Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) of postpartum depressie (PPD)?

Dat een bevalling over het algemeen een pittige klus is, is bekend. Maar soms is een bevalling traumatisch en houden vrouwen er een posttraumatische stressstoornis aan over: post partum PTSS. Hoe herken je een posttraumatische stressstoornis na de bevalling, wat is het verschil met een postpartum depressie en hoe behandel je post partum PTSS?

Een postpartum depressie wordt in de volksmond ook wel postnatale depressie genoemd en beide termen worden vaak door elkaar gebruikt. De term ‘postpartum’ slaat op de gesteldheid van de moeder ‘na de bevalling’. De term ‘postnataal’ gaat vooral over de gezondheid van de baby, ‘na de geboorte’. De juiste term is dus postpartum depressie, omdat we het over de gesteldheid van de moeder hebben.

Advertentie

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) betekenis

De oorzaak van een posttraumatische stressstoornis is een buitengewoon heftige en schokkende ervaring, waarbij iemand geconfronteerd wordt met een traumatische gebeurtenis. Een posttraumatische stressstoornis kan ontstaan na het meemaken van een schokkende, traumatische gebeurtenis, zoals de (dreigende) plotselinge dood van een geliefde, een ernstige verwonding, een beroving of verkrachting, (natuur)rampen of een oorlogssituatie. Een posttraumatische stressstoornis (PTSS) kan ook ontstaan na een traumatische bevalling, doordat er bijvoorbeeld een kunstverlossing (vacuümpomp/verlostang) nodig was of door angstige gevoelens tijdens de bevalling.

Lees ookAlles over kraamtranen en de babyblues

Als je een posttraumatische stressstoornis hebt, herbeleef je de traumatische gebeurtenis(en) steeds opnieuw, bijvoorbeeld door indringende gedachten, in nachtmerries of je hebt flashbacks. Je probeert triggers die je aan de gebeurtenis doen denken te vermijden, zoals mensen, gesprekken, plaatsen of situaties. Dit alles heeft een negatief gevolg voor je stemming en je denken, zoals negatieve overtuigingen over jezelf, anderen of de wereld, maar ook over de oorzaak van de traumatische gebeurtenis. Ook word je regelmatig overspoeld met negatieve emoties, zoals angst, boosheid, schaamte en schuldgevoel. Mensen met een posttraumatische stressstoornis ervaren positieve gevoelens vaak minder goed.

Vaak is er sprake van verhoogde spanning en reactiviteit, zoals overmatige schrikreacties of waakzaamheid, slaapproblemen, concentratieproblemen en prikkelbaar, roekeloos of zelfdestructief gedrag.

Soms komt er dissociatie voor, waarbij gevoelens van vervreemding van het eigen lichaam of de omgeving optreden.

Verschil posttraumatische stressstoornis (PTSS) en postnatale depressie (PPD)

Helaas komt het regelmatig voor dat moeders worden geclassificeerd met een postpartum depressie (PPD), terwijl ze eigenlijk postpartum PTSS hebben. Er is veel overlap tussen de deze twee aandoeningen (zoals angst, schuldgevoelens, gevoelens van falen, concentratieproblemen en slaapproblemen). Maar er zijn ook duidelijke verschillen.

Een posttraumatische stressstoornis (PTSS) wordt veroorzaakt doordat de moeder haar bevalling als traumatisch heeft ervaren. Een postpartum depressie is het gevolg van hormonale veranderingen in het lichaam van een pasbevallen moeder. Moeders met een eerdere depressie hebben hierop een verhoogd risico.

Dit zijn de specifieke symptomen van PTSS en PPD:

Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

  • Herbelevingen van de bevalling (nachtmerries).
  • Vermijding (bijvoorbeeld niet over de bevalling willen praten, niet opnieuw zwanger willen worden).
  • Negatieve emoties zoals schuldgevoelens, angst, boosheid, desinteresse.
  • Verhoogde waakzaamheid en prikkelbaarheid.
  • Verhoogde schrikreacties.

