Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Herhaalde miskramen: wat kun je dan doen?

Zodra je een positieve zwangerschapstest hebt, kijk je waarschijnlijk al uit naar de geboorte van je kind. Toch gaat het voor die tijd nog weleens mis: 10 tot 15 procent van de zwangerschappen eindigt helaas in een miskraam.

Sommige vrouwen krijgen zelfs meerdere keren met een miskraam te maken. Artsen noemen dit habituele miskramen of herhaalde miskramen. Wat kun je doen als dat je overkomt?

Advertentie

Wat is een miskraam?

Een miskraam is het verlies van een zwangerschap in de eerste zestien weken. Dit gebeurt bij 10-15 procent van de vastgestelde zwangerschappen. Meestal is een aanlegstoornis de oorzaak: er gaat iets mis bij de groei van de baby in je buik en omdat dit de kansen op overleving van de baby drastisch verkleint, stoot je lichaam de zwangerschap af. In veel gevallen gaat het om een chromosoomafwijking bij het vruchtje, die dus al in de eerste delingen ontstaat.

Als je de heel prille zwangerschappen meetelt – dus voor de verwachte menstruatie en nog niet vastgesteld met een zwangerschapstest – is het percentage miskramen hoger dan 15 procent. Bij zo’n vroege miskraam merken vrouwen vaak niet dat dit gebeurt: je wordt ‘gewoon’ ongesteld, terwijl je eigenlijk heel pril zwanger was. Als je dit met een echo zou bekijken, zie je alleen een vruchtzak en geen embryo. Je kunt ook te maken krijgen met een niet intacte zwangerschap. Dan is er wel een vruchtje te zien, maar is het te klein voor de termijn van je zwangerschap en klopt het hartje niet meer.

Wat zijn herhaalde miskramen?

Van alle vrouwen die zwanger worden, krijgt 1 tot drie procent te maken met twee of meer miskramen. In dat geval wordt er gesproken van herhaalde miskramen. Na een eerste miskraam is de kans dat dit opnieuw gebeurt niet verhoogd, en dus nog steeds 10 tot 15 procent. Het vervelende van herhaalde miskramen is dat de kans dat je opnieuw een miskraam krijgt wél sterk toeneemt. Na twee miskramen is de kans op herhaling ongeveer 25 procent en na drie miskramen 35 procent. Hoge cijfers natuurlijk, maar: de kans dat je zwangerschap wél goed afloopt is dus gelukkig nog altijd veel groter.

Wanneer je herhaalde miskramen hebt gehad, kun je bij de gynaecoloog vragen om een onderzoek om te kijken of er een oorzaak is. Na twee miskramen kun je al een chromosoomonderzoek aanvragen. De chromosomen van jou en je partner worden dan onderzocht om erachter te komen of er sprake is van een zogenoemde gebalanceerde chromosoomafwijking. Een van jullie of jullie beiden zijn dan drager van een chromosoomafwijking. Bij 2 tot 3 procent van de stellen die herhaalde miskramen meemaken is dat het geval. Na drie miskramen kan een gynaecoloog een algemeen bloedonderzoek bij jou laten doen en een echo maken van je baarmoeder en eierstokken, om te zien of die er gezond uitzien.

Misschien hoop je dat er met onderzoek een reden wordt gevonden waarom het al een paar keer is misgegaan, en vooral dat er iets aan gedaan kan worden. Toch is het goed om te weten dat bij 85% van de stellen geen oorzaak wordt gevonden voor herhaalde miskramen. De uitslagen van de onderzoeken duren bovendien lang: vaak zo’n twee maanden. Het is dus goed je daarop voor te bereiden.

Oorzaken van herhaalde miskramen

Hoewel bij de meeste vrouwen dus geen oorzaak wordt gevonden voor het krijgen van herhaalde miskramen, zijn er wel bekende risicofactoren.

Roken

Als je rookt heb je een grotere kans op het krijgen van miskramen.

Hogere leeftijd

Je kunt er natuurlijk niets aan veranderen, maar het is wel goed om te weten: vanaf 35 jaar neemt de kans op een miskraam toe. Zo eindigt bij vrouwen tussen de 35 en 40 jaar 1 op de 5-6 zwangerschappen in een miskraam. Bij vrouwen tussen de 40 en 45 jaar is dat zelfs 1 op de 3.

Antifosfolipidesyndroom (AFS)

Antistoffen doen normaal veel goeds voor je lichaam: ze beschermen je tegen ziekteverwekkers. Maar soms keren antistoffen zich tegen je lichaam. Wanneer je antifosfolipide-antistoffen in je bloed hebt, kunnen die trombose veroorzaken in de placenta. Daardoor kan het vruchtje niet goed groeien, en krijg je een miskraam. Twee procent van alle vrouwen hebben deze stof in hun bloed en bij vrouwen die herhaalde miskramen krijgen is dit 15 procent. AFS is lastig op te sporen, vaak zijn er meerdere tests nodig.

Stollingsafwijkingen in de familie

In sommige families komen stollingsafwijkingen van het bloed voor. Weet jij dat dat in jouw familie het geval is, dan kan het goed zijn om te laten onderzoeken of dit ook voor jou geldt. Of er vervolgens behandeling mogelijk is, verschilt per afwijking.

Te veel homocysteïne

Homocysteïne is een stof die van belang is voor de stofwisseling in je lichaam. Een te hoog gehalte ervan in je bloed vergroot waarschijnlijk de kans op een miskraam en op herhaalde miskramen. Wordt er bij jou een te hoog gehalte gevonden? Dan kan dat worden behandeld door vitamine B6, B12 of foliumzuur te slikken. Waarschijnlijk verkleint dit de kans op een volgende miskraam.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt zelf niet veel doen om een miskraam te voorkomen. Het enige wat je in de hand hebt, en wat voor iedere vrouw die graag zwanger wil worden van belang is, is letten op je leefstijl. Dat betekent: gezond en gevarieerd eten, voldoende bewegen, niet roken of overmatig drinken en afvallen als je overgewicht hebt. Het is ook goed om te letten op medicijngebruik: neem alleen medicatie in overleg met een arts en vertel over je kinderwens.

Omgaan met verdriet

Hoe je een miskraam ervaart is erg persoonlijk. Vrouwen die het overkomt benoemen vaak gevoelens als ongeloof, verdriet, leegte, schuldgevoel en rouw. Overkomt het je meerdere keren, dan kan het psychisch zwaarder worden: telkens opnieuw de teleurstelling, het verdriet en de onzekerheid of je wel moeder zult worden. Voor de verwerking is het goed om over hierover te praten. Vind je het moeilijk om het met je partner, familie of vriendinnen te bespreken, of heb je het idee dat je niet goed wordt begrepen? Dan kan professionele hulp fijn zijn, bijvoorbeeld bij een psycholoog of maatschappelijk werker. Je huisarts, gynaecoloog of verloskundige kan je hierbij adviseren.

Bronnen: Freya.nl, Catharina Ziekenhuis, NVOG