urineverlies

Urineverlies tijdens de zwangerschap

Een derde van de zwangere vrouwen krijgt last van zwangerschapsincontinentie. Vervelend, maar meestal is het tijdelijk en bekkenbodemoefeningen kunnen goed helpen. Hier tips.

Wat is urineverlies?

Het ligt voor de hand, maar we kunnen het maar duidelijk hebben: urineverlies of incontinentie is het verlies van urine zonder dat je dat wilt. Je kunt een paar druppels verliezen tot een complete plas. Er zijn meerdere redenen waarom de kans op urineverlies groter is als je zwanger bent.

Vaker plassen

Tijdens de zwangerschap moet je vaker plassen dan normaal. De bloedtoevoer naar je nieren is verhoogd én de hoeveelheid bloed in je lijf neemt gedurende de zwangerschap toe met wel veertig procent. Je nieren moeten hierdoor meer vocht verwerken, dat gaat naar je blaas en er komt daarmee meer druk op de blaas te staan. Daarbij komt dat je baarmoeder steeds meer plek gaat innemen, waardoor de blaas minder ruimte krijgt. 

Kijktip: dit is de reden waarom zwangere vrouwen vaker moeten plassen. 

Invloed van progesteron

Het hormoon progesteron zorgt er voor dat je blaasspier verslapt, wat nodig is om te voorkomen dat de baarmoederspier de baby voortijdig uitdrijft. Ook de spieren rondom je blaas worden slapper. Dit zijn de sluitspieren van de blaas en de bekkenbodemspieren. Doordat ze minder goed werken kun je problemen krijgen met je plas ophouden.

De bekkenbodemspieren vormen een soort hangmatje onderin je bekken, waar je anus, vagina en urinebuis doorheen lopen. De bekkenbodemspieren bestaan voor een deel uit onbewust aangestuurde spieren (gladde spiervezels) die met name in de plasbuis en de anus zitten. Deze zijn altijd aangespannen, behalve als je plast. Het grootste deel van je bekkenbodemspieren kan je bewust aanspannen en ontspannen (dwarse spiervezels). Vanaf ongeveer twaalf weken zwangerschap kun je hierdoor last krijgen van urineverlies.

Tip: goede thuisoefeningen om je bekkenbodem te versterken

Druk op de blaas

Naarmate de zwangerschap vordert neemt de druk op de blaas toe. Hoe groter je baby wordt, hoe meer hij drukt op je blaas (Zwanger van een grote of zware baby? Dit moet je weten.). Door de combinatie van die toenemende druk en de verminderde functie van  bekkenbodemspieren kan het zijn dat je last krijgt van urineverlies. Als je voor de zwangerschap al overgewicht had of tijdens de zwangerschap meer dan twaalf kilo aankomt, heb je ook meer kans op urineverlies.

Lees ook: Gewichtstoename: wat is gezond?

Stressincontinentie

Zwangerschapsincontinentie wordt ook wel stressincontinentie genoemd. Dit heeft niets te maken met stress, maar met druk. Je verliest urine als de druk in je buik tijdelijk groter is dan de bekkenbodemspieren aankunnen. Bijvoorbeeld bij het tillen, dragen, rennen en bukken, maar ook als je niest, hoest of lacht.  

Bijkomende klachten

Zwangerschapsincontinentie kan best frustrerend zijn. Het kan je onzeker maken en ervoor zorgen dat je van allerlei leuke dingen minder geniet. Sommige vrouwen willen niet meer sporten uit angst dat ze urine verliezen of zijn zich er bij sociale gezelligheid steeds van bewust dat dit kan gebeuren. Het kan zelfs leiden tot depressieve klachten. Merk je dat je er zoveel last van hebt, bespreek het dan met je huisarts of verloskundige. Het is niet raar, maar komt juist veel voor: een derde van de zwangere vrouwen krijgt ermee te maken.

Top 10 meest voorkomende zwangerschapskwaaltjes.

Hoe kun je ermee omgaan?

  1. Ga plassen als je duidelijke aandrang hebt en stel het dan niet uit (ongeveer elke drie uur is normaal 5-8 keer per dag) en plas op de juiste manier: ga rechtop zitten met je bekken iets naar voren gekanteld en neem de tijd. Zet er geen druk of kracht op en plas tot de laatste druppel eruit is. Kantel eventueel je bekken nog even naar achteren en naar voren en voel dan of er nog iets komt. Als je helemaal uitplast verklein je de kans op een blaasontsteking, die het probleem erger kan maken. Zo herken je de symptomen van een blaasontsteking.
  2. Een beetje urineverlies kun je opvangen met een inlegkruisje of maandverband. Is het meer, dan zijn er speciale incontinentieverbanden. Schroom niet om ze te gebruiken, want ze kunnen juist fijner zijn dan maandverband. Ze zijn dun en gemaakt van ademend materiaal, waardoor je minder kans hebt op huidirritatie.
  3. Verschoon jezelf zodra je ‘nattigheid voelt’. Zo voorkom je huidirritatie.
  4. Blijf genoeg drinken, anderhalf tot twee liter per dag. Weinig drinken helpt niet tegen urineverlies en je hebt veel vocht nodig als je zwanger bent.
  5. Drink koffie met mate. Cafeïne stimuleert de werking van de nieren, waardoor vocht je lichaam sneller verlaat en je blaas dus eerder vol zit. 
  6. Indien je verlies hebt bij sporten, kijk dan of het helpt als je een tampon inbrengt. De tampon drukt de plasbuis een beetje dicht.

Gaat het weer over?

