ZwangerZwangerschapssymptomen

Urineverlies tijdens de zwangerschap: deze oefeningen helpen

Urineverlies tijdens de zwangerschap Getty Images
Getty Images
Leestijd 8 minuten
(Medisch) beoordeeld door:
anna keijsers
Anna Keijsers
Bekkenfysiotherapeut
siona llewellyn
Siona Llewellyn
Bekkenfysiotherapeut en manueel therapeut
Lees verder onder de advertentie

Wat is urineverlies?

Het ligt voor de hand, maar we kunnen het maar duidelijk hebben: urineverlies of incontinentie is het verlies van urine zónder dat je dat wilt. Je kunt een paar druppels verliezen tot een hele plas. Hoe ontstaat urineverlies tijdens de zwangerschap? Daarbij spelen verschillende factoren mee. Die lichten we hieronder toe.

Vaker plassen tijdens de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap moet je vaker plassen dan normaal. De bloedtoevoer naar je nieren is verhoogd en de hoeveelheid bloed in je lijf neemt gedurende de zwangerschap toe met wel veertig procent. Je nieren moeten hierdoor meer vocht verwerken. Dat vocht gaat naar je blaas waardoor er meer druk op de blaas komt te staan.

Tegelijkertijd neemt gedurende de zwangerschap je baarmoeder steeds meer plek in en drukt deze ook op de blaas. Hierdoor plas je moeilijker uit doordat de blaas onder het gewicht van de baarmoeder platter wordt geduwd. Dit zorgt ervoor dat je sneller het gevoel hebt dat je moet plassen.

Tip
: Last van urineverlies? Hier kun je online incontinentieverband kopen

Invloed van progesteron op urineverlies

Het hormoon progesteron verslapt tijdens je zwangerschap je baarmoederspier, om te voorkomen dat deze gaat samentrekken en je weeën krijgt. Zo blijft je baby veilig in je buik tot het tijd is voor de bevalling. Maar progesteron verslapt ook de blaasspier en de spieren rondom je blaas. Dit zijn de sluitspieren van de blaas en de bekkenbodemspieren. Doordat ze minder goed werken, kun je problemen krijgen met je plas ophouden en krijg je sneller last van urineverlies.

De bekkenbodemspieren vormen een soort hangmatje onderin je bekken, waar je anus, vagina en urinebuis doorheen lopen. Het grootste deel van je bekkenbodemspieren kun je bewust aanspannen en ontspannen (dwarse spiervezels). Maar de bekkenbodemspieren bestaan ook voor een deel uit onbewust aangestuurde spieren (gladde spiervezels), die met name in de plasbuis en de anus zitten. Deze zijn altijd aangespannen, behalve als je plast.

Aangenomen wordt dat je vanaf ongeveer twaalf weken tijdens je zwangerschap – door het slappere gladde spierweefsel – last kunt krijgen van urineverlies. Al kan dat soms ook eerder.

Tip:
Goede thuisoefeningen om je bekkenbodem te versterken

Lees verder onder de advertentie

Urineverlies door druk op de blaas

Naarmate de zwangerschap vordert, neemt de druk op de blaas toe. Hoe groter je baby wordt, hoe meer hij op je blaas drukt. Door de combinatie van die toenemende druk en de extra belasting van de bekkenbodemspieren kan het zijn dat je last krijgt van urineverlies. Als je voor de zwangerschap al overgewicht had of tijdens de zwangerschap meer dan twaalf kilo aankomt, heb je overigens ook meer kans op urineverlies.

Lees ook:
Gewichtstoename tijdens de zwangerschap: wat is gezond?

Stressincontinentie

De meest voorkomende vorm van urineverlies – ook tijdens de zwangerschap – is stressincontinentie. En nee, in tegenstelling tot de naam doet vermoeden heeft dat niets met stress te maken, maar met druk. Je verliest urine doordat de druk in je buik tijdens de zwangerschap tijdelijk groter is dan de bekkenbodemspieren aankunnen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij tillen, dragen, rennen, sporten en bukken. Maar urineverlies bij hoesten, niezen of lachen komt ook veel voor.

