Wat leert mijn kind op de basisschool?

Wat leert mijn kind op de basisschool?

Iedere basisschool is anders. Scholen mogen hun eigen lesmethodes kiezen, maar na 8 jaar school moeten alle kinderen in Nederland in principe hetzelfde kunnen en weten. Iedere basisschool moet voldoen aan de kerndoelen van het Ministerie van Onderwijs. Hoe zit dat precies? En welke vakken krijgt je kind globaal op school?

Kerndoelen zijn overal hetzelfde

In Nederland zijn er veel verschillende soorten basisscholen waar je uit kan kiezen, die elk hun eigen manier van lesgeven hebben. Toch moet een kind dat bijvoorbeeld naar een Daltonschool gaat aan het einde van de rit ongeveer hetzelfde kunnen als een ander kind dat naar de Vrije School is geweest. De kerndoelen van alle basisscholen zijn dus hetzelfde: die zijn namelijk vastgelegd en voorgeschreven door het Ministerie van Onderwijs.

Het doel van de kerndoelen

Er zijn in totaal 58 kerndoelen. Het ministerie wil hiermee bereiken dat kinderen op alle basisscholen in principe hetzelfde leren, en dat het basisonderwijs beter en doelgerichter wordt. Daarnaast is het een manier om kinderen beter voor te bereiden op het voortgezet onderwijs.

Welke vakken zijn verplicht?

Vakken waarvoor kerndoelen gelden zijn wettelijk verplicht. Dit betekent dat alle kinderen deze vakken krijgen, ongeacht het type basisschool. Een school mag wel zelf bepalen hoe de lessen in deze vakken worden ingevuld en met welk lesmateriaal. Daarvoor geven de kerndoelen voldoende ruimte.

Verplichte vakken:

  • Nederlandse taal
  • Engelse taal
  • Friese taal (als de school in Friesland staat)
  • rekenen en wiskunde
  • oriëntatie op jezelf en de wereld (bijvoorbeeld aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, burgerschapsvorming, verkeersles en staatsinrichting)
  • kunstzinnige oriëntatie (bijvoorbeeld muziek, tekenen en handvaardigheid)
  • bewegingsonderwijs (bijvoorbeeld gymlessen)
  • wetenschap en techniek (scholen krijgen hierbij hulp van het bedrijfsleven en het technisch hoger onderwijs)
  • scholen zijn ook verplicht lessen te geven over seksualiteit en seksuele diversiteit. Deze lessen leren kinderen respect voor ieders seksuele voorkeur en helpen hen weerbaar te zijn tegen seksueel geweld.

Leerlijnen en tussendoelen

Om de vertaling van de kerndoelen naar concreet onderwijs gemakkelijker te maken, geeft het ministerie ook leerlijnen en tussendoelen. Zo weet een school wat je kind op een bepaalde leeftijd of in een bepaalde groep ongeveer moet kunnen en weten.

Deze vakken krijgt je kind op school

Niet alle scholen hebben precies dezelfde vakken. Iedere school bepaalt zelf op welke manier en met welke lesmethoden de kerndoelen worden bereikt. En in welke groep je kind wat leert. Maar globaal gezien krijgt je kind te maken met de volgende vakgebieden:

Lezen, schrijven, grammatica en spelling

  • In groep 1 en 2 wordt je kind voorbereid op leren lezen en schrijven.
  • In groep 3 leert je kind lezen: eerst een zin per regel, en in groep 4 doorlopende zinnetjes. Op de meeste scholen wordt gewerkt met leesniveaus (AVI).
  • Vanaf groep 3 leert je kind ook schrijven. Vaak sluiten de methodes om te leren lezen en schrijven op elkaar aan.
  • In groep 5 leert je kind om langere zinnen van 9 of 10 woorden te lezen.

Rekenen

  • Het voorbereidend rekenen in groep 1 en 2 gebeurt met herkenbare verhaaltjes.
  • In groep 3 leert je kind optellen en aftrekken met getallen tot en met 20.
  • In groep 4 leert je kind de tafels van vermenigvuldiging.
  • In groep 5 komt delen aan de orde, en in groep 6 breuken.

