cognitieve ontwikkeling

Cognitieve ontwikkeling van je peuter

Je peuter begint steeds beter te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. Hij ontdekt dat groen een andere kleur is dan blauw, en dat morgen niet vandaag is. Zijn nieuwsgierigheid brengt hem ver en stimuleert zijn cognitieve ontwikkeling.

Wat is cognitieve ontwikkeling?

Leren, onthouden, bewustzijn, het oplossen van problemen, taalbegrip en spraak: het valt allemaal onder de cognitieve ontwikkeling. De cognitieve ontwikkeling is dus eigenlijk het proces van het leren en vindt dan ook in de hersenen plaats. Door de nieuwsgierigheid en onderzoekende houding van je kind, leert hij de wereld om zich heen te begrijpen. Hij leert kleuren te ordenen, dat zijn acties een gevolg hebben en krijgt steeds meer begrip van tijd. De taal- en denkontwikkeling hangen sterk met elkaar samen. Door taal kan je kind duidelijk maken dat hij nieuwe kennis heeft opgedaan. Langzaam maar zeker leert hij steeds beter zijn gedachten onder woorden te brengen. De taalvaardigheid speelt dus een belangrijke rol bij de cognitieve ontwikkeling.

Cognitieve ontwikkeling per leeftijd

De komende jaren leert je peuter op cognitief gebied veel. Zo leert hij denken in symbolen; dat je van een doos een te gek huis kan maken bijvoorbeeld. Ook hij leert in zijn hoofd een beeld te vormen van een object of gebeurtenis en hij begrijpt oorzaak en gevolg. Maar wat leert hij precies op welke leeftijd? Wij vertellen wat je kind per levensjaar allemaal ontwikkelt en welke fases hij doorloopt.

Cognitieve ontwikkeling 2-3 jaar

Ergens rond het tweede jaar leert je kind kleuren te herkennen en te ordenen; alle rode blokjes bij de rode en alle groene bij de groene. Ook beseft hij dat wat hij doet gevolgen heeft. Hij begrijpt dat sommige dingen niet mogen. Of hij zich hier ook aan houdt, is de vraag. Grote kans dat je puberende peuter uittest, hoe jij op zijn actie reageert.

Rollenspellen

Misschien merk je nu dat je kind tijdens het spelen niet meer alleen zichzelf centraal stelt. Het draait tijdens het spelen om bijvoorbeeld zijn pop of zijn knuffel; die moet gewassen worden en ook eten als jullie aan tafel zitten. In zijn rollenspel herken je misschien wel jouw eigen gedrag. Alsof je jezelf hoort praten. Hij doet jou namelijk maar al te graag na tijdens het spelen.

Net als in een sprookje

Onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid, kan je kind nog niet. Alles is nog mogelijk, net als in sprookjes. Dat magische denken verdwijnt geleidelijk, zo rond het zesde jaar.

‘Kijk mam een weps!’

Je peuter begint nu ook de regels van de taal te begrijpen. Zo rond de 2,5 jaar kunnen sommige peuters al zinnetjes van drie tot vijf woorden maken. Dit betekent dat hij beter voor zijn omgeving te verstaan is. Vooral de medeklinkers kan je kind steeds beter uitspreken. Dubbele klinkers kan je kind nu ook zeggen, al worden deze nog weleens omgekeerd uitgesproken. Dat levert soms hilarische en soms hele logische versprekingen op: een verderkijker in plaats van een verrekijker en weps in plaats van wesp.

Gas terugnemen

Al die nieuwe indrukken en de ruime belevingswereld van je peuter maken hem ook snel moe. Door hem regelmatig de tijd te geven alle impulsen te verwerken, voorkom je dat hij ’s avonds humeurig naar bed gaat. Bouw op een dag wat momenten van rust in door voor te lezen, even samen op bed te liggen of hem op schoot te nemen en te knuffelen.

