Huilbaby: hoe ga je ermee om?

Huilbaby: hoe ga je ermee om?

Een huilbaby kan je behoorlijk wanhopig maken. Jeugdarts Nelleke de Kom vertelt wat je kunt doen als je baby niet stopt met huilen.

Wat is een huilbaby

De officiële definitie van een huilbaby is wanneer een baby minimaal drie weken, drie dagen per week, drie uur per dag doordringend jengelt of ontroostbaar huilt. In Nederland voldoet twee tot tweeënhalf procent van de baby’s hieraan. Dit is echter geen keiharde definitie, want ook ander huilgedrag kan voor jou als ouder een probleem zijn.

Ter vergelijking: uit onderzoek blijkt dat een gemiddelde baby vanaf de geboorte steeds meer gaat huilen, met een piek rond de leeftijd van zes tot acht weken. Gemiddeld huilt hij dan twee tot tweeënhalf uur per dag. Na deze piek neemt de duur van het huilen af.

Het kan heel zwaar zijn om een huilbaby te hebben. Ouders van huilbaby’s raken vaak oververmoeid, met het risico op gevaarlijke situaties.

Kenmerken huilbaby

Een huilbaby huilt over het algemeen minimaal drie weken lang, drie dagen per week, drie uur per dag. Daarnaast herken je een huilbaby vaak ook andere symptomen zoals:

  • Het huilen is oorverdovend en aanhoudend.
  • Hij is moeilijk te troosten.
  • Er zijn geen verschillende huiltjes te horen. De baby huilt steeds op dezelfde toon waardoor je niet goed kunt onderscheiden of hij honger heeft, moe is, of dat er iets anders aan de hand is.
  • De baby is schrikachtig: hij schrikt van het minste geluid waardoor je kind als hij eenmaal stil is, weer gaat huilen.
  • Hoofdpijn. Hierdoor gaan ze op zoek naar weerstand. Huilbaby’s die hier last van hebben, liggen graag met hun hoofdje ergens tegenaan, zoals een spijl van het bed of de bovenkant van een wieg
  • De baby maakt wilde bewegingen met handjes en voetjes en houdt zichzelf daardoor wakker.
  • Hij is erg stijf en overstrekt.
  • De baby raakt snel afgeleid.
  • Het buikje is hard en gespannen.

Oorzaken

In negentig procent van de gevallen is er geen oorzaak voor het huilgedrag te vinden. Bij de overige gevallen tien procent is er vaak niet één duidelijke oorzaak aan te wijzen. Dit zijn mogelijke oorzaken waardoor een baby veel kan huilen:

Lichamelijke oorzaak:

  • De baby is te vroeg geboren.
  • De bevalling ging heel snel of juist erg moeizaam.
  • Een gevolg van de bevalling, zoals het zogenaamde KISS-syndroom.
  • Hij heeft last van spruw.
  • De darmen functioneren nog niet naar behoren of hij heeft een allergie.
  • Hij heeft last van verborgen reflux.
  • De baby heeft een liesbreuk.
  • De baby heeft een infectie, bijvoorbeeld een maagdarminfectie, blaasontsteking of oorontsteking (is vaak van korte duur en gaat samen met koorts).
  • De baby drinkt drinkt te veel of juist te weinig.
  • Haartourniquet: een haar die heel strak om een teen gewikkeld zit, kan voor een baby extreem pijnlijk zijn. Dit is heel zeldzaam. Wordt de haar losgemaakt dan is plots alles over. Dit is ook een van de redenen dat de jeugdarts je baby letterlijk van top tot teen zal bekijken.

Psychische oorzaak:

  • Het temperament van de baby.
  • De hoeveelheid indrukken die de baby aankan en heeft te verwerken.
  • Autisme.
  • Een psychische stoornis.

Oorzaken in het gezin:

  • Ouders met veel stress of spanningen (financiële zorgen, onzekerheid over de opvoeding, verlies van een dierbare, etc.).
  • Onrust thuis (verhuizing, nieuwe baan).
  • Een moeder met postnatale depressie.

Behandeling huilbaby

Denk je dat jouw baby een huilbaby is, dan kun je terecht bij het Centrum Jeugd en Gezin (oftewel het consultatiebureau). Samen met de jeugdarts ga je op zoek naar de oorzaak van het huilen en vervolgens naar een oplossing.

De arts zal eerst op zoek gaan naar een lichamelijke oorzaak. Is die er niet, dan zal de jeugdarts, eventueel met ondersteuning (thuis) van de jeugdverpleegkundige je een regime van rust, voorspelbare regelmaat en minder prikkels aanraden. Hier zijn de meeste baby’s het best bij gebaat.

