wiegendood

Wiegendood: deze 7 voorzorgsmaatregelen kun je treffen

Wiegendood, ook wel Sudden Infant Death Syndrome (SIDS) genoemd, is het onverwacht overlijden van een baby zonder dat daar een reden voor lijkt te zijn. Over de oorzaken is nog veel onduidelijk, maar er zijn wel een aantal voorzorgsmaatregelen die je kunt treffen.

Wat is wiegendood?

We spreken van wiegendood, ook wel Sudden Infant Death Syndrome (SIDS) genoemd, als een gezonde baby plotseling en onverwacht overlijdt, en als hier ook na verder onderzoek geen verklaring voor wordt gevonden. Als wiegendood voorkomt, is het vrijwel altijd bij kinderen tot één jaar, al kan het ook in het tweede jaar gebeuren. Het komt erg weinig voor en het aantal gevallen daalt al jaren: van 25 in 2000, naar 17 in 2010 en 10 in 2017. Dat komt omdat er gelukkig steeds meer kennis en informatie komt over het voorkomen van wiegendood.

Advertentie

Risico op wiegendood verkleinen

Helemaal voorkomen dat een baby plotseling en onverwacht overlijdt, kan niemand. Maar je kunt het risico wel verkleinen. De afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de omstandigheden waarin wiegendood zich voordoet. Daardoor zijn een aantal risico’s in kaart gebracht. Daarbij horen ook factoren waar je geen invloed op hebt. Zo komt wiegendood vaker voor bij:

Toch zijn er ook dingen waar je wel rekening mee kunt houden om het risico op wiegendood te verkleinen.

Onderzoekers kunnen niet verklaren waarom een enkele baby onder bepaalde omstandigheden overlijdt, en vrijwel alle andere baby’s niet. Ongetwijfeld speelt de individuele situatie van de baby mee en komt het door een combinatie van risicofactoren. Wat je kunt doen om de kans zo klein mogelijk te maken, is goed letten op de onderstaande punten:

1. Laat je baby op zijn rug slapen

Sinds 1987 wordt buikslapen in Nederland afgeraden en is het aantal wiegendoodgevallen flink afgenomen. Als een baby op de buik slaapt, kunnen de volgende vier dingen gebeuren:

  • Zijn neus en mond kunnen tegen het matras liggen, waardoor hij te weinig zuurstof binnenkrijgt. De uitgeademde lucht kan niet goed weg en ademt hij deels weer in (rebreathing).
  • Als een baby met zijn neus en onderkaak tegen het matras ligt, vervormt zijn neus iets, waardoor hij moeilijk kan ademen.
  • Als een baby op zijn buik ligt, maakt zijn lichaam meer contact met het matras dan bij rugligging. Hij kan het daardoor sneller te warm krijgen.
  • Op de buik is een baby beweeglijker. Met zijn benen of armen kan hij zich afzetten en verplaatsen. Kleinere baby’s bewegen vooral naar het hoofdeinde en oudere baby’s naar het voeteneinde, waardoor ze onder het beddengoed kunnen komen.

Het advies is om je baby vanaf de geboorte altijd op zijn rug te laten slapen. Baby’s die op hun zij liggen, rollen namelijk al na een paar weken op hun buik. Als je baby gaat omrollen van rug naar buik – meestal vanaf een maand of drie – draai hem dan terug op zijn rug. Ook kun je een babyslaapzak gebruiken om het draaien moeilijker te maken. Tip: Zo kies je de juiste babyslaapzak

Als je kind overdag wakker is, kun je hem – terwijl je toekijkt – op zijn buik leggen om zijn motoriek te oefenen. Als hij eenmaal goed op zijn buik en rug kan draaien, kun je hem zelf zijn slaaphouding laten bepalen.

Lees hier meer over de richtlijnen om je baby veilig te laten slapen.

2. Let op warmtestuwing

Door slechte ventilatie in de kinderkamer en te veel beddengoed kan een kind het te warm krijgen of kan hij moeilijk ademhalen. Als een kind zijn warmte niet kan afgeven en zijn lichaamstemperatuur omhoog gaat, spreken we van warmtestuwing. De bloedvaten in de huid worden dan wijd opengezet in een poging af te koelen. De bloeddruk daalt hierdoor en het hart moet harder pompen. Hierdoor wordt het hart (te) zwaar belast. Warmtestuwing is een serieus risico voor wiegendood. Let daarom goed op dat je je kind niet te warm toedekt. Lees hier onze tips voor een gezonde en veilige babykamer.

Meer weten? Dit zijn veilige babyslaapzakken (per seizoen)

3. Slaap niet samen in één bed

De veiligste slaapplek voor een kind is zijn eigen wieg of bed. Samen met je kind in één bed slapen is zeker in de eerste vier maanden een risicofactor voor wiegendood. Je baby kan het te warm krijgen door het dekbed, onder het dekbed terechtkomen, tussen de matrassen of het matras en de muur bekneld raken, uit bed vallen of met zijn gezicht tegen kussens aandrukken. Bovendien kun je in je slaap op je baby rollen. Dit risico neemt toe als ouders roken, medicijnen of drugs hebben gebruikt, hebben gedronken of erg vermoeid of gestrest zijn.

