Het lijkt misschien alsof er tegenwoordig meer autistische kinderen zijn dan vroeger, maar deze stoornis heeft altijd al bestaan. Er is echter veel meer aandacht voor dan eerder. Er wordt ook steeds meer duidelijk over welke verschillende vormen er bestaan en hoe je hier het beste mee kunt omgaan.
Wat is autisme (autismespectrumstoornis)?
Er bestaan verschillende vormen van autisme, daarom wordt er in eerste instantie ook gesproken van een autismespectrumstoornis (ASS). De aard en ernst kunnen enorm verschillen. Het ene kind met autisme praat niet of nauwelijks terwijl het andere prima functioneert maar er toch last van heeft.
Het is bij een kind met autisme niet vanzelfsprekend dat hij zelfstandig kan spelen en leren. Als deze problemen ernstig zijn, spreken we van een ontwikkelingsstoornis.
Hoe weet je of je kind autisme heeft?
Een kind met ASS ervaart de wereld letterlijk in fragmenten. Hij verwerkt informatie in losse delen en mist vaak het grote geheel, terwijl details hem juist extra opvallen. Denk ter illustratie aan een verjaardagsfeest. Een kind zonder autisme ziet direct een feest in de speeltuin. Een kind met autisme ziet eerst de slingers, dan de ballonnen en pas later de lachende gasten.
Al deze losse puzzelstukken moet hij zelf nog samenvoegen tot een kloppend plaatje. Dit kost veel tijd en energie. Bepaalde prikkels komen bovendien ongefilterd binnen. De stem van de leraar klinkt net zo hard als de fluitende vogels buiten of een zoemende lamp. Het begrijpen van de omgeving kost hierdoor ontzettend veel moeite. Uit pure frustratie of overprikkeling kan je kind zich terugtrekken of juist extreem boos worden. Ordenen helpt hem. Urenlang auto’s op kleur sorteren is voor hem een perfecte manier om de chaos in zijn hoofd beheersbaar te maken.
Hoe ontstaat autisme?
Autisme kenmerkt zich door een afwijkende sociaal-emotionele ontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling in taal en communicatieve vaardigheden. Een autismespectrumstoornis is grotendeels een gevolg van biologische oorzaken in de hersenen. Onderzoek heeft uitgewezen dat autisme voor negentig procent erfelijk bepaald is. Het wordt dus via de ouders aan een kind doorgegeven.
Ook is bekend dat bepaalde ziektes en infectieziektes tijdens de zwangerschap zoals rodehond, een rol kunnen spelen bij het ontstaan van autisme. Er waren ooit onderzoekers die dachten dat vaccinaties autisme veroorzaakten, maar door grootschalig onderzoek is aangetoond dat dit niet het geval is.
Lees ook: Autisme bij meisjes: zo uit het zich
Wat zijn de kenmerken van autisme bij een kind?
Je herkent autisme vaak aan moeilijkheden in sociaal contact, letterlijk taalbegrip en een sterke behoefte aan routine. Het is ontzettend fijn om de symptomen van ASS tijdig te signaleren, zodat je weet hoe je jouw kind optimaal steunt.
Grote kans dat een baby of dreumes (0 tot 2 jaar) met ASS de volgende signalen toont:
Hij lacht niet actief naar jou.
Hij vermijdt oogcontact.
Hij anticipeert niet op opgepakt worden.
Hij zoekt geen troost bij anderen.
Hij vertoont geen reactie als je vertrekt.
Hij zwaait of groet niet.
Bij een kind ouder dan twee jaar vallen vaak andere zaken op. Hij begrijpt gelaatsuitdrukkingen of figuurlijke taal slecht. Sociaal contact maken kost moeite en hij bewaart liever fysieke afstand. Fantasiespel ontbreekt of is erg bijzonder van aard. Hij herhaalt zinnen vaak letterlijk en reageert amper op pijn of het roepen van zijn naam. Tegelijkertijd raakt hij obsessief gefascineerd door specifieke systemen of bepaald speelgoed. Wiegen en fladderen met de handen en armen komt eveneens voor.
Daarnaast zie je bij autisme vaak andere uitdagingen, zoals een vertraagde taalontwikkeling en een houterige motorische ontwikkeling. Ook kenmerken van ADHD, leerproblemen of vormen van epilepsie komen voor.
Elk kind is uniek. Niet al deze kenmerken hoeven aanwezig te zijn. Autisme komt op alle intelligentieniveaus voor, van verstandelijk beperkt tot hoogbegaafd.
Lees ook: Zo ga je als ouders het beste om met een ontwikkelingsachterstand
Wat is het verschil tussen autisme en hoogbegaafdheid?
