Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Diabetes bij kinderen

Bijna alle kinderen met diabetes hebben diabetes type 1. Diabetes is een chronische ziekte. Dat betekent dat de ziekte (nog) niet te genezen is. Wat is diabetes precies? Wat zijn de symptomen en wat betekent het voor je kind en jullie gezin als hij diabetes krijgt?

Wat is diabetes type 1?

Diabetes mellitus wordt ook wel suikerziekte genoemd. Bij het woord ‘diabetes’ leggen mensen vaak de link met te veel suiker eten. Of ze denken dat je helemaal geen suiker mag als je diabetes hebt. Maar dat klopt niet. Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte: het afweersysteem maakt de cellen die insuline aanmaken kapot. Deze cellen heten de eilandjes van Langerhans en zitten in de alvleesklier.

Advertentie

Insuline is nodig om voedingssuikers (glucose) uit het bloed in de lichaamscellen te brengen, zodat die het als brandstof kunnen gebruiken. Maak je geen insuline meer aan, dan blijft de glucose in het bloed. De nieren voeren dit af met de urine. Daarom is vaak plassen een van de symptomen die op diabetes kunnen duiden. Ook voortdurende dorst en veel drinken horen daarbij, omdat het vochttekort moet worden aangevuld. Als je kind diabetes krijgt, kan hij door het vochtverlies ook uitdrogen.

Doordat de glucose niet in de cellen komt, en ze dus geen brandstof krijgen, heeft je kind weinig energie. Zijn lichaam gaat dan vetten afbreken om als energiebron te gebruiken. Daarbij komen afvalstoffen (ketonen) vrij. Dit leidt tot allerlei klachten, zoals vermoeidheid en vermagering. Als het bloedsuikergehalte erg hoog wordt, of lange tijd hoog is, kan je kind gaan overgeven, suf zijn of zelfs in coma raken.

Lees meer: Uitdroging voorkomen bij baby of kind: let op deze signalen

Verschil diabates type 1 en diabetes type 2

In Nederland hebben zo’n 6000 kinderen diabetes. Het merendeel (90%) heeft diabetes type 1 en minder dan 10% heeft diabetes type 2. Dit laatste aantal neemt toe, omdat steeds meer kinderen last hebben van overgewicht. Dit kan leiden tot diabetes type 2, een andere vorm van diabetes dan type 1. Dit zijn de verschillen:

Diabetes type 1

  • Diabetes 1 is een auto-immuunziekte en ontstaat door erfelijke aanleg. De meeste kinderen en jongeren die diabetes hebben, hebben type 1.
  • Diabetes 1 ontstaat vaak op relatief jonge leeftijd, voordat je 30 jaar bent.
  • Bij diabetes 1 moet je elke dag insuline spuiten en je bloedsuikerwaarde een paar keer per dag controleren. Je kunt geen dag overslaan.
  • Ook moet je elke dag dezelfde hoeveelheden koolhydraten (suikers) eten.
  • Een regelmatig leven is belangrijk om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden.

Diabetes type 2

  • Diabetes 2 kan ontstaan door overgewicht en een ongezonde levensstijl.
  • Als de cellen in je alvleesklier lange tijd te veel insuline moeten aanmaken, kunnen ze minder goed gaan werken. Ook kan je lichaam minder goed gaan reageren op insuline. Er blijft dan te veel suiker in je bloed.
  • Er komen de laatste jaren steeds meer kinderen met diabetes 2 bij, omdat steeds meer kinderen last hebben van overgewicht.
  • Diabetes 2 wordt behandeld door de levensstijl aan te passen (gezond eten en meer bewegen), medicatie (tabletten) en soms ook het spuiten van insuline.
  • Soms kan een gezonde levensstijl er bij diabetes 2 voor zorgen dat je geen medicatie meer nodig hebt.

Tip: dit zijn gezonde tussendoortjes voor je kind

Chronische ziekte

Diabetes type 1 is chronisch. Dat betekent dat het niet overgaat en niet te genezen is, alleen te behandelen. Als je kind het heeft, moet hij altijd insuline blijven spuiten. Wel wordt er al jaren wereldwijd onderzoek gedaan om een vorm van genezing te vinden. Wie weet is dit in de toekomst mogelijk.

Als je kind diabetes heeft, moet hij altijd rekening houden met wat hij gaat eten en wat hij gaat doen. De hoeveelheid koolhydraten, beweging, maar ook stress, emoties, hormonale veranderingen en verkoudheid of griep hebben invloed op de bloedsuikerspiegel. Als de bloedsuikerwaarden elke dag anders zijn, is het heel lastig om de hoeveelheid insuline die je kind nodig heeft daaraan aan te passen. Daarom is regelmaat in voeding en activiteiten belangrijk. Ook moet je kind zijn bloedsuikerwaarde voor elke maaltijd en voor het slapengaan controleren.