Engels

Vanaf groep 7 krijgt je kind ook wat basiskennis over de Engelse taal.

Aardrijkskunde, geschiedenis en natuur

  • Soms vallen deze vakken samen onder de noemer ‘wereldoriëntatie’.
  • Vaak wordt er gewerkt aan de hand van thema’s. Bijvoorbeeld ‘het klimaat’ of ‘ondernemen’.

Bewegingsonderwijs en kunstzinnige vorming

  • Alle kinderen van alle groepen krijgen gymnastiek (of dans). Soms van de eigen leerkracht, soms van een vakleerkracht.
  • Ook kunstzinnige vorming is een vast onderdeel van het lespakket. Kinderen gaan zelf creatief aan de slag met verschillende materialen en technieken, en maken ook kennis met kunst en cultuur in hun leefomgeving.

Niet-verplichte vakken

Veel scholen bieden naast de verplichte vakken ook andere vakken aan. Zoals:

  • zwemles (meestal in de onderbouw)
  • verkeersles (voor groep 7 en 8)
  • godsdienstles of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs (dit geldt voor een openbare basisschool. Op bijzondere scholen krijgen leerlingen vrijwel altijd godsdienstlessen)
  • Spaans of Duits, als extra buitenlandse taal

Wat leert mijn kind in groep 1 tot en met 8?

Niet alle scholen gebruiken dezelfde leermethode. Toch heeft aan het eind van elke groep iedere basisschoolleerling min of meer hetzelfde gedaan. Hier een overzicht van de vakken en wat je kind zoal leert op de basisschool:

  • Groep 1In deze groep ligt de nadruk nog vooral op wennen en spelen, er ‘moet’ nog weinig.
  • Groep 2: Kinderen leren spelenderwijs lezen, schrijven en rekenen. Ook wordt er geoefend met samenwerken en zelfstandig.
  • Groep 3. Vanaf nu komen er meer cognitieve ‘leervakken’ op het programma. Het is nu ook wel de bedoeling dat leerlingen echt iets doen op een schooldag. Zo leren ze lezen, rekenen (optellen en aftrekken met getallen tot 20, ruimtelijk inzicht, de getallenlijn en beginnen ze met schrijven.
  • Groep 4. De meeste kinderen kunnen nu doorlopende zinnetjes lezen. De aandacht ligt vooral op spelling en grammatica. Ook beginnen ze hier met het leren van de tafels uit hun hoofd.
  • Groep 5. Kinderen leren nu steeds langere zinnen te lezen. Taal en rekenen worden moeilijker en het beheersen van de spellingsregels belangrijker. Ook wordt er begonnen met voorbereidende topografie.
  • Groep 6. In deze groep komen staartdelingen en breuken aan bod. Bij taal blijven vooral spelling en grammatica belangrijk. Daarnaast wordt er geoefend met tekstbegrip. Ook de topografie van Nederland wordt behandeld en geoefend. Leerlingen moeten af en toe een werkstuk maken of een boekbespreking houden.
  • Groep 7. De meeste kinderen krijgen huiswerk mee. Leerlingen leren o.a. taalkundig en redekundig te ontleden. Ook wordt de topografie van Europa behandeld. Kinderen moeten een werkstuk maken en een spreekbeurt en boekbespreking houden.
  • Groep 8. Bij taal en rekenen wordt de stof uitgediept en moeilijker gemaakt. Het tempo gaat omhoog: kinderen krijgen meer opgaven in minder tijd. Daarnaast wordt de topografie van de hele wereld behandeld. Ook moeten kinderen een werkstuk maken en een spreekbeurt en een boekbespreking houden. Ter voorbereiding op het voortgezet onderwijs krijgen ze meer huiswerk.

De ontwikkeling van je kind

De vorderingen en resultaten van de leerlingen worden bijgehouden in een (digitaal) leerlingvolgsysteem. De school heeft zo een goed beeld van de prestaties van iedere leerling en van groepen leerlingen.