Het belangrijkste verschil tussen autisme en hoogbegaafdheid zit in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Bij hoogbegaafde kinderen zonder autisme is de emotionele intelligentie vaak sterk, terwijl deze bij een kind met ASS juist opvallend achterblijft ten opzichte van de verstandelijke vermogens.
Toch is er sprake van overlap, waardoor er soms onterecht een diagnose autisme wordt gesteld bij hoogbegaafdheid. Beide groepen pikken intens veel signalen op. Een hoogbegaafd kind interpreteert echter razendsnel alles, terwijl een autistisch kind vastloopt in de prikkelverwerking en zijn aandacht niet kan verdelen. Grote denksprongen en out-of-the-box denken horen typisch bij hoogbegaafdheid.
Elk kind is anders
Niet ieder kind met autisme heeft dezelfde problemen. De opvallendste kenmerken van autisme zijn een afwijkende sociaal-emotionele ontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling in taal en communicatieve vaardigheden. Maar dat kan bij ieder kind op een andere manier tot uiting komen.
Daarbij is er vaak ook sprake van beperkte repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten. Maar welke patronen en interesses dat zijn, is ook bij ieder kind anders en kan bij het ouder worden veranderen.
Hoe ga je het beste om met autisme bij je kind?
Je ondersteunt een kind met autisme enorm door te zorgen voor duidelijke afspraken, vaste routines en een heldere communicatie. Autisme geneest niet, maar met de juiste aanpak en passend onderwijs leert je kind beter omgaan met de wereld.
Volgens orthopedagoog-generalist en Ouders van Nu-expert Kina Smit doe je er goed aan om te accepteren dat de opvoeding zwaar mag zijn. Voel je niet schuldig als het moeite kost en wees niet te streng voor jezelf. Zorg goed voor jezelf, zoek tijdig steun bij lotgenoten en wees helder in je opvoeding.
Enkele praktische tips voor thuis:
- 1
Gebruik duidelijke taal. Laat verwarrende woorden als 'misschien' weg.
- 2
Vermijd onverwachte wendingen of spontane verrassingen, deze leveren onnodig stress op.
- 3
Kondig lastige momenten (zoals in bad gaan) vroegtijdig aan met een vast voorwerp of gebaar.
- 4
Beperk keuzestress. Laat je kind kiezen tussen twee of drie duidelijke opties, bijvoorbeeld met foto's van speelgoed.
- 5
Visualiseer de dag. Kinderen met autisme leren makkelijker door te zien. Gebruik dagritmekaarten of foto's om stappen zoals tandenpoetsen helder te maken.
- 6
Maak tijd concreet. Klokkijken is soms lastig. Een zandloper of kookwekker biedt perfect houvast voor de tijdsduur van een activiteit.
Voor ouders kan het behoorlijk lastig zijn om een kind met autisme op te voeden. Sta jezelf toe dat het ook lastig mág zijn, en praat erover met familie, vrienden of andere ouders in dezelfde situatie. Veel ouders voelen zich schuldig dat ze moeite hebben met de opvoeding, maar dat schuldgevoel zegt niets over jou als ouder. Zorg goed voor jezelf, zoek steun en trek op tijd aan de bel als het je teveel wordt. Het is volkomen logisch dat het opvoeden van een kind met autisme soms zwaar voelt.
Lees meer: Zo ga je het beste om met een kind met autisme en Autisme bij meisjes: zo uit het zich
Structuur is belangrijk voor kind met autisme
Het begrijpen of ontcijferen van zijn omgeving is moeilijk voor een kind met autisme. Hij begrijpt gezichtsuitdrukkingen van andere kinderen niet goed, snapt niet waarom iemand iets zegt of wat er van hem verlangd wordt. Met andere woorden: hij heeft moeite de wereld om zich heen te snappen en te bevatten.
Uit frustratie kan hij extreem boos worden of zich juist terugtrekken. En daarom kan hij het fijn vinden om dingen altijd in een bepaalde volgorde te doen of bijvoorbeeld urenlang autootjes op kleur te sorteren – dat is een manier om orde in de chaos te scheppen.
Lees ook: Wat gaan we doen vandaag? 5x dagritmekaarten voor meer structuur
Wanneer ga je naar de huisarts?
Trek aan de bel als je veel kenmerken herkent en je kind vastloopt in zijn ontwikkeling op school, thuis of in het contact met leeftijdsgenoten. Ga gerust naar je huisarts of het consultatiebureau.
Bij kinderen met een ASS stagneert de communicatieve en sociale ontwikkeling vaak al rond het tweede of derde levensjaar. Tegenwoordig is een onderzoek naar autisme al op zeer jonge leeftijd mogelijk. Samen met de arts bespreek je of extra hulp thuis, op de opvang of op school noodzakelijk is.
Meer weten over autisme bij je kind?
Meer informatie? Kijk op www.autismejongekind.nl
Bron: UMC Utrecht