baby aanleggen

Borstvoeding: je baby stap voor stap aanleggen

Het goed aanleggen van je baby is een van de belangrijkste, maar moeilijkste dingen bij het geven van borstvoeding. Als je je baby goed aanlegt, drinkt hij beter. Bovendien bescherm je zo je borsten tegen pijnlijke kwaaltjes. Maar hoe leg je je baby goed aan?

Waarom is goed aanleggen belangrijk

Er zijn meerdere redenen om je baby goed aan te leggen. Als je je baby op de juiste manier aanlegt, komt de melkproductie goed op gang. Dit maakt het voor je baby makkelijker om de melk uit je borst te drinken. Door je baby goed aan te leggen, voorkom je ook borstvoedingskwaaltjes. Denk bijvoorbeeld aan pijnlijke tepels en borstontsteking. Goed aanleggen is dus voor jou en je baby belangrijk.

Advertentie

Lees hier meer over het voorkomen van pijnlijke tepels bij borstvoeding.

Baby stap voor stap aanleggen

Als je borstvoeding geeft, is het goed om op deze dingen te letten bij het aanleggen:

  1. Let op jouw houding en die van je baby
    Zorg dat je goed en comfortabel zit of ligt, en dat je baby goed bij je borst kan. Zijn hoofd, nek, schouders en rug moeten één lijn vormen. Zorg dat de buik van de baby naar jouw buik is gedraaid, zijn gezicht is gericht op jouw borst en zijn neus en mond rond jouw tepel liggen. Je kunt je baby met één arm ondersteunen. Je andere hand kun je gebruiken om je borst te ondersteunen. Eventueel kun je een voedingskussen, andere kussens of een voetenbankje gebruiken om je hoofd, nek, armen en benen te ondersteunen. Een baby gaat het makkelijkste aan de borst in een ‘open houding’: wanneer je zachte druk geeft bij zijn rug, kantelt zijn hoofd iets naar achteren. Zo kan je baby makkelijker aanhappen.
    Lees meer: Borstvoedingshoudingen: welke past bij jou en je baby?
  2. Je borst ondersteunen
    Ondersteun je met je vrije hand je borst? Let er dan op dat je vingers niet op de tepelhof komen. Anders zitten ze in de weg als je baby goed wil aanhappen. Je kunt je borst het beste ondersteunen door je borst met je duim aan de ene kant en je vingers aan de andere kant vast te houden. Je kunt je hand dan nog draaien en zo het ondersteunen aanpassen aan de houding waarin je voedt. Wanneer je de borst iets afplat, kan het soms makkelijker zijn voor de baby om grip te krijgen. Zorg er dan wel voor dat je je borst afplat in de richting van zijn mond.
  3. Aanhappen
    Breng het hoofd van je baby naar je tepel. Als zijn lippen je tepel aanraken, doet hij zijn mond open. Als zijn mond wijd open is, breng je je baby helemaal naar je borst, zodat hij een grote hap van je tepel en een deel van de tepelhof kan nemen. Als je baby goed aan je borst ligt, zijn de lippen van je baby mooi naar buiten gekruld. Dit wordt ook wel een vissenmondje genoemd. Je hoeft het hoofd van je baby niet vast te houden, maar het is wel belangrijk dat je hem ondersteunt.Wanneer je baby de borst loslaat is het de bedoeling dat de tepel er hetzelfde uitkomt, zoals hij erin ging. Dus is je tepel rond van zichzelf, dan moet hij na de voeding ook rond uit zijn mond komen. De tepel mag niet afgeplat zijn.
    Tip: aai over zijn wang Draait je baby zijn hoofdje weg? Aai dan even over zijn wang, dan draait hij zijn hoofd terug. Als zijn mond wijd open is en zijn tong een beetje naar buiten komt, richt je je tepel op het midden van zijn mond en haal je je baby naar je toe.
  4. Horen en zien drinken
    Als je je baby duidelijk hoort drinken (een soort ‘klokkend’ geluid) en het voeden voor jou geen pijn doet, weet je dat je baby goed is aangelegd. In het begin kun je wat steken voelen, maar dat moet na een paar minuten over zijn.
  5. Van borst wisselen
    Sommige baby’s laten vanzelf de borst los als ze genoeg hebben gedronken. Andere baby’s blijven nog wat langer aan de borst. Ze vallen in slaap, maar laten niet los en nemen af en toe nog een slokje melk. Als je baby vaak je tepelhof masseert en maar weinig slikt, weet je dat je borst leeg is. Je kunt je baby dan je andere borst geven. Verbreek altijd eerst het vacuüm door bijvoorbeeld je pink voorzichtig in de mondhoek van je baby te steken. Op deze manier kun je ook je baby van je borst halen als hij niet goed hapt en het drinken pijn doet.
    Checklist borstvoeding: dit heb je allemaal nodig.

Wanneer leg je je baby aan?

