Wiegendood: deze 7 voorzorgsmaatregelen kun je treffen

Wiegendood: deze 7 voorzorgsmaatregelen kun je treffen

Wiegendood, ook wel Sudden Infant Death Syndrome (SIDS) genoemd, is het onverwacht overlijden van een baby zonder dat daar een reden voor lijkt te zijn. Over de oorzaken is nog veel onduidelijk, maar er zijn wel een aantal voorzorgsmaatregelen die je kunt treffen.

Wat is wiegendood?

We spreken van wiegendood, ook wel sudden infant death syndrome (SIDS), genoemd als een gezonde baby plotseling en onverwacht overlijdt, en als hier ook na verder onderzoek geen verklaring voor wordt gevonden. Als wiegendood voorkomt, is het vrijwel altijd bij kinderen tot één jaar, al kan het ook in het tweede jaar gebeuren. In 1984 werden in Nederland 212 gevallen van wiegendood geregistreerd bij kinderen onder de één jaar. In 2013 waren dat er nog maar tien.

Risico op wiegendood verkleinen

Helemaal voorkomen dat een baby plotseling en onverwacht overlijdt, kan niemand. Maar je kunt het risico wel verkleinen. De afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de omstandigheden waarin wiegendood zich voordoet. Daardoor zijn een aantal risico’s in kaart gebracht. Op sommige factoren heb je geen invloed, zoals: het mannelijk geslacht, vroeggeboorte, laag geboortegewicht, meerlingen, jeugdig moederschap, infecties, tot etnische minderheid behoren, ongunstige sociale omstandigheden en het hebben van een postpartum depressie. Toch zijn er ook dingen waar je wel rekening mee kunt houden om het risico op wiegendood te verkleinen.

Let op: geen enkele risico is op zichzelf kenmerkend voor wiegendood. Wiegendood ontstaat vaak door meerdere factoren tegelijkertijd. Aangezien onderzoekers niet kunnen verklaren waarom de ene baby onder bepaalde omstandigheden overlijdt en vele andere niet, heeft ongetwijfeld ook de individuele toestand van de baby invloed. Toch zijn er ook een aantal factoren die je wel zelf in de hand hebt:

1. Laat je baby op zijn rug slapen

Sinds 1987 wordt buikslapen in Nederland afgeraden en is het aantal wiegendoodgevallen flink afgenomen. Als een baby op de buik slaapt, kunnen de volgende vier dingen gebeuren:

  • De neus en mond kunnen tegen het matras liggen waardoor je baby te weinig zuurstof binnenkrijgt. De uitgeademde lucht wordt namelijk min of meer vastgehouden en deels weer ingeademd (rebreathing).
  • Als je kind met z’n neus en onderkaak tegen het matras ligt, vervormt z’n neus iets waardoor je baby moeilijk kan ademen.
  • Als je baby op z’n buik ligt, kan hij het sneller warm krijgen dan in de rugligging. Dit komt doordat baby’s op hun buik meer contact maken met het matras.
  • Op de buik is je baby een stuk beweeglijker. Met de benen of armen kan hij zich afzetten en verplaatsen. Kleinere baby’s bewegen vooral naar het hoofdeinde en oudere baby’s naar het voeteneinde, waardoor ze onder het beddengoed kunnen komen.

Aangeraden wordt om je kind vanaf de geboorte altijd op zijn rug te laten slapen. Baby’s die op hun zij liggen, rollen namelijk al na een paar weken op hun buik. Als je baby, meestal vanaf een maand of drie, kan omrollen van rug naar buik, draai hem dan gewoon weer terug op de rug als hij in z’n wiegje ligt. Ook kun je een babyslaapzak gebruiken om het draaien moeilijker te maken. Zo kies je de juiste babyslaapzak.

Als je kind overdag wakker is, kun je hem – terwijl je toekijkt – op zijn buik leggen om zijn motoriek te oefenen. Als hij eenmaal goed op zijn buik en rug kan draaien, kun je hem zelf zijn slaaphouding laten bepalen.

Lees hier meer over de richtlijnen om je baby veilig te laten slapen.

2. Let op warmtestuwing

Door slechte ventilatie in de kinderkamer en te veel beddengoed kan een kind het te warm krijgen of kan hij moeilijk ademhalen. Als een kind zijn warmte niet kan afgeven en zijn lichaamstemperatuur omhoog gaat, spreken we van warmtestuwing. De bloedvaten in de huid worden dan wijd opengezet in een poging af te koelen. De bloeddruk daalt hierdoor en het hart moet harder pompen. Hierdoor wordt het hart (te) zwaarbelast. Warmtestuwing is een serieus risico voor wiegendood. Let daarom goed op dat je je kind niet te warm toedekt. Lees hier onze tips voor een gezonde en veilige babykamer.

