Anticonceptie na de bevalling

Anticonceptie na de bevalling

De meeste vrouwen denken vlak na de bevalling niet meteen aan seks en anticonceptie. Toch is het belangrijk om je er op tijd even in te verdiepen, want je bent na de geboorte van je kind vrij snel weer vruchtbaar. Wanneer begin je (weer) met anticonceptie? En wat past het best bij jou? Dit zijn de opties voor anticonceptie na bevalling.

Anticonceptie na de bevalling

De eerste paar maanden na een zwangerschap hebben veel vrouwen nauwelijks interesse in seks. Misschien herken je het wel: je bent moe van de gebroken nachten en je moet herstellen van de bevalling. Waarschijnlijk ligt je focus in die tijd meer op je baby dan op je relatie. Maar misschien ook niet! Er zijn ook vrouwen die algauw weer zin krijgen.
Hoe dan ook raadt de verloskundige aan sowieso zes weken te wachten om je lichaam de kans te geven te herstellen. Wat er ook gebeurt, wanneer het ook gebeurt, het is slim om vast voorzorgsmaatregelen te treffen.

Kies de juiste anticonceptie

Er is behoorlijk wat keuze op dit gebied. Voor je automatisch weer begint met je anticonceptiemethode van voor de bevalling is het handig jezelf een paar vragen te stellen: geef je borstvoeding? Hoe snel wil je een volgend kindje? Wil je überhaupt nog een baby?

Als je baby eenmaal geboren is, heb je wel wat anders aan je hoofd dan je hierin te verdiepen. Daarom is het slim om al tijdens je zwangerschap na te denken over wat voor anticonceptie je gaat gebruiken na de bevalling. Laten we in elk geval vast een hardnekkig misverstand de wereld uit helpen: als je borstvoeding geeft, kun je wél gewoon zwanger worden. De kans dat je in verwachting raakt is kleiner, maar zeker niet nihil. Borstvoeding komt dus níét voor in het rijtje van anticonceptiemethoden.

Vormen van anticonceptie

Of het nou je eerste of vierde kind is, na de geboorte verandert er van alles: je situatie, jijzelf, je eventuele relatie. Misschien verandert je anticonceptiemethode wel met je mee. Voor iemand die absoluut geen gezinsuitbreiding meer wil, is sterilisatie een optie. En als je niet goed reageert op hormonen, kies je waarschijnlijk eerder voor een condoom of een koperspiraal. Bepaal met behulp van de onderstaande informatie welke methode het best bij jou past. De eerste in het rijtje is de pil, voor veel vrouwen al sinds hun tienerjaren een uitkomst. Deze hormonale vorm van anticonceptie bestaat in verschillende uitvoeringen: de minipil, de combinatiepil en de prikpil.

Minipil

De minipil remt je ovulatie en beïnvloedt het baarmoederslijm waardoor zaadcellen er nauwelijks doorheen kunnen zwemmen. De pil bevat geen oestrogeen, alleen progestageen en is daarom erg geschikt als anticonceptie tijdens borstvoeding. De minipil wordt daarom ook vaak de ‘borstvoedings pil’ genoemd.

Het is belangrijk om te weten dat je geen stopweek hebt; je slikt hem door. Dit betekent dat je geen invloed kunt uitoefenen op de timing van je menstruatie. Bij sommige vrouwen verdwijnt deze zelfs.

Zes weken na de geboorte kun je beginnen met slikken. Na het stoppen met deze pil ben je vaak snel weer vruchtbaar.

Combinatiepil

Deze pil bevat zowel oestrogeen als progestageen en is niet geschikt om te slikken als je borstvoeding geeft. Er zijn varianten met synthetische of lichaamseigen hormonen en met een strip van 21 of 28 pillen, dus met of zonder stopweek. In de stopweek word je ongesteld. Als je ermee stopt, kun je snel weer vruchtbaar zijn.

Prikpil

De prikpil is een injectie met vrouwelijk geslachtshormoon (progestageen). Dat hormoon zorgt ervoor dat je niet zwanger wordt. Als  je de prik op tijd laat zetten, een redelijk betrouwbare vorm van anticonceptie. De huisarts dient hem om de drie maanden toe. Je menstrueert minder vaak en bij veel vrouwen houdt de menstruatie na een jaar helemaal op.

Wil je na de bevalling beginnen met de prikpil, dan kan de injectie het best binnen vijf dagen na de geboorte van je baby worden gegeven. De werkzame stoffen in de prikpil kunnen via de moedermelk bij de baby terechtkomen, maar hebben geen schadelijk effect. Overigens kan het na het stoppen met deze vorm van anticonceptie erg lang duren voor je weer in verwachting raakt.

