couveuse-baby

Je baby in de couveuse

Baby’s die ziek zijn, te klein (dysmatuur), te vroeg (prematuur) of met een afwijking worden geboren, worden opgenomen op de afdeling neonatologie om te worden verzorgd. Beval je voor de 32 weken, dan word je baby geboren in een centrum met een neonatale intensive care of daar naar toe gebracht. Ze liggen dan vaak in een speciaal babybed: de couveuse.

Gesloten couveuse

Er zijn twee soorten couveuses, de gesloten en open variant. Een gesloten couveuse probeert zo goed mogelijk de situatie van de baarmoeder na te bootsen. Het is binnen lekker warm, de luchtvochtigheid kan worden verhoogd en prikkels worden zoveel mogelijk gedempt. De couveuse is gemaakt van plexiglas, zodat je je baby goed kunt zien. In het glas zitten ronde gaten waar je je armen doorheen kunt steken om je baby aan te raken en te verzorgen. Je baby ligt onder een speciale hoes (couveusecover) die gemaakt is van dik textiel om licht en geluid te dempen. Vaak wordt met behulp van doeken of een zogenaamde snuggle een soort nestje gemaakt om zo het geborgen gevoel van de baarmoeder na te bootsen.

Warmte

De belangrijkste functie van de couveuse is dat het je kind warmte biedt. Couveusekinderen kunnen zichzelf vaak nog niet goed genoeg op temperatuur houden. In zo’n couveuse kan de temperatuur en luchtvochtigheid nauwkeurig worden geregeld. Soms zijn er speciale behandelingen nodig waarbij de couveuse geopend moet worden. In dat geval hangt er boven de couveuse een warmtelamp waarmee je baby ook in de vrije lucht warm wordt houden. De verpleging en artsen proberen de temperatuur zo constant mogelijk te houden. Als het nodig is krijgt je baby een extra muts of warmtedekentje.

Open couveuse

Naast de gesloten couveuse bestaat ook een open variant, die ook wel een open bedje of warmtebedje wordt genoemd. Er zit bodemverwarming in en soms hangt er een warmtelamp boven het bed. Baby’s die hun temperatuur al beter stabiel kunnen houden komen in een open bed. Ook op tijd geboren kinderen met een aandoening of afwijking krijgen een open bed.

Apparatuur rondom de couveuse

Rondom de couveuse staat allerlei apparatuur. Sommige apparaten zijn met behulp van elektrodes verbonden aan je baby. De meest voorkomende apparaten zijn:

  • De monitor

    Op een beeldscherm zie je de resultaten van verschillende metingen, zoals de hartslag, ademhaling, de hoeveelheid zuurstof in het bloed (saturatie) en de bloeddruk.

  • Apparaat voor ademhalingsondersteuning

    Veel baby’s op deze afdeling hebben een vorm van ademhalingsondersteuning nodig. Ieder ziekenhuis heeft zijn eigen apparaten die meestal verschillende functies heeft. Zo kan de ademhaling alleen ondersteunt worden of kan de baby als dat niet voldoende is beademing krijgen.

  • Infuuspompen

    Achter ieder bed op de neonatologie afdeling staat een paal met een reeks infuuspompen. Zo kan met een infuus de medicatie worden toegediend.

Andere apparatuur die nodig kan zijn:

  • Fototherapielamp of matje

    Enkele dagen na de geboorte zien veel baby’s geel. Dit wordt veroorzaakt door een stof dat vrijkomt in je bloed wanneer er bloed wordt afgebroken: bilirubine. Dit kan schadelijk zijn en om dit snel te verlagen wordt fototherapie gegeven. Dit is een blauwlicht waar je baby onder ligt. Hij krijgt dan een zonnebril op en ligt onder een lamp of op een speciaal matje.

  • Apparaat voor koeling

    Wanneer je baby ernstig zuurstoftekort heeft gehad bij de geboorte kan er gekozen worden om de baby te koelen.

  • (a)EEG of CFM

    Met behulp van plakkertjes op het hoofd van je baby wordt de hersenactiviteit gemeten. Een hersenfilmpje wordt gemaakt bij baby’s die mogelijk stuiptrekkingen (convulsies) heeft of kan krijgen.

  • Echo

    dit apparaat staat er niet standaard, maar er worden regelmatig echo’s van vooral de hersenen gemaakt op de IC neonatologie.

  • MRI

    De hersenen kunnen ook bekeken worden met een MRI-scan. Daarvoor moet je kind wel van de afdeling af. Met behulp van een speciale transportcouveuse wordt hij naar de MRI-scan gebracht.

  • Stikstof apparaat

    Stikstof wordt gebruikt wanneer de druk in de longen zo hoog is dat het bloed er niet door heen kan stromen om zuurstof te binden. Stikstof verlaagd deze vaatweerstand.

Vormen van ademhalingsondersteuning

Je baby kan op verschillende manieren ondersteund worden. De verpleging en artsen proberen altijd zo min mogelijk extra zuurstof en zoveel mogelijk kamerlucht aan je baby te geven.

