Peuterpuberteit, over eigenwijs zijn en nee zeggen

Peuterpuberteit, over eigenwijs zijn en nee zeggen

Denk je net alles onder controle te hebben, belandt je kind in de peuterpuberteit. Je kind trekt opeens allerlei emoties uit de kast en zegt vastberaden op vrijwel alles: ‘Nee!’ Keep it cool, want deze ‘nee’-fase heeft nut.

Wat is de peuterpuberteit?

De peuterpuberteit (of ‘nee’-fase) begint als je peuter anderhalf jaar à twee jaar oud is en eindigt rond het vierde jaar. Een periode van tweeënhalf jaar waarin je peuter een grote verandering doormaakt en ontdekt dat hij een eigen persoon is. Hij noemt zichzelf niet meer bij naam, maar heeft het over ‘ik’. Eigenwijs zijn, driftbuien en nee-zeggen, het is zijn manier om duidelijk te maken dat hij een eigen persoon is, met een eigen wil. Voor jou niet nieuw, maar voor hem wél. Hij beseft tijdens de peuterpuberteit maar al te goed dat hij een eigen mening heeft, zelf beslissingen kan nemen en dingen kan gaan ondernemen. Eigenlijk verklaart je kind in deze levensfase zijn onafhankelijkheid aan jou.

Driftbuien bij je peuter

Tijdens de peuterpuberteit zet je dominante peuter een flinke stap naar zelfstandigheid. Het lijkt wel alsof hij continu met jou de strijd aangaat en zich afzet. Dit is niet om jou te pesten, hij is gewoon keihard aan het werk om te groeien. Je peuter heeft een sterke drang om zelfstandig te zijn en voelt zich al snel beperkt. Hij weet namelijk nog niet goed dat er grenzen zijn aan wat kan en wat mag. Daarom wil hij soms meer dan hij al kan of mag, en dat frustreert. Krijgt hij niet alle vrijheid, dan wordt hij boos of driftig, gaat hij stampvoeten, verzet hij zich en krijst hij de boel bij elkaar.

Dwars gedrag voorkomen

Sommige dingen die nog te moeilijk of gevaarlijk voor hem zijn, zoals bepaalde spelletjes of taken, kunnen zorgen voor frustraties. Probeer deze frustratie voor te zijn, door het samen met hem te doen of door een alternatief te geven. Zo krijgt hij niet steeds te horen dat hij het nog niet mag of kan, omdat hij er nog te klein voor is. Dat vindt niemand leuk om te horen. Het is wel belangrijk om niet alles voor je kind op te lossen en steeds een alternatief te bieden. Komt je kind niet in gevaar, help hem dan iets voor elkaar te krijgen, zonder dat je het gelijk voor hem oplost. Laat hem maar aanklooien en kijk of het lukt. Gaat het goed, dan is dat een boost voor zijn zelfvertrouwen.

Nee is nee

Soms mag iets gewoon niet en is er ook geen alternatief. Houd voet bij stuk en vertel je peuter rustig waarom je het hem verbiedt. Elk kind heeft grenzen nodig. Dat hij die krijgt geeft hem juist een gevoel van veiligheid en waardering: je geeft om hem. Als je consequent blijft, weet je kind op een gegeven moment dat hij de grenzen echt niet mag overtreden.

Ook kan je peuter graag iets willen ontdekken, maar tegelijkertijd bang worden van die nieuwe ontdekkingen. Het roept allemaal nieuwe gevoelens op, die hij als heftig kan ervaren. Hij begrijpt niet waar die gevoelens vandaan komen of wat hij precies voelt. Een driftbui of huilen is dan zijn manier om erop te reageren.

Hoe ga je om met de peuterpuberteit?

Je peuter dus maar alle vrijheid geven en toegeven aan zijn wil, om driftaanvallen te voorkomen? Nee, dat is niet de oplossing. Sterker nog, je kind kan dat nog helemaal niet aan. Het is daarom belangrijk om hem aan de ene kant voldoende vrijheid te geven om zich te ontwikkelen, en aan de andere kant sturing, begeleiding en grenzen. Als je daar een mooie balans tussen vindt, zit je op de goede weg.

Als ouder van een peuterpuber moet je dus voortdurend de afweging maken wat wel en niet verantwoord is. Knap lastig. Want je wilt je peuter het liefst tegen alles beschermen. Het helpt om afspraken te maken met je peuter. Vanaf deze leeftijd kan dat prima. Wil je peuter helpen met eten koken, spreek dan met hem af dat de pan op het vuur zetten nog te moeilijk is, maar dat hij wel kan helpen met de groenten wassen.

Consequent zijn

Maak goed de overweging wanneer je ‘nee’ zegt. Is het de confrontatie waard? Zeg niet op alles ‘nee’ omdat je per se wilt dat het op jouw manier gebeurt. Misschien is zijn idee ook prima, maar had jij het zelf anders gedaan. Soms vraag je je achteraf ook af waarom je eigenlijk vond dat iets niet mocht. Maar is hij al aan het schreeuwen of stampvoeten, dan is het niet handig om alsnog ‘ja’ te zeggen. Grote kans dat dit gedrag een middel wordt om zijn zin te krijgen. Dát moet je zeker zien te voorkomen.