 

Anticonceptiepleister

De anticonceptiepleister werkt net als de combinatiepil: de pleister geeft een combinatie van hormonen af en verandert de hormonale balans van je lichaam zodat een eisprong uitblijft.

Waarom een pleister in plaats van een pil? De anticonceptiepleister kan een handige optie zijn voor vrouwen die de pil vaak vergeten te nemen. Je plakt de pleister (waar dan ook op je lichaam, behalve op je borsten en bovenbenen) namelijk maar één keer per week, gedurende drie weken. Daarna las je een stopweek in, waarin je ongesteld wordt. Door de stopweek te verkorten, kun je je menstruatiecyclus verschuiven. Als je de stopweek niet korter, maar langer dan een week maakt, werkt de pleister niet meer als anticonceptiemethode.

Hormoonstaafje

Een arts brengt het hormoonstaafje vlak onder de huid aan de binnenkant van je bovenarm in. Het staafje bevat voldoende van het progestageenhormoon etonogestrel voor drie jaar. Na die drie jaar wordt er onder plaatselijke verdoving een klein sneetje gemaakt om het staafje eruit te halen. Na het verwijderen ervan ben je direct weer vruchtbaar.

De kleine hoeveelheid hormonen die steeds wordt afgegeven, komt via de moedermelk bij je baby terecht. Volgens onderzoek heeft dit in ieder geval tot de leeftijd van drie jaar geen schadelijk effect heeft op je kind.

Je cyclus kan met deze anticonceptiemethode veranderen. Bij sommige vrouwen worden de menstruaties minder of verdwijnen ze zelfs, maar bij anderen worden de bloedingen juist langer en heviger.

Nuvaring

De anticonceptiering is een hormonale vorm van anticonceptie en werkt in die zin hetzelfde als de pil; de eisprong wordt geremd. Het verschil is dat de hormonen, progestageen en oestrogeen, gelijkmatig in je bloed worden opgenomen.

De ring breng je zelf, net als een tampon, in je vagina in; je hoeft er niet voor naar je huisarts. Na drie weken haal je ‘m eruit en heb je een stopweek waarin je ongesteld wordt. Daarna breng je een nieuwe ring in. Zo’n ring beschermt je een maand lang tegen zwangerschap, ook in de vierde week waarin je dus de ring niet meer draagt. Door de stopweek te verkorten (niet verlengen!), kun je je menstruatiecyclus bijsturen.

Net als bij de combinatiepil wordt deze vorm van anticonceptie afgeraden zolang je borstvoeding geeft.

Koperspiraal

Laten we even met de deur in huis vallen met de mindere kanten van deze anticonceptiemethode, het koperspiraaltje is namelijk steeds minder populair: de plaatsing ervan in je baarmoeder door de huisarts kan behoorlijk pijnlijk zijn en ook je menstruatie kan de eerste maanden na plaatsing pijnlijker en heviger zijn dan normaal. Ook kun je buikkrampen, rugpijn en tussentijdse bloedingen ervaren. Toch kan het voor vrouwen die niet goed reageren op hormonen een uitkomst zijn.

De koperspiraal heeft vaak de vorm van een ‘T’ of een anker. Om een van de pootjes zit een hoeveelheid koper waardoor het baarmoederslijmvlies geïrriteerd raakt en zaadcellen inactief worden. De kans op zwangerschap is bij het koperspiraaltje iets groter dan bij de pil, maar het is nog altijd een betrouwbaar middel.

En na het inbrengen (niet eerder dan zes weken na de bevalling, omdat je baarmoeder eerst moet herstellen en krimpen) hoef je vijf tot tien jaar nergens aan te denken.

Hormoonspiraal

Het hormoonspiraaltje is duidelijk populairder dan de koperspiraal. Ook hiervoor geldt dat je minimaal zes weken na je bevalling moet wachten met het laten inbrengen ervan. Daarna hoef je er vijf jaar niet meer aan te denken.

De hormoonspiraal geeft in de baarmoeder in kleine doses hormonen af. Ter vergelijking: met de pil komen er zestig tot honderd keer meer hormonen in je bloedbaan terecht. Omdat het spiraaltje plaatselijk werkt, komt er maar een kleine hoeveelheid hormonen in de moedermelk. Deze hoeveelheid is niet schadelijk voor de baby.

Net als de pil bevat dit spiraaltje levonorgestrel. Dit hormoon zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies in een rustfase komt, zodat het niet meer reageert op oestrogeen. Daardoor wordt het baarmoederslijmvlies niet meer opgebouwd en zijn de bloedingen veel korter en lichter, en ook minder pijnlijk. Na een jaar heeft ongeveer 75% van de vrouwen maar twee dagen licht bloedverlies en heeft 20% helemaal geen bloedverlies meer.

