeft de school een traditioneel rooster, dan mag je kind naar huis of je kunt hem op school laten overblijven. Dit wordt ook wel TSO (tussenschoolse opvang) genoemd.

14. BSO
BSO staat voor ‘buitenschoolse opvang’ Kinderen van 4 t/m 12 jaar kunnen hier op doordeweekse dagen terecht. De meeste BSO’s zijn zelfstandig, maar vaak werken ze nauw samen met één of meerdere basisscholen in de regio. Elke basisschool is verplicht om buitenschoolse opvang aan te bieden. De voorschoolse opvang (ook wel VSO genoemd) gaat open voor de school start, meestal rond half acht. De BSO (ook wel naschoolse opvang genoemd) gaat open zodra ’s middags de eerste basisschool uitgaat en sluit vaak tussen zes en zeven. De BSO is geen verlengde schooldag. Wel zijn er vaak vrijblijvende activiteiten met een leerzaam element, onder leiding van een pm-er. Denk bijvoorbeeld aan knutselen of sporten.

Tip: Zo kies je de juiste BSO voor je kind

15. IKC
IKC staat voor Integraal Kind Centrum. Dit is een alles-in-een school met voorzieningen van kinderen van nul tot en dertien jaar. Eronder vallen bijvoorbeeld een voorschool, kinderdagverblijf, basisschool, BSO. Het komt steeds vaker voor dat scholen en kinderopvang samenwerken in een IKC.

16. Oudercommunicatiesysteem
Parro, Isy of Klasbord, de meeste scholen gebruiken een digitaal Oudercommunicatiesysteem. Via deze app kan de docent van jouw kind berichten en foto’s sturen, zoals bijvoorbeeld in de vorm van een dagverslag. De docent verstuurt in dit systeem bijvoorbeeld ook berichten mee over studiedagen, inschrijven voor 10-minutengesprekken en herinneringen over dingen die je kind de volgende dag mee naar school moet nemen. Als ouder kun je hiermee ook de ouders van andere kinderen uit de klas benaderen om bijvoorbeeld speelafspraakjes te maken.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Maaike de Boer

Onderwijsdeskundige

Maaike de Boer is initiatiefneemster van Wijzeroverdebasisschool.nl, auteur van meerdere oefenboeken rekenen en ze werkte mee aan het leerzame spel ‘Rekenen met je kleuter - voor fijne, leerzame gesprekjes aan de keukentafel’. Het is de missie van Maaike om ouders te ondersteunen bij het begeleiden van hun kind op de basisschool.

Voor meer informatie:

Social media van Maaike de Boer:

Publicaties: Video’s:

Redactioneel – Offer- Rugzak

Rugzak

Mini Unisex Rugzak
Shop nu