Urineverlies tijdens de zwangerschap

Urineverlies tijdens de zwangerschap

Een derde van de zwangere vrouwen krijgt last van zwangerschapsincontinentie. Vervelend, maar meestal is het tijdelijk en bekkenbodemoefeningen kunnen goed helpen. 

Wat is urineverlies?

Het ligt voor de hand, maar we kunnen het maar duidelijk hebben: urineverlies of incontinentie is als je zonder het van plan te zijn (een beetje) plast. Je kunt een paar druppels verliezen tot een complete plas en het kan ook gebeuren als je niet doorhad dat je (bijna) moest plassen. Er zijn meerdere redenen waarom de kans op ongewild urineverlies groter is als je zwanger bent.

Vaker plassen

Tijdens de zwangerschap moet je vaker plassen dan normaal. De bloedtoevoer naar je nieren is verhoogd én de hoeveelheid bloed in je lijf neemt gedurende de zwangerschap toe met wel vijftig procent. Je nieren moeten hierdoor meer vocht verwerken en dat gaat naar je blaas. Daarbij komt dat je baarmoeder steeds meer plek gaat innemen, waardoor de blaas minder ruimte krijgt. Je blaas is dus sneller vol, maar wordt óók minder goed afgesloten. 

Invloed van progesteron

Dat de blaas minder goed wordt afgesloten komt door het hormoon progesteron. Dit zorgt ervoor dat je spieren wat verslappen, wat nodig is om te voorkomen dat de baarmoederspier de baby voortijdig uitdrijft. Ook de spieren waarmee je je plas ophoudt worden slapper en werken minder goed. Dit zijn de sluitspier van de blaas en de bekkenbodemspieren. 

De bekkenbodemspieren vormen een soort netje onderin je bekken, waar je anus, vagina en urinebuis doorheen lopen. De bekkenbodemspieren zijn altijd een beetje aangespannen om de plasbuis dicht te duwen, zodat je je urine ophoudt. Maar dat gaat dus minder goed als die spieren verslapt zijn. Vanaf ongeveer twaalf weken zwangerschap kun je hierdoor last krijgen van urineverlies.

Video: Goeie uitleg waarom zwangere vrouwen vaker moeten plassen.

Druk op de blaas

Naarmate de zwangerschap vordert neemt die kans toe. Hoe groter je baby wordt, hoe meer hij drukt op je blaas (Zwanger van een grote of zware baby? Dit moet je weten.). Door die druk kunnen de slappere sluitspier en bekkenbodemspieren de urine steeds minder goed tegenhouden. Als je voor de zwangerschap al overgewicht had of tijdens de zwangerschap meer dan twaalf kilo aankomt, heb je ook meer kans op urineverlies. Gewichtstoename: wat is gezond?

Stressincontinentie

Zwangerschapsincontinentie wordt ook wel stressincontinentie genoemd. Dit heeft niets te maken met stress, maar met druk. Je verliest urine als de druk in je buik tijdelijk groter is dan de bekkenbodemspieren aankunnen. Bijvoorbeeld bij het tillen, dragen, rennen en bukken, maar ook als je niest, hoest of lacht. Normaal geven de bekkenbodemspieren dan extra tegendruk, zodat je urinebuis dicht blijft. Maar door verslapte spieren lukt dit niet goed. 

Bijkomende klachten

Zwangerschapsincontinentie kan best frustrerend zijn. Het kan je onzeker maken en ervoor zorgen dat je van allerlei leuke dingen minder geniet. Sommige vrouwen willen niet meer sporten uit angst dat ze urine verliezen of zijn zich er bij sociale gezelligheid steeds van bewust dat dit kan gebeuren. Het kan zelfs leiden tot depressieve klachten. Merk je dat je er zoveel last van hebt, bespreek het dan met je huisarts of verloskundige. Het is niet raar, maar komt juist veel voor: een derde van de zwangere vrouwen krijgt ermee te maken. 

Hoe kun je ermee omgaan?

  1. Ga regelmatig plassen en plas op de juiste manier: ga rechtop zitten met je bekken iets naar voren gekanteld en neem de tijd. Zet er geen druk of kracht op en plas tot de laatste druppel eruit is. Kantel eventueel je bekken nog even naar achteren en naar voren en voel dan of er nog iets komt. Als je helemaal uitplast verklein je de kans op een blaasontsteking, die het probleem erger kan maken. Zo herken je de symptomen van een blaasontsteking.
  2. Een beetje urineverlies kun je opvangen met een inlegkruisje of maandverband. Is het meer, dan zijn er speciale incontinentieverbanden. Schroom niet om ze te gebruiken, want ze kunnen juist fijner zijn dan maandverband. Ze zijn dun en gemaakt van ademend materiaal, waardoor je minder kans hebt op huidirritatie.
  3. Verschoon jezelf zodra je ‘nattigheid voelt’. Zo voorkom je huidirritatie.
  4. Blijf genoeg drinken, anderhalf tot twee liter per dag. Weinig drinken helpt niet tegen urineverlies en je hebt veel vocht nodig als je zwanger bent.
  5. Drink weinig of geen koffie. Cafeïne stimuleert de werking van de nieren, waardoor vocht je lichaam sneller verlaat en je blaas dus eerder vol zit. Tip: drink zo min mogelijk thee en koffie waar cafeïne in zit, uit onderzoek blijkt dat het de kans op een miskraam vergroot.
  6. Train je bekkenbodemspieren. Verderop vind je effectieve oefeningen van Mom in Balance.