Hoe ontstaat diabetes bij kinderen?

Omdat de meeste kinderen en jongeren diabetes type 1 hebben, gaan we hier in dit artikel verder op in. Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte, waarbij het lichaam de cellen die insuline produceren uitschakelt. Meestal ontstaat de ziekte door genetische aanleg, maar de precieze oorzaak is niet altijd duidelijk. Gedacht wordt aan de volgende oorzaken:

  1. de hoeveelheid zonlicht en vitamine D
  2. doorgemaakte infecties in de kindertijd.
  3. virussen.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar mogelijke andere factoren die invloed hebben op het ontwikkelen van diabetes type 1, zoals koemelk in kunstvoeding, gluten, pesticiden en milieuvervuiling. Deze verbanden zijn niet onomstotelijk aangetoond.

Symptomen diabetes

Als je kind diabetes type 1 krijgt, merk je dat aan de volgende symptomen:

  • dorst en een droge mond
  • veel drinken
  • veel plassen, sommige kinderen gaan weer bedplassen
  • vermagering
  • misselijkheid/overgeven
  • vermoeidheid, weinig energie
  • terugkerende infecties
  • wazig zien
  • vreemd ruikende adem (acetongeur)

Lees meer: Wanneer heeft je kind een bril nodig?

Wanneer huisarts inschakelen?

Het is belangrijk om bij deze klachten met je kind naar de huisarts te gaan. Als zijn bloedsuikerwaarde erg hoog is, kan hij in coma raken. Ook kunnen er complicaties ontstaan als de bloedsuikerwaarde lange tijd te hoog is. De huisarts meet de bloedsuikerwaarde door een prikje in de vinger te geven, waarna hij een bloeddruppeltje op een teststrip doet. De uitslag is er direct. Is de bloedsuikerwaarde te hoog, dan verwijst hij je kind door naar een kinderarts. Een kinderdiabetesteam of diabetesverpleegkundige begeleidt jullie verder met de behandeling en controle van de diabetes.

Lees ook: Zo bereid je je kind voor op een bezoek aan de specialist

Behandeling diabetes

Om de bloedsuikerwaarde van je kind omlaag te krijgen en in balans te houden, krijgt hij insuline en moeten jullie op zijn eten gaan letten. In het ziekenhuis wordt bepaald hoeveel insuline je kind nodig heeft en hoe dit het beste kan worden toegediend. Dit kan op twee manieren:

  1. Insulinepen
    Een insulinepen is een injectiespuit in de vorm van een grote vulpen, met een vulling met insuline. Bij elke toediening draai je er een schoon naaldje op en stel je de hoeveelheid eenheden in. Je prikt de insuline in een huidplooi, bijvoorbeeld op de buik, bovenbenen, bovenarmen of de billen. Je moet telkens van plek wisselen om irritaties te voorkomen.
  2. Insulinepomp
    Een insulinepomp is een klein computertje met insuline erin, dat je kind altijd bij zich draagt. Het geeft verdeeld over de dag en nacht heel kleine beetjes insuline af via een naaldje in de huid. Sommige pompen zijn met een slangetje aan het naaldje verbonden, als een heel klein infuus. Andere zitten op de buik of bovenarm geplakt met een naaldje in de huid, en werken met een ‘afstandsbediening’. Bij allebei moet je voor elke maaltijd extra insuline toedienen door op knoppen te drukken. Om de paar dagen moet de naald worden verwisseld. De pomp met een slangetje mag je kind even afkoppelen als hij bijvoorbeeld gaat sporten, zwemmen of douchen. De pomp op de huid is waterdicht en moet blijven zitten.

Koolhydraten tellen

Om te zorgen dat de hoeveelheid insuline die je kind dagelijks krijgt precies goed is, moet hij goed op zijn eten letten. Eet hij te weinig koolhydraten (suikers), dan heeft hij te veel insuline in zijn bloed en daalt zijn bloedsuikerwaarde te veel. Dat kan gevaarlijk zijn (zie verderop). Eet hij te veel koolhydraten, dan krijgt hij te weinig insuline en stijgt zijn bloedsuikerwaarde. Ook dat geeft risico’s.

Je kind mag in principe alles eten, als er in elke maaltijd maar een vaste hoeveelheid koolhydraten zit. Een diëtist in het ziekenhuis helpt jullie hiermee op weg en legt uit hoe je koolhydraten kunt tellen. Je gebruikt hierbij tabellen met de hoeveelheid koolhydraten per voedingsproduct. Vaak zul je eten moeten afwegen om te kunnen berekenen hoeveel gram koolhydraten erin zit.