Bijkomende klachten bij urineverlies

Zwangerschapsincontinentie kan best frustrerend zijn. Het kan je onzeker maken en zorgen dat je minder geniet van leuke dingen. Sommige vrouwen willen niet meer sporten uit angst voor urineverlies, of zijn zich er bij sociale gezelligheid steeds van bewust dat dit kan gebeuren. Het kan zelfs leiden tot depressieve klachten. Herken je dit? Bespreek dit dan met je huisarts of verloskundige. Urineverlies is niet raar en je kunt er wat aan doen. Een derde van de zwangere vrouwen krijgt te maken met urineverlies.

Top 10 meest voorkomende zwangerschapskwaaltjes

Lees verder onder de advertentie

Wat kun je doen tegen urineverlies tijdens de zwangerschap?

Een snelle oplossing voor urineverlies tijdens de zwangerschap is er niet, maar deze tips kunnen je helpen ermee om te gaan:

  1. 1

    Ga plassen als je duidelijke aandrang hebt en stel het niet uit. Het is normaal om overdag om de drie tot vier uur te plassen.

  2. 2

    Plas op de juiste manier: ga rechtop zitten met je bekken iets naar voren gekanteld en zet je voeten plat op de grond zodat je beenspieren kunnen ontspannen. Neem de tijd en zet er geen druk of kracht op. Kantel eventueel je bekken aan het eind nog naar achteren en weer naar voren om de resterende urine uit te plassen. Zo verklein je ook de kans op een blaasontsteking, die urineverlies erger kan maken.

  3. 3

    Een beetje urineverlies tijdens de zwangerschap kun je opvangen met een inlegkruisje of maandverband. Ook is er fijn zittend ondergoed dat vocht, zoals urine of menstruatiebloed, kan opvangen. Er zijn ook speciale incontinentieverbanden. Deze zijn heel dun en gemaakt van ademend materiaal, waardoor je minder kans hebt op huidirritatie.

  4. 4

    Verschoon jezelf zodra je ‘nattigheid voelt’. Zo voorkom je dat het urineverlies huidirritatie veroorzaakt.

  5. 5

    Blijf genoeg drinken, twee liter per dag heb je zeker nodig als je zwanger bent. Weinig drinken helpt niet tegen urineverlies.

  6. 6

    Drink koffie met mate (sowieso het advies als je zwanger bent). Cafeïne stimuleert de werking van de nieren, waardoor vocht je lichaam sneller verlaat en je blaas dus eerder vol zit.

  7. 7

    Heb je urineverlies bij het sporten? Kijk dan of het helpt als je een tampon of menstruatiecup inbrengt. De tampon of cup drukt de plasbuis een beetje dicht.

Urineverlies of vruchtwater?

Aan het eind van de zwangerschap kan er een scheurtje in de vliezen komen waaruit een beetje vruchtwater lekt. Of de vliezen breken (dit merk je niet altijd duidelijk) waarna er een plas vruchtwater komt. Twijfel je of je urine of vruchtwater verliest? Vang een beetje vocht op in een glas. Vruchtwater is niet zo geel als urine, maar is helder en zo dun als water. Soms is het een beetje rozig of er zitten kleine vlokjes in. Vaak ruikt het zoetig.

Ook kun je vruchtwater niet ophouden, het blijft stromen als je je bekkenbodemspieren aanspant. Weet je het echt niet? Dan kan de verloskundige testen of het vruchtwater of toch urineverlies is.

Lees verder onder de advertentie

Hoelang urineverlies na de zwangerschap?

De meeste vrouwen hebben na de bevalling al vrij snel geen last meer van urineverlies. Als je hormoonhuishouding na de bevalling weer op orde is, wordt het spierweefsel vanzelf sterker. 50 tot 75 procent van de vrouwen heeft een halfjaar na de bevalling geen of nauwelijks klachten meer.

Blijvend urineverlies: wat dan?

