billenschuiver

Billenschuiver: leren kruipen

Vroeg of laat komt er een moment dat je baby zich gaat voortbewegen. De ene baby rolt de kamer door, de ander gaat tijgeren, en weer andere baby’s beginnen gelijk met kruipen. Er zijn ook baby’s die helemaal niet gaan tijgeren of kruipen, maar kiezen voor een andere tactiek: billenschuiven.

Wat is billenschuiven?

Baby’s die billenschuiven verplaatsen zich in een zittende houding, als alternatief voor kruipen. Billenschuivers zitten met hun billen op de grond en schuiven zichzelf door de kamer, door zich voort te duwen met de benen of de handen. Ongeveer acht tot tien procent van de baby’s is een billenschuiver. Het komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens.

Advertentie

Als je baby een billenschuiver is, is dat in principe geen probleem, zo lang hij zich verder normaal ontwikkelt. Het is een normale variant in de motorische ontwikkeling. Soms kan er een achterliggende oorzaak zijn dat je kind gaat billenschuiven, bijvoorbeeld een lichamelijke beperking. In dat geval merk je vaak ook andere problemen in de motorische ontwikkeling van je baby, zoals een vertraagde ontwikkeling (optrekken tot staan, leren lopen) of evenwichtsproblemen. Maar bij de meeste billenschuivers is er geen aantoonbare lichamelijke oorzaak en verloopt de motorische ontwikkeling verder helemaal normaal.

Lees ook: Zo stimuleer je de grove motoriek

Vormen van billenschuiven

Billenschuivers schuiven allemaal op hun billen de kamer rond, maar dat kan op allerlei verschillende manieren. Sommige kinderen schuiven op twee billen rond, andere kinderen zitten een beetje scheef op één bil en ondersteunen zich met één hand. Er zijn vier vormen te onderscheiden:

  • In kleermakerszit, met beide billen op de grond.
  • In kleermakerszit, met één bil op de grond.
  • Zittend op twee billen, met de benen licht gebogen voor zich uit.
  • Zittend op twee billen, met een been licht gebogen en een been gestrekt voor zich uit.

Lees meer: Wat als je baby een buikslaper is?  

Waarom gaan sommige baby’s billenschuiven?

Er kunnen meerdere oorzaken zijn waarom een baby gaat billenschuiven in plaats van kruipen. Een aantal mogelijke oorzaken op een rijtje:

  1. Een gladde vloer in huis: als de vloer erg glad is, is kruipen lastiger omdat je baby weinig grip op de vloer heeft. Schuiven gaat juist makkelijk op een gladde voer.
  2. Erfelijke aanleg: soms was een van de ouders ook een billenschuiver.
  3. Een groot hoofd: baby’s die een relatief groot hoofd hebben, vinden het vaak niet zo prettig om op hun buik te liggen, te tijgeren of te kruipen. Het is dan wat zwaarder voor hem om het hoofd langdurig op te tillen.
  4. Veel in zithouding doorbrengen: baby’s die vaak en veel zitten, bijvoorbeeld in hun wipstoel of maxicosi, hebben minder bewegingsvrijheid. Het vele zitten kan zijn ontwikkeling belemmeren. Om die reden wordt aangeraden om je kind regelmatig ‘tummy time’ te geven. In buikligging traint je baby namelijk de spieren die hij nodig heeft om te leren tijgeren en kruipen. Kinderen die veel zitten, willen daardoor vaak ook graag in zithouding neergezet worden en kunnen prosteren als ze in buikligging neergelegd worden. Lees ook: Zo lang mag je baby achterelkaar in een maxicosi zitten
  5. Veel op de rug liggen: ook voor baby’s die veel op hun rug liggen, en weinig op hun buik, geldt dat de kans wat groter is dat ze later gaan buikschuiven. Bijvoorbeeld als je je baby vaak op zijn rug onder de babygym. Wissel af door hem ook regelmatig op zijn buik te laten spelen. Zo stimuleer je de buikligging bij je baby.
  6. Vroeg tot zithouding trekken: als jij je baby regelmatig aan zijn armen in zithouding trekt, dan kunnen ze daar aan gewend raken. Het gevolg kan zijn dat je baby zelf minder geneigd is om de bewegingen te gaan maken om zelfstandig tot zit te komen, zoals omrollen en zichzelf opdrukken. Dit zijn stappen in zijn motorische ontwikkeling die nodig zijn om uiteindelijk te leren kruipen.