Bloedsuiker meten

Een paar keer per dag moet de bloedsuikerwaarde van je kind worden gecontroleerd. Dit gebeurt met een vingerprikje en een teststrip, die je in een bloedsuikermeter stopt. Of met een sensor die permanent op de bovenarm van je kind zit, en waaruit je de bloedsuikerwaarde afleest met een app op je telefoon. Ideaal gezien is de waarde altijd tussen de 4 en de 8 millimol per liter (mmol/l). Dan voelt je kind zich goed en is de kans dat hij later complicaties krijgt het kleinst.

Hypo (hypoglycemie) en hyper (hyperglycemie)

Omdat de bloedsuikerwaarde wordt beïnvloed door eten, activiteit, stress en emoties, is het best een klus om het altijd binnen de gezonde marge te houden. Soms is de bloedsuikerwaarde te laag, dat heet een hypoglycemie (hypo). Soms is het te hoog, dat heet een hyperglycemie (hyper).

1. Hypo

Heeft je kind een bloedsuikerwaarde lager dan 4 mmol/l, dan heeft hij een hypo. Dit kan gebeuren door:

  • te weinig koolhydraten eten.
  • lichamelijke inspanning.
  • meer insuline toedienen dan nodig.

Kenmerken hypo

Iedereen met diabetes reageert anders op een hypo. Het is belangrijk dat je de signalen van een hypo herkent, zodat je snel kunt handelen. Een aantal voorbeelden zijn:

– zweten
– beven, trillen
– zich slap voelen
– duizeligheid
– honger
– onscherp zien
hoofdpijn
– hartkloppingen
– stemmingsveranderingen
– afwezigheid/verwardheid

Heeft je kind één of meerdere kenmerken? Meet dan meteen zijn bloedsuikerwaarde. Is dat onder de 4 mmol/l, geef hem dan snelwerkende koolhydraten, zoals druivensuiker (dextro) of een glas limonade.

Glucagon

AIs de bloedsuikerwaarde erg laag is, kan je kind buiten bewustzijn raken. Hij kan dan ook niet meer eten of drinken. Je moet hem dan een injectie met glucagon geven. Dit is een stof die glucose uit de reserve-opslagplaats in de lever vrijmaakt. Het zorgt ervoor dat je kind weer bij bewustzijn komt. Raakt je kind buiten bewustzijn en kan niemand hem glucagon geven, dan moet meteen het alarmnummer 112 worden gebeld.

2. Hyper

Is de bloedsuikerwaarde van je kind hoger dan 10 mmol/l, dan heeft hij een hyper. Dit kan gebeuren door:

  • te veel koolhydraten eten.
  • te weinig insuline.
  • verharde spuitplaatsen, waardoor de insuline niet goed wordt opgenomen.
  • stress, spanningen/emoties.
  • koorts/infectieziekten.
  • hormoonverandering rond de menstruatie of bij een groeispurt.

Kenmerken hyper

Een hyper kun je merken aan de volgende signalen:

– veel drinken
– veel plassen
– moeheid/slaperigheid
– hoofdpijn
– duizeligheid
– misselijkheid
– minder concentratie
– vreemd ruikende adem (acetongeur)

Heeft je kind één of meerdere signalen die kunnen duiden op een hyper? Controleer dan eerst zijn bloedsuiker. Als het te hoog is, heeft hij extra insuline nodig. Hoeveel precies, hangt af van de hoogte, de oorzaak en het moment van de dag. Daarover krijg je uitleg van de diabetesverpleegkundige en bij twijfel kun je het kinderdiabetesteam bellen voor advies. Ook moet je kind extra drinken, maar dan wel iets zonder suikers (liefst water).

Ketoacidose

Is de bloedsuikerwaarde heel hoog, dan moet het bloed worden gecontroleerd op ketonen. Dit zijn afvalstoffen die vrijkomen als het lichaam vetten gaat afbreken om als brandstof te gebruiken. Ketonen kunnen zorgen voor verzuring van het bloed en dat is gevaarlijk. Je kunt er verward door raken en lichaamsfuncties kunnen uitvallen. Kinderen met een insulinepomp hebben meestal ook een ketonenmeter. Als er ketonen in het bloed aanwezig zijn, moet je meteen contact opnemen met het kinderdiabetesteam.

