Andere basisschooltypen in Nederland

Andere basisschooltypen in Nederland

Naast de algemeen bekende bijzondere scholen zijn er in Nederland ook steeds meer nieuwe onderwijstypen. Hier uitleg over een paar minder bekende schooltypen.

Ervaringsgericht Onderwijs (EGO)

In het EGO leren kinderen zo veel mogelijk door zelf ervaring op te doen. Omdat kinderen niet graag stilzitten en het liefst actief bezig zijn, bieden deze scholen veel afwisselende activiteiten aan. Het EGO gaat vooral uit van de volgende drie speerpunten:

  • Ervaringsgerichte dialoog: hierbij staat het opbouwen van een goede band met de leerkracht centraal. Daartoe worden er regelmatig inlevende en aandachtige gesprekken met de kinderen gevoerd. Het doel van deze gesprekken is dat kinderen zich begrepen voelen.
  • Rijk milieu: hiermee wordt bedoeld dat de leeromgeving van kinderen rijk is. Door kinderen uitdagende activiteiten en materialen aan te bieden kunnen zij zich optimaal ontwikkelen.
  • Vrij initiatief: kinderen zijn gemotiveerder om een opdracht af te ronden, als deze dicht bij hun eigen interesses ligt. Daarom krijgen ze de ruimte om te zeggen en vragen wat ze willen.

Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO)

In het OGO ligt de nadruk op de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit van kinderen en er is dan ook volop ruimte voor initiatieven van de leerlingen. Het idee is dat kinderen meer leren als de stof gaat over iets wat zijzelf belangrijk vinden.

Leerkrachten in het OGO horen niet alleen kennis en vaardigheden over te brengen, maar ook cultuur en context. Het is wel belangrijk dat kinderen weten wat ‘het nut’ is van wat ze leren, zodat zij extra gemotiveerd zijn. Door de kinderen te observeren krijgt de leerkracht een beeld van wat de leerlingen zelf willen en al (bijna) kunnen. Hier stemt hij het onderwijsaanbod op af. Op basis van reflectie past de leerkracht het activiteitenaanbod weer aan.

Een Gisdo-klas

Gisdo staat voor Geïntegreerd Interactief Semi-Digitaal Onderwijs. Op een Gisdo-school mogen leerlingen zelf sturing geven aan hun leerproces. Ze leren om actief informatie te verzamelen en te delen met anderen. De leraar vervult de rol van coach. De nadruk ligt vooral op discussie, samenwerking, individuele verwerking en reflectie.

In een Gisdo-klas:

  • leren leerlingen samen;
  • werken ze met een eigen dagplan;
  • wordt veel met de computer gewerkt;
  • is de sfeer goed en respecteert men elkaar;
  • klinkt op de achtergrond een rustgevend muziekje;
  • zijn leerlingen doelgericht aan het werk;
  • zitten ze aan kleurige ronde meubels;
  • kan de leraar goed rondlopen en hulp geven waar nodig;
  • geeft de leraar gerichte interactieve instructie;
  • worden veel vragen aan elkaar gesteld;
  • is de motivatie van zowel de leerling als de leraar hoog.

Flexibele scholen

Omdat de schooltijden en schoolvakanties van reguliere scholen vaak niet aansluiten op de werktijden van werkende ouders, ontstaan er steeds meer initiatieven voor zogeheten ‘flexibele scholen’. Dit zijn scholen waarbij onderwijs en opvang één geheel vormen, en waarbij vakanties naar wens zijn op te nemen (binnen bepaalde grenzen).

Kinderen kunnen vijf dagen per week van 8.00 tot 18.00 uur op school blijven en na de reguliere lessen ook meedoen aan sportieve en creatieve activiteiten. Vanwege de flexibele vakanties wordt lesgegeven op individuele basis; een klassikale aanpak is daarbij niet mogelijk.