Hechtingsstijlen

Hechtingsstijlen: veilig of onveilig gehecht kind

Onderzoekers onderscheiden vier verschillende hechtingsstijlen. De manier waarop je bent ‘gehecht’ heeft alles te maken met de emotionele band die je met je ouders hebt. Grofweg kun je zeggen dat een kind veilig of onveilig gehecht is.

Verschillende hechtingsstijlen

Met hechting wordt de wederzijdse band tussen een kind en zijn ouders of verzorgers bedoeld. Deze band ontstaat al tijdens de zwangerschap. Een kind hecht zich in zijn eerste jaren meestal aan zijn ouders en een paar andere mensen, zoals bijvoorbeeld opa’s en oma’s of een buurvrouw die vaak oppast. Op welke manier een kind ‘gehecht is’, verschilt per kind en thuissituatie. Er worden één veilige en drie onveilige hechtingsstijlen onderscheiden:

Advertentie
  • Veilige hechting
  • Angstige hechting
  • Ambivalente hechting
  • Vermijdende hechting

Veilige hechting

Van alle kinderen is 70% rond hun vierde levensjaar veilig gehecht aan hun ouders of verzorgers. Dit betekent dat zij een veilige haven vormen en het kind heeft geleerd op zichzelf en op anderen te vertrouwen. Het kind wordt getroost na een nachtmerrie of een val op de speelplaats en worden gekalmeerd na het schrikken van een enge film of een ruzie op het schoolplein.

Als een van de ouders of verzorgers van een veilig gehecht kind (even) weggaat, kan het kind dat heel erg vinden. Sommige kinderen gaan bijvoorbeeld heel hard huilen of worden boos. Maar zodra bijvoorbeeld de vader of moeder weer terugkomt, maken ze net zo makkelijk weer contact. Een veilig gehecht kind ervaart de wereld als een ongevaarlijke en fijne plek.

Fases veilige hechting

Een veilige hechting verloopt als volgt:

  1. Fase 1: 0-3 maanden
    Vrij snel na de geboorte zendt je baby signalen uit zoals huilen en lachen. Deze signalen worden nog niet naar een vaste persoon gericht. Lees ook: leer communiceren met je kind zonder te praten.
  2. Fase 2: 3-6 maanden
    Je baby begint nu positiever te reageren op de aandacht van een bepaald persoon, maar deze voorkeur is nog niet erg duidelijk. Op dit moment zou in principe iedereen nog de rol van opvoeder kunnen vervullen.
  3. Fase 3: 6-8 maanden
    Door middel van signalen en bewegingen probeert je baby de aandacht van een vast persoon vast te houden, meestal is dit de moeder. In deze fase ontstaat ook scheidingsangst en eenkennigheid: de eerste hechting is begonnen.
  4. Fase 4: vanaf ongeveer 3 jaar
    Je kind kan zich nu inleven in de persoon of personen waar hij aan gehecht is, en er rekening mee houden. Dit besef heeft invloed op de hechting.

Angstige hechting

Deze kinderen gaan al het emotionele contact uit de weg. Gaat er een ouder weg, maakt hem dat niet uit en bij terugkomst wordt er niet gereageerd. Ook op knuffels komt geen reactie, lichamelijk contact lijkt zelf afgeweerd te worden. Bij een val van het klimrek houdt hij zich groot en zoekt nergens troost.

Er kunnen meerdere redenen zijn voor een angstige hechting. Het kan komen door een aangeboren temperament, maar ook door negatieve ervaringen in het verleden. Een kind met deze onveilige hechting zorgt ervoor dat hij niet door anderen gekwetst kan worden.

Test hier, wat voor type kind heb jij?

Het kan voor ouders van een kind met angstige hechting, moeilijk zijn om te gaan met een kind dat maar niet geknuffeld wil worden. Het is belangrijk dat je als ouder toch liefdevol met je kind om blijft gaan, en niet te vervallen in hetzelfde emotieloze gedrag van je kind. Een kind moet blijven horen en voelen dat zijn ouders van hem houden.

Ambivalente hechting

Het gedrag van een kind met deze hechtingsvorm is ambivalent: het ene moment is alles oké, het volgende moment is hij helemaal overstuur. Hij houdt constant in de gaten of hij niet alleen wordt gelaten, soms komt hij daarom niet eens aan spelen toe. Hij voelt zich zo onveilig dat hij zo dichtbij als mogelijk bij zijn moeder wil zijn. Maar dit is weer zo beklemmend dat hij zich dan ineens weer losrukt.

Zowel aanleg, als negatieve ervaringen in het verleden kunnen een rol spelen bij de vorming van ambivalente hechting. Een extreem overbezorgde ouder heeft een grotere kans een ambivalent gehecht kind te krijgen. Test hier: ben ik overbezorgd?

Vermijdende hechting

Vermijdende hechting komt vooral voor bij verwaarloosde of misbruikte kinderen. Ze hebben totaal geen idee welke mensen ze wel, en welke ze niet kunnen vertrouwen. Deze kinderen missen balans. Ze hebben geen mensen in hun leven waaraan ze veilig gehecht zijn. Kindermishandeling, herken de signalen.

Herstel veilige hechting

Rond het vierde levensjaar is een kind op een bepaalde manier gehecht, al kan de hechtingsstijl later nog wel veranderen. Twee derde van de veilig gehechte kinderen blijft de rest van zijn leven veilig gehecht. Een onveilige hechtingsstijl is makkelijker te veranderen in een veilige, dan omgekeerd.

Test jezelf

Op latere leeftijd bepaalt de hechtingsstijl die je hebt ontwikkeld, op welke manier je relaties aangaat met anderen. Ben je benieuwd hoe je zelf gehecht bent, bekijk dan het volgende schema.

Veilige hechting Ik…

… kan makkelijk emotionele relaties aangaan

… vind het makkelijk om een hechte band met iemand aan te gaan

… voel mij op mijn gemak in vertrouwelijke relaties

… kan goed omgaan met de emoties van anderen

… vertrouw anderen en vind het fijn als zij op mij kunnen rekenen

… vertrouw erop dat anderen er zijn als ik ze nodig heb

… maak me niet overdreven zorgen of andere mensen me aardig vinden

Angstige hechting Ik…

… wil graag open zijn naar andere mensen, maar merk dat ik ze niet kan vertrouwen

…  wil graag hechte banden met anderen, maar ik vind het moeilijk anderen volledig te vertrouwen

… ben bang dat ik bedrogen uitkom wanneer ik te hecht word met anderen

… ga relaties uit de weg uit angst om gekwetst te worden.

Ambivalente hechting Ik…

… vraag mij vaak af of anderen mij wel aardig vinden

… heb het gevoel dat ik anderen meestal aardiger vind dan zij mij

… ben bang in de steek gelaten te worden of alleen te zijn

… vind het belangrijk dat anderen mij aardig vinden

… vind anderen meestal interessanter dan mezelf

Vermijdende hechting Ik…

… voel me prettig zonder hechte banden met anderen

… heb het liefst dat anderen onafhankelijk zijn van mij en dat ik onafhankelijk ben van anderen

… houd ervan mezelf te kunnen redden

… maak me geen zorgen over alleen zijn: ik heb niet zo snel iemand nodig

… heb korte en oppervlakkige contacten

… vind het belangrijk om onafhankelijk te zijn