Hoe herken je autisme bij je kind?

Hoe herken je autisme bij je kind?

Een kind met een autismespectrumstoornis (beter bekend als autisme) kijkt op een andere manier naar de wereld dan iemand zonder deze stoornis. Vaak zijn er op meerdere vlakken problemen in de ontwikkeling. Hoe herken je autisme bij je kind?

Het lijkt misschien alsof er tegenwoordig meer autistische kinderen zijn dan vroeger, maar deze stoornis heeft altijd al bestaan. Er is de laatste jaren alleen veel meer aandacht voor. Er wordt steeds meer duidelijk over welke verschillende vormen er bestaan en hoe je hier het beste mee kunt omgaan.

Autismespectrumstoornis

Er bestaan verschillende vormen van autisme, daarom wordt er in eerste instantie ook gesproken van een autismespectrumstoornis (ASS). De aard en ernst kunnen enorm verschillen per vorm. Het ene kind met autisme praat niet of nauwelijks terwijl het andere prima functioneert maar er op andere vlakken last van heeft.

Het is bij een kind met autisme niet vanzelfsprekend dat hij zelfstandig kan spelen en leren. Als deze problemen ernstig zijn, spreken we van een ontwikkelingsstoornis.

Anders verwerken van informatie

Over het algemeen kun je zeggen dat een kind met een ASS de wereld anders ervaart dan andere kinderen. Hij verwerkt informatie op een andere manier en overziet het grote geheel niet direct, maar is vaak wel heel goed in het herkennen van details.

Ter illustratie: een kind zonder autisme herkent een verjaardagsfeest in een speeltuin in zijn totaliteit, terwijl een kind met een autismespectrumstoornis eerst de ballonnen en de slingers aanwijst en dan pas ziet dat er ook blije, lachende kinderen op het feest zijn. In eerste instantie ziet hij dus een soort losse puzzelstukken die hij nog in elkaar moet zetten om het geheel te kunnen zien.

Nog een voorbeeld: een kind zonder autisme herkent op een tekening direct een groep verdrietige mensen op een begrafenis. Een kind met autisme ziet dit niet meteen. Eerst ziet hij een bank, een kist, bloemen. Daarna ziet hij de mensen. En pas dáárna zal hij nadenken over wat die mensen daar aan het doen zijn en hoe ze zich voelen. Daarom wordt autisme ook we een informatieverwerkingsstoornis genoemd. De informatie of de waarneming komt niet in een stuk binnen, maar in losse onderdelen. Vooral het herkennen van gezichten, uitdrukkingen en emoties is lastig voor een kind met autisme.

Prikkels identificeren

Omdat een kind met autisme al deze puzzelstukken eerst moet bekijken en daarna nog in elkaar moet zetten om zo tot een logisch geheel te komen, duurt het voor hem langer om te begrijpen wat er om hem heen gebeurt. Daar komt bij dat bepaalde prikkels uit de omgeving constant blijven binnenkomen en hij moet filteren en bepalen welke van deze prikkels het meest belangrijk zijn: het geroezemoes in de klas of de vogeltjes buiten komen voor een kind met autisme even hard binnen als de stem van de juf.

Structuur

Het begrijpen of ontcijferen van zijn omgeving is moeilijk voor een kind met autisme. Hij begrijpt gezichtsuitdrukkingen van andere kinderen niet goed, snapt niet waarom iemand iets zegt of wat er van hem verlangd wordt. Met andere woorden: hij heeft moeite de wereld om zich heen te snappen en te bevatten. Uit frustratie kan ’ie extreem boos worden of zich juist terugtrekken. En daarom kan hij het fijn vinden om dingen altijd in een bepaalde volgorde te doen of bijvoorbeeld urenlang autootjes op kleur te sorteren – dat is voor hem een manier om orde in de chaos te scheppen.

Hoe ontstaat autisme

Autisme kenmerkt zich door een afwijkende sociaal-emotionele ontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling in taal en communicatieve vaardigheden. Een autismespectrumstoornis is grotendeels een gevolg van biologische oorzaken in de hersenen. Onderzoek heeft uitgewezen dat autisme voor negentig procent erfelijk bepaald is. Het wordt dus via de ouders aan een kind doorgegeven. Ook is bekend dat bepaalde ziektes en infectieziektes tijdens de zwangerschap zoals rodehond, een rol kunnen spelen bij het ontstaan van autisme. Er waren ooit onderzoekers die dachten dat vaccinaties autisme veroorzaakten, maar door grootschalig onderzoek is aangetoond dat dit niet het geval is.

