papfles

Een papfles voor je kind: doen of niet?

Als het moment is aangebroken dat je baby vaste voeding mag gaan eten, kun je beginnen met het geven van een papfles. Een papfles is niets anders dan zijn vertrouwde flesje melk, maar dan ingedikt met granen. Twijfel je over het geven van een papfles? Lees hier alle voor- en nadelen.

Papfles voor baby

De eerste maanden drinkt je baby alleen maar melk, of dat nou moedermelk is of kunstvoeding. Als je baby vier maanden oud is, mag je stap voor stap beginnen met het aanbieden van vaste voeding. Zo kan je baby langzaam wennen aan nieuwe smaken en structuren. Het aanbieden van vaste voeding kan in de vorm van oefenhapjes zoals gepureerde groenten of fruit, maar je kunt vanaf vier maanden ook pap geven aan je baby.

Advertentie

Je kunt je baby de pap voeren met een lepeltje, of je geeft het in een fles. Dat wordt ook wel een papfles genoemd. Door granen aan de melk toe te voegen wordt de melkvoeding dikker. Begin niet te vroeg met het geven van een papfles aan je baby, dus niet voordat je kind vier maanden oud is. Voor die tijd zijn de darmen van je baby nog niet helemaal volgroeid en kan hij de vezels die in pap zitten nog niet goed verteren.

Lees ook: Vanaf dit moment mag je je baby zijn eerste hapjes geven
Papfles kopen? Shop ze hier.

Welke pap mag je geven aan je baby?

Pap bestaat uit melk en granen. Je kan allerlei soorten pap maken; zoals rijstebloempap, havermoutpap, of pap van (lichte) volkorengranen. Als je voor het eerst pap aan je baby geeft, is het verstandig om te beginnen met rijstebloempap. Rijstebloem bevat minder vezels en de darmen van je baby kunnen dit daarom beter verteren dan havermout of volkoren granen. Het Voedingscentrum adviseert om niet elke dag rijstebloempap aan je baby te geven, maar om de dag. Er zit namelijk relatief veel arseen in rijstproducten, wat schadelijke gevolgen kan hebben voor je baby als hij er langdurig te veel van binnenkrijgt. Meer weten? Kijk dan even hier.

Als de rijstebloempap goed gaat en je baby krijgt er geen darmkrampjes of verstopping van, dan kun je vanaf zes maanden ook andere soorten pap proberen. Bouw het stap voor stap op: kies bijvoorbeeld eerst fijne granenpap, dan lichtvolkoren pap en uiteindelijk een volkoren granenpap. Op de verpakkingen van pap voor baby’s staat altijd een leeftijdsindicatie aangegeven, zoals 6+ maanden, of 12+ maanden. Hou deze richtlijn aan, dan weet je zeker dat de darmen van je baby de pap goed aankunnen.

Verder is het verstandig om pap te kiezen waar geen suikers of andere zoetigheid aan is toegevoegd, meestal in de vorm van honing of dextrose. Denk bijvoorbeeld aan pap met vanillesmaak of biscuitsmaak. Suiker is slecht voor de tanden van je baby en je baby went zo (onnodig) aan zoete smaken. De Consumentenbond testte in 2019 verschillende soorten pap: van de 27 soorten bevatten slechts 11 soorten géén zoetigheid. Bekijk dus altijd even de ingrediënten op de verpakking, voordat je pap koopt. Pas verder op dat er geen toegevoegd zout in zit. De nieren van je baby kunnen zout nog niet goed verwerken, waardoor er schade aan de nieren kan ontstaan.

Lees ook: Dit is het verschil tussen johannesbroodpitmeel en rijstebloem

Papfles klaarmaken: zo doe je dat

Ga je voor het eerst een papfles klaarmaken, dan zijn er een aantal dingen waar je op moet letten. Je kunt het beste kunstvoeding (opvolgmelk) gebruiken om de pap klaar te maken. Het kan ook met moedermelk, maar dat gaat minder makkelijk. De granen binden niet goed met de moedermelk, waardoor de pap erg dun blijft. Maak in elk geval geen pap met gewone (koe)melk voordat je baby één jaar oud is, want tot die tijd kan je baby de eiwitten in gewone melk nog niet goed verwerken. Is je kind ouder dan één jaar, dan kun je wel gewone melk gebruiken voor de pap.

Bereid eerst de opvolgmelk zoals je altijd doet. Zorg dat het melkpoeder goed is opgelost in het water. Zorg er ook voor dat de melk warm is, dan lossen de granen makkelijker op en ontstaan er minder snel klontjes. Lees op de verpakking welke hoeveelheid granen je nodig hebt en roer dit door de warme melk. Laat de papfles niet te lang afkoelen, want hoe langer je de pap laat staan, hoe dikker het wordt en hoe moeilijker je baby het kan drinken.

Tip: Flesvoeding en borstvoeding combineren: zo hoe doe je dat

Speen voor de papfles

Voor een papfles gebruik je een andere speen dan voor een gewone fles. Pap is een stuk dikker dan melk, waardoor je baby het moeilijk door het kleine gaatje van een gewone speen gezogen krijgt. Ook bevat pap fijne of grove stukjes graan, die het gaatje van een speen kunnen blokkeren.

