De bevalling: wat kun je verwachten?

De bevalling: wat kun je verwachten?

Wat gebeurt er precies tijdens een bevalling? Welke stappen doorloop je en welke weeën horen daarbij? Van verstrijken tot de spildraaien: alles over de geboorte van je baby.

Eerst even dit: elke bevalling is uniek. De natuur doet niet aan tijdschema’s en hoe een bevalling precies verloopt, is van allerlei factoren afhankelijk. Hoe de baby in het bekken ligt bijvoorbeeld, of het je eerste kind is of je tweede of hoe ontspannen of juist angstig je bent. Wél lopen de meeste bevallingen volgens dezelfde stappen, die we hieronder beschrijven.

Fases van een bevalling

De verloskunde houdt de volgende vier bevallingsfases aan:

  1. De eerste fase of ontsluitingsfase: de baarmoedermond verstrijkt en gaat open.
  2. De tweede fase of uitdrijvingsfase: de baby gaat door het geboortekanaal en wordt geboren.
  3. De derde fase of nageboortefase: de placenta wordt geboren.
  4. De vierde fase of het natijdperk: controle van de moeder en de baby.
Video: Dit gebeurt er in je lichaam als je bevalt.

De ontsluitingsfase

Om te kunnen opengaan (ontsluiten), moet de baarmoedermond eerst verweken en verstrijken. Tijdens de zwangerschap is de baarmoedermond een stug ‘tuutje’, maar door het hormoon prostaglandine wordt hij zacht (verweken) en door de weeën wordt hij kort (verstrijken). Uiteindelijk loopt de baarmoedermond gelijk met de baarmoederwand en kan hij gaan ontsluiten.

De weeën kunnen tijdens het verstrijken en de eerste centimeters ontsluiting heel duidelijk voelbaar zijn, maar er zijn ook vrouwen die ze eerst nauwelijks merken of twijfelen of het weeën zijn. Op een gegeven moment komen ze in een duidelijk patroon, om de drie tot vijf minuten, en houden ze één tot anderhalve minuut aan. Er is dan geen twijfel meer: de ontsluiting zet door. Naarmate je meer ontsluiting hebt worden de weeën meestal sterker. Dit gaat door tot het hoofdje van de baby door de baarmoedermond past. Daarvoor wordt tien centimeter aangehouden en dat noem je volledige ontsluiting.

Hoe lang duurt de ontsluitingsfase?

Dat verschilt enorm per vrouw. Je kunt na een uur al volledige ontsluiting hebben, maar het kan ook een dag of langer duren. De ontsluiting verloopt meestal ook niet volgens een vast schema van bijvoorbeeld een centimeter per uur. Er kunnen pauzes in zitten, je kunt een uur lang niks opschieten en een halfuur later ineens drie centimeter verder zijn. Bij een eerste kind duurt de ontsluitingsfase gemiddeld zo’n twaalf tot vijftien uur.

Overgang of transitie

Het laatste stukje ontsluiting noemen ze ook wel de overgangs- of transitiefase. Je lichaam zet zich nu vol in voor de laatste centimeters, wat gepaard kan gaan met krachtige weeën die snel na elkaar komen. Het hoofdje van de baby zit laag, en de druk tegen het laatste randje baarmoedermond en de onderrug kan heftig zijn. Ondertussen bereidt het lichaam zich hormonaal voor op de persfase. Fysiek en emotioneel kan dit pittig zijn: je kunt heel moe zijn, je wanhopig voelen, trillen, zweten, misselijk worden of overgeven. Maar ook hier geldt: niet elke vrouw ervaart dit zo en deze overgang is niet altijd duidelijk te onderscheiden.

Als de uitdrijvingsfase begint, komt de ‘frisse moed’ meestal terug. Omdat je nu adrenaline aanmaakt voor de uitdrijving, krijg je nieuwe kracht. Vaak zijn vrouwen ook opgelucht omdat de geboorte gaat beginnen en ze actief iets kunnen doen.

Even pauze?

Tussen volledige ontsluiting en het ontstaan van persdrang kan het lichaam soms ook een pauze inlassen. Er gebeurt dan een paar minuten tot soms meerdere uren niets. Als jij en de baby het goed maken, kun je gewoon wachten tot je persdrang krijgt. Soms vallen vrouwen zelfs even in slaap.

De uitdrijvingsfase

Als je volledige ontsluiting en persdrang hebt, kan de geboorte beginnen. De persweeën duwen de baby steeds een stukje verder door het geboortekanaal. Persdrang voelt volgens veel vrouwen alsof je vreselijk moet poepen en is niet tegen te houden. Hoe hard je moet meeduwen/persen, verschilt per vrouw. Je lichaam doet het meeste werk en je perst mee op gevoel. Als je niet goed voelt hoe je dit moet doen, kan de verloskundige of gynaecoloog aanwijzingen geven.

Tip bij het persen

Ontspan je gezicht tijdens het persen en duw met je buikspieren. Als je 'meeperst' met je gezicht, zet je spanning op je bekkenbodem én je hebt kans op rode ogen en gesprongen adertjes. Het helpt als je je concentreert op je baby en doorademt, in plaats van je adem in te houden.

