Bijwerkingen vaccinaties: wat kun je per prik verwachten?

Bijwerkingen vaccinaties: wat kun je per prik verwachten?

Je laat je kind inenten om te voorkomen dat hij ziek wordt. Toch kan je kind na een vaccinatie juist last krijgen van wat ongewenste klachten: dat zijn bijwerkingen van vaccinaties. Hier een opsomming van wat je per prik aan bijwerkingen kunt verwachten.

Bijwerkingen vaccinaties

Kunnen die prikken nou wel of geen kwaad? In de vacci-ja/vacci-nee-discussie gaan de meningen alle kanten op. Feit is dat iets meer dan negentig procent van de ouders in Nederland zijn kind laat inenten. Om de groepsimmuniteit in stand te houden in ons land moet minstens 95 procent ingeënt zijn. Dit gifje laat duidelijk zien waarom vaccineren belangrijk is.

Twijfels bij ouders over vaccineren ontstaan vaak door ongerustheid over de risico’s op (ernstige) bijwerkingen. Er is bij elke prik altijd een risico op bijwerkingen. Maar dat risico is klein; zeker voor ernstige bijwerkingen geldt dat de kans minimaal is. En het gevaar van die bijwerkingen is vele malen kleiner dan het gevaar van de infectieziekte zelf. Oftewel, ernstige ziektes als polio en mazelen eisen veel meer levens dan de vaccins. De bijwerkingen van een vaccin gaan in de meeste gevallen ook snel weer over, terwijl de infectieziektes blijvende schade kunnen aanrichten. 

De meeste kinderen hebben wel in meer of mindere mate wat last van een inenting. Ze zijn bijvoorbeeld hangerig of krijgen spierpijn op de plek waar geprikt is. Sommige bijwerkingen komen veel voor, de ernstigere zijn gelukkig zeldzaam. Maar wat zijn dan precies veel voorkomende bijwerkingen en wat wordt verstaan onder ernstige bijwerkingen?

Lees meer: Vaccineren: ja of nee? Steeds meer ouders twijfelen

Wat is een bijwerking?

Het enige gewenste effect van een vaccinatie is dat je kind beschermd wordt tegen de betreffende ziektes. Alle andere effecten van de prik zijn eigenlijk ongewenste effecten: bijwerkingen dus. Een bijwerking van een prik ontstaat vaak door een reactie van het afweersysteem op het vaccin, of doordat je kind een milde vorm krijgt van het ingespoten virus (bij een levend vaccin, zoals de BMR-prik). Maar sommige bijwerkingen, zoals flauwvallen, kunnen ook ontstaan doordat je kind bang is voor de prik of de naald. Hoe werkt het immuunsysteem van je kind precies?

Deze inentingen krijg je aangeboden via het Rijksvaccinatieprogramma.

Veel voorkomende bijwerkingen

Er zijn een aantal bijwerkingen die veel voorkomen en in principe na elke vaccinatie kunnen optreden. Hoe snel ze na de vaccinatie optreden, verschilt per soort vaccin. Het gaat om onderstaande, niet ernstige bijwerkingen:

  • Lokale reactie op de injectieplaats (pijn, roodheid, zwelling, jeuk, spierpijn). 
  • Koorts.
  • Hangerigheid, huilerig, rillerig. 
  • Bij baby’s: onrustig of juist extra veel slapen.
  • Bij kinderen vanaf 4 jaar: flauwvallen.

Minder vaak voorkomende bijwerkingen

Andere bijwerkingen zijn iets heftiger, maar komen zelden voor. Van sommige van deze bijwerkingen kun je als ouder flink schrikken, maar in principe zijn ook deze bijwerkingen onschuldig en gaat het vanzelf over. 

