Reflux: wat is het en wanneer ga je over tot behandeling?

Reflux: wat is het en wanneer ga je over tot behandeling?

Spuugt je baby veel? Misschien heeft hij reflux: dan komt er voeding en maagzuur omhoog. Lees hier alles over de symptomen, oorzaken en wat je kunt doen om de klachten te verminderen.

Het verschil tussen reflux(ziekte) en regurgitatie

Reflux komt vaak voor bij baby’s en is meestal onschuldig. Letterlijk betekent reflux: terugstromen. Elke baby geeft weleens een ‘nat boertje’ of een ‘mondje terug’. Dit wordt ook wel regurgitatie genoemd en is onschuldig; de baby heeft er geen last van. Bij reflux stroomt de maaginhoud terug de slokdarm in. De baby spuugt er soms bij of slikt een paar keer extra. Ook dit komt bij veel baby’s voor en meestal veroorzaakt dit geen of weinig klachten.

Hoewel de meeste baby’s geen last hebben van reflux, heeft circa twaalf procent van de baby’s wel klachten. Denk bijvoorbeeld aan: veel huilen, weinig of onrustig slapen, overstrekken en voedsel weigeren. Deze symptomen komen vooral na het eten voor, maar kunnen ook gedurende dag ontstaan. Je baby kan hierdoor erg prikkelbaar zijn, ontroostbaar huilen en zelfs in groei achterlopen. Dit wordt ook wel refluxziekte genoemd.

Wat is de oorzaak?

Bij de meeste kinderen zijn refluxklachten ‘fysiologisch’, dit betekent dat het normaal is. De sluitspier – het ‘klepje’ – tussen de slokdarm en maag is nog niet helemaal ontwikkeld. Doordat baby’s veel liggen, kan de vloeibare voeding makkelijk terugstromen. Daarbij komt maagzuur omhoog dat brandt en de slokdarm irriteert. Zodra je kind groter wordt, zal hij vaker zitten en meer vast voedsel krijgen. Vaak neemt het probleem dan af. Rond de leeftijd van een jaar tot anderhalf jaar is de sluitspier volgroeid.

Behalve een te slappe sluitspier kan reflux ook andere oorzaken hebben. Als een baby een chronische verstopping in de darmen heeft, kan door de druk de maaginhoud naar boven komen. Ook kan de maaginhoud door een voedselallergie, zoals koemelkallergie, naar boven komen of door een vernauwing in de slokdarm.

Vormen van reflux:

Er zijn twee vormen van reflux:

  1. Reflux

    Veel baby’s spugen na elke voeding, maar lijken daar weinig of geen last van te hebben. Als ze goed groeien en niet overmatig huilen, is reflux niet iets om je al te veel zorgen over te maken. Het spugen komt doordat het sluitspiertje tussen de slokdarm en de maag van de baby nog niet helemaal volgroeid is. Rond zijn eerste verjaardag is dat wel het geval. De reflux zal dan vanzelf overgaan.

  2. Verborgen reflux

    Bij verborgen reflux komt de maaginhoud omhoog, maar de baby spuugt de voeding niet uit. De maaginhoud komt bijvoorbeeld tot de keel en zakt daarna weer naar beneden. Bij deze vorm is het lastig om vast te stellen of er sprake is van reflux, daarom wordt het verborgen reflux genoemd. Een arts kan daarvoor verschillende tests doen.

Klachten bij reflux

Reflux kan bij baby’s in ernstige en minder ernstige mate voorkomen. De medische wereld maakt daarom onderscheid in gecompliceerde en ongecompliceerde reflux. In uitzonderlijke gevallen wordt gesproken van atypische reflux.

Ongecompliceerde reflux

Deze vorm komt het meeste voor. Een baby geeft (soms grote hoeveelheden) voeding terug, maar heeft hier verder geen last van. Hij of zij groeit goed en de klachten verminderen in de loop van het eerste levensjaar. Een behandeling is daarom meestal niet nodig.

Gecompliceerde reflux

Door het omhoog stromen van de maaginhoud raakt de slokdarm geïrriteerd en op den duur ontstoken. Hierdoor heeft de baby veel pijn en huilt hij ontroostbaar. Door de pijn eet een kind vaak slecht of weigert hij voedsel. Hierdoor kan hij een groeiachterstand oplopen. Deze vorm van reflux kan met medicijnen of maagzuurremmers worden behandeld.

Atypische reflux

Bij deze vorm van reflux belandt de maaginhoud in de luchtwegen. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan met de ademhaling. Ook kan de baby bronchitis, astma, keelontsteking of apneu krijgen. Bij apneu stopt je kind plotseling tijdelijk met ademhalen.

Symptomen

Geen enkel symptoom is typisch voor (verborgen) reflux, want spugen kan een alarmteken zijn van verschillende ziekten. Toch kunnen de onderstaande symptomen een aanwijzing zijn dat je baby er last van heeft:

Heeft je kind reflux?

Deze patiëntenkaart geeft handige tips aan ouders die een kind met reflux hebben. De kaart is ontwikkeld door het Emma Kinderziekenhuis AMS, Kind&Ziekenhuis en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.

tip

Wat kun je er zelf tegen doen?