  • Flowsnor/bril: een klein slangetje onder de neus van je baby zorgt voor continue luchtstroom door de neus. Dit kan de ademhaling een klein beetje ondersteunen.
  • High flow: wederom een klein slangetje onder de neus geeft extra luchtflow in de neus. Deze lucht is verwarmd en bevochtigd en kan daarom grotere snelheid (mee liters per minuut flow) aan.
  • CPAP: (continues positive airway pressure). Dit is ondersteuning waarbij er een klein beetje druk wordt achtergelaten in de longen waardoor ze beter open blijven staan. Dit wordt PEEP genoemd. Ieder ziekenhuis heeft zijn eigen manier om dit te geven: soms met twee kleine slangetjes in de neus, soms met een kapje over de neus dat bevestigd is aan een speciale muts.
  • Beademing: wanneer je baby echt onvoldoende zelf ademt wordt hij geïntubeerd: er wordt een flexibel buisje tussen de stembanden ingebracht en met behulp van de machine wordt de ademhaling grotendeels overgenomen.
  • Trilbeademing: dit is een speciale manier van beademen. Het overbrengen van zuurstof aan de longen en het openhouden van de longen wordt verricht door hele fijne trillingen waarbij je je kind ziet trillen.

Wat je kunt doen voor je baby in de couveuse

Een opname op de IC Neonatologie is als een achtbaan. Van tevoren stel je je alles heel anders voor. Veel ouders voelen zich machteloos. Ze zijn blij met de komst van hun baby, maar ook bang en onzeker over de opname en over de toekomst.

Veel ouders zijn bovendien bang dat de hechting met hun kind wordt verstoord. Een goede hechting is de basis voor een gezonde emotionele, sociale, verstandelijke en zelfs motorische ontwikkeling. Een baby herkent zijn ouders aan hun lichaamsgeur, stemgeluid en de manier van aanraken. Daarom is het zo belangrijk om veel met een baby te knuffelen. Als je baby op de IC Neonatologie ligt, is dat lastiger dan anders. Toch zijn er een aantal dingen die je juist heel goed voor je baby kunt doen:

  1. Buidelen

    Als je baby stabiel genoeg is, mag hij uit de couveuse op je blote borst. Je baby ligt in een luiertje met zijn huid tegen jouw huid, heerlijk verstopt onder een deken. Hij ruikt jouw geur, hoort je stem en voelt de aanraking. Dit zorgt voor gevoelens van veiligheid en vertrouwen. De warme doek over jullie heen zorgt ervoor dat je baby het warm genoeg heeft. Als hij bij zijn moeder ligt, ruikt hij ook al aan de borst, dit kan helpen om later alsnog zelf aan de borst te kunnen drinken. Maar het is ook erg belangrijk dat de vaders buidelen. Op die manier ontstaat er ook een band tussen de vader en baby. Het overleggen van de couveuse naar jou of je partner veroorzaakt wel wat stress bij je baby. Daarom is het belangrijk om het zo lang mogelijk achter elkaar (minimaal 1-1,5 uur) te doen. Neem echt de tijd als je wilt buidelen. Overleg met de verpleegkundigen wat een geschikt moment is tussen de voedingen en verzorging door.

  2. Comfort Holding

    Als buidelen om een bepaalde reden niet kan kun je je baby wel laten weten dat je er bent door je handen rustig op zijn lijfje te leggen. Een onderaan de billetjes en een bij overgang nek naar hoofd. Je baby voelt dat je er bent. Niet wrijven, dat geeft onrust, gewoon je handen rond je baby houden, dat geeft comfort en geborgenheid.

  3. Aanwezig zijn

    Het horen van jouw stem, het ruiken van je geur en het voelen dat jij er bent, zijn heel belangrijk voor je kind. Je kunt er voor je baby zijn door naar hem te kijken, hem aan te raken, tegen hem te praten of zingen en hem gerust te stellen.

  4. Moedermelk kolven

    Moedermelk is goed voor iedere baby, maar zeker voor een baby op de neonatologie afdeling. In je eigen melk zitten op maat gemaakte voedingsstoffen, menselijke eiwitten en afweerstoffen speciaal voor jouw baby. Darmen van een te vroeg geboren baby verdragen eigen moedermelk het beste. Een veel te vroeg geboren of te kleine baby kan vaak nog onvoldoende zelf drinken. Ze krijgen vaak een sonde. Hierdoor geeft de verpleegkundige jouw moedermelk. Zo help je je baby groter te groeien en geef je een deel van jouw afweerstoffen door.

Kleding in een couveuse

In de couveuse hebben baby’s geen kleding aan. Ze worden warm gehouden door de verhoogde temperatuur, dekentjes en eventueel een muts. Op de IC afdeling is vanuit hygiëne babykleding vaak niet mogelijk. Wanneer je kind naar een andere neonatologie of couveuseafdeling gaat mag hij een romper aan. Overslagrompertjes zijn het meest handig, maar overleg even met de verpleging wat een goed idee is.