Symptomen van autisme

Het is goed om een ASS bij je kind op tijd te herkennen, zodat je weet hoe je het beste met hem om moet gaan. Over het algemeen is het zo dat iemand met een autismespectrumstoornis…

  • … signalen als gelaatsuitdrukkingen of de figuurlijke betekenis van taal minder goed begrijpt
  • … vaak andere vormen van fantasiespel heeft.
  • … vaak beter is in het begrijpen van systemen en technische informatie dan het begrijpen of inleven in gevoelens van andere kinderen of volwassenen.
  • … vaak moeite heeft met het begrip ‘gevoelens’ en kan daar dan ook moeilijker over praten.
  • … vaak moeite heeft met het omgaan met andere kinderen en mensen en het moeilijker vindt om contact te maken.
  • … vaak een andere prikkelverwerking heeft: soms is ´ie over- en soms ondergevoelig voor bepaalde prikkels zoals geluiden, beelden of smaken.

Andere problemen die vaak samen met autisme voorkomen:

  • Vertraagd of nauwelijks op gang komen van de taalontwikkeling.
  • Minder vlotte en houterige motorische ontwikkeling.
  • Vormen van epilepsie.
  • Kenmerken van ADHD, zoals problemen om de aandacht te richten en vast te houden, motorische onrust of beperkte impulscontrole.
  • Leerproblemen, een lagere intelligentie of een beperking in de algemene ontwikkeling en begrip.

Autisme en hoogbegaafdheid, wat is het verschil?

Hoogbegaafde kinderen krijgen soms ten onrechte de diagnose autisme. En vice versa. Soms lijken er overeenkomsten te zijn, maar de achtergronden zijn compleet verschillend. Zowel in het geval van hoogbegaafdheid als autisme worden veel signalen opgevangen die kunnen overprikkelen. Een hoogbegaafd kind pikt van nature veel op en interpreteert alles. Een autistische kind kan niet tegen het verdelen van zijn aandacht.

Een belangrijk verschil tussen autisme en hoogbegaafdheid is de sociale of emotionele intelligentie. Bij hoogbegaafde mensen met autisme zijn de sociaal emotionele vaardigheden vaak opvallend zwak ten opzichte van de verstandelijke vermogens. Dit is bij hoogbegaafde mensen zonder autisme niet het geval.

Kortom: autisme en hoogbegaafdheid hebben soms uiterlijk overeenkomende kenmerken, maar de verschillen zijn er vaak duidelijk. Is je kind intens in gevoelens? Kan het buiten de kaders denken? Kan het grote denksprongen maken? Deze kenmerken vind je alleen bij hoogbegaafde kinderen. Maar het vergt veel kennis van zowel hoogbegaafdheid als autisme om de verschillen te kunnen benoemen. Anders kan er verkeerd gediagnosticeerd worden.

Autisme herkennen bij je kind

Omdat bovengenoemde signalen vaak moeilijk vast te stellen zijn bij jonge kinderen, kun je op deze kenmerken letten:

Grote kans dat een kind van nul tot twee jaar met een autismespectrumstoornis…

  • … niet lacht naar zijn ouders
  • … geen oogcontact maakt
  • … niet anticipeert op opgepakt worden
  • … geen troost of affectie zoekt bij anderen
  • … het niet erg vindt als zijn ouders vertrekken
  • … niet naar zijn ouders zwaait en niet groet

Een kind ouder dan twee jaar met een autismespectrumstoornis kan de volgende symptomen vertonen:

  • Hij speelt niet graag met andere kinderen.
  • Hij is obsessief met bepaalde handelingen en/of speelgoed bezig.
  • Hij wiegt constant op en neer.
  • Hij heeft een niet bestaande of vertraagde taalontwikkeling.
  • Hij fladdert met handen en/of armen.
  • Hij neemt weinig initiatief in het aangaan van contact.
  • Hij heeft moeite met het behouden van fysieke afstand naar anderen.
  • Hij neemt letterlijk wat er wordt gezegd.
  • Hij herhaalt onnodig en letterlijk wat er zojuist is gezegd.
  • Hij reageert nauwelijks op pijn of het roepen van zijn naam.
  • Hij reageert overgevoelig op geluiden.

Let op: niet al deze kenmerken moeten afgevinkt kunnen worden. Het zijn kenmerken die je helpen bij het herkennen van een ASS bij je kind. Herken je (een aantal van) deze kenmerken bij je kind en heb je het idee dat er iets niet klopt? Trek dan aan de bel.

Elk kind is anders

Niet ieder kind met autisme heeft dezelfde problemen. De opvallendste kenmerken van autisme zijn een afwijkende sociaal-emotionele ontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling in taal en communicatieve vaardigheden. Maar dat kan bij ieder kind op een andere manier tot uiting komen.

Daarbij is er vaak ook sprake van beperkte repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten. Maar welke patronen en interesses dat zijn, is ook bij ieder kind anders en kan bij het ouder worden veranderen.