Je baby zal geen vast tijdschema worden opgelegd, maar wel een vaste volgorde van activiteiten, zoals: wakker worden, voeden, knuffelen en spelen. Houd hierbij een interval van minimaal twee en maximaal vier uur aan, zodat de darmpjes van je baby voldoende rust krijgen tussendoor. Bij de eerste signalen van vermoeidheid (gapen, in de ogen wrijven, bleek worden, etc.) leg je je baby wakker in zijn eigen bedje zodat hij zelf in slaap kan vallen.

Inbakeren

Er wordt ook wel gezegd dat inbakeren helpt, al wijst onderzoek uit dat dit niet persé tot een beter resultaat leidt. Sommige ouders zeggen echter dat inbakeren ze helpt het juiste patroon te vinden of dat de baby zichzelf dan niet meer wakker houdt doordat hij door het inbakeren zijn armpjes niet meer kan bewegen. Als rust en regelmaat goed worden toegepast, neemt het huilen vaak al na een paar dagen af.

Naar het ziekenhuis

Heb je van alles geprobeerd, maar blijft je baby huilen en zit je er helemaal doorheen? Dan kan de jeugdarts of -verpleegkundige aanbieden om je baby een tijdje in het ziekenhuis op te nemen om daar aan een vast ritme en voedingsschema te werken. Vaak wordt het huilgedrag binnen een paar dagen minder en intussen kunnen jullie even tot rust komen. Het moeilijke hieraan is wel dat je je baby een tijdje niet ziet.

Wat kun je zelf doen bij een huilbaby

Wacht niet te lang met hulp zoeken als je denkt dat je een huilbaby hebt. Een huilbaby heeft vaak een grote invloed op hoe jij en je partner zich voelen. Deze tips kun je zelf al oppakken:

  1. Hou bij hoeveel je baby huilt: schrijf het op in een schrift, of noteer het in je mobiel, zodat je inzicht krijgt in hoelang en vaak je kind nu echt huilt en dit kunt aangeven bij het consultatiebureau.
  2. Zorg voor rust en regelmaat: hanteer een vaste volgorde van activiteiten, in een rustige omgeving zonder te veel prikkels.
  3. Je kunt je baby inbakeren of goed instoppen.
  4. Je baby masseren werkt vaak ontspannend voor je kind én voor jou. Op de meeste consultatiebureau’s werken jeugdverpleegkundigen die je kunnen leren hoe je je baby masseert. Lees meer over babymassage.
  5. Leg je baby wakker in bed, zodat hij leert om zelf in slaap te vallen (kinderen die eerst op de arm in slaap vallen, worden vaak snel weer wakker).
  6. Neem hulp aan van anderen: een buurvrouw/moeder/vriendin die even wil oppassen, voor je kookt of helpt in het huishouden is met een huilbaby echt geen overbodige luxe.
  7. Zorg goed voor jezelf: eet genoeg en gezond, en zorg dat je af en toe een nacht kunt bijtanken door je partner of iemand anders die je vertrouwt op de baby te laten passen.
  8. Blijf je kind goed verzorgen en liefde geven, ook al zie je het soms even niet meer zitten.
  9. Schud je baby nooit door elkaar. Heb je je gedrag niet onder controle? Leg je baby dan veilig in de wieg of in de box en loop even weg om weer bij zinnen te komen.

Uitgeput

Ouders van een huilbaby zijn vaak uitgeput en de wanhoop nabij. Soms werkt het alleen al goed door er met je partner of een goede vriendin over te praten, het in de openheid te brengen en zo de spanning er af te halen. De nare gevoelens kunnen echter ook zo heftig zijn dat je gedachten krijgt over je baby iets aan doen. Uit onderzoek blijkt dat één op de twintig van deze ouders ook echt iets doet wat schadelijk kan zijn voor het kind. Zoals het schudden van de baby met risico op het ‘shaken baby syndrome’. Het is daarom heel belangrijk om je huisarts of het consultatiebureau te laten weten dat het echt niet meer gaat, je zorgen te delen en samen naar een oplossing te zoeken.

Wanneer stopt het huilen?

In de meeste gevallen stopt het huilen na ongeveer vier maanden, maar het kan langer duren. Als je een huilbaby hebt, is het belangrijk om te onthouden dat je te maken hebt met een tijdelijk probleem. Ook al lijkt het niet zo, bedenk: het huilen gaat echt een keer over.

Nelleke de Kom

Jeugdarts

Nelleke de Kom is jeugdarts bij de GGD Hollands Noorden in Alkmaar. Ze beantwoordt bijna dagelijks vragen over baby's, peuters en schoolkinderen. Nelleke heeft zelf twee kinderen; een jongen van vier jaar oud en een meisje van twee.