Als je zes weken na de bevalling nog steeds last hebt van urineverlies, ga dan naar de huisarts of neem direct contact op met een bekkenfysiotherapeut. Door de bevalling kunnen de klachten ook verergeren of voor het eerst ontstaan. Het is zonde om ermee rond te lopen, omdat het heel vervelend en je er vaak heel goed iets aan kunt doen. De huisarts kan je doorverwijzen naar een geregistreerd bekkenfysiotherapeut, die je met oefeningen leert hoe je de functie van je bekkenbodemspieren kunt verbeteren.

Veel vrouwen gaan zelf aan de slag met het oefenen van de bekkenbodemspieren, maar als je de oefeningen niet goed uitvoert kan dit de klachten ook verergeren. Het is dus verstandig om instructies te krijgen van een fysiotherapeut of gespecialiseerde sportcoach.

Lees hier meer over urineverlies na de bevalling

Welke oefeningen bij urineverlies?

Het trainen van de bekkenbodemspieren tijdens de zwangerschap kan ervoor zorgen dat je na de bevalling minder last hebt van urineverlies. Een paar tips:

Lees verder onder de advertentie
  1. 1

    Span de bekkenbodem altijd aan op een uitademing.

  2. 2

    Laat je bekkenbodem los op je inademing. Voel hoe de bekkenbodem helemaal naar beneden gaat. Als je goed naar je buik kunt ademen, is de bekkenbodem ontspannen. Met name de ontspanning is erg belangrijk.

  3. 3

    Probeer je plasbuis, vagina of anus een beetje in en omhoog te trekken, alsof je je plas ophoudt. En laat weer los.

  4. 4

    Probeer voor je gevoel een windje tegen te houden en weer los te laten.

  5. 5

    Stel je voor dat je bekkenbodem (de onderkant van je bekken) een klok is. Twaalf is de voorkant, zes is de achterkant, drie en negen zijn de zijkanten. Trek de twaalf en de zes naar elkaar toe, en de negen en drie ook. Lift op die manier de hele bekkenbodem en laat dan weer goed los.

  6. 6

    Ga op een handdoek of kruik zitten, probeer je kruis op te trekken en laat weer los.

  7. 7

    Leg je hand tegen je perineum (tussen vagina en anus) en probeer het naar binnen te trekken en weer los te laten.

  8. 8

    Probeer je bekkenbodem aan te spannen in verschillende houdingen: liggend, zittend en staand. Let op dat je buik- en bilspieren niet meedoen: je spant alleen je bekkenbodem aan. Ontspan weer en adem naar je buik.

  9. 9

    Je bekkenbodem functioneert niet beter door de oefeningen krachtiger te doen: controle, goed voelen en kunnen loslaten zijn veel belangrijker.

  10. 10

    Oefen je bekkenbodem niet wanneer je aan het wandelen of rennen bent.

  11. 11

    Oefen je bekkenbodem nooit tijdens het plassen: hierdoor is de kans op een blaasontsteking groter.

Urineverlies bij hoesten en niezen: slimme tip

Heb je last van urineverlies bij hoesten en/of niezen? Trek als je het hoesten of niezen voelt aankomen je bekkenbodemspieren in en probeer de druk in je buik op te vangen met je bekkenbodem en buikspieren. Je kunt dit ook doen bij activiteiten die de druk in je buik verhogen, zoals bij zwaar tillen, bukken of een lachbui. Zo voel je (hopelijk) steeds beter hoe urineverlies te voorkomen is op deze momenten.

Stippeltjes plassen? Niet doen!

Vroeger werd bij urineverlies het advies gegeven om tijdens het plassen telkens even te stoppen. Daar zou je bekkenbodem sterker van worden. Stippeltjes of druppeltjes plassen heet dat. Bekkenfysiotherapeuten raden dit nu sterk af, omdat dit het signaal vanuit de blaas naar de hersenen kan verstoren. Hierdoor voel je niet meer goed wanneer je moet plassen. Dat kan júist leiden tot urineverlies.

Bronnen:
RadboudUMC, St. Antonius Ziekenhuis

Lees verder onder de advertentie