Er bestaan speciale papspenen met een groter gaatje, of een gat in de vorm van een kruis of ster. Deze papspenen zijn verkrijgbaar bij de drogist of online te bestellen. Let er wel op dat het gaatje van de speen niet té groot is, zeker als je baby net begint met de papfles. De pap moet er niet te snel uitstromen, want dan kan je baby zich verslikken. Sommige papspenen zijn alleen geschikt voor grove granen.

Welke papspeen het beste werkt voor jouw baby, is een kwestie van uitproberen. Bij de ene speen gaat de pap er sneller doorheen dan bij de andere speen. Drinkt jouw baby snel en gulzig, dan lukt het waarschijnlijk wel met een standaard papspeen. Maar is je kind een langzame drinker, dan kun je beter kiezen voor een speen met een wat kleiner gaatje, zodat de pap niet te snel in zijn mond stroomt. Let dan wel goed op dat de speen niet geblokkeerd wordt door klontjes of grote stukjes graan.

Lees ook: Welke flesspeen past bij je baby?

Doorslapen door papfles

Je hoort regelmatig dat baby’s gaan doorslapen als ze een papfles krijgen voordat ze naar bed gaan, omdat hun maag dat meer gevuld is. Er bestaat zelfs speciale ‘pyjamapapjes’ en ‘avondpapjes’ die je kunt geven voor het slapengaan. Je kunt het natuurlijk proberen en misschien gaat jouw baby er toevallig beter door slapen, maar het is zeker niet zo dat alle baby’s beter slapen na een papfles. Sommige baby’s gaan er zelfs onrustiger van slapen, of poepen ’s nachts opeens hun luier vol na een papfles.

Lees ook: Vanaf deze leeftijd gaat je baby doorslapen

Papfles, doen of niet?

Je kunt er dus voor kiezen om je baby vanaf vier maanden een papfles te geven, maar het hoeft niet. Je kunt ook gewoon kunstvoeding of borstvoeding blijven geven en vaste voeding op een andere manier introduceren; denk aan gepureerde groenten en fruit of kleine stukjes brood. Ook kun je pap geven uit een bordje, met een lepel. Het is helemaal aan jou.

Het geven van een papfles heeft een aantal voor- en nadelen. Om je te helpen bij je keuze, zetten we ze nog even voor je op een rijtje:

Voordelen papfles

  • Een papfles is een makkelijke en comfortabele manier om vaste voeding te introduceren bij je baby. De papfles lijkt op zijn vertrouwde flesje melk.
  • Met een papfles kan het spijsverteringskanaal van je baby wennen aan vezels, andere voedingsstoffen en dikkere voeding.
  • Je kunt de papfles opbouwen van dunne pap naar dikkere pap. Je begint dan met het toevoegen van één schepje rijstebloem of granen en voegt na een tijdje stapje voor stapje meer pap toe.
  • Een papfles levert weinig geknoei op. In tegenstelling tot eten met een lepeltje…
  • Sommige baby’s slapen door vanaf het moment dat ze een papfles krijgen voor het slapengaan. Waarschijnlijk is dat toeval, want het is een fabeltje dat baby’s altijd gaan doorslapen door het drinken van pap. Maar hé, het is het proberen waard!

Nadelen papfles

  • Het kan in het begin een uitzoekwerkje zijn hoe dik de pap precies moet zijn en welke speen je moet gebruiken, zodat je baby de pap zonder problemen kan drinken. De pap moet niet te snel uit de speen komen, maar ook niet te dik zijn of gaan klonteren, want dan raakt de speen
  • Voor de ontwikkeling van de mondmotoriek van je baby is het beter om pap te geven met een lepel, in plaats van met een fles. Door het met een lepel te geven leert je baby beter kauwen en slikken.
  • Na een papfles kan je baby last krijgen van buikpijn of darmkrampjes, omdat zijn darmen nog niet gewend zijn aan de dikkere voeding. Geef je de pap met een lepeltje, dan krijgt je baby de pap met tussenpauzes binnen, waardoor zijn darmen iets meer tijd hebben om het te verwerken.
  • Sommige baby’s krijgen last van verstopping na een papfles. Het is daarom verstandig om goed in de gaten te houden of je baby nog regelmatig poept en of de ontlasting niet te hard is. Krijgt je baby last van obstipatie, dan is het verstandig om nog even te wachten met de papfles en dit te bespreken op het consultatiebureau. Lees ook: Babypoep, wat is normaal?
  • Veel baby’s vinden een papfles heerlijk als ontbijt, maar het is verstandig om de papfles op den duur te vervangen door brood. Het eten van stukjes brood is beter voor de mondmotoriek; je baby leert zo kauwen en slikken. Een goede mondmotoriek is belangrijk voor de spraakontwikkeling van je kind.
  • Het (langdurig) drinken uit een fles is niet goed voor de tanden van je baby of kind. Je kind kan er zuigflescariës van krijgen; een vorm van tandbederf waarbij de tanden gelig of bruinig worden en gaatjes kunnen ontstaan.

Lees hier: Wat je baby nu nog niét mag eten