Wat als je kind echt niet kan stilzitten op school?

Wat als mijn kind niet kan stilzitten op school?

Sommige kinderen wiebelen in de klas altijd op hun stoel. Ze móeten steeds bewegen, zo lijkt het. Maar waarom eigenlijk? En hoe kun je hier als ouder en leraar het beste mee omgaan?

Langere tijd stilzitten: voor de meeste kinderen lijkt het een onmogelijke opgave. Maar is het überhaupt realistisch? Mag je van een zevenjarige verwachten dat hij een hele middag rustig zittend zijn werkjes maakt?

Advertentie

Waarom zo beweeglijk?

Zeker niet, volgens kinderoefentherapeut Daniëlle Kin: ‘Sommige kinderen van die leeftijd kunnen maximaal een uur stilzitten, anderen een half uur. Duurt het langer, dan worden ze onrustig. De concentratie verdwijnt, ze gaan wiebelen op hun stoel, opstaan, andere kinderen lastigvallen of rondlopen.’ Maar voor die onrust hebben kinderen een goede reden: ze blijven er alert door. Kin: ‘Kinderen hebben veel energie, dat moet eruit. Beweging brengt de bloeddoorstroming op gang en zorgt dat de hersenen weer zuurstof krijgen. Ook de spieren en het evenwichtsorgaan krijgen zo weer informatie, daarna kan een kind weer even stilzitten en focussen. Eigenlijk bewegen kinderen dus om rustiger te worden.’

Onrust door overprikkeling

Dat de beweeglijkheid van kinderen niets te maken heeft met onwil of dwars gedrag, vinden ook pedagogen Carmen Lamp en Monique Thoonsen. Zij zijn ervan overtuigd dat het veroorzaakt wordt door de manier waarop ze prikkels verwerken. Bij snel overprikkelde kinderen komt alles binnen: van het zoemen van het digibord tot het tikken van de klok. ‘De filter die hen moet afschermen tegen te veel prikkels, werkt niet goed. Ze krijgen veel meer te verwerken, dat kost energie en geeft spanning. Deze kinderen kunnen gaan bewegen om die stress kwijt te raken. Daarna kunnen ze weer focussen.’ De oplossing is volgens Lamp en Thoonsen simpel: ‘Zorg dat ze het teveel aan prikkels kwijt kunnen doordat ze even de klas uit mogen, geef ze een kauwketting om op te bijten, of leer ze hoe ze hun gezicht of schouders kunnen masseren.’

Onderprikkeld

Behalve overprikkeling kan ook juist onderprikkeling een reden zijn voor kinderen om onrustig te worden. Onderprikkelde kinderen krijgen vaak het etiket sloom, lui en ongeïnteresseerd opgeplakt. Geluiden, geuren en kleuren komen bij hen amper binnen, ze struikelen over een tas op de grond en krijgen een bal tegen hun hoofd tijdens het voetballen. ‘Zij hebben juist meer prikkels nodig om alert te worden en gaan daarom wiebelen en friemelen.’

Beweeglijkheid bij baby’s en peuters

De prikkelverwerking wordt tijdens de eerste acht jaar van je leven aangelegd. De hersenen hebben in die periode heel veel zintuiglijke prikkels nodig om zich te ontwikkelen en te leren hoe ze die moeten verwerken. ‘Het is daarom belangrijk dat (jonge) kinderen zoveel mogelijk ervaringen opdoen,’ zegt Thoonsen. ‘Baby’s sabbelen bijvoorbeeld op hun handen en voelen aan verschillende materialen. Door hun hoofd op te richten, om te rollen en te gaan kruipen doen ze ervaring op met bewegen. Hoe meer zintuiglijke prikkels ze ervaren, hoe beter ze leren die te verwerken. Dus laat ze lekker knoeien met eten en verschillende soorten voedsel proberen.’

Omdat kinderen tegenwoordig steeds meer stilzitten, doen ze steeds minder ervaring op met prikkels en leren ze die minder goed verwerken. ‘Kinderen hebben veel meer beweging nodig om goed te kunnen leren op school. Daar worden alleen de zintuigen ‘gehoor’ en ‘zicht’ geprikkeld. Maar hoe meer zintuigen je gebruikt, hoe beter je dingen in je op kunt nemen,’ vertelt Thoonsen.

Beweeglijkheid bij schoolkinderen

Ook als kinderen de peuterprobeertijd zijn ontgroeid, bewegen ze vaak onvoldoende. ‘Dagelijks minimaal een half uur en twee tot drie keer per week intensief sporten is het minimum voor kinderen op de basisschool,’ zegt Daniëlle Kin. Buitenspelen is daarbij heel belangrijk. ‘Kinderen worden heel moe van een dag school, hun ogen en oren moeten hard werken. Laat ze ’s middags lekker spelen en bewegen. Zo verwerken ze de prikkels.’ Drukke kinderen lijken ook veel rust te kunnen vinden achter een beeldscherm, maar schijn bedriegt: op de lange termijn worden ze er alleen maar onrustiger van. Kin: ‘Ik zie veel kinderen die weinig doorzettingsvermogen hebben en moeilijk zelf oplossingen kunnen bedenken. De iPad en tv reiken alles aan, je hoeft zelf niks meer te doen. De iPad prikkelt bovendien het zicht en gehoor, dezelfde zintuigen die ze de hele dag op school moeten inzetten. Door beweging en spel komen die juist tot rust.’

Tips voor thuis:

Zo kun je op een makkelijke en leuke manier beweging stimuleren: geef kinderen huishoudelijke taken. De tafel dekken, grote pannen afwassen, vegen… Het klinkt gek, maar dit stimuleert het ruimtelijke en logische denken. Of probeer een van deze tips uit:

  • Laat een kind dat niet rustig aan tafel kan zitten staand eten. Leg een tapijttegel op de vloer, daar mag hij staan zodat hij niet de hele kamer rond stuitert.
  • Geef je wiebelaar een speciaal wiebelkussen. Dan moet hij zijn spieren gebruiken om te kunnen zitten en beweegt hij dus zittend.
  • Laat je kind veel buitenspelen, liefst met zand, water en modder. Dat is goed voor de ontwikkeling van de tastprikkels.

Tips voor in de klas:

  • Laat een kind even op en neer springen, dan kan hij daarna geconcentreerd aan de slag met zijn taak.
  • Geef kinderen iets in hun handen waar ze aan kunnen friemelen als ze zich moeten concentreren.
  • Laat een kind staand schrijven of laat hem eerst wat hand- en armoefeningen doen voor hij begint.
  • Is hij of zij klaar met een werkje? Handen onder de billen en duw je lijf omhoog!

Naast buitenspelen en sporten is yoga ook een goede manier voor kinderen om te bewegen. Nieuw onderzoek toont aan dat het energieverbruik bij yoga vergelijkbaar is met sporten als fietsen of wandelen.