spraakontwikkeling

Spraakontwikkeling bij peuters en kleuters

Het brabbelen verdwijnt en het echte praten begint. Nu je kind een peuter is geworden, gaat hij steeds duidelijker spreken en leert hij steeds meer nieuwe woorden.

Taal- en spraakontwikkeling: 2-3 jaar

Vanaf zijn tweede verjaardag zal je je kind steeds beter. Hij kan steeds meer medeklinkers uitspreken. Dubbele medeklinkers kan hij nu ook zeggen, al worden die nog weleens omgekeerd uitgesproken (weps in plaats van wesp). Maar sommige combinaties van medeklinkers kosten hem nog moeite, zoals /sch/ in schaap. Je kind maakt steeds langere zinnen, van zo’n drie tot vijf woorden.

Advertentie

De belevingswereld van je peuter wordt in deze fase steeds groter en bevindt zich niet alleen maar in en rond huis. Hij gebruikt woorden om zijn ervaringen en gevoelens (boos, spannend, eng, leuk) uit te drukken en locaties aan te duiden. Door uitbreiding van zijn woordenschat en de drang om meer te willen vertellen, is complexere grammatica nodig. Dat hoor je in de taal van een peuter. Er wordt meer geëxperimenteerd met werkwoorden en hij gebruikt woorden als: in, tussen, achter en naast.

Je kind begint nu hele verhalen te vertellen, al lijken die niet altijd even samenhangend. Door gerichte vragen te stellen over het verhaaltje, help je je peuter met het begrijpen van samenhang in gebeurtenissen en met vertellen, zoals: ‘Met wie speelde je toen?’ Je kunt ook het verhaal van je kind proberen samen te vatten. Zo krijgt je kind het gevoel dat je met belangstelling hebt geluisterd en hoort hij tegelijkertijd jouw duidelijke versie van zijn verhaal.

Is je kind aan het spelen, dan kletst hij daar waarschijnlijk gezellig bij. Zo oefent hij spelenderwijs met praten. Jij kunt ook met je peuter oefenen door voor te lezen en samen over van alles en nog wat te praten. Bijvoorbeeld over wat je in de omgeving ziet. Maak je hierbij expres een fout in de uitspraak, dan zal je kind het heel grappig vinden om jou te verbeteren.

Je kind:

  • kan ongeveer 500 woorden zeggen en spreekt steeds duidelijker.
  • kan steeds beter medeklinkers uitspreken.
  • ziet verschil tussen ik en jij en gaat dit ook gebruiken in de taal.
  • gaat voorzetsels gebruiken (bijvoorbeeld: in, op of onder).
  • begint de verleden tijd te gebruiken (maar nog niet altijd correct: ik loopte).

Taal- en spraakontwikkeling: 3-4 jaar

In deze fase maken kinderen langere zinnen en gebruiken ze daarin: meervoud, verkleinwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoordvervoegingen. De klankontwikkeling is rond de leeftijd van drie jaar afgerond. Dat betekent dat je kind alle klanken uit zijn moedertaal herkent, maar deze hoeft hij nog niet allemaal goed uit te kunnen spreken. Soms wil je kind zoveel vertellen dat hij niet meer uit zijn woorden komt en begint te stotteren. Dit is heel normaal voor kinderen tussen het vierde en zesde levensjaar en wordt ook wel pseudo-stotteren genoemd. Dit gaat vanzelf over, mits er niet teveel druk op het praten wordt gelegd. In tegenstelling tot echt stotteren of broddelen. Deze spraakstoornissen verdwijnen niet vanzelf.

‘Waarom?’ lijkt het favoriete woord van je peuter op deze leeftijd. Hij wil alles weten en luistert aandachtig naar het antwoord dat je geeft. Hier leert je kind veel van, ook op het gebied van taalontwikkeling. Tip: Praten met je peuter: zo voer je een goed gesprek

Op deze leeftijd kunnen peuters nog moeite hebben met het uitspreken van sommige medeklinkers. Vooral met de R en de S. De R wordt vervangen door een J, W of L of weggelaten en de S wordt meestal slissend uitgesproken. Dit komt omdat de mondmotoriek nog niet genoeg ontwikkeld is.

