Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Samen spelen

Samen spelen, hoe leert je kind dat?

Als je kind met andere kinderen speelt, leert hij ontzettend veel. Maar wat als je kind liever alleen speelt? Hier lees je waarom samen spelen belangrijk is en hoe je het samen spelen kunt stimuleren.

Waarom is samen spelen belangrijk?

Spelen is sowieso heel belangrijk voor een kind: met steppen, rennen, klimmen en hinkelen traint hij zijn grove motoriek, en als hij met lego speelt, tekent, kralen rijgt of de pop aankleedt, wordt de fijne motoriek gestimuleerd. Doet hij dit samen met één of meer andere kinderen, dan leert hij ook nog allerlei sociale vaardigheden, zoals:

Advertentie
  • Samen delen
  • Op je beurt wachten
  • Rekening houden met (de mening van) anderen
  • Je aan afspraken houden
  • Accepteren van leiderschap van anderen en de leiding nemen
  • Overleggen
  • Meningsverschillen bijleggen
  • Omgaan met frustratie
  • Boosheid uiten
  • Het weer goed maken
  • Omgaan met winnen of verliezen

Lees ook: Deze sociale vaardigheden moet je kind leren en de reden waarom ze zo belangrijk zijn

Wanneer gaat je kind samen spelen?

Hoe kinderen spelen verandert naarmate ze ouder worden en gaat samen met hun ontwikkeling. Samen spelen moeten ze echt leren. Vaak komt daar pas echt schot in als ze eenmaal naar de basisschool gaan.

0 – 2 jaar

Tot ze twee jaar zijn, zijn kinderen vooral op zichzelf gericht. Het lijkt misschien alsof dreumesen en peuters gezellig met elkaar spelen, maar dat klopt niet: ze spelen náást elkaar, maar zijn ieder met hun eigen spel bezig. Ze zijn nog te druk bezig om de wereld om zich heen te ontdekken. Ook kunnen ze zich nog niet in een ander kind verplaatsen en hebben ze nog niet het besef dat een ander kind ook gevoel heeft. Als je kind een leuk speeltje ziet in de handen van een ander kind, pakt hij dat gewoon af. Na twee jaar worden kinderen wat socialer en zijn ze (soms) bereid om de delen.

Tip: Zo ga je het beste om met de peuterpuberteit

3 jaar

Als je kind wat groter is, vanaf een jaar of drie, gaat samen spelen meestal iets beter. Kinderen kunnen nu al vriendjes maken en echt samen simpele spelletjes verzinnen. Maar het is nog even wennen, want wie bepaalt wat er gaat gebeuren? Het gaat vaak goed zolang de één bepaalt en de ander volgt. Op deze leeftijd kunnen kinderen zich nog niet goed verplaatsen in het gevoel en de belevingswereld van de ander. Ook vinden ze het nog best moeilijk als een ander kind ineens hun favoriete speeltje pakt. Daardoor kan samen spelen op deze leeftijd met heftige conflicten gepaard gaan. Schreeuwen, huilen of een klap met een speeltje, het hoort er allemaal bij. En verrassend genoeg zijn dit de eerste stappen naar het vinden van oplossingen.

Lees hier meer over de sociaal emotionele ontwikkeling van peuters.

4 jaar

Als je kind vier jaar is, gaat hij naar de basisschool en daar leert hij in een rap tempo sociale vaardigheden zoals overleggen, ruzies oplossen en elkaar de ruimte geven. Al gaat dat nog met vallen en opstaan, maar vanaf deze leeftijd kunnen kinderen zich wel steeds beter verplaatsen in de ander en wordt samen spelen dus ook makkelijker.

De speelafspraakjes na schooltijd beginnen nu ook: je kind gaat ’s middags bij een klasgenootje spelen of neemt iemand mee naar huis. In het begin is het goed om deze speeldates niet te lang te laten duren. Kinderen zijn vaak al moe van de schooldag en met iemand anders spelen kan ook vermoeiend zijn. Dan is het lastig om het leuk te houden. Vooral voor jonge kleuters is een uurtje (of twee) spelen genoeg na een intensieve schooldag. Oudere kleuters kunnen langer met elkaar spelen.

Dit zijn 7 ingrediënten voor een succesvol speelafspraakje.

Samen spelen met vriendjes en vriendinnetjes

Ieder kind is anders. De één speelt het liefst met andere kinderen en doet dat ook heel makkelijk, de ander heeft er minder behoefte aan of meer moeite mee. Kijk goed naar je eigen kind: wat vindt hij leuk, waar heeft hij behoefte aan, waar ligt zijn interesse?

Als je kind een vriendje of vriendinnetje op bezoek heeft, kun je ze het beste zoveel mogelijk met elkaar laten spelen (zonder dat jij meedoet dus). Waarschijnlijk moet je wel af en toe bijsturen. Zeker jonge kleuters hebben sturing nodig of moeten worden afgeremd. Kijk eerst rustig hoe het spel verloopt en bemoei je niet te snel met ruzies. Ze leren ervan om het zelf op te lossen en ze kunnen het vaak beter dan volwassenen denken. Op deze leeftijd kunnen de vriendjes nog behoorlijk wisselen: misschien heeft je kind elke dag een andere speeldate. Dat hoort erbij en is prima, bemoei je er niet te veel mee.

