DKTP, baby spuit

Alles over de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie

Voor de eerste verjaardag krijgt een baby drie DKTP-Hib-HepB-vaccinaties: met drie, vijf en elf maanden. Later volgen er nog twee. Wat houdt deze prik precies in? Zijn er bijwerkingen waar je rekening mee moet houden? En waarom is deze vaccinatie eigenlijk nodig?

Wat is de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie?

De DKTP-Hib-HepB-vaccinaties worden in Nederland aangeboden in het Rijksvaccinatieprogramma. Je hoeft hier niet voor te betalen en je kind krijgt de prikken op het consultatiebureau. Het is een combinatievaccin. Dat betekent dat één prik werkt tegen meerdere ziekten. DKTP-Hib-HepB-vaccinatie beschermt je kind tegen difterie (D), kinkhoest (K), tetanus (T), polio (P), Hib-ziekte en hepatitis B.

Advertentie

Lees meer: Alle inentingen en vaccinaties bij je baby en kind op rij

Difterie, kinkhoest, tetanus, polio, Hib-ziekte en hepatitis B

Dit zijn de zes ziekten waar de DKTP-Hib-HepB-prik je kind tegen beschermt. Ze zijn zeer besmettelijk en kunnen vooral voor jonge kinderen en/of zwangere vrouwen gevaarlijk zijn.

  1. Difterie: een ernstige infectieziekte die in verschillende organen kan zitten, vooral in de huid en luchtwegen. Deze ziekte kan verstikkingsgevaar veroorzaken, maar kan ook het hart of het zenuwstelsel van je baby aantasten. Voordat er in Nederland een vaccinatie was tegen difterie, gingen er veel kinderen aan dood.
  2. Kinkhoest: een besmettelijke luchtweginfectie met een nare hoest, die wel drie tot vier maanden kan duren. De ziekte is vooral gevaarlijk voor nog niet gevaccineerde zuigelingen, door benauwdheid, uitputting en kans op hersenbeschadiging. Lees hier meer over de kinkhoestvaccinatie voor zwangere vrouwen.
  3. Tetanus: deze ziekte wordt ook wel kaakklem genoemd. Tetanus is zonder behandeling een dodelijke ziekte. Je kunt het oplopen als straatvuil in een open wondje komt, maar ook door een beet van een huisdier zoals een konijn of een cavia. Het zenuwstelsel en de spieren worden snel aangetast, waardoor problemen met slikken en ademhalen ontstaan en de spieren rondom de kaak verkrampen. Door beschadiging van het spier- en zenuwstelsel kunnen botbreuken, hoge bloeddruk en hartritmestoornissen ontstaan. Iedereen die niet is gevaccineerd tegen tetanus, kan een besmetting oplopen en ziek worden. Omdat bijna iedereen in Nederland tegen tetanus is ingeënt, komt deze ziekte hier bijna niet meer voor.
  4. Polio: ook wel bekend als kinderverlamming. Polio is een maag-darminfectie waarbij het virus kan doordringen in het zenuwstelsel en zo kan leiden tot ernstige verlammingsverschijnselen of zelfs overlijden. Na introductie van de vaccinatie kwamen in Nederland nog enkele epidemieën voor binnen groepen mensen die om religieuze redenen vaccinatie afwijzen. De laatste epidemie was in 1992/1993. Nu komt kinderverlamming niet meer voor in Nederland.
  5. Hib-ziekte: Hib staat voor Haemophilus influenzae type b. Dat is een bacterie die bij iedereen af en toe in de neusholte voorkomt. Meestal is de bacterie niet gevaarlijk en word je niet ziek, maar bij jonge kinderen kan de infectie wel gevaarlijk zijn en strottenklepontsteking, hersenvliesontsteking of een ernstige longontsteking veroorzaken.
  6. Hepatitis B: een acute of chronische ontsteking van de lever, die ontstaat door het hepatitis B-virus. Het virus kan op den duur de lever beschadigen en in het ergste geval zelfs leverkanker veroorzaken. De ziekte komt wereldwijd voor en is besmettelijk.

Vanaf 2019 wordt de kinkhoestvaccinatie ook aangeboden aan zwangere vrouwen: dit is de 22 wekenprik.

Difterie, kinkhoest, tetanus, polio, Hib-ziekte en hepatitis B waren vroeger veelvoorkomende kinderziektes. Omdat er bij alle zes de ziekten een risico bestaat op ernstige gevolgen, is de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma opgenomen. Sindsdien komen de ziekten bijna niet meer voor in ons land. Wel breken er soms plaatselijke epidemieën uit op plekken waar ouders hun kinderen niet laten vaccineren.