Complicaties

Diabetes kan soms zorgen voor complicaties. Mensen met diabetes type 1 zijn gevoeliger voor infecties en huidproblemen en hebben een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, zenuwschade en schade aan de ogen en nieren. Als de diabetes goed gereguleerd is, is de kans op complicaties het kleinst. Daarom is het belangrijk om naar alle controles bij het kinderdiabetesteam te gaan, elke dag de bloedsuikerwaarden te meten, nooit de insulinetoediening te vergeten en zorgvuldig om te gaan met voeding. De kinderarts kan meer uitleggen over de kans op complicaties en hoe je dit zoveel mogelijk kunt voorkomen.

Diabetes op school

Als je kind diabetes heeft, kan hij gewoon naar school. Wel is het belangrijk dat zijn juf of meester op de hoogte is en weet hoe te handelen als je kind zich niet lekker voelt. Oudere kinderen kunnen zelf hun insuline toedienen en bloedsuiker meten, maar jongere kinderen nog niet. Een vrijwilliger van school moet je kind daarbij helpen. Daarvoor moeten goede afspraken worden gemaakt. Wat verwacht je van de vrijwilliger als je kind een hypo of hyper heeft? Wie moet er gebeld worden in geval van nood? Een speciale checklist helpt bij deze afspraken. Op de website van de Diabetesvereniging Nederland vind je hier twee handige documenten voor:

1. Een stappenplan: een overzicht om samen met school de zorg voor je kind te organiseren.
2. Factsheet: hierin lees je hoe diabeteszorg op school wettelijk is geregeld.

Traktaties en uitjes

Op school eet je kind rond 10:00 uur een tussendoortje en er wordt regelmatig getrakteerd. Dat tussendoortje kan dan worden vervangen voor die traktatie. Deze traktatielijst is een handig hulpmiddel. Hierin staat het gemiddelde aantal koolhydraten (in grammen) per voedingsmiddel.

Ook uitjes zoals een excursie, schoolreisje, sportdag of schoolkamp kunnen invloed hebben op de bloedsuikerwaarden van je kind. Geef op tijd op school en bij de begeleiders aan wat dit betekent voor je kind en welke hulp hij nodig heeft.

Stress

De bloedsuikerwaarden kunnen ook schommelen als je kind last heeft van stress. Door te hoge of te lage waarden kan je kind zich niet goed concentreren en daardoor een toets niet goed maken. Ook hierover kun je met de school afspraken maken. Leg uit hoe ze op school het beste kunnen omgaan met diabetes in toets- of examentijd.

De impact van diabetes

Als je kind diabetes type 1 krijgt, verandert er veel. Voor hem, maar ook voor de rest van jullie gezin. Van diabetes kun je nooit een dagje vrij nemen. Bij alles wat je doet en eet moet je rekening houden met je bloedsuiker en een aantal keer per dag moet er worden geprikt om alles in balans te houden. Het is voor ouders soms heel pittig om hun kind hierbij te begeleiden. De diabetes zit altijd in hun achterhoofd. Is de bloedsuikerwaarde voor het slapengaan wat laag, dan krijgt hij ’s nachts misschien een hypo. Gaat hij naar een feestje, dan is zijn bloedsuiker daarna misschien te hoog. Op vakantie moet er een hele tas hulpmiddelen mee. En hoe moet het als hij groter wordt, kan hij het dan allemaal veilig zelf regelen?

Weet dat het niet gek is om hulp te zoeken als je het hier moeilijk mee hebt. Je kunt bijvoorbeeld naar een maatschappelijk werker in het ziekenhuis, of praat met de huisarts over geschikte psychische hulp. Ook is het vaak fijn om contact te zoeken met andere ouders van een kind met diabetes, bijvoorbeeld via Diabetesvereniging Nederland (dvn.nl).

Kind zijn

Gelukkig is diabetes type 1 goed te behandelen. Je kind kan er heel oud mee worden én hij kan gewoon kind zijn. Sporten, pannenkoeken eten, logeerpartijtjes, het kost wat meer aandacht, maar het mag allemaal. Het is belangrijk dat je kind het naar z’n zin heeft en de diabetes ook even kan ‘vergeten’. Een perfecte bloedsuikerwaarde is ook niet altijd haalbaar. Zolang het niet gevaarlijk hoog of laag wordt, is dat niet erg. Er zal altijd wat schommeling in zitten en je kunt soms ook niet verklaren waarom het bloedsuiker stijgt of daalt. Spanning en ontspanning kunnen al van invloed zijn. Er voortdurend bovenop zitten kan veel stress geven. Samen zul je de balans moeten vinden tussen zorgvuldigheid en zorgeloos genieten. Want dat is óók heel gezond voor je kind.

Bron: dvn.nl