Meestal wel. Als je hormoonhuishouding na de bevalling weer op orde is, wordt het spierweefsel vanzelf weer sterker. De helft tot driekwart van de vrouwen heeft een halfjaar na de bevalling geen of nauwelijks klachten meer.

Naar de huisarts?

Als je zes weken na de bevalling nog last hebt van urineverlies, kun je het beste naar de huisarts gaan of meteen contact opnemen met een bekkenfysiotherapeut. Door de bevalling kunnen de klachten ook verergeren (of voor het eerst ontstaan). Het is zonde om ermee rond te blijven lopen, omdat je er best onder kunt lijden en er vaak heel goed iets aan te doen is. Je huisarts kan je bijvoorbeeld doorverwijzen naar een geregistreerd bekkenfysiotherapeut, die je met oefeningen leert hoe je de functie van je bekkenbodemspieren kunt verbeteren. Veel vrouwen gaan zelf aan de slag met het oefenen van de bekkenbodemspieren, alleen voeren de oefening(en) vaak niet goed uit wat zelfs tot een verslechtering van de klachten kan leiden. Daarnaast lopen er ook veel vrouwen rond met een te gespannen bekkenbodem.

Lees hier meer over urineverlies na de bevalling.

Of is het vruchtwater?

Aan het eind van de zwangerschap kan er een scheurtje in de vliezen komen waaruit een beetje vruchtwater lekt. Of de vliezen kunnen breken (dit merk je niet altijd duidelijk), waarna er een plas vruchtwater komt. Twijfel je of je urine of vruchtwater verliest? Als je een beetje kunt opvangen in een glas kun je het verschil zien: vruchtwater heeft niet de kleur van urine, maar is helder en zo dun als water, soms een beetje rozig of er zitten kleine vlokjes in. Vaak ruikt het wat zoetig. 

Ook kun je vruchtwater niet ophouden, het blijft stromen als je je bekkenbodemspieren aanspant. Weet je het echt niet, dan kan de verloskundige testen of het vruchtwater of urine is.

Hier alles over vruchtwater.

Training voor thuis

Het trainen van de bekkenbodem is in de eerste fase na de bevalling gericht op voelen en weer leren beheersen. Op controle dus, zeker niet op kracht. Een paar tips voor het voelen, aanspannen en ontspannen van je bekkenbodem:

  1. Span de bekkenbodem altijd aan op een uitademing. Je hebt dan reflexmatig al een beetje ‘hulp’ bij de aanspanning. Probeer bij het loslaten van de bekkenbodem te voelen dat deze weer helemaal naar beneden gaat. Wanneer je weer goed naar je buik kan ademen is de bekkenbodem weer ontspannen, met name de ontspanning is erg belangrijk.
  2. Probeer je plasbuis, vagina of anus een beetje in te trekken, alsof je je plas ophoudt en laat weer los.
  3. Probeer voor je gevoel een windje tegen te houden en weer los te laten.
  4. Stel je voor dat je onderkant een klok is. Twaalf is de voorkant, zes is de achterkant, drie en negen zijn de zijkanten. Trek de twaalf en de zes samen (voor en achterkant naar elkaar toe) en de negen en drie ook (zijkanten naar elkaar toe) en lift het geheel en laat dan weer goed los.
  5. Ga op een handdoek of kruik zitten en probeer je ‘kruis’ op te trekken en laat weer los.
  6. Leg je hand tegen je perineum aan (het stukje weefsel tussen de vagina en anus) en probeer het naar binnen te trekken en weer los te laten.
  7. Probeer je bekkenbodem aan te spannen in verschillende houdingen: liggend, zittend of staand. Let erop dat je buik en je billen niet mee mogen aanspannen en ontspan weer en adem door naar je buik.
  8. Je bekkenbodem functioneert niet beter door de oefeningen krachtiger te doen; controle en goed voelen en los kunnen laten is veel belangrijker.
  9. Neem voldoende rust na het aanspannen. Ontspannen is juist heel belangrijk voor een goede werking van je bekkenbodem.
  10. Oefen je bekkenbodem niet wanneer je aan het wandelen of rennen bent.
  11. Oefen je bekkenbodem nooit tijdens het plassen: hierdoor is de kans op een blaasontsteking groter.

Belangrijke tip

Heb je last van urineverlies tijdens hoesten en of niezen, trek dan de bekkenbodemspieren in, draai je hoofd en probeer de druk op je buik, veroorzaakt door het niezen en hoesten op te vangen met je bekkenbodem en je buikspieren.  Doe dit ook op andere buikdrukverhogende momenten in je dagelijks leven, zoals bij iets zwaars optillen, bukken, om urineverlies te voorkomen

Stippeltjes plassen: niet doen!

Vroeger werd het advies gegeven om tijdens het plassen telkens even te stoppen. Daar zou je bekkenbodem sterker van worden. Stippeltjes of druppeltjes plassen heet dat. Bekkenfysiotherapeuten raden dit nu sterk af omdat dit het signaal vanuit de blaas naar de hersenen kan verstoren. Hierdoor voel je niet meer goed wanneer je moet plassen. Dat kan júist leiden tot urineverlies. .

Marianne Voet

Bekkenfysiotherapeut

Marianne Voet is bekkenfysiotherapeut en werkt onder andere bij Da Costa Fysiotherapie Amsterdam. Ze behandelt vrouwen met klachten die zijn ontstaan door de zwangerschap of de bevalling. Met ruim 25 jaar ervaring weet ze alles van onder andere bekkenklachten. Ze is moeder van drie kinderen.

Contact
Website