Meer lezen: Vrienden maken (en behouden): 6 tips om jouw kleuter hierbij te helpen

Spreek regels af

Spreek met je kind en zijn vriendjes of vriendinnetjes regels af. Dat geeft duidelijkheid en rust. Spreek bijvoorbeeld van tevoren met je kind af hoeveel kinderen er tegelijk mee naar huis mogen. Ook kun je afspreken hoe vaak hij een speelafspraak mag. In drukke tijden is het handig om je kind wat rust te geven. Op het moment zelf is hij het daar misschien niet mee eens, maar hij kan nog niet overzien hoeveel energie iets kost en is zich niet altijd bewust van zijn moeheid. Daar moet je hem in begeleiden.

Komt er een vriendje met jullie mee naar huis? Herhaal dan bij binnenkomst nog even de afspraken die bij jullie thuis gelden, zoals:

  • Bij ons doen we binnen de schoenen uit.
  • Samen spelen, samen delen en na afloop samen opruimen.
  • De slaapkamer van papa en mama is verboden terrein.

Meer wetenZo leer je kinderen zelfstandig spelen

Tips: zo stimuleer je samenspel

Heb je het gevoel dat je kind te weinig initiatief neemt om samen te spelen? Misschien heeft hij nog niet ontdekt hoe leuk het kan zijn. Je kunt samen spelen op allerlei manieren stimuleren:

  1. Speel mee!
    Als je kind nog te klein is voor een speelafspraak met andere kinderen, kun jij natuurlijk met hem spelen. Ga naast hem op de grond zitten en speel met hetzelfde speelgoed. Je kunt samen een toren bouwen waarbij je om en om stenen neerlegt, of samen een tekening maken. Ook daarvan leert hij alvast sociale vaardigheden.
  2. Nodig andere kinderen uit.
    Misschien is je kind verlegen of weet hij niet hoe hij een vriendje moet uitnodigen. Kinderen moeten in het begin soms een drempel over. Voor en na schooltijd kun je samen met je kind een klasgenootje meevragen. Of je kunt een andere ouder voorstellen om jullie kinderen met elkaar te laten spelen. Natuurlijk vraag je jouw kind van tevoren wel even of hij dat andere kind leuk vindt. Check ook deze tips voor een succesvolle speeldate.
  3. Help een handje.
    Is er een vriendje over de vloer, dan moet je ze misschien even op weg helpen. Pak een spelletje voor ze, laat ze samen een treinbaan maken of bedenk een teken- of knutselopdracht. Zo geef je ze houvast.
  4. Geef een compliment.
    Als je ziet dat je kind en zijn vriendje lief samen spelen, hun speelgoed delen of zelf een ruzie oplossen, benoem dit dan. ‘Jullie waren het even niet met elkaar eens, maar wat hebben jullie dat goed opgelost. Nu kunnen jullie weer lekker spelen.’
  5. ‘Nee’ zeggen hoort erbij.
    Als een ander kind aangeeft dat hij niet met jouw kind wil spelen, voelt dat misschien als een keiharde afwijzing. Toch moeten kinderen hiermee leren omgaan. En ze kunnen wel tegen een stootje. Je kunt je kind eventueel uitleggen dat ‘nee’ zeggen niet erg is en dat iets wat je graag wilt soms niet kan. En dat hij zelf ook ‘nee’ mag zeggen. Soms vinden ouders het trouwens erger dan het kind zelf: die blijkt er dan helemaal niet mee te zitten.
  6. Grijp niet te snel in.
    Kinderen kunnen plotseling om de kleinste dingen boos op elkaar worden. Probeer het even aan te kijken. Vaak weten ze zelf al een oplossing. Ook help je je kind eigenlijk niet als je je altijd (hoe goed bedoeld ook) bemoeit met zijn conflicten. Je zult er niet altijd bij zijn en dan moet hij het ook zonder jou oplossen. Lees ook: Zó beïnvloeden playdates het gedrag van je kind.
  7. Heibel in de tent!
    Kijk dus of je kind een zetje nodig heeft, help de omstandigheden een handje en laat het vervolgens lekker op z’n beloop als hij uiteindelijk met een vriendje aan het spelen is. Word geen scheidsrechter, en als je dan toch eens moet ingrijpen, doe dit dan zonder te oordelen. Benoem op een rustige, onpartijdige manier wat je ziet gebeuren: ‘Ik zie jou huilen en jou slaan’. Geef dan een algemene regel/grens aan: ‘Slaan doet pijn. Als je iets niet wilt, zeg je dat met woorden.’ Zo blijft de boodschap beter hangen dan wanneer je het hebt over goed/fout of lief/stout. Komen ze er samen niet uit, dan kun je een oplossing voorstellen.

Lees meer: ‘Foute’ vriendjes, hoe ga je daar als ouder mee om?

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.


Tischa Neve

Kinderpsycholoog

Tischa Neve is kinderpsycholoog, en opvoedkundige, moeder van Dim en pleegmoeder. Sinds het opvoedtv-programma Schatjes (2006) waarin zij ouders coachte, richt zij zich op het inspireren en ondersteunen van ouders en professionals bij de opvoeding en het grootbrengen van kinderen. Ze schreef het inspiratieboek voor leuker en makkelijker opvoeden, waar praktische tips in staan die je direct in de praktijk kunt brengen bij het opvoeden van je kind.

Contact
Website
Facebook
Instagram