Mogelijke risico’s van deze ziekten

De ziekten kunnen vrij onschuldig verlopen, maar bij alle zes bestaat een kans op ernstige gevolgen:

  • Als de difterie-infectie in de keel, luchtpijp of de longen zit, kan een kind er heel benauwd van worden en zelfs aan doodgaan. Het gif van de bacterie kan ook zijn hart en zenuwstelsel beschadigen. De kans op overlijden is het grootst bij jonge baby’s en ouderen.
  • Kinkhoest is ook wel bekend als de honderddagenhoest, omdat de hoest maandenlang kan aanhouden. De hoest put vooral baby’s uit. Ze kunnen zo benauwd worden dat ze stoppen met ademen en kunnen dan hersenschade oplopen. Tegenwoordig overlijdt nog gemiddeld één kind per jaar aan kinkhoest.
  • Een kind dat tetanus oploopt, heeft last van verkramping in de kaakspieren, slikklachten en ademhalingsproblemen. Zonder behandeling is tetanus dodelijk.
  • De meeste kinderen die het poliovirus oplopen, merken daar weinig van of hebben alleen griepverschijnselen. Bij 0,1 tot 1 procent van de mensen die het virus oplopen, verspreidt het naar de zenuwen en de hersenen. Het kan dan verlamming van armen of benen veroorzaken, en van de slik- of ademhalingsspieren. In het laatste geval kan een kind eraan overlijden.
  • De Hib-ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Haemophilus influenzae type b. Als de bacterie in de bloedbaan of in het zenuwstelsel komt kan het ernstige gevolgen hebben, zoals bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking.
  • Het hepatitis B-virus kan een acute of chronische leverontsteking veroorzaken, die kan leiden tot geelzucht en leverfalen. Bij een chronische ontsteking wordt het risico op ernstige beschadiging van de lever of leverkanker op latere leeftijd groter.

Op welke leeftijd?

De eerste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie wordt op het consultatiebureau gegeven als een kind drie maanden oud is. Daarna zijn er nog inentingen als je kind vijf en elf maanden oud is. De ziekten zijn juist voor heel jonge kinderen gevaarlijk. Daarom worden zij al zo jong ingeënt.

Een kind kan een extra DKTP-Hib-HepB-vaccinatie krijgen bij twee maanden, als de moeder niet tegen kinkhoest is gevaccineerd tijdens de zwangerschap. Ook in sommige bijzondere situaties wordt de extra vaccinatie aangeboden, bijvoorbeeld als een kind te vroeg is geboren (vóór 37 weken zwangerschap). De jeugdarts op het consultatiebureau bespreekt dit met je.

Als een kind vier jaar is, krijgt hij nog een keer de DKTP-prik, omdat de bescherming van de eerdere inentingen na verloop van tijd iets afneemt. Met negen jaar wordt de vaccinatie nogmaals herhaald, maar dan zonder kinkhoest erin: de DTP-inenting. Deze vaccinatie zorgt voor een goede en langdurige bescherming tegen deze ziekten. De vaccinatie tegen kinkhoest is niet meer nodig, omdat de ziekte op deze leeftijd minder ernstig is en geen ernstige complicaties meer veroorzaakt.

Hoe werkt de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie?

Als de DKTP-Hib-HepB-prik al op jonge leeftijd wordt gegeven, is het vaccin heel effectief. In de prikken zitten onschadelijk gemaakte bacteriën en virussen tegen de zes ziekten. Ze maken je kind dus niet ziek, maar zorgen er juist voor dat hij afweerstoffen tegen de ziekten aanmaakt. Komt je kind in contact met één van de virussen en bacteriën waar hij tegen is ingeënt? Dan herkent zijn afweersysteem het virus of de bacterie. Zijn lichaam zet de afweer dan sneller in werking.

Hoe lang is je kind beschermd?

De DKTP-prikken beschermen je kind niet zijn hele leven. Soms is een aanvullende inenting nodig. Zo zit het met de bescherming:

  • Als je kind negen jaar is, krijgt hij de laatste DTP-vaccinatie. Als hij dan alle prikken heeft gehad, is hij voor tien jaar beschermd tegen difterie, tetanus en polio. Loopt hij een verwonding op met vuil in de wond of wordt hij gebeten door een hond of een ander dier, neem dan contact op met je huisarts. De arts controleert of je kind voldoende is beschermd tegen tetanus en of er eventueel opnieuw een tetanusvaccinatie nodig is.
  • Tegen kinkhoest geldt de bescherming tot ongeveer veertien jaar. Als je kind is ingeënt en later toch besmet raakt, wordt hij minder ziek dan wanneer hij geen prik heeft gehad.
  • Voor Hib-ziekte geldt dat je kind op latere leeftijd wel besmet kan raken, maar de ziekte is dan minder ernstig en veroorzaakt geen ernstige complicaties meer.
  • Tegen hepatitis B is je kind na de vaccinatie wel zijn hele leven lang beschermd.

Het is belangrijk dat de vaccinatiegraad in ons land zo hoog mogelijk blijft. Hoe hoger de vaccinatiegraad, hoe kleiner de kans op uitbraken van difterie, kinkhoest, tetanus, polio, Hib-ziekte en hepatitis B. En hoe meer mensen beschermd zijn tegen deze ziektes, hoe kleiner de kans is dat een ongevaccineerde baby toch een van deze ziektes kan oplopen.