  • Koortsstuipen: als je kind door vaccinatie koorts krijgt, kan hij – als hij hiervoor gevoelig is – koortsstuipen krijgen. Koortsstuipen komen vooral voor na de DKTP-Hib-(HepB) en pneumokokken-vaccinatie rond elf maanden, en na de BMR-vaccinatie, die met veertien maanden wordt gegeven. Het ziet er ernstig en akelig uit, maar de aanval gaat vanzelf weer over. Lees hier wat je moet doen als je kind een koortsstuip heeft. Belangrijk: bel altijd 112.   
  • Huidafwijkingen: kan na alle vaccins voorkomen, maar vaak wordt deze reactie niet veroorzaakt door de vaccinatie zelf. Soms gaat het om een allergische reactie op de pleister of het ontsmettingsmiddel. Maar meestal gaat het niet om een allergie, maar om een snel geïrriteerde huid.  Heeft je kind huiduitslag? Check deze handige rode vlekkenwijzer. 
  • Verkleurde armen of benen: dit komt voor bij jonge baby’s, drie tot vier uur na de DKTP-Hib-HepB en Pneumokokken-vaccinatie. De benen kunnen blauw kleuren en koud aanvoelen, of juist rood kleuren en warm aanvoelen. Het kan onprettig voelen voor je kind, maar het is onschuldig en gaat vanzelf over. 
  • Collapsreacties (wegrakingen): dit gebeurt vooral na de eerste vaccinaties bij kinderen tot 2 jaar oud. Je kind wordt bij een collaps reactie opeens heel bleek en slap en is minder bij bewustzijn. Het lijkt op flauwvallen, maar dan iets ernstiger. Toch is het niet ernstig en gaat het meestal binnen een paar minuten vanzelf weer over. Je kind houdt hier niets aan over.
  • ELS (Extensive Limb Swelling): soms wordt na een vaccinatie de hele bovenarm of bovenbeen rood en gezwollen. Het ziet er heftig uit en je kind kan er ook een paar dagen last van hebben. Het gaat vanzelf weer over. ELS komt vooral voor bij kleuters, na de DKTP-prik bij 4 jaar.
  • Breath holding spells: dit zijn aanvallen waarbij kinderen hun adem inhouden, waardoor ze blauw aanlopen en uiteindelijk bewusteloos raken. Dit gebeurt vooral bij ‘temperamentvolle’ kinderen van zes maanden tot vijf jaar. Je kind kan vaker zulke aanvallen krijgen, ook als hij niet net gevaccineerd is. Hoe angstaanjagend het ook klinkt, breath holding spells zijn onschuldig en hoeven in principe niet behandeld te worden. 
  • Abces: heel soms komen er met de prik bacteriën vanaf de huid mee, waardoor er op de plek van de prik een abces met pus kan ontstaan.

Zeer zeldzame bijwerkingen:

Heel zelden treden er ernstige bijwerkingen op. Die bijwerkingen kunnen niet uitgesloten worden, maar het gaat echt om uitzonderingen:

  • Acuut allergische (anafylactische) reacties: deze reacties komen nauwelijks voor, ongeveer bij één op de miljoen kinderen. Een anafylactische reactie treedt binnen een tot vijftien minuten na de prik op. Zo’n reactie is vaak levensbedreigend en er is dan ook direct behandeling nodig. Vaak is het niet duidelijk of iemand allergisch is voor een onderdeel van het vaccin. Dit kun je zelf doen als je kind een allergische reactie heeft.  
  • Reactie bij mensen met een verminderde afweer (zoals hiv-patiënten): in dit geval kan het gevaarlijk zijn een levend vaccin te krijgen, zoals het BCG-vaccin (tuberculose). Bij het levende BMR-vaccin komt zo’n reactie overigens niet of nauwelijks voor. 
  • Tekort aan bloedplaatjes: na de BMR-prik kan heel soms een tekort aan bloedplaatjes voorkomen, waardoor bloedingen kunnen ontstaan.

Lees meer: reisvaccinatie voor kinderen, wanneer is het nodig?

Bijwerkingen per vaccin

De ene vaccinatie is de andere niet, de ene cocktail is wat zwaarder dan de ander. Dit zijn de bijwerkingen die per vaccin kunnen optreden:

1. DKTP-Hib-HepB-vaccinatie 

Deze prik beschermt tegen de ziekten difterie, kinkhoest, tetanus, polio, Hepatitis-B en Hib-infectie. Veel voorkomende bijwerkingen zijn: 

  • Verschijnselen rond de prikplek (pijn, roodheid, zwelling).
  • Koorts, huilen, hangerigheid.

Zeldzame bijwerkingen zijn: 

  • Langdurig (langer dan drie uur) ontroostbaar huilen.
  • Collaps (wegraken/flauwvallen).
  • Blauwe of rode verkleuring van de benen.
  • Zeer hoge koorts (komt heel zelden voor).
  • Koortsstuipen.