Je kind met 3 jaar kan:

  • ongeveer 1000 woorden zeggen en zo’n 1250 woorden begrijpen
  • vraagt heel vaak ‘waarom?’
  • vertelt veel verhalen
  • kan pseudo-stotteren (dit is tijdelijk stotteren en komt vaak doordat kinderen veel beleven en veel willen vertellen, maar niet altijd weten hoe of met welke woorden).
  • heeft nog wel wat moeite met zinsbouw

Taal- en spraakontwikkeling bij kleuters – vanaf 4 jaar

Je kind zal vanaf het moment dat hij naar groep 1 gaat zijn woordenschat nog meer uitbreiden en begrijpt dan rond de 3000 woorden. Voegwoorden (zoals: maar, omdat) en werkwoordsvormen worden veel structureler gebruikt, doordat kinderen veel meer over gebeurtenissen willen vertellen.

De zinnen die je kind maakt, gaan steeds meer op die van jou lijken. Al maakt hij nog weleens een foutje. Moeilijk blijven bijvoorbeeld:

  • meervoudsvormen (zwembad – zwembatten).
  • werkwoordsvormen (ik loopte).
  • verschil tussen hem – haar en hij – zij.
  • het lidwoord ‘de’ wordt vaak nog gebruikt in plaats van ‘het’
  • zinsvolgorde van een vraag.

De uitspraak van je kind is nu behoorlijk duidelijk. Minstens driekwart van wat je kleuter zegt, is nu heel goed verstaanbaar. De enige letters die nog weleens moeite kunnen opleveren zijn de R en de S. Dit is niet erg en wordt vanzelf beter als de mondmotoriek van je kind verbetert rond zijn vijfde of zesde jaar.

Taal- en spraakontwikkeling stimuleren

Als je je kind wilt stimuleren om nog beter te gaan praten, is het belangrijk om positief op hem te reageren. Dit doe je door te reageren op wát je kleuter zegt en niet op hóé hij het zegt. Zo krijgt hij zelfvertrouwen en dat is belangrijk om goed te leren praten. Lees meer: 9 tips om het vertrouwen van je kind te vergroten

Hier wat tips om je kleuter spelenderwijs te begeleiden bij de taal- en spraakontwikkeling:

  • Luister aandachtig als je kind iets vertelt.
  • Lees regelmatig voor of kijk samen naar plaatjes.
  • Volg bij het spelen de interesse van je kind.
  • Spreek zelf duidelijk, niet te snel en niet in ‘kindertaal’.
  • Stel vragen uit belangstelling, niet zozeer om de kennis van je kind te testen.
  • Praat regelmatig met je kind over de omgeving of alledaagse dingen.
  • Maakt je peuter of kleuter een foutje, corrigeer dan niet maar herhaal het juiste woord in jouw reactie.
  • Moedig je kind aan om te praten door je reactie, niet door het af te dwingen.

Twijfels over de taal- en spraakontwikkeling

Elk kind is verschillend. En elk kind maakt op veel verschillende gebieden een gigantische ontwikkeling door. Het is dan ook heel normaal wanneer het ene kind een mijlpaal in de taal- en spraakontwikkeling eerder bereikt dan het andere. Laat het praten voor je gevoel lang op zich wachten, is je kind niet goed te verstaan of twijfel je aan zijn gehoor? Ga op je gevoel af en neem contact op met consultatiebureau, huisarts of logopedist. Het kan soms al een geruststelling zijn om wat tips te krijgen.

Meer weten? Zo stimuleer je de taalontwikkeling van je baby

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Jente Timmer

Logopedist

Jente behandelt als logopedist kinderen met spraak- en taalproblemen. De taal- en communicatieve ontwikkeling van jonge kinderen boeit haar mateloos en is daarom haar gebied van expertise. Als eigenaar van Meertaalpraktijk geeft Jente daarnaast workshops over (meer)talig opvoeden en thuis brengt ze de meertalige opvoeding in de praktijk bij haar twee kinderen.