Ook zorgt het hormoon ervoor dat het slijm in de baarmoederhals taaier en dikker wordt. Daardoor kunnen de zaadcellen moeilijk in de baarmoeder doordringen. De betrouwbaarheid op het gebied van anticonceptie is vergelijkbaar met sterilisatie.

Barrièremethode 1: condoom

De barrièremethode dankt zijn naam natuurlijk aan het feit dat er letterlijk een barrière wordt opgeworpen zodat zaadcellen niet de baarmoeder kunnen bereiken.

Het condoom, zowel de mannen- als de vrouwenvariant, kun je vrijwel direct na de bevalling gebruiken. Het condoom, de enige vorm van anticonceptie die ook beschermt tegen seksueel overdraagbare aandoeningen, kan ook een overbrugging zijn naar een andere anticonceptiemethode.

Barrièremethode 2: pessarium

Het pessarium is een rubberen, rond vlies dat de baarmoedermond afsluit. Je brengt het zelf in, voordat je seks hebt, maar het wordt aangemeten door je huisarts. Je gebruikt deze anticonceptiemethode in combinatie met een zaaddodend middel. Na de seks moet je het nog een uurtje of zes laten zitten voor je het verwijdert. Het pessarium is niet bepaald populair; minder dan 1% van de Nederlandse vrouwen gebruikt het.

Sterilisatie

Sterilisatie is uiteraard de meest effectieve manier van anticonceptie, maar het is ook de meest extreme vorm ervan. Sterilisatie is definitief, je wordt blijvend onvruchtbaar – met uitzondering van de enkeling die tóch zwanger raakt.

Borstvoeding en vruchtbaarheid

Het is een fabel dat je niet zwanger kunt raken zolang je borstvoeding geeft. Wel is de kans op een zwangerschap minder groot bij borstvoeding: doordat je baby aan de borst zuigt, wordt de aanmaak van het hormoon gonadotropinen (GnRH) uitgeschakeld. Dit hormoon brengt de werking van de eierstokken weer op gang.

Als je exclusief borstvoeding geeft, volledig op verzoek voedt en nog niet menstrueert, zou je in principe de eerste zes maanden amper vruchtbaar zijn. De kans om zwanger te raken is dan minder dan 2%, maar toch echt niet nul. Vooral nachtvoedingen lijken een rol te spelen bij het wegblijven van een cyclus.

Let op: je cyclus kan elk moment terugkomen en meestal heb je een eisprong vóórdat je weer voor het eerst ongesteld wordt. Gebruik je geen anticonceptie, dan kan het dus al vóór je eerste menstruatie raak zijn. Begin daarom vier tot zes weken na de bevalling met anticonceptie. De pil in combinatie met borstvoeding wordt afgeraden.

Flesvoeding en vruchtbaarheid

Doordat je lichaam bij het geven van flesvoeding geen prikkel krijgt van het zogen, komt de menstruatiecyclus bij de meeste vrouwen die kunstvoeding geven sneller op gang. Wil je de kans op zwangerschap verkleinen, dan kun je het best twee weken na de bevalling met anticonceptie te beginnen.

Hieronder een handig schema welke voor- en nadelen verschillende soorten anticonceptie hebben. En wanneer je er mee kunt beginnen na de bevalling als je borstvoeding (BV) geeft of flesvoeding (FV):

Anticonceptie Oké met BV Wanneer mee starten  (BV) Wanneer mee starten (FV) Na stoppen snel vruchtbaar? Gebruik Hormonen
minipil ja 3-6 weken 3-6 weken ja dagelijks ja
combinatiepil nee 6 maanden 3-4 weken ja dagelijks, eventueel met stopweek ja
prikpil ja binnen 5 dagen binnen 5 dagen 1 jaar elke 3 maanden ja
pleister nee n.v.t. na 4 weken ja wekelijks, gedurende 3 weken, dan een stopweek ja
ring liever niet n.v.t. 3-4 weken ja 1x per 3 weken, dan een stopweek ja
staafje ja 4 weken 3-4 weken binnen 1 week elke 3 jaar ja
koperspiraal ja 6 weken 6 weken ja elke 5-10 jaar nee
hormoonspiraal ja 6 weken 6 weken ja elke 5 jaar ja
condoom ja direct direct ja elke keer bij seks nee
pessarium ja 6-8 weken 6-8 weken ja elke keer bij seks nee
sterilisatie ja direct direct n.v.t. eenmalige ingreep n.v.t.