Verschillende vormen van autisme

Eerder werden autismespectrumproblemen ingedeeld in onder andere Klassiek Autisme, Syndroom van Asperger, PDD-NOS, McDD en het RETT-syndroom. Tegenwoordig spreken we van autismespectrumstoornissen waarbij er per kind gekeken wordt naar kwaliteiten en beperkingen op verschillende vlakken. Er wordt bij de inschatting van de ernst van de problemen gekeken naar de beperkingen op de verschillende levensgebieden.

Wanneer ga je naar (huis)arts

Herken je veel van deze kenmerken bij je kind en loopt hij vast in zijn ontwikkeling op school, thuis of tijdens het spelen met andere kinderen? Dan is het aan te raden om naar de huisarts of het consultatiebureau te gaan.
Bij kinderen met een ASS gebeurt het vaak dat de ontwikkeling al op jonge leeftijd (rond twee, drie jaar) stil blijft staan of achteruit gaat op sociaal en communicatief vlak. Dat is ook vaak het moment dat je je als ouder zorgen gaat maken.

Onderzoek

Tegenwoordig kan een onderzoek naar een autismespectrumstoornis al op vrij jonge leeftijd worden gedaan. Daarbij wordt ook altijd gekeken naar de gezonde en goede kanten van de ontwikkeling van je kind.

Soms is het al op jonge leeftijd nodig om extra hulp te krijgen op het kinderdagverblijf, op school of thuis. En in sommige gevallen is het juist beter om nog even af te wachten en te kijken of je kind zijn of haar gezonde ontwikkelingslijn vanzelf weer oppikt.

Als je je als ouder zorgen maakt, ga dan naar je huisarts – hoe jong je kind ook is. Je kunt je zorgen bespreken en hij kan meedenken over wat je kind nodig heeft om zich zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen.

Omgaan met autistische kinderen

Autisme is niet te genezen, maar de opvoeding en omgevingsfactoren hebben grote invloed op hoe je kind zich ontwikkelt. Hij kan bijvoorbeeld bepaalde vaardigheden aanleren waardoor hij de wereld om zich heen beter aan kan en sociale contacten kan maken. Hij heeft hier wel jullie hulp bij nodig.

Een kind met autisme wil namelijk graag nieuwe dingen leren, maar heeft er moeite mee. Omdat hij zich niet kan concentreren, omdat hij iets niet goed begrijpt of omdat iets anders gaat dan normaal. Daardoor lijkt het misschien alsof hij niet wil, maar dat is niet waar. Het moet alleen op een andere manier aangeleerd worden. Ook passende scholing kan een positief effect hebben op de ontwikkeling van je kind. Daarbij is de kans ook groot dat gedragsproblemen verminderen.

Tips voor ouders

Het kan lastig of vermoeiend zijn om een autistisch kind op te voeden. Zeker omdat je zelf vaak niet begrijpt van welke kleine dingen hij al overstuur raakt. Je kunt je kind ondersteunen door hem te helpen zijn omgeving te begrijpen. Enkele voorbeelden die ondersteunend kunnen zijn voor kinderen met een ASS zijn:

  1. Gebruik duidelijke taal. Vermijd moeilijke woorden en overbodige en onduidelijke woorden, zoals ‘misschien’.
  2. Maak duidelijke afspraken: bijvoorbeeld over hoe lang hij ergens mee mag spelen of naar mag kijken. Als hij kan klokkijken, spreek je het aantal minuten af en anders gebruik je een kookwekker of zandloper.
  3. Vermijd plotselinge veranderingen, want die leveren stress op. Dit geldt ook voor leuke verrassingen.
  4. Leg hem aan het begin van een dag uit wat er gaat gebeuren, bijvoorbeeld door het gebruik van pictogrammen of foto’s. Kinderen met autisme leren makkelijker door te zien dan door te horen.
  5. Gebruik pictogrammen of foto’s als je iets wilt uitleggen. Bijvoorbeeld: ‘stap voor stap’-foto’s van het tandenpoetsen of het naar bed gaan. Zo leert hij wat er van hem verwacht wordt.
  6. Gebruik pictogrammen of foto’s als je kind moeite heeft met kiezen: weet hij niet waar hij mee wil spelen, laat hem dan een plaatje van een pop, een trein en een (lees)boek zien.
  7. Heeft je kind dagelijks last van dezelfde angsten, bijvoorbeeld het in bad gaan, geef dan op tijd aan wat er gaat gebeuren. Bijvoorbeeld door alvast een handdoek of badeend te laten zien als teken, of verwerk het bad in het dagprogramma.

Voor ouders kan het knap lastig zijn een kind met autisme op de voeden. Besef je dat het ook lastig mág zijn en praat erover met familie, vrienden of andere ouders met autistische kinderen. Veel ouders voelen zich schuldig dat ze moeite hebben met de opvoeding – besef je dat dat schuldgevoel niets zegt over jou als ouder. Trek op tijd aan de bel als het je teveel wordt.

Bron: UMC Utrecht Hersencentrum en KinderKennisCentrum Universiteit Utrecht