Kleine maatjes

Couveusekinderen zijn vaak kinderen die te vroeg zijn geboren of erg klein zijn. Kleding in maat 50 is dan vaak te groot en moet aan alle kanten opgerold worden. Er bestaat ook speciale prematuur kleding in extra kleine maten. Als je baby in de couveuse ligt, ben je vaak de hele dag in het ziekenhuis en staat je hoofd er waarschijnlijk niet naar om naar de winkel te gaan om extra kleine kleding te kopen. Vraag dan aan opa, oma of een vriendin om voor je naar de winkel te gaan. Er zijn ook verschillende websites waar je speciale prematuur kleding online kunt bestellen.

Wanneer mag je baby mee naar huis?

De temperatuur van de couveuse wordt langzaam afgebouwd. Als je baby zelf zijn temperatuur goed kan reguleren, mag hij uit de couveuse. Wanneer je baby is opgenomen op een IC Neonatologie kan je baby worden overgeplaatst op het moment dat IC zorg niet meer nodig is. Als je baby stabiel is kan hij naar een post-IC vanaf 30 weken en als hij minimaal 1 kg weegt.

Je baby mag mee naar huis als hij geen ademhalingsondersteuning meer nodig heeft, zelf zijn voedingen drinkt, goed groeit en zichzelf goed op temperatuur kan houden.

Het is ook belangrijk dat jullie je als ouders sterk genoeg voelen om de zorg aan te kunnen. Je bent door een heftige periode gegaan. En sommige baby’s hebben bijvoorbeeld nog een sonde of extra zuurstof nodig, of andere medische hulp. Met behulp van de huisarts en een wijkverpleegkundige kan deze zorg thuis gegeven worden, maar je moet dit zelf ook aankunnen.

De meeste te vroeg geboren baby’s kunnen rond de oorspronkelijk uitgerekende datum naar huis. De extreem vroeg geboren baby’s zijn hier vaak een uitzondering op. Zij moeten vaak langer blijven. Uit onderzoek blijkt dat maar de helft van de couveusekinderen op de uitgerekende datum naar huis kan. Twee weken na de uitgerekende datum is zeventig procent thuis en vijf weken na de uitgerekende datum is negentig procent van de couveusebaby’s thuis bij de ouders.

Uitgestelde kraamzorg

Bij een baby die niet in de couveuse hoeft te liggen, hebben ouders na de bevalling recht op vierentwintig tot maximaal tachtig uur kraamzorg verdeeld over acht tot tien dagen. Je verloskundige en arts kunnen aangeven of je meer nodig hebt dan het standaard aantal uren. Mocht je in de eerste dagen al naar huis gaan, dan komt een deel van die uren te vervallen. Maar als je baby gedurende die hele periode of langer in het ziekenhuis heeft gelegen, heb je helemaal geen recht meer op kraamzorg.

Natuurlijk is het zo dat je van de verpleegkundigen in het ziekenhuis veel leert over de verzorging van je baby, maar het kan toch heftig zijn als je er bij thuiskomst ineens alleen voor staat. Daarom bieden veel kraamcentra zogenaamde uitgestelde kraamzorg aan. Dit wordt ook wel couveusenazorg genoemd. Je krijgt dan enkele uren hulp van een kraamverzorgster die veel ervaring heeft met de zorg voor kinderen die in een couveuse hebben gelegen. Uitgestelde kraamzorg wordt niet vergoed door de basisverzekering. Er zijn aanvullende polissen die het wel vergoeden. Of dit voor jou geldt, kun je bij je zorgverzekeraar navragen.

Schuldgevoel

Als ik maar gezonder had geleefd, als ik niet had… veel ouders van couveusekinderen hebben het idee dat hen iets te verwijten valt. Ze worden overspoeld door schuldgevoel. Dit is onterecht en je schiet er niet veel mee op. Toch is het moeilijk deze gevoelens onder controle te krijgen. In het ziekenhuis zijn er maatschappelijk werkers die je kunnen helpen dit soort gedachten te kanaliseren en om een realistisch beeld van de situatie te vormen.

Schaam je er niet voor, het is iets wat bij veel ouders van couveusekinderen speelt. Vraag om hulp als het je te veel wordt.

Post traumatische stress

Veel ouders van te vroeg geboren kinderen of van kinderen die ernstig ziek zijn bij de geboorte, krijgen na opname te maken met herbelevingen, acute paniekaanvallen, sombere gevoelens, schuldgevoel, nachtmerries of concentratieproblemen. Dit komt bij moeders en vaders voor, maar vaak op een ander tijdstip. Dit kan zich ontwikkelen tot een post traumatische stresssyndroom waar je veel last van hebt. Er komt steeds meer aandacht voor deze problematiek. Geef het aan bij de nacontroles van je kind, of bij de huisarts.

Machteld van Scherpenzeel

Kinderarts - Fellow Neonatoloog

Machteld van Scherpenzeel-de Vries is kinderarts neonatoloog in het Medisch Centrum Leeuwarden. Daar werkt ze op de post IC en de kinderafdeling waar ze kinderen die te vroeg geboren zijn, volgt in hun groei en ontwikkeling. Ze is moeder van drie kinderen. Ze zette het project UNIEK op om meer faciliteiten speciaal voor de pasgeborenen en hun ouders te kunnen financieren.