Postnatale depressie (PPD)

  • Je voelt je lusteloos, eenzaam en somber.
  • Je gaat meer piekeren.
  • Verminderde eetlust.
  • Veel huilen.

Lees meer: Postnatale depressie: dit kun je doen

Oorzaken posttraumatische stressstoornis (PTSS) na de bevalling

Ongeveer 10 tot 30 procent van alle moeders heeft de bevalling als traumatisch ervaren. Toch krijgen lang niet al die vrouwen een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De kans dat je na een bevalling een posttraumatische stressstoornis (PTSS) krijgt, is volgens het Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap 1 tot 3%. Je hebt een verhoogde kans op PTSS (klachten) na de bevalling in de volgende gevallen:

  1. Medisch verloop van zwangerschap en bevalling
    – als je (veel) te vroeg bent bevallen
    – bij pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging)
    – na een ongeplande (spoed)keizersnede
    – na een bevalling met een kunstverlossing(vacuümpomp of verlostang)
  2. Psychosociale factoren
    – na een eerder trauma (met name seksueel misbruik/geweld)
    – als je last hebt van een depressie tijdens de zwangerschap of na de bevalling
    – bij ernstige angst voor de bevalling
    – als je niet goed met stress kunt omgaan
  3. Ervaring van de bevalling
    – als je weinig steun hebt ervaren van zorgverleners
    – bij dissociatie tijdens de bevalling

Vaak (niet altijd) is er sprake van een combinatie van de bovengenoemde situaties. Uiteindelijk komt het erop neer dat je een posttraumatische stressstoornis (PTSS) kunt krijgen als je lichamelijke en psychische grenzen voor jou gevoel overschreden zijn tijdens de bevalling. De enorme angst die je dan kunt ervaren, omdat je niet weet wat je overkomt of omdat je bang bent dat er iets misgaat met je baby, kan traumatiserend zijn.

Lees ook: 4 signalen die wijzen op een ‘mommy burn-out’

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) symptomen

Als de moeder een posttraumatische stressstoornis heeft, kan dit het hechtingsproces met haar baby negatief beïnvloeden. Daarom is het extra belangrijk om met je verloskundige of huisarts te bespreken hoe je je voelt en hier de juiste behandeling voor te krijgen. Door een posttraumatische stressstoornis (PTSS) verandert je gedrag: je bent bijvoorbeeld sneller prikkelbaar en geneigd om uit te vallen tegen anderen. De relatie met je partner kan hierdoor ook onder druk komen te staan. Er ontstaan conflicten en wrijving, omdat je partner je niet goed begrijpt.

Sommige vrouwen voelen zich schuldig en zijn overbeschermend naar hun kind toe. Andere vrouwen worstelen zo met hun eigen gevoelens en klachten dat ze nauwelijks aandacht voor hun pasgeboren baby hebben.

Als je al kinderen hebt, kunnen zij denken dat zij de oorzaak zijn van de problemen, omdat jij verandert of omdat ze merken dat je minder aandacht voor hen hebt. Het is daarom belangrijk dat je partner wordt betrokken bij de behandeling.

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) behandeling

Om de juiste behandeling te krijgen, is het belangrijk dat de juiste diagnose wordt gesteld. Twijfel jij of je misschien aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) lijdt? Op de website van Stichting Bevallingstrauma staan vragenlijsten die een inschatting kunnen geven of je postpartum PTSS hebt. Er zijn verschillende behandelmethodes voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS):

EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing)

Bij EMDR-therapie zoom je met de behandelaar in op de herinnering of het beeld dat zo naar voor je is. Vaak spelen gedachten als ‘ik ben machteloos’ of ‘ik ben een slechte moeder’ hierbij een rol. Terwijl je in gedachten teruggaat naar het angstige beeld, volg je met je ogen een lampje dat heen en weer beweegt, of de vingers van de therapeut die voor je ogen van links naar rechts gaan. Of je wordt afgeleid door buzzers die je in je handen houdt of tikjes die je hoort door een koptelefoon. Vervolgens vraagt de therapeut wat er bij je opkomt. Dit kan van alles zijn: een gedachte, gevoel of sensatie. Dit proces wordt net zolang herhaald tot het beeld geen nare emoties meer oproept. De herinnering blijft, maar de emotionele lading waar je zo’n last van had is eraf. Je kunt eraan terugdenken zonder de angst van toen weer te voelen.