Mogelijke bijwerkingen van de hepatitis B-vaccinatie vlak na de geboorte:

  • Verschijnselen rond de prikplek (pijn, roodheid, zwelling). 
  • Koorts, huilen, hangerigheid.

Lees meer over koorts bij je baby en koorts bij oudere kinderen.

2. Pneumokokkenvaccinatie

Bijwerkingen die soms voorkomen, in de uren na de vaccinatie: 

  • Verschijnselen rond de prikplek (pijn, roodheid, zwelling).
  • Hangerigheid en vermoeidheid.
  • Verminderde eetlust. 
  • Griepachtige verschijnselen: koorts, hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid of diarree.

Bijwerkingen die zelden of zeer zelden voorkomen: 

  • Overgevoeligheid: huiduitslag of jeuk (bij minder dan 1 op de 100 mensen)
  • Flauwvallen of collaps (wegraken). 
  • Langdurig (langer dan drie uur) ontroostbaar huilen.
  • Zeer hoge koorts en koortsstuipen (komt zeer zelden voor).

3. BMR (bof, mazelen, rodehond)

Mogelijke bijwerkingen beginnen vijf tot twaalf dagen na de vaccinatie. Het BMR-vaccin bevat levende, maar verzwakte virussen. Daardoor kan je kind een lichte vorm van de ziektes krijgen. De bijwerkingen lijken dan ook een beetje op de symptomen van de bof, mazelen of rodehond.

  • Koorts, huilen, huiduitslag of hangerigheid (bij 1 op de 10-20 kinderen). 
  • Koortsstuipen (bij 1 op de 5.000-10.000 kinderen). 
  • Tekort aan bloedplaatjes (bij 1 op de 20.000 kinderen). 
  • Gewrichtsklachten (zeer zelden).

Na de tweede BMR-prik zijn er bijna nooit klachten. Oudere kinderen kunnen wel, zoals bij elke prik, flauwvallen van de spanning of angst.

4. DKTP-prik (Difterie, Kinkhoest, Tetanus, Polio)

De aparte DKTP-prik wordt gegeven als je kind 4 jaar oud is. Veelvoorkomende bijwerkingen zijn:

  • Verschijnselen rond de prikplek (pijn, roodheid, zwelling). 
  • Koorts en hangerigheid  
  • Dikke, rode arm bij kleuters. Dit gebeurt bij 1 op de 300 vierjarigen. Soms is de gehele bovenarm opgezwollen. Deze klacht verdwijnt binnen vier à vijf dagen zonder restverschijnselen. Behandeling met antibiotica en/of antihistaminica is niet nodig. Als de arm rood en warm aanvoelt, kan het prettig zijn om er een natte doek op te leggen.

5. Meningokokkenvaccinatie

  • Verschijnselen rond de prikplek (pijn, roodheid, zwelling). 
  • Koorts, huilen, hangerigheid. 
  • Zeer hoge koorts (komt heel zelden voor). 
  • Koortsstuipen (bij 1 op de 5.000-10.000 kinderen).

Sinds mei 2018 is de meningokokkenprik uitgebreid naar een combinatievaccin dat beschermt tegen tegen typen A, C, W en Y. Lees hier wat dit voor je kind betekent. 

6. HPV-vaccinatie

De HPV-vaccinatie wordt gegeven aan meisjes in het jaar dat ze dertien worden. Uit onderzoek is gebleken dat het vaccin geen directe bijwerkingen heeft. Maar er is geen enkele prik waar zoveel fabels over bestaan als de vaccinatie tegen HPV.

Er gaan verhalen rond dat het zou kunnen leiden tot onvruchtbaarheid en een verminderde werking van de eierstokken, maar dat is niet waar volgens het RIVM en deskundigen. De prik werkt op je afweersysteem, je natuurlijke bescherming tegen infecties. De inenting heeft geen enkele invloed op je voortplantingsorganen en kan dus geen onvruchtbaarheid veroorzaken.

Ook wordt er weleens beweerd dat het vaccin chronische vermoeidheidsklachten zou veroorzaken. Daar is specifiek onderzoek naar gedaan, maar de vermoeidheidsklachten blijken net zo vaak voor te komen bij  meisjes die niet gevaccineerd zijn, als bij meiden die de prik wel hebben gehad. Vermoeidheidsklachten lijken sowieso regelmatig bij meisjes van deze leeftijd voor te komen. Mogelijk heeft het te maken met de veranderingen van de puberteit, nieuwe vrienden maken op de middelbare school en stress door school en huiswerk. 