Door consequent te zijn en zelf het goede voorbeeld te geven, kun je veel invloed op je kind uitoefenen. Lees hier waarom het zo belangrijk is om het goede voorbeeld te geven.

Vermoeidheid

Bedenk dat vermoeidheid soms ook roet in het eten kan gooien. Niemand vindt het leuk om vlak voor het avondeten nog de hele supermarkt door te moeten struinen. Je peuter dus ook niet. Na een ochtend peuterspeelzaal meteen door naar een andere afspraak kan ook te veel gevraagd zijn en uitmonden in een driftbui. Kijk goed naar je kind. De één kan dit soort acties beter aan dan de ander.

Reageren op driftbuien

Hoe je ook je best doet, elke peuter is regelmatig gefrustreerd. Door kalm op hem te reageren en empathie te tonen voorkom je dat jullie allebei in een hysterische scène verwikkeld raken. Als je je geduld verliest – en dat overkomt iedereen wel eens – krijgt je kind het gevoel dat hij de controle heeft. En dat is nu juist niet de bedoeling. Blijf rustig, erken de frustratie van je kind en benoem dit in eenvoudige woorden. Dat betekent niét dat je moet toegeven aan zijn eisen. Je geeft hiermee aan dat je je bewust bent van hoe hij zich voelt en dat is fijn voor een kind. Maar sta wel op je strepen. Geef je hem toch zijn zin tijdens een driftbui, dan weet hij dat hij dingen voor elkaar krijgt door te schreeuwen.

Tips: je geduld verliezen, zo voorkom je dat.

Zelfkennis

Merk je dat je snel boos wordt als je kind een driftaanval krijgt? Bedenk dan eens waarom je zo boos wordt. Misschien ben je bang om de controle over je kind te verliezen? Of maak je je druk om wat anderen ervan zullen denken? Of heb je misschien (te) hoge verwachtingen en wil je dat jouw kind zich altijd voorbeeldig gedraagt? De stress die dit geeft bepaalt hoe jij in zo’n situatie reageert. Door de oorzaak van jouw reactie te achterhalen, lukt het je beter om de volgende keer wel rustig te reageren.

Eigenwijze peuter? Dat is juist goed

Is je peuter behoorlijk koppig of driftig? Dit is gek genoeg meestal een goed teken. Naast het feit dat hij een stap maakt in zijn zelfstandigheid, laat dit gedrag ook zien dat hij zich veilig en vertrouwd voelt bij jou. Hij durft dwars te zijn en weet dat jij, ondanks zijn driftige gedrag, toch van hem houdt.

Sommige kinderen gedragen zich op het kinderdagverblijf of op school voorbeeldig. Eenmaal thuis kunnen ze flink schreeuwen, huilen en stampvoeten. Vaak kunnen kinderen dit alleen in hun vertrouwde omgeving. Juist daar kunnen ze zich helemaal uiten. Dus stiekem is het ook een compliment. Zie zijn eigenwijsheid niet alleen als iets negatiefs. Al is het soms best moeilijk om ermee om te gaan.

Tips tijdens de peuterpuberteit

Elke peuter heeft wel eens een driftbui. Vaak net op het moment dat het totaal niet uitkomt, zoals in een drukke winkel of als je haast hebt. Wat doe je dan? Onthoud deze tips:

  1. Blijf rustig en probeer je geduld niet te verliezen

    Merk je dat je echt boos wordt? Loop dan even weg en zeg tegen je kind dat je even moet afkoelen om rustig te worden. Zo geef je meteen het goede voorbeeld. En schiet je een keer uit je slof, bied dan je excuses aan. Een mooie les voor je kind!

  2. Benoem zijn boosheid

    Soms kan het helpen om de emotie van je kind te benoemen (‘Ik zie dat je boos bent’) en een alternatief te bieden (‘Wat zullen we bedenken om te doen zodat je weer blij wordt?’). Dat je begrijpt hoe hij zich voelt, kan hem al ontzettend helpen. Lees hier meer over omgaan met een boos kind.

  3. Geef hem een plek om boos te zijn

    Soms helpt het je kind om even op een andere, maar wel veilige en bekende plek uit te razen. Veel kinderen worden dan rustig en gaan daarna gewoon weer verder met spelen. Maak wel duidelijk dat dit geen strafplek is, maar zeg: ‘Hier mag je even boos zijn.’

  4. Neem je peuter serieus

    Soms kun je je lachen bijna niet inhouden als je peuter met een rood hoofd staat te foeteren om niks. Omdat je op de verkeerde plek aan tafel bent gaan zitten, zijn brood in te veel stukjes hebt gesneden of omdat je grinnikte om iets wat hij zei. Hoe grappig en schattig je kind ook is, probeer je lachbui te bedwingen en neem hem serieus. Zijn gevoel is op dat moment heel echt.

  5. Maar jezelf niet altijd!

    Neem jezelf niet te serieus en durf ook los te laten. Als voor je kind duidelijk is wat de grenzen zijn, is het heerlijk om ook eens met hém mee te gaan. Ren samen op blote voeten door de tuin of eet eens een avond allemaal met je handen. Niets zo goed voor de band als samen lol maken.

Ook een driftige peuter? Praat mee met andere ouders!

Video: Rachel vraagt door: 'Hoe ga jij om met dreumes drama en de peuterpuberteit?'