Uit onderzoek is gebleken dat EMDR een effectieve behandeling is. Soms is het effect na één sessie al merkbaar. Sommige vrouwen die eerst niet over hun traumatische ervaring konden praten, kunnen dat na EMDR wel. Houd er wel rekening mee dat EMDR geen wondermiddel is dat elke traumatische ervaring (snel) wegneemt. Misschien heb jij meer sessies nodig of werkt het niet voor jou. Ga dan in overleg met je therapeut met een andere behandeling aan de slag.

Lees meer: De bevalling: dit kun je allemaal verwachten

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is een wetenschappelijk bewezen succesvolle behandelmethode voor zowel PTSS als een depressie. Bij cognitieve gedragstherapie kijk je samen met de therapeut naar je herinnering aan een bepaalde gebeurtenis en de gedachten en opvattingen die je daardoor hebt gekregen. Je gedachtenpatronen hebben veel invloed op je stemming en je gedrag. Tijdens de therapie leer je negatieve gedachten te herkennen en te veranderen. Dit zijn voorbeelden van negatieve gedachten:

  • ‘Ik ben een slechte moeder’
  • ‘Andere moeders doen het veel beter dan ik’
  • ‘Waar is die roze wolk? Die van mij is gitzwart’
  • ‘Ik wil geen kinderen meer, omdat ik zo’n bevalling nooit meer wil meemaken’

Heb je sinds je bevalling last van angsten of somberheid, dan onderzoek je met de therapeut welke gedachten daarbij een rol spelen. Zijn die gedachten eigenlijk wel waar? Zijn er ook andere verklaringen mogelijk dan het verhaal dat er in jouw hoofd is ontstaan over je bevalling, of het moederschap? Welke gedachten helpen je om je beter te voelen? Je leert negatieve gedachten om te buigen naar positieve, helpende gedachten. Ook leer je (opnieuw) om te gaan met situaties en onderwerpen waar je bang voor bent en die je bent gaan vermijden. Door middel van ontspanningsoefeningen leer je de spanning die dit (in het begin) misschien oplevert te hanteren. Zo kan cognitieve gedragstherapie je bijvoorbeeld helpen om met een beter gevoel terug te kijken op de bevalling, jezelf te waarderen als moeder en weer te gaan doen waar je blij van wordt.

Wat kun je zelf aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) doen?

Het is belangrijk om PTSS snel te herkennen en te behandelen. Deze stappen kun je zelf al zetten om PTSS aan te pakken:

  1. Praat erover en zoek hulp. Het kan lastig zijn om over je negatieve gevoelens te praten, omdat over het algemeen wordt verwacht dat je blij en gelukkig bent na de bevalling. Probeer toch over je gevoelens te praten, zodat je begrip en steun krijgt. Dit kan met je partner, vriendinnen, familie, je huisarts, verloskundige of een therapeut. Ook kan het troostend werken als je je realiseert dat je niet de enige bent die dit meemaakt. Op de website van Stichting Bevallingstrauma vind je de verhalen van lotgenoten.
  2. Bij een ziekenhuisbevalling: maak een afspraak met je gynaecoloog. Ben je in het ziekenhuis bevallen en is er tijdens de bevalling iets misgegaan? Of is er tijdens de ingreep niet goed met je gecommuniceerd voor jouw gevoel? Bespreek dit dan met de gynaecoloog die bij de bevalling was en deel jouw ervaring. Vind je dit lastig? Neem dan je partner of iemand anders mee die je tijdens het gesprek kan bijstaan.
  3. Zorg goed voor jezelf. Je leven staat zeker de eerste maanden volledig in het teken van je baby, maar het is belangrijk dat je ook goed voor jezelf zorgt. Ga even liggen als je baby ook ligt te slapen. Eet gezond, kies voor voeding met vitaminen en mineralen en beweeg voldoende. Dit helpt je om je energieniveau te verhogen. Eventueel kun je ontspanningstechnieken toepassen, zoals ademhalingsoefeningen, yoga of meditatie.