3. Slaap niet samen in één bed

De veiligste slaapplek voor een kind is zijn eigen wieg of bed. Als je de wieg het eerste half jaar op je eigen slaapkamer zet, kun je je baby goed in de gaten houden. Samen met je kind in één bed slapen, is zeker in de eerste vier maanden een risicofactor voor wiegendood. Je baby kan het te warm krijgen door het dekbed, tussen matrassen bekneld raken, uit bed vallen of met zijn gezicht tegen kussens aandrukken. Bovendien kan je als slapend op je baby rollen. Dit risico neemt toe als ouders roken, medicijnen of drugs hebben gebruikt, hebben gedronken of erg vermoeid of gestresst zijn.

Heeft jouw baby moeite met slapen in zijn eigen bedje, lees dan hier de tips van onze slaapcoach Suzanne Willekes.

4. Zorg voor een rookvrij huis

Er is een duidelijk verband tussen roken en wiegendood. Vooral het actief roken van de moeder tijdens en na de zwangerschap, maar ook passief meeroken verhoogt het risico van wiegendood. Hoe meer sigaretten worden gerookt, hoe groter de kans op wiegendood.

Opgroeien in een rokerige omgeving kan een negatieve invloed hebben op de groei en werking van de longen van je baby. Roken vermindert de opname van zuurstof en het maakt je kind vatbaarder voor ontstekingen van de luchtwegen. Het beste is natuurlijk om niet te roken in aanwezigheid van je kind en alleen buiten te roken. Als dat niet lukt, zorg dan dat in elk geval de kamer waar je baby slaapt rookvrij is. Zo heeft je kind er het minste last van. Bedenk goed dat je baby ook passief meerookt als je als rokende ouder borstvoeding geeft of je kind bij je in bed neemt om samen te slapen.

5. Geef borstvoeding

Ook al heb je niet altijd zelf de keuze om borstvoeding te geven, uit onderzoek blijkt dat als je minstens drie maanden borstvoeding geeft, je het risico op wiegendood vermindert. Hoe dat precies kan, daar is nog weinig over bekend. Deze vier redenen worden wel genoemd:

  • De aanwezigheid van antilichamen in de moedermelk.
  • Door de zuigmethode bij borstvoeding worden de spieren van de mond en kaak beter ontwikkeld dan bij flesvoeding.
  • Tijdens borstvoeding moet een baby zijn nekspieren meer gebruiken, waardoor hij mogelijk het hoofd sneller kan draaien als hij zich omdraaien naar zijn buik.
  • Borstvoeding verlaagt de ‘wekdrempel’, waardoor je baby eerder wakker wordt.

6. Gebruik een fopspeen

Ook een speen kan de kans op wiegendood verminderen. Harde bewijzen zijn er niet voor, maar mogelijk spelen de volgende factoren een rol:

  • Een kind met een fopspeen in zijn mond ligt minder snel met zijn neus en mond op het matras. Hij leert sneller zijn hoofd te draaien naar de zijkant, omdat de speen anders in het gezicht drukt.
  • Kinderen met een fopspeen draaien vaak minder in bed.
  • Het zuigen stimuleert de spieren in de mond en kaak. De tong komt hierdoor meer naar voren te staan, wat de luchtwegen vrijhoudt
  • Met een fopspeen ademt een kind door de neus. Hij zal daardoor minder snel onder het beddengoed kruipen, omdat hij zijn neus wil vrijhouden.

Als je borstvoeding geeft, is het verstandig je baby pas een speen te geven als de borstvoeding goed op gang is gekomen. Zo voorkom je mogelijke tepel – speenverwarring.

7. Pas op met medicijnen

Er zijn aanwijzingen dat kalmerende medicijnen een rol spelen bij wiegendood. Het gaat hier om geneesmiddelen als promethazine, alimemazine en oxomemazine. Deze stoffen zitten bijvoorbeeld in medicijnen die worden voorgeschreven bij allergie, netelroos, jeuk, misselijkheid en braken, reisziekte en hoest (zoals hoestdrank). Deze versuffende stoffen kunnen je kind te diep laten slapen, wat nadelige gevolgen kan hebben voor de ademhaling. Ook moeders die borstvoeding geven, kunnen deze medicijnen beter vermijden. Wil je ze wel gebruiken? Overleg dan eerst met je huisarts.

Lees ook: medicijnen en borstvoeding, wat mag wel en niet?

Belangrijke ontdekking wiegendood

Er wordt heel veel onderzoek naar gedaan in de hoop het in de toekomst te kunnen voorkomen. Het onderzoeksteam van The Children’s Hospital in het Australische Westmead lijkt een stapje dichterbij de oplossing. Uit onderzoek is namelijk naar voren gekomen dat baby’s die overlijden aan wiegendood iets belangrijks met elkaar gemeen hebben: ze hebben minder van het hormoon orexine in hun hersenen. Orexine heeft een belangrijke functie bij baby’s: het zorgt er bijvoorbeeld voor dat ze omrollen wanneer ze niet genoeg zuurstof krijgen (wat kan gebeuren als ze op hun buik slapen). Het is ook een hormoon dat voor slaapapneu kan zorgen. Lees er hier meer over.