Is bij jouw baby reflux geconstateerd, dan adviseert het consultatiebureau meestal wat vaker kleinere porties melk te geven (die stromen sneller door) en je kind na het eten wat langer rechtop te houden. Ook de melk verdikken met johannesbroodpitmeel kan helpen. Overleg dit wel eerst met je huisarts of het consultatiebureau. Johannesbroodpitmeel kan namelijk ook voor krampen of obstipatie zorgen. Er zijn ook speciale flesvoedingen te koop voor baby’s met (verborgen) reflux.

Spugen kan overigens ook door te veel voeding komen. Uit angst dat hun kind te weinig melk binnenkrijgt, geven ouders soms (te veel) extra. Dat is bijna nooit nodig. Teruggegeven melk lijkt meer dan het is (giet maar eens 10 ml water op een theedoek). Zolang je kind tevreden is en goed groeit, hoef je je geen zorgen te maken.

Tips bij refluxklachten

  1. Kleine porties. Geef je baby niet te veel voeding in één keer tegelijk, maar een aantal kleine porties per dag.
  2. Hou je baby het eerste half uur na de voeding rechtop. Het voedsel stroomt dan minder makkelijk terug dan wanneer je kind ligt.
  3. Geef je flesvoeding? Dan kun je de voeding wat dikker maken, bijvoorbeeld door de melk te mengen met wat johannesbroodpitmeel.
  4. Probeer te zorgen dat je baby tijdens het voeden zo min mogelijk lucht binnenkrijgt. Dit bevordert de reflux. Zorg bij borstvoeding daarom voor een goede aanlegtechniek zodat je baby zo min mogelijk lucht binnenkrijgt tijdens het drinken (vraag eventueel advies bij een lactatiekundige). Bij flesvoeding is het belangrijk dat het gat in de speen niet te groot is en de speen altijd goed gevuld is met melk. Ook zijn er flessen met speciale ventieltjes waardoor je baby minder lucht binnenkrijgt.
  5. Draag je baby overdag regelmatig in een draagdoek of -zak. Hierdoor stroomt de voeding minder snel omhoog en wordt de irritatie van de slokdarm minder.
  6. Verhoog eventueel het hoofdeinde van het babybed. Je kind komt daardoor iets meer ‘rechtop’ te liggen. Doe dit alleen in overleg met de kinderarts.
  7. Laat je baby vaak rechtop zitten, bijvoorbeeld in een wipstoel. Leg dan wel een handdoek onder de knieën en bij de schouders van je kind, zodat hij mooi ‘rond’ zit .
  8. Til bij het verschonen niet de billen van je baby omhoog. Zo versterk je juist de reflux. Draai zijn billen zacht naar de zijkant en doe zo een luier om.
  9. Houdingstherapie. Er bestaat een vermoeden dat baby’s die na de voeding eerst op hun linker- en vervolgens op hun rechterzij worden gelegd, minder last hebben van reflux. Hiernaar wordt onderzoek gedaan in het Emma kinderziekenhuis van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam.

Wanneer zoek je hulp?

Refluxklachten kun je vaak verminderen door de bovenstaande tips over houdingen en voeding toe te passen. Blijft je baby huilen, slaapt hij moeilijk, geeft hij bloed op of weigert hij voedsel? Dan is het belangrijk om direct naar de huisarts te gaan. Hij kan je doorverwijzen naar de kinderarts. De kinderarts kan aan de hand van een klachtenpatroon de diagnose reflux stellen waarna hij een behandelplan opstelt.

Medicatie

Heeft je baby veel last van reflux dan kan de arts besluiten om medicijnen voor te schrijven, zoals prokinetica. Deze medicijnen versnellen het transport van de voeding via de slokdarm en de maag naar de dunne darm. Doordat de voeding minder lang in de maag zit, is de kans op terugstromen kleiner. Maar medicatie is vrijwel nooit nodig, want reflux(ziekte) gaat vanzelf over. Negentig procent van de kinderen heeft er geen last meer van als ze één of anderhalf jaar zijn. Medicijnen kunnen bijwerkingen geven zoals luchtweginfecties of maag-darmproblemen. Bovendien zijn de lange termijneffecten ervan nog duidelijk.

Als je baby minder goed groeit dan voorheen of bloedsliertjes spuugt – de zogenaamde alarmsymptomen – ga dan naar de huisarts. Die kan op proef een maagzuurremmer voorschrijven. Het terugvloeien zelf wordt hiermee niet opgelost, maar je baby kan wel minder last van het zuur hebben waardoor het huilen minder wordt. Belangrijk is dat je regelmatig bij de arts terugkomt voor controle of je kind zich beter voelt. Het is overigens niet bewezen dat maagzuurremmers effectief zijn bij baby’s.

Wanneer is aanvullend onderzoek nodig?

Het is zelden nodig om een ingrijpend maagonderzoek of zuurgraadonderzoek te doen of een röntgenfoto te maken. Belangrijker is dat je duidelijk vertelt wat er aan de hand is en dat de arts goed naar je kind kijkt. Hij checkt hart, longen en buik en zal je baby meten en wegen.

Meer weten? Kijk op refluxziektebijkinderen.nl