afdeling-neonatologie

De afdeling neonatologie

Als je baby in het ziekenhuis moet blijven na de bevalling, krijgen jullie te maken met de afdeling neonatologie. Hoe gaat het er daar aan toe? En mag je eigenlijk bij je baby blijven? Alles over de afdeling neonatologie.

Pasgeborenenafdeling

De afdeling voor pasgeboren baby’s wordt ook wel de couveuseafdeling genoemd. Daar wordt je baby opgenomen als hij prematuur is (te vroeg geboren), dysmatuur is (een laag geboortegewicht heeft) of wanneer je baby onverwacht ziek is bij de geboorte.

Neonatologie is onder te verdelen in medium care, high care en intensive care.

Er zijn veel ziekenhuizen met een neonatologie afdeling. Maar er zijn er maar tien met een neonatale Intensive Care afdeling. Dit zijn alle academische ziekenhuizen en het Maxima Medisch Centrum in Veldhoven en de Isala Klinieken in Zwolle. De afdeling neonatologie bestaat vaak uit een grotere ruimte (unit) waar meerdere couveuses in staan. Je mag als ouder altijd bij je kind, maar je kunt er vaak niet overnachten.

Er komen gelukkig steeds meer ziekenhuizen waar de baby bij de moeder op de kamer wordt opgenomen en daar ook behandeld kan worden. Familie-geconcentreerde of -geïntegreerde zorg wordt dat genoemd.

Medium care

Op de medium care liggen baby’s met kleine problemen zoals een verhoogde kans op infectie, aanwijzingen voor infectie waarbij de baby niet heel ziek is of baby’s die glucosecontroles moeten laten doen. Hier wordt een aantal dagen gekeken of de hartslag, ademhaling en temperatuur van je baby goed zijn en of er aanwijzingen voor infectie bij komen, of juist verdwijnen. Ook kan je baby geprikt worden om te kijken of de bloedsuikers goed blijven. Als het nodig is wordt een glucose infuus gegeven of gestart met antibiotica. Als het goed gaat, mag je baby na enkele dagen naar huis.

High care

Op deze afdeling liggen baby’s die meer zorg nodig hebben van artsen en verpleegkundigen, maar niet beademend worden of bloeddrukondersteunende medicatie krijgen.

De kinderen liggen aan een monitor waarmee hartslag, ademhaling en zuurstofgehalte wordt gecontroleerd. Je baby krijgt vaak een infuus met voeding of medicijnen en veel van de pasgeborenen die hier liggen krijgen ademhalingsondersteuning, maar worden niet beademd. Kinderen die extreem vroeg of klein zijn geboren, worden na de intensive care periode vaak nog een tijdje hier verzorgd.

Intensive care

Baby’s die heel veel zorg en aandacht nodig hebben, komen terecht op de intensive care. De neonatale intensive care unit wordt afgekort met NICU. Op deze afdeling hangt er bij elke couveuse een monitor waarop de hartslag, bloeddruk en ademhaling van je baby te zien zijn. Ook staat er een apparaat om je baby te ondersteunen met ademen en zijn er speciale pompen waarmee medicijnen kunnen worden toegediend.
Wanneer je baby deze intensieve zorg nodig heeft, maar is geboren in een ziekenhuis zonder intensive care, dan wordt hij met een speciale ambulance en een speciaal NICU team opgehaald en naar een ander ziekenhuis mét NICU gebracht.

Zorgverleners op de afdeling neonatologie

Op de neonatologie afdeling krijg je te maken met verschillende zorgverleners. Allereerst is daar de neonatoloog: een gespecialiseerde kinderarts die verantwoordelijk is voor het nemen van de medische beslissingen. De neonatoloog superviseert de zaalartsen; dokters die meestal in opleiding zijn tot kinderarts. De zaalartsen bespreken met ouders hoe het gaat, hoe de uitslagen zijn en welke onderzoeken nog volgen. Bij kinderen die langdurig zijn opgenomen of wanneer er veel problemen zijn, zal de neonatoloog ook vaste gesprekken met ouders plannen. Er zijn ook vaak neonatologen in opleiding (de fellow’s) aanwezig. Dit zijn kinderartsen die zich verder specialiseren. Zij zijn net als de neonatologen verantwoordelijk voor de kinderen en regelen en verrichten de transporten en superviseren de zaalartsen. Daarnaast kunnen artsen vanuit andere specialismen bij de behandeling betrokken worden, bijvoorbeeld de neuroloog, een oogarts of de nierspecialist. De endocrinoloog (hormonendokter) en de klinische genetica (aangeboren afwijkingen) worden ook vaak in consult gevraagd.