Wil je graag dat je baby dicht bij jullie slaapt, dan kun je zijn wieg bij jullie op de slaapkamer zetten (rooming-in). Heeft jouw baby moeite met slapen in zijn eigen bedje, lees dan hier de tips van onze slaapcoach Suzanne Willekes. Ook een co-sleeper kan een optie zijn.

Lees ook: Zo doe je aan co-sleeping op een veilige manier

4. Zorg voor een rookvrij huis

Er is een duidelijk verband tussen roken en wiegendood. Vooral het actief roken van de moeder tijdens en na de zwangerschap, maar ook passief meeroken verhoogt het risico op wiegendood. Hoe meer sigaretten er worden gerookt, hoe groter de kans op wiegendood.

Opgroeien in een rokerige omgeving kan een negatieve invloed hebben op de groei en werking van de longen van je baby. Roken vermindert de opname van zuurstof en het maakt je kind vatbaarder voor ontstekingen van de luchtwegen. Zorg daarom dat er in huis en in de buurt van je baby niet wordt gerookt. Bedenk goed dat je baby ook passief meerookt als je als rokende ouder borstvoeding geeft of je kind bij je in bed neemt om samen te slapen.

5. Geef borstvoeding

Je hebt niet altijd de keuze om borstvoeding te geven. Maar als het lukt om in elk geval de eerste drie maanden borstvoeding te geven, verklein je het risico op wiegendood, blijkt uit onderzoek. Hoe dat kan is niet precies bekend, maar deze vier redenen worden genoemd:

  • De aanwezigheid van antilichamen in de moedermelk.
  • Door de zuigmethode bij borstvoeding ontwikkelt een baby de spieren van zijn mond en kaak beter dan bij flesvoeding.
  • Tijdens borstvoeding moet een baby zijn nekspieren meer gebruiken, waardoor hij mogelijk zijn hoofd sneller kan draaien als hij zich omdraait naar zijn buik.
  • Baby’s die borstvoeding krijgen hebben een lagere ‘wekdrempel’: ze worden sneller wakker.

6. Gebruik een fopspeen

Ook een speen kan de kans op wiegendood verminderen. Harde bewijzen zijn er niet voor, maar mogelijk spelen de volgende factoren een rol:

  • Een kind met een fopspeen in zijn mond ligt minder snel met zijn neus en mond op het matras. Hij leert sneller zijn hoofd te draaien naar de zijkant, omdat de speen anders in zijn gezicht drukt.
  • Kinderen met een fopspeen draaien vaak minder in bed.
  • Het zuigen stimuleert de spieren in de mond en kaak. De tong komt hierdoor meer naar voren te staan, wat de luchtwegen vrijhoudt.
  • Met een fopspeen ademt een kind door de neus. Hij zal daardoor minder snel onder het beddengoed kruipen, omdat hij zijn neus wil vrijhouden.

Als je borstvoeding geeft, is het verstandig om je baby pas een speen te geven als de borstvoeding goed op gang is gekomen. Zo voorkom je tepel-speenverwarring.

7. Pas op met medicijnen

Er zijn aanwijzingen dat kalmerende medicijnen een rol spelen bij wiegendood. Het gaat hier om geneesmiddelen als promethazine, alimemazine en oxomemazine. Deze stoffen zitten bijvoorbeeld in medicijnen die worden voorgeschreven bij allergie, netelroos, jeukmisselijkheid en braken, reisziekte en hoest (zoals hoestdrank). Deze versuffende stoffen kunnen je kind te diep laten slapen, wat nadelige gevolgen kan hebben voor de ademhaling. Ook moeders die borstvoeding geven, kunnen deze medicijnen beter vermijden. Wil je ze wel gebruiken? Overleg dan eerst met je huisarts.

Lees ook: medicijnen en borstvoeding, wat mag wel en niet?

Belangrijke ontdekking wiegendood

Er wordt veel onderzoek naar wiegendood gedaan, in de hoop het in de toekomst helemaal te kunnen voorkomen. Het onderzoeksteam van The Children’s Hospital in het Australische Westmead lijkt een stapje dichter bij de oplossing. Uit onderzoek is namelijk naar voren gekomen dat baby’s die overlijden aan wiegendood iets belangrijks met elkaar gemeen hebben: ze hebben minder van het hormoon orexine in hun hersenen. Orexine speelt een rol bij het reguleren van het slaap-waakritme en heeft een belangrijke functie bij baby’s: het zorgt er bijvoorbeeld voor dat ze omrollen wanneer ze niet genoeg zuurstof krijgen (wat kan gebeuren als ze op hun buik slapen). Lees er hier meer over.

Meer weten? Vanaf deze leeftijd is slapen met een kussen pas veilig