Eerder of later vaccineren

Er kunnen medische of praktische redenen zijn om een vaccinatiemoment te vervroegen of uit te stellen, bijvoorbeeld omdat een kind ziek is of moet worden geopereerd. Het kan dan verstandig zijn om de prik te verplaatsen. Overleg dit met het consultatiebureau. Bij een verkoudheid is het niet nodig om de vaccinatie uit te stellen, maar als je kind een hevige griep met koorts te pakken heeft, wordt de prik op een later moment gegeven.

Kun je je kind om praktische redenen niet laten inenten, bijvoorbeeld omdat jullie op reis gaan? Bespreek dit dan tijdig met de arts of verpleegkundige op het consultatiebureau. Er wordt dan gekeken naar wat het beste is voor je kind in jullie situatie. Eventueel kan een vaccinatie ook in het buitenland worden gegeven of kan je kind nog net voor vertrek worden ingeënt. In het buitenland moet je de vaccinatie wel zelf regelen.

Lees meer: Zo werkt het afweersysteem van je kind

Mogelijke bijwerkingen

Na de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie kan je kind last hebben van een aantal bijwerkingen. Dit komt meestal door een reactie van het lichaam op het vaccin. Vaccinaties zetten de afweer van het lichaam aan het werk.

De meeste bijwerkingen zijn mild en gaan vanzelf binnen een paar dagen over. Je kind kan bijvoorbeeld:

  • slaperig zijn;
  • hangerig of huilerig zijn;
  • verhoging of koorts krijgen;
  • een rode, gezwollen en pijnlijke plek krijgen waar de prik is gegeven.

Lees meer: Wat je moet doen als je baby koorts heeft en wat te doen als je kind koorts heeft

Ernstigere bijwerkingen komen veel minder vaak voor. Voorbeelden van mogelijke ernstigere bijwerkingen zijn:

  • Urenlang hard huilen (ongeveer 1 op de 1000 kinderen).
  • Soms verkleuren de benen na de eerste prikken of wordt een kind ineens kortdurend slap en wit en reageert hij niet. Dit gebeurt bij minder dan 1 op de 3000 kinderen. Deze bijwerkingen zien er soms eng uit, maar gaan vanzelf weer over.
  • Kinderen van één jaar krijgen soms hoge koorts. Minder dan 1 op de 10.000 kinderen krijgt een koortsstuip. Als dat gebeurt, is dat meestal na de vierde DKTP-Hib-HepB-vaccinatie. Deze kinderen hebben een aangeboren aanleg voor koortsstuipen.

Enkele tips bij bijwerkingen:

  • Bij koorts is voldoende drinken heel belangrijk. En kleed je kind niet te warm aan.
  • Bij jonge baby’s helpt knuffelen en afleiding als ze hangerig zijn.
  • Als een kind pijn heeft of zich echt niet lekker lijkt te voelen, kan paracetamol helpen. Kijk op de bijsluiter hoeveel je kind mag hebben.
  • Het is beter om de arm of het been waarin je kind de prik heeft gekregen niet te veel aan te raken. Dat kan de pijn erger maken.

Als je je zorgen maakt omdat je kind veel last heeft van bijwerkingen na de DKTP-Hib-HepB-prik, of als hij koorts heeft gekregen die lang aanhoudt, neem dan contact op met je huisarts.

Lees meer: Deze kinderziektes zijn gevaarlijk tijdens de zwangerschap

Zijn vaccinaties verplicht?

Het is niet wettelijk verplicht om je kind te laten inenten. Wel kiezen veruit de meeste ouders in Nederland ervoor om hun kinderen te laten vaccineren. In 2019 is de vaccinatiegraad, voor het eerst in vijf jaar, na een dalende trend weer licht toegenomen. (Bron: RIVM-rapport ‘Vaccinatiegraad en jaarverslag rijksvaccinatieprogramma Nederland 2019). Bij een te lage vaccinatiegraad wordt de kans op uitbraken van ziektes groter.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Libertje Bosma

Jeugdarts

Dr. Libertje Bosma werkt als jeugdarts bij GGD Hollands Noorden in Alkmaar. Zij ziet en onderzoekt baby’s, peuters en schoolkinderen, en geeft voorlichting over gezondheid en gezond opgroeien in deze verschillende ontwikkelingsfasen. Waar gezondheidsproblemen en/of ontwikkelingsproblemen gesignaleerd worden, verwijst zij zo nodig door naar passende zorg en hulp.

Daarnaast is zij partner in de Academische Werkplaats Jeugd en Gezondheid een samenwerkingsverband tussen de afdeling Public and Occupational Health van Amsterdam UMC en verschillende JGZ-organisaties in Noord-Holland, waarin praktijk, beleid en onderzoek verbonden worden. Haar missie is om bij te dragen aan betere kansen voor de jeugd om gelukkig en gezond op te groeien.