Wat kan je kind? (2-3 jaar)

  • Je peuter snapt door jouw lichaamstaal hoe jouw humeur is.
  • Hij kan zich steeds beter zich inleven in de gevoelstoestand van anderen.
  • Je peuter kan kleuren en vormen sorteren.
  • Je peuter is gek op fantasiespelletjes; met een speelgoedauto aan zijn oor, belt hij oma en van gras en water maakt hij soep.
  • Je peuter gebruikt woordcombinaties en begrijpt eenvoudige aanwijzingen en vragen.
  • Je peuter wordt bewust van handelingen die goed- of afgekeurd worden.
  • Een boek dat zwaar is of een groot huis, je peuter weet het te benoemen.
  • Teken eens een rondje en je peuter probeert het na te tekenen.
  • Hij krijgt het idee van getallen en kan misschien al een beetje tellen.
  • Je peuter imiteert jou. Dit zie je goed als hij met zijn poppen en knuffels in de weer is.
  • Je peuter kan een eenvoudige instructie opvolgen en herinnert zich steeds beter wat hij moet doen.
  • Je peuter gelooft dat levenloze dingen gevoel hebben, zoals een stoel of een pop. Stoot je kind zijn voet aan een stoel, dan kan hij stoute stoel zeggen.

Cognitieve ontwikkeling 3-4 jaar

Je kind wordt steeds zelfstandiger en zijn zelfbewustheid neemt toe. Hij kan langer alleen spelen en helemaal opgaan in rollenspellen. Plaatjes bij elkaar zoeken en patronen namaken, hij wordt er steeds beter in. Memory en domino zijn dan ook leuke spelletjes om te doen. Ook kan hij steeds ingewikkelder puzzels maken en krijgt hij begrip voor wiskundige vormen, zoals een cirkel, vierkant en driehoek.

Tijdsbesef

Echt tijdsbesef heeft je kind nog niet. Dat ontstaat vaak vanaf een jaar of vier. Begrippen als straks, vanmiddag of morgen zijn nog te abstract. Tijd draait nog vooral nog om bepaalde momenten, zoals Kerstmis, een verjaardag of de winter. Hij begint hij te begrijpen dat sommige leuke dingen soms even moeten wachten en dus uitgesteld moeten worden. Maar of hij het daar mee eens is….

‘Waarom is de lucht blauw?’

Als je kind een jaar of drie is komen er ook steeds meer vragen. De typische waarom-fase breekt aan. Je kind is nieuwsgierig en wil de wereld beter begrijpen. Eigenlijk is dit best een mijlpaal, want door het stellen van vragen legt je kind verbanden. Neem zijn vragen altijd serieus en probeer een eerlijk en duidelijk antwoord te geven. Weet je het antwoord zelf ook niet, zeg dit dan en ga niet iets verzinnen.

Woorden verzinnen

Tussen het derde en vier jaar kan je kind over dingen nadenken waar hij het woord niet voor weet en verzint hij zelf een woord. Vaak nog goed bedacht ook, en volkomen logisch!

Koppoters tekenen

Ook op tekengebied maakt je kind sprongen. Opeens zijn het geen krassen meer die op het papier verschijnen, maar een poppetje. Het zijn de bekende koppoters: een cirkel met ogen en een mond en gelijk daaronder benen. Die koppoters maakt je kind, zodra hij ontdekt dat hij een zelfstandig persoon is. Hij wordt zich steeds meer bewust van zichzelf. Zo rond het vierde jaar tekent je kind steeds realistischere mensfiguurtjes.

Wat kan je kind? (3-4 jaar)

  • Je peuter kan over dingen nadenken, waar hij het woord niet voor weet en er zelf een woord voor verzinnen.
  • Je peuter kan steeds beter een oplossing vinden voor een probleem. Hij onthoudt wat hij eerder van een soortgelijke situatie heeft geleerd.
  • Je peuter beseft steeds beter dat bijvoorbeeld een foto iets uit de ‘echte wereld’ kan zijn en dat een symbool staat voor iets anders.
  • Je peuter kan zijn eerste tekening van een poppetje maken dat al steeds meer op een echt mens begint te lijken.
  • Je peuter kan ingewikkelde puzzels maken en spelletjes spelen zoals memory.
  • Je peuter kan steeds beter verbanden leggen. Dit merk je doordat hij (soms eindeloos veel) waarom-vragen aan je stelt.