Tips leren zwemmen

Tips bij het leren zwemmen

Elk kind begint, als het goed is, vroeg of laat met zwemles. En dat is helemaal nog niet zo makkelijk. Voordat je kind zijn A-, B- en misschien zelfs C-diploma heeft, is hij een flinke tijd bezig. Jij zal dus ook heel wat tijd doorbrengen van, naar en naast het zwembad.

Helemaal niet erg, leren zwemmen is tenslotte voor een goed doel. Als je kind eenmaal kan zwemmen, hoef je je geen zorgen meer te maken dat hij in het water valt en kun je straks samen fijn en veilig gaan zwemmen. Maar voor het zover is: zo zorg je ervoor dat je kind plezier heeft in zwemles en straks met succes afzwemt.

  • Alle kinderen leren (uiteindelijk) zwemmen. Geef je kind de ruimte om dit op zijn eigen tempo te doen. Zo beleeft je kind plezier in de lessen en zal hij in de toekomst vaker willen zwemmen. Leg dus geen druk op het moeten presteren.
  • Heb je zelf last van waterangst of -vrees, dan kan je dit ongemerkt overbrengen op je kind. Probeer dit te voorkomen door niet overdreven voorzichtig in en over water te doen.
  • Als je kind net op zwemles zit, zorgt samen oefenen ervoor dat je kind sneller watervrij is en je kind eerder kan beginnen met het leren van zwemslagen tijdens de les. Je eigen kind watervrij maken kun je doen met behulp van de ‘watervrijwaaier’. Dit is een waterbestendige waaier met oefeningen voor in het zwembad.
  • Oefen regelmatig met je kind. Hoe meer waterervaring je kind opdoet, des te sneller er resultaat te zien is in de zwemlessen. Als je meer uit het oefenmoment samen wilt halen, dan kun je dit doen door middel van het boek: Met succes op zwemles. In dit boek staat handige oefenen en tips om je kind te helpen.
Let op:

Oefen je met je kind, leer hem dan geen nieuwe slagen. Laat dit liever over aan de juf of meester die je kind zwemles geeft, zodat je kind het niet op de verkeerde manier leert.

tip
  • Zorg ervoor dat je kind voor iedere zwemles goed uitgerust is en voldoende energie heeft.
  • Zie zwemles als een sport, dus niet als iets waar je kind zo snel mogelijk klaar mee moet zijn.
  • Als je merkt dat je kind snel afgeleid wordt als jij kijkt, beperk dan het kijken of kijk alleen wanneer je kind het niet door heeft.
  • Zorg ervoor dat je kind geen lessen mist, want continuïteit is erg belangrijk. Meer dan één keer in de week zwemmen zorgt voor een beter resultaat.
  • Vergelijk je kind liever niet met andere kinderen. Elk kind heeft een ander leervermogen en hierdoor zal het ene kind een zwemslag eerder onder de knie hebben, dan een ander kind.
  • Het is belangrijk om woorden als eng, bang of vragen als: ‘Durf jij al in het diepe?’ te vermijden. Hierdoor kun je je kind angst aanpraten, terwijl dat helemaal niet aan de orde hoeft te zijn.
  • Praat als ouder altijd positief over zwemmen en zwemles. Ook al houd je zelf niet van zwemmen of vind je die zwemlessen maar gedoe.
  • Film je eigen kind eens als hij een bepaalde zwemslag of -vaardigheid onjuist blijft uitvoeren. Vaak denken kinderen namelijk dat ze het goed doen en hebben ze geen idee wat er misgaat.

Britt Klaassen-Anholts

Zwemonderwijzer

Britt Klaassen-Anholts, moeder van twee, is zwemonderwijzer en docente bewegingsonderwijs. Samen met haar man heeft ze sinds 2006 een eigen succesvolle zwemschool. Haar boek 'Met succes op zwemles!' is uniek en bevat eenvoudige en leuke tips, oefeningen en spelletjes om op een plezierige manier het zwemtraject te ondersteunen, voor zowel ouder én kind.