Als ouder heb je het meeste contact met de verpleegkundigen. Gespecialiseerde verpleegkundigen voeren controles en medische handelingen uit en helpen jullie met het verzorgen van de baby. Je leert bijvoorbeeld hoe je je baby kunt vasthouden, geruststellen en verzorgen. Vaak werken de verpleegkundigen in drie ploegendiensten, maar er is altijd één verpleegkundige hoofdverantwoordelijk voor de zorg voor jouw kind. In veel ziekenhuizen wordt dit de Eerst Verantwoordelijk Verpleegkundige genoemd (de EVV-er).

Verder bestaat de mogelijkheid (bij lange opnames) dat een fysiotherapeut oefeningen komt doen met je baby. Een pedagogisch medewerker komt met de baby’s spelen en een logopediste of lactatiekundige kan helpen met de voeding.

Bezoek

Voor jullie zijn er meestal geen bezoektijden, je bent in principe altijd welkom. Wel is het zo dat de verpleegkundigen het fijn vinden om te weten wanneer je van plan bent te komen. Het is bijvoorbeeld handig om rekening te houden met de tijden waarop je baby gevoed en verzorgd moet worden.

Broertjes en zusjes zijn ook welkom, tenzij ze ziek zijn of er op de crèche of op school bepaalde kinderziektes heersen zoals de waterpokken. De baby’s op de afdeling neonatologie zijn extra kwetsbaar en kinderen brengen dit soort infecties gemakkelijk over. Andere kinderen onder de twaalf zijn meestal niet toegestaan.

Soms is het ook mogelijk voor bijvoorbeeld opa’s en oma’s of andere familieleden en vrienden om op bezoek te komen. Overleg dit voor de zekerheid altijd met de verpleegkundigen. Vaak geldt de regel dat per keer één andere volwassene met een van de ouders mee mag. Voor de baby’s is het beter als het niet te druk is op de afdeling, daarom geldt vaak een maximum van drie personen per kind.

Overig bezoek kan soms wel vanachter het raam kijken. Soms is er ook een webcam op de couveuse gericht, zodat via een beeldscherm naar je baby gekeken kan worden.

’s Nachts

Soms moet je zelf ook nog in het ziekenhuis blijven, na een zware bevalling bijvoorbeeld. Jij ligt dan op de kraamafdeling. Als je niet opgenomen bent, kunnen jullie niet overnachten op de afdeling neonatologie en moeten ’s nachts naar huis. Als het ziekenhuis ver van jullie huis is, kunnen jullie in een Ronald McDonald-huis overnachten, zodat jullie toch zo dicht mogelijk bij jullie baby kunnen zijn.

’s Nachts zijn er altijd verpleegkundigen aanwezig om je baby te verzorgen en om ervoor te zorgen dat je baby zijn voedingen en eventuele medicijnen krijgt. Je mag altijd bellen met de afdeling om te vragen hoe het met je kind is. Ook ’s nachts als je wakker wordt om te kolven bijvoorbeeld.

Een emotionele achtbaan

Als je baby wordt opgenomen, voelt dit voor jou misschien als een emotionele achtbaan. Je had je de kraamweek waarschijnlijk anders voorgesteld. Behalve artsen zijn er in het ziekenhuis ook maatschappelijk werkers en geestelijk verzorgers die jullie als ouders kunnen helpen om deze heftige periode zo goed mogelijk door te komen.

Ook na de opname is het anders dan je je had voorgesteld. Psychische klachten, angsten en herbelevingen komen regelmatig voor. Een posttraumatisch stresssyndroom is vaak na enige tijd aanwezig bij ouders van couveusekinderen. In sommige ziekenhuizen is daar inmiddels speciale psychologie/therapie voor. Mochten deze klachten spelen is het raadzaam contact op te nemen met je huisarts, maar het ook aan te geven bij de nacontroles op de polikliniek.

Het kan ook helpen om met andere ouders te praten die hetzelfde meemaken. Een nuttige site voor informatie en lotgenotencontact is bijvoorbeeld couveuseouders.nl.

Machteld van Scherpenzeel

Kinderarts - Fellow Neonatoloog

Machteld van Scherpenzeel-de Vries is kinderarts neonatoloog in het Medisch Centrum Leeuwarden. Daar werkt ze op de post IC en de kinderafdeling waar ze kinderen die te vroeg geboren zijn, volgt in hun groei en ontwikkeling. Ze is moeder van drie kinderen. Ze zette het project UNIEK op om meer faciliteiten speciaal voor de pasgeborenen en hun ouders te kunnen financieren.