Kun je PTSS voorkomen?

Geen enkele bevalling is te plannen of te voorspellen. Ook een trauma zie je dus niet aankomen. Zie je enorm tegen de bevalling op? Informeer dan bij je verloskundige of gynaecoloog naar een zwangerschapscursus die jou kan voorbereiden op de bevalling.

Lees ook: Zwangerschapscursussen, wat past bij jou?

PTSS en een volgende bevalling

Als je een eerdere traumatische bevalling hebt meegemaakt, kun je gemengde gevoelens hebben als je opnieuw zwanger bent. Deze tips kunnen je in dat geval helpen:

  • Zoek hulp. Als je nog niet eerder hulp hebt gehad, schakel die dan meteen in. Bespreek met je verloskundige of je huisarts waar je hiervoor het beste terecht kunt. Het is belangrijk om hier zo vroeg mogelijk aandacht aan te besteden, zodat je tijd hebt om je komende bevalling voor te bereiden met zo min mogelijk angst.
  • Bespreek met je verloskundige of gynaecoloog wat er volgens jou vorige keer is misgegaan en leg uit hoe je je voelt en wat ze kunnen doen om je te helpen bij de aankomende bevalling.
  • Maak een geboorteplanAl is een bevalling niet te plannen, het is wel heel zinvol om goed na te denken over hoe je het liefst wilt bevallen en wat je kan helpen er zoveel mogelijk vertrouwen in te hebben. Deze voorkeuren en ideeën schrijf je op in je geboorteplan, zodat de mensen die bij je bevalling aanwezig zijn (verloskundige, ziekenhuispersoneel) weten hoe ze jou het beste kunnen begeleiden. Zie het als een communicatiemiddel: je maakt duidelijk wat je wel en liever niet wilt, zodat hier rekening mee gehouden kan worden. Dat geeft jou rust en het vergroot de kans dat het dit keer een goede ervaring wordt.

Meer weten? Zo schrijf je een geboorteplan (met handleiding)

Bronnen: Stichting BevallingstraumaLKPZ

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

 

Marijke Uithol

(Kinder- en Jeugd)psycholoog

Marijke is (Kinder- en Jeugd) psycholoog NIP en EMDR-therapeut Europe Practitioner i.o. Zij is ontwikkelaar van De Butskees-Methode® – een methode om in gesprek te gaan met kinderen over hun binnenwereld- waarvoor zij binnenkort trainingen zal verzorgen en momenteel ook een boek voor schrijft.

Met 13 jaar werkervaring in de jeugdzorg heeft zij kennis van uiteenlopende opvoedproblematiek. Zij heeft nu een eigen Psychologiepraktijk met als specialisatie angst, trauma en rouw. Daarvoor is zij een aantal jaar als regiebehandelaar aangesteld geweest bij een instelling voor basis GGZ en specialistische GGZ.

Marijke verzorgt regelmatig (gratis) webinars en geeft jaarlijks een gastcollege aan de Hogeschool Leiden. Zij deed in januari 2021 mee aan de Podcast van Omdenken en stond in maart 2021 in de krant met een artikel over bevallingstrauma’s.

Wil je meer informatie? Kijk dan op Psychologiepraktijk Marijke Uithol en voor achtergrond:
Facebook
Instagram
LinkedIn