Meer lezen: Zo voorkom je een afgeplat hoofdje

Naast bovenstaande factoren kan er ook sprake zijn van een lichamelijke beperking, waardoor je baby niet gaat kruipen maar billenschuiven. Mogelijke lichamelijke oorzaken zijn:

  • gewrichts- of spierproblemen (hypermobiliteit, lage spierspanning, reuma)
  • neurologische aandoeningen (hersenbeschadiging, spasmes)
  • aangeboren afwijkingen (bijvoorbeeld afwijkende heupontwikkeling, scoliose)
  • problemen met het zicht
  • verstandelijke handicap

Lees ook: Vanaf dit moment kan je baby leren omrollen

Mogelijke gevolgen van billenschuiven

Als je baby gaat billenschuiven, is dat in principe niet erg. Het is een normale variant in zijn ontwikkeling, een alternatief voor kruipen. Billenschuiven kan wel wat gevolgen hebben voor de ontwikkeling van je kind. De mogelijke gevolgen op een rijtje:

  • Billenschuivers hebben meestal een sterke voorkeur om te zitten. Liggen in buikligging, daar lijken ze juist een hekel aan te hebben. Daar kan je baby zich soms dan ook echt tegen verzetten, door te gaan huilen of zich aan jou vast te klampen. Vaak houden billenschuivers ook niet van draaibewegingen als omrollen.
  • Omdat je baby niet graag op zijn buik ligt, kan hij mogelijk ook nog niet goed zijn hoofd omhoog houden of zich omhoog drukken. De nek- en rugspieren zijn hier nog niet voldoende voor getraind.
  • Een billenschuiver kan goed zelfstandig los zitten, als jij hem in die houding neerzet. Maar vaak kan een billenschuiver pas later dan gemiddeld zelfstandig tot zit komen vanuit een lighouding. Het opdrukken en de draaibeweging tot zithouding lukt nog niet goed.
  • Het evenwichtsgevoel kan wat minder goed zijn dan gemiddeld. Je baby traint zijn evenwicht namelijk vooral als hij in buikligging ligt.
  • Billenschuivers gaan gemiddeld wat later staan. Het is vanuit een zithouding namelijk moeilijker om jezelf op te trekken dan vanuit een kruiphouding.
  • Ook leren billenschuivers vaak wat later dan gemiddeld lopen. Billenschuivers leren (gemiddeld) lopen tussen de 16 en 24 maanden. Ter vergelijking: kinderen die kruipen, leren gemiddeld tussen de 9 en 12 maanden om langs meubels te lopen en lopen rond de 14 maanden voor het eerst los.
  • Vaak lopen billenschuivers in het begin wijdbeens, met het gewicht op de binnenkant van de voeten.

Als je kind een billenschuiver is, kan hij dus wat achterstand oplopen in de ontwikkeling van zijn grove motoriek. De ontwikkeling van fijne motoriek verloopt meestal wel normaal. Vaak is de cognitieve ontwikkeling juist een stuk verder dan zijn motorische ontwikkeling. Dat kan soms flinke frustratie bij je kind opleveren, omdat hij al heel graag wil staan en lopen, maar het nog niet wil lukken.

Lees ook: Vanaf deze leeftijd leert je baby (gemiddeld) rollen, kruipen, zitten en staan

Billenschuiver behandelen?

In principe hoeft billenschuiven niet behandeld te worden, zo lang de motorische ontwikkeling verder normaal verloopt. Hoewel billenschuiven kan leiden tot wat vertraging in het leren staan en lopen, worden er op de lange termijn geen problemen verwacht.

Als je je zorgen maakt omdat je kind een langdurige achterstand lijkt op te lopen in zijn motorische ontwikkeling, dan kan een behandeling bij een kinderfysiotherapeut een oplossing zijn. Ook als je kind erg gefrustreerd reageert omdat het hem nog niet lukt om zich op te trekken, dan kun je bij een fysiotherapeut aan de bel trekken.

Als er een achterliggende lichamelijke oorzaak voor het billenschuiven is, zoals hypermobiliteit, spierzwakte of evenwichtsproblemen, dan is het belangrijk om dat wel te behandelen. Twijfel je of er sprake is van een lichamelijke oorzaak, neem dan contact op met je huisarts of een kinderfysiotherapeut.

Billenschuiven voorkomen?

Wil je voorkomen dat je baby gaat billenschuiven, dan is er eigenlijk maar één oplossing: leg je kind regelmatig in buikligging. Het kan best zijn dat je baby direct gaat huilen, want het kost best wel wat kracht en moeite om zijn hoofd op te richten in buikligging. Gaat je baby protesteren, probeer dan hem dan op een positieve manier te ondersteunen of af te leiden. Probeer het vooral leuk te maken.

Ga bijvoorbeeld op ooghoogte met je baby liggen zodat hij je kan zien, pak een speeltje of zing een liedje voor hem. Aanmoedigen mag, maar te veel aanmoedigen kan soms averecht werken. Lukt het je kind om zijn hoofd omhoog te houden, of misschien zelfs om zich op te drukken of om te rollen, reageer dan positief. Misschien gaat je kind het uiteindelijk wel heel leuk vinden op zijn buik. Lees hier meer tips om de buikligging leuker te maken voor je kind.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Hanneke van der Westen

Kinderfysiotherapeut

Hanneke is werkzaam als kinderfysiotherapeut bij De Singel Fysiotherapie. Haar expertise ligt op het gebied van de vroege ontwikkeling. Zij begeleidt baby’s en zeer jonge kinderen waaronder pre- en dysmatuur geboren baby’s met het ToP programma, baby’s met regulatieproblemen in de vroege ontwikkeling (slecht slapen en huilen) en baby’s en jonge kinderen met vertraagde of afwijkende vroeg motorische ontwikkeling.