Gaat het weer over?

Meestal wel. Als je hormoonhuishouding na de bevalling weer op orde is, wordt het spierweefsel vanzelf weer sterker. De helft tot driekwart van de vrouwen heeft een halfjaar na de bevalling geen of nauwelijks klachten meer, met name als ze hun bekkenbodemspieren trainen.

Naar de huisarts?

Als je zes weken na de bevalling nog last hebt van urineverlies, kun je het beste naar de huisarts gaan. Door de bevalling kunnen de klachten ook verergeren (of voor het eerst ontstaan). Het is zonde om ermee rond te blijven lopen, omdat je er best onder kunt lijden en er vaak heel goed iets aan te doen is. Je huisarts kan je bijvoorbeeld doorverwijzen naar een bekkenbodemfysiotherapeut, die je met oefeningen leert hoe je je bekkenbodemspieren kunt versterken. Lees hier meer over urineverlies na de bevalling. 

Of is het vruchtwater?

Aan het eind van de zwangerschap kan er een scheurtje in de vliezen komen waaruit een beetje vruchtwater lekt. Of de vliezen kunnen breken (dit merk je niet altijd duidelijk), waarna er een plas vruchtwater komt. Twijfel je of je urine of vruchtwater verliest? Als je een beetje kunt opvangen in een glas kun je het verschil zien: vruchtwater heeft niet de kleur van urine, maar is helder en zo dun als water, soms een beetje rozig of er zitten kleine vlokjes in. Vaak ruikt het wat zoetig. Ook kun je vruchtwater niet ophouden, het blijft stromen als je je bekkenbodemspieren aanspant. Weet je het echt niet, dan kan de verloskundige testen of het vruchtwater of urine is. Hier alles over vruchtwater. 

Oefeningen voor de bekkenbodemspieren

De beste manier om urineverlies tijdens en na de zwangerschap te voorkomen of verminderen, is je bekkenbodemspieren versterken. Mom in Balance heeft hiervoor geschikte oefeningen die je makkelijk thuis kunt doen.

Waar zit je bekkenbodem?

Niet alle vrouwen weten waar hun bekkenbodemspieren zitten. Je kunt ze vaak goed voelen als je op je hand blaast (dan zet je je bekkenbodem uit) of als je doet alsof je een spaghettisliert naar binnen zuigt (dan trek je je bekkenbodem in). Als je daarbij op een bal of stevig kussen zit voel je het nog duidelijker. Ook kun je je voorstellen dat je je plas ophoudt: dat doe je door je bekkenbodemspieren in te trekken. 

Training voor thuis

Het trainen van de bekkenbodem is in de eerste fase na de bevalling gericht op voelen en weer leren beheersen. Op controle dus, zeker niet op kracht. Een paar tips voor het trainen en aanspannen van je bekkenbodem:

  • Span de bekkenbodem altijd aan op een uitademing. Je hebt dan reflexmatig al een beetje ‘hulp’ bij de aanspanning.
  • Probeer je plasbuis, vagina of anus een beetje in te trekken, alsof je je plas ophoudt.
  • Probeer voor je gevoel een windje tegen te houden.
  • Stel je voor dat je onderkant een klok is. Twaalf is de voorkant, zes is de achterkant, drie en negen zijn de zijkanten. Trek de twaalf en de zes samen (voor en achterkant naar elkaar toe) en de negen en drie ook (zijkanten naar elkaar toe) en lift het geheel.
  • Ga op een handdoek of kruik zitten en probeer je ‘kruis’ op te trekken.
  • Leg je hand tegen je perineum aan (het stukje weefsel tussen de vagina en anus) en probeer het naar binnen te trekken.
  • Probeer je bekkenbodem aan te spannen in verschillende houdingen: liggend, zittend of staand. Let erop dat je buik en je billen niet mee mogen aanspannen.
  • Je bekkenbodem functioneert niet beter door de oefeningen krachtiger te doen; controle en goed voelen is veel belangrijker.
  • Neem voldoende rust na het aanspannen. Ontspannen is juist heel belangrijk voor een goede werking van je bekkenbodem.
  • Oefen je bekkenbodem niet wanneer je aan het wandelen of rennen bent.
  • Oefen je bekkenbodem nooit tijdens het plassen: hierdoor is de kans op een blaasontsteking groter.
Stippeltjes plassen: niet doen!

Vroeger werd het advies gegeven om tijdens het plassen telkens even te stoppen. Daar zou je bekkenbodem sterker van worden. Stippeltjes of druppeltjes plassen heet dat. Fysiotherapeuten raden dit nu sterk af omdat dit het signaal vanuit de blaas naar de hersenen kan verstoren. Hierdoor voel je niet meer goed wanneer je moet plassen. Dat kan júist leiden tot urineverlies.

tip