Ontsluitingsweeën en persweeën

Er zijn dus twee soorten weeën tijdens de bevalling:

  • Ontsluitingsweeën – samentrekkingen waarbij de verticale vezels van de baarmoederspier de baarmoedermond omhoog optrekken, waardoor hij opengaat.
  • Persweeën – samentrekkingen waarbij de baarmoederspier de baby naar beneden en naar buiten duwt.

De spildraaien

Op weg naar buiten maakt de baby twee keer een draai: de inwendige en uitwendige spildraai. Dit is nodig omdat de ingang van het bekken een ovaal overdwars is, en de uitgang van het bekken een ovaal van voor naar achter. Het hoofdje van je baby heeft ook een ovale vorm. Hij gaat dus het bekken in met zijn neus richting jouw zijkant, want dat past het beste. Daarna draait hij in je bekken zijn neus richting je ruggengraat (de inwendige spildraai). Als zijn hoofd door de bekkenuitgang is gegaan (het hoofdje is geboren), draait hij opnieuw zijwaarts (de uitwendige spildraai). Zijn schouders zijn dan evenwijdig aan de bekkenuitgang en worden één voor één geboren. De rest van het lijfje glijdt er zo achteraan.

Het hoofdje staat

Bij elke perswee komt het hoofdje dichter bij de uitgang, maar eerst zakt het na elke wee een beetje terug. Het geboortekanaal en perineum worden zo voorbereid op de doorgang van de baby. Op een gegeven moment blijft het hoofdje tussen de weeën door zichtbaar en veert het niet meer terug: het hoofdje ‘staat’. Vaak geeft dat een heel branderig gevoel. Als reactie stop je dan even met persen, of de verloskundige vraagt je om te zuchten en dan weer te duwen. Het perineum krijgt zo de kans om mee te rekken, waardoor het hoofdje rustig geboren kan worden. Voel je de brandende ‘ring of fire’, dan weet je dus dat je je baby bíjna kunt vasthouden.

Hoe lang duurt de persfase?

Ook dat verschilt per vrouw. Bij een tweede kind gaat de persfase meestal veel sneller, maar ook je houding kan invloed hebben: bij verticale (zittende) houdingen werkt de zwaartekracht mee. Gemiddeld staat er bij een eerste kind één à twee uur voor.

De nageboortefase

Terwijl je baby bij jou op de borst ligt en jullie hem voor het eerst kunnen bekijken, wordt na ongeveer een kwartier tot een halfuur de placenta geboren. Dit gebeurt met nog één of twee weeën, waarbij je vaak een beetje moet meepersen. Als je borstvoeding gaat geven, helpt het aanleggen van de baby: je maakt dan extra oxytocine aan, waardoor de placenta loskomt en eruit komt. Het is belangrijk dat dit binnen een uur gebeurt, zodat de baarmoeder goed kan krimpen. De wond op de plek waar de placenta zat trekt zo dicht en het bloedverlies stopt. Een enkele keer komt de placenta niet vanzelf. Een oxytocine-injectie kan dan helpen. Als dit niet voldoende is, verwijdert de gynaecoloog de placenta onder narcose.

 

Video: Deze moeders vertellen wat zij achteraf met de placenta hebben gedaan.

Uitkloppen en doorknippen van de navelstreng

In de nageboortefase wordt ook de navelstreng doorgeknipt. Vroeger gebeurde dit direct, tegenwoordig wordt er meestal zo’n vijf minuten gewacht, of tot er geen hartslag meer te voelen is in de navelstreng (hij is uitgeklopt). Tijdens de geboorte blijft een deel van het bloed van de baby achter in de placenta. Door te wachten met doorknippen, kan dit zuurstof- en ijzerrijke bloed terugstromen naar de baby, wat hem een sterkere start geeft. Je kunt het ook zelf aangeven als je hierop wilt wachten.

Een minuut na de geboorte checkt de verloskundige of gynaecoloog de conditie van je baby door naar zijn hartslag, ademhaling, kleur, spiertonus en reactie op prikkels zoals licht en aanraking te kijken (dit kan meestal gewoon terwijl de baby bij je ligt). Dit is de APGAR-score. Na vijf en tien minuten wordt deze opnieuw gedaan, om globaal inzicht te krijgen in de gezondheid van de baby.

Het natijdperk

Na de geboorte van de placenta is er extra zorg voor de moeder en de baby. De placenta wordt gecontroleerd en als je scheurtjes hebt of een knip hebt gehad, word je gehecht. Ook wordt gecontroleerd of je baarmoeder goed krimpt. De baby wordt helemaal bekeken en gewogen en onder meer zijn zuig- en grijpreflex worden gecheckt. Als deze laatste fase is afgerond, minimaal een uur na de geboorte van de placenta, vertrekt de verloskundige. Beschuit met muisjes, you did it!

Marijn van der Zwaard

Zwangerschapscoach

Marijn van der Zwaard is zwangerschapscoach in Groningen. Ze volgde de opleiding Docent Natuurlijk Zwanger, waar ze – naast verloskundetheorie – yoga, shiatsutechnieken en drukpunten voor de zwangerschap en bevalling leerde. Daarnaast is ze gecertificeerd HypnoBirthing-docent en deed ze o.a. trainingen rebozotechnieken en Spinning Babies. Vanuit haar eigen bedrijf Heybabycoaching.nl begeleidt ze ouders bij de fysieke en mentale voorbereiding op de geboorte van hun baby.