Deze bijwerkingen kunnen wel optreden: 

  • pijn rond de prikplek en spierpijn in de bovenarm krijgen. Dat kan soms een week duren. 
  • Last van pijn, jeuk, een rode huid of een verdikking op de prikplek.
  • Sommige meisjes krijgen buikpijn, misselijkheid, moeheid, hoofdpijn of koorts.

De meeste klachten zijn mild en gaan vanzelf weg.

En hoe zit het met de schade op lange termijn? Bijna 10 jaar geleden zijn veel jonge vrouwen voor het eerst ingeënt met het HPV-vaccin. Hun gezondheid wordt al die jaren in de gaten gehouden. Zij hebben geen klachten die door het vaccin veroorzaakt zijn. Het is volgens het RIVM niet te verwachten dat op lange termijn bijwerkingen zijn van het HPV-vaccin.

Veiligheid bewaken

Voordat een vaccin op de markt komt, is goed onderzoek gedaan. Dat gebeurt alleen in een veel kleinere en selectievere groep dan de groep die het vaccin uiteindelijk toegediend krijgt. Hierdoor kan het zijn dat niet alle bijwerkingen aan het licht zijn gekomen. Het blijft dus belangrijk de veiligheid in de praktijk te bewaken. 

Het Lareb verzamelt en analyseert daarom meldingen van bijwerkingen. Elke bijwerking, of vermoeden van een bijwerking die je merkt, is het melden waard. Maar het Lareb is vooral geïnteresseerd in:

  • onbekende bijwerkingen (die dus niet in de bijsluiter staan); 
  • ernstige bijwerkingen die leiden tot een (verlenging van) ziekenhuisopname, levensbedreigende situatie, overlijden; 
  • bijwerkingen van nieuwe vaccins. 

Wat te doen bij bijwerkingen?

Als je kind na een prik last heeft van bijwerkingen als koorts, een dikke of rode arm, hangerigheid, huiduitslag of milde ziekteverschijnselen, dan hoef je niets te doen. Deze verschijnselen gaan vanzelf weer over. Je kan eventueel een paracetamol geven om de klachten te verlichten. Houdt de koorts langer dan drie dagen aan, of wordt je kind flink ziek, dan is het verstandig om de huisarts te bellen. 

Krijgt je kind een koortsstuip, leg hem dan op zijn zij met zijn hoofd omlaag en controleer of hij niets in zijn mond heeft. Bekijk de onderstaande video wat je het beste kunt doen om je kind te helpen. Vergeet niet: een koortsstuip ziet er eng uit, maar is bijna nooit ernstig en je kind houdt er niets aan over.  

In het geval van een hevige allergische reactie (anafylaxie) is het ook belangrijk om direct 112 te bellen. 

EHBO bij een koortsstuip

Video: Volg dit 4-stappenplan om je kind te helpen.

Een bijwerking melden

Heeft je kind een onbekende of ernstige bijwerking na een vaccinatie? Dan kun je dit melden bij je consultatiebureau of je kan zelf het meldformulier invullen op de site van Lareb, het Nederlands Bijwerkingencentrum. Bij Lareb werken artsen en apothekers die de meldingen beoordelen. Doordat zij alle bijwerkingen in Nederland verzamelen, zien zij het snel als een bijwerking bij een bepaald geneesmiddel of vaccin opvallend vaak voorkomt. Meldingen van bijwerkingen zijn dus belangrijk om geneesmiddelen en vaccins nog veiliger te maken.

Kijk voor meer informatie op de website van Lareb.

Fabels over bijwerkingen

Er bestaan veel fabels en onduidelijkheden over de bijwerkingen van vaccinaties. Zo wordt er weleens gezegd dat er een verband is tussen vaccinaties en ziekten als autisme, reuma, MS, suikerziekte, astma en epilepsie. Dit zijn fabels, deze verbanden zijn ondanks vele wetenschappelijke onderzoeken nooit bewezen. 

Hier nog 4 misverstanden over vaccineren die elke ouder moet weten.