groepsgedrag bij kinderen

Zo werkt groepsgedrag bij kinderen

Gedraagt jouw kind zich anders tijdens een partijtje of op het kinderdagverblijf, dan wanneer hij alleen is? Dat is heel natuurlijk, want net als volwassenen kennen ook kinderen het fenomeen groepsgedrag. Ouders van Nu spreekt drie deskundigen die alles weten over groepsgedrag bij kinderen.

Groepsgedrag bij kinderen

Vanaf het eerste moment dat je kind naar school of het kinderdagverblijf gaat, krijgt hij in groepsverband te maken met nieuwe sociale structuren. Heel anders dan de vertrouwde gezinssituatie die hij tot nu toe gewend was. Groepen hebben veel positieve kanten: je kunt soms meer gedaan krijgen dan in je eentje, je kunt van anderen leren en hulp van anderen krijgen en het kan bovendien heel gezellig zijn, zo met z’n allen. Maar in een groep functioneren kan ook eng zijn en negatief gedrag uitlokken, zoals pesten.

Sociale verhoudingen

Bioloog en gedragsdeskundige Patrick van Veen: ‘Een schoolklas is vanuit de biologie gezien een vreemd systeem. Kinderen groeien, net als apen, vanaf de geboorte op in een gezin of familie. Als een kind naar school gaat, wordt hij uit zijn natuurlijke omgeving gehaald. Gevolg: hij gaat zich op een bepaalde manier gedragen om zich comfortabeler te voelen, hij trekt alles uit de kast om te ‘overleven’. Hoe een kind reageert op sociale stress hangt onder andere af van zijn persoonlijkheid. Maar zoals je ook bij volwassenen én bij apen ziet, ontstaat er daarnaast altijd een sociale structuur, waarin iedereen een rol heeft. De een is dominant, de ander afwachtend. Deze hiërarchie is niet per se negatief: dominante kinderen kunnen ook de stillere kinderen beschermen. De meeste kinderen hebben voldoende instrumenten om zich te kunnen handhaven; mensen zijn nu eenmaal sociale wezens.’

Het nut van ruzie maken

Natuurlijk is er ook af en toe ruzie, dat hoort erbij. Van Veen: ‘Ruzies hebben een functie om de structuur in een groep te herstellen. Bovendien leren kinderen door ruzie hoe sociale verhoudingen werken, het is een belangrijk onderdeel van hun ontwikkeling. Wij volwassenen hebben de neiging om ons er meteen mee te gaan bemoeien, maar kinderen kunnen ruzie vaak heel goed en natuurlijk oplossen. Als één kind stelselmatig het slachtoffer is, of als de hele groep last heeft van het negatieve gedrag, dan moet je ingrijpen. Op die manier begrijpt een kind veel sneller welk gedrag oké is en welk gedrag niet.’

Veilige basis

Oud-leerkracht Bart: ‘Om te kunnen leren, hebben kinderen een veilige basis nodig in de klas. Zeker nu de nadruk ligt op samenwerkend leren, is het belangrijk dat kinderen kunnen vertrouwen op hun klasgenootjes. Ze moeten dus sociale vaardigheden hebben en begrijpen wat hun eigen verantwoordelijkheid is in bepaalde situaties. Zodra kleuters op hun eerste schooldag over de drempel stappen, is er interactie. De een is zelfverzekerd, de ander verlegen. Het is de kunst om al die verschillende kinderen op een goede manier met elkaar te leren omgaan.’

Stress beïnvloedt prestaties

Of een kind zich op zijn plek voelt in de klas, hangt vooral af van de mate waarin hij in staat is tot zelfmanagement: hoe gaat hij om met zijn eigen emoties? Uit onderzoek blijkt dat de capaciteit van de hersenen maar beperkt inzetbaar is, dus dat je het effectiefst leert als je je aandacht op één ding richt. Is er bijvoorbeeld stress door buitensluiting, onrust, incidenten of pesten, dan beïnvloedt dat de leerprestaties. Gelukkig is het mogelijk om kinderen te leren hoe ze kunnen reageren op stress. Dat doen we door goed te kijken naar de manier waarop sociaal competente kinderen dit aanpakken. Zij hebben minder last van bijvoorbeeld pesten. Hoe dat komt?

Welk gedrag je kiest, kun je oefenen

Worden zij gepest, dan zeggen ze er gewoon iets van. Daarna lopen ze weg en zoeken ze contact met iemand die ze vertrouwen. Sociaal minder competente kinderen lopen ook weg, maar zoeken vervolgens geen aansluiting bij anderen. Welk gedrag je kiest, kun je gewoon oefenen. Overigens is de aanwezigheid van positief gezag minstens zo belangrijk voor een goed klimaat in de klas: een goede juf of meester die scherp kijkt en op een natuurlijke manier onrust en conflicten weet te voorkomen of op te lossen. En natuurlijk ouders bij wie het kind altijd terechtkan. Het gaat erom kinderen, ouders en leerkrachten aan te spreken op hun verlangen iemand te zijn die te vertrouwen is en op het nemen van verantwoordelijkheid voor hun gedrag. Ook een kleuter kan al kiezen of hij met een schepje een kuil in de zandbak graaft of er een ander mee op z’n kop slaat.

Meidenvenijn

Op de basisschool doet het verschijnsel zich al in de eerste klas voor: meidenvenijn. Dat is het type gedrag waarbij meiden met één blik een ander kunnen vermorzelen. Het begint altijd met kleine dingen en het gebeurt stiekem. Vaak gaat het over uiterlijk en kleren, soms over jongens. De meiden vormen een groep en het populairste meisje (de bijenkoningin) organiseert een soort hofhouding om zich heen. De koningin bepaalt wat er gebeurt. De groep kiest altijd een slachtoffer en er zijn altijd leerlingen die toekijken en niets doen. Voor de slachtoffers is deze vorm van pesten ronduit schadelijk, maar ook voor de anderen maakt het de klas tot een onveilige omgeving. In het boek Queen Bees & Wannabes van Rosalind Wiseman lees je alles over meidenvenijn en wat jij er als ouder mee kunt.

Gewenst gedrag in het zonnetje zetten

Kinderpsychologe en auteur van De Coole Kikker-boeken Anne Kooijman: ‘Op de basisschool moeten kinderen rekening leren houden met een ander en meedoen in de groep. Zoals dat ook gebeurt in groepen met volwassenen, ontstaat er in schoolklassen vanzelf een bepaalde hiërarchie. Daarin zijn verschillende rollen; er zijn haantjes, kletskousen, clowns, bangeriken, prinsesjes, pestkoppen, perfectionisten, noem het maar op. Het is de taak van de leerkracht om daar zorgvuldig mee om te gaan: een angstig kind moet rustig de kat uit de boom kunnen kijken en heeft af en toe een bemoedigend woord nodig. Verder geldt: het ongewenste gedrag geen aandacht meer geven en het gewenste gedrag juist uitvergroten en in het zonnetje zetten, dat werkt ontzettend goed.’