Pasgeboren baby’s kunnen het beste binnen een uur na de bevalling worden aangelegd. Huid-op-huidcontact stimuleert het natuurlijke gedrag van een baby. Met zijn neus in de buurt van jouw blote tepel herkent hij de geur van melk en leert hij dat zijn voeding daar vandaan komt. Niets staat hem in de weg om op zoek te gaan naar de tepel en te gaan drinken als hij eraan toe is. Bovendien zorgen je baby’s geur en het huid-op-huidcontact bij jou voor de aanmaak van het hormoon oxytocine, dat de melkproductie op gang brengt.

Meer lezen: Voedingsschema of voeden op verzoek, wat is beter?

Je baby wil de eerste dagen na de bevalling vaak bij je drinken. De ene baby wil wel tien tot twaalf keer per dag aan de borst en de ander ‘maar’ acht keer. Door je baby vaak te laten drinken, komt je melkproductie goed op gang. Je baby kan al zelf aangeven wanneer hij honger heeft:

  • hij sabbelt op zijn handen, vingers of vuistjes.
  • hij maakt smakkende geluiden.
  • hij steekt zijn tong uit.
  • hij maakt zoekende bewegingen met zijn hoofd
  • hij maakt zuigbewegingen met zijn mond.

In het begin kan het een paar minuten duren voordat de melk toeschiet, dus neem rustig de tijd voor het voeden. Verliest je baby wat gewicht? Dat is de eerste dagen normaal. Na ongeveer twee weken is het de bedoeling dat je baby weer terug op zijn geboortegewicht zit.

Na een week zou de melkproductie goed op gang moeten zijn. Je baby gaat dan ook meer drinken: de maaginhoud is de eerste dag zo klein als een knikker en na tien dagen zo groot als een groot kippenei.

Handige tip: zo weet je of je baby genoeg gedronken heeft.

Wat als het baby aanleggen niet lukt?

In het begin zijn jij en je baby misschien nog wat stuntelig. De eerste twee tot zes weken is het aanleggen vooral een kwestie van oefenen. De kraamverzorgster kan je daarbij helpen. Lukt het je na de kraamweek nog niet goed om je baby aan te leggen? Dan kun je hulp inschakelen van een lactatiekundige.

Verwacht niet dat borstvoeding geven binnen een dag lukt, maar geef jezelf de tijd. De meeste moeders moeten echt leren hoe ze hun baby moeten aanleggen en dat gaat vaak pas van een leien dakje als ze het vaker hebben gedaan. Houd in je achterhoofd dat borstvoeding geven voor jou en je baby een fijn moment moet zijn. Het hoort dan ook geen pijn doen.

Is je baby te vroeg geboren, dan kan het zijn dat hij eerst nog niet sterk genoeg is om zelf te drinken. Je kunt in het ziekenhuis dan vragen of hij gekolfde melk kan krijgen via een sonde, zodat de borstvoeding wel op gang komt en je baby wel moedermelk krijgt. Een andere manier is om je baby vingervoeding te geven. Dit is een hulpmiddel als je baby bijvoeding moet krijgen omdat hij de borst niet goed pakt, of als hij de eerste dagen te veel afvalt. Vraag in het ziekenhuis of verloskundige hulp bij het afstellen van de kolf, dat komt precies en kan lastig zijn om zelf uit te vogelen. Zodra je baby sterk genoeg is om te drinken, kun je hem de borst gaan geven. Vaak is begeleiding van een lactatiekundige daarbij fijn.

Lees meer: Stuwing, wat kun je ertegen doen?

5 gouden borstvoedingstips

Hier volgen nog vijf tips om het voeden voor jou en je baby zo prettig mogelijk te maken:

  1. Oefen goed met aanleggen. Dat kan tepelkloven en andere borstvoedingskwaaltjes voorkomen.
  2. Voed niet met tien man rond je bed, maar zorg voor rust. Vooral tijdens de eerste dagen na de bevalling.
  3. Controleer je borsten elke dag en masseer eventuele harde plekken weg. Zo kun je een borstontsteking voorkomen.
  4. Je tepels krijgen – vooral bij je eerste baby – heel wat te verduren. Een laagje lanolinezalf na een voeding verzacht en hydrateert.
  5. Geef jezelf en je baby de tijd om het onder de knie te krijgen. Gaat het moeizaam, wacht dan niet met het inschakelen van een lactatiekundige. Zij is expert op het geven van borstvoeding.

Lees hier alles wat je moet weten over borstvoeding in de eerste week.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Christine Bulsing

Lactatiekundige

Christine Bulsing is lactatiekundige en jeugdverpleegkundige bij de jeugdgezondheidszorg. Vanuit haar praktijk Zoete Melk begeleidt ze moeders bij de borstvoeding. Daarnaast geeft ze ook voorlichtingsavonden over borstvoeding voor aanstaande ouders.

Contact
Website
Facebook
Instagram