Alles over de vlokkentest

Alles over de vlokkentest

De vlokkentest is een zwangerschapsonderzoek dat kan uitwijzen of je baby een erfelijke ziekte of chromosoomafwijking heeft. Hoe gaat dit in z’n werk, zijn er risico’s en hoe betrouwbaar is de uitslag eigenlijk?

Wat is een vlokkentest?

Bij de vlokkentest haalt een gynaecoloog een klein beetje weefsel uit de placenta, de ‘vlokken’. Dit kan op twee manieren: via de vagina met een slangetje of via de buik met een naald. Het weefsel, dat er vlokkerig uitziet, wordt in het laboratorium onderzocht op erfelijke ziektes of chromosoomafwijkingen. De test kan worden gedaan tussen elf en veertien weken zwangerschap.

Wanneer een vlokkentest?

De vlokkentest is bedoeld voor vrouwen die een verhoogde kans hebben op een kind met een afwijking die met dit onderzoek kan worden opgespoord. Je komt in aanmerking voor een vlokkentest als:

  • Je 36 jaar of ouder bent in de achttiende week van de zwangerschap.
  • Je draagster bent of je partner drager is van een chromosoomafwijking.
  • Er bij echo-onderzoek afwijkingen te zien waren die kunnen passen bij een chromosoomafwijking.
  • Jij of je partner al een kind met een chromosoomafwijking hebt/heeft.
  • Je eerder zwanger bent geweest van een kind met (zeer waarschijnlijk) een chromosoomafwijking.
  • Eén van de ouders een afwijking in het DNA heeft en een verhoogde kans heeft op een kind met een ziekte als gevolg van een afwijking in het DNA.
  • Uit de combinatietest blijkt dat je een verhoogde kans hebt op een kind met het downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom (ook wel trisomie 21, trisomie 18 of trisomie 13 genoemd).
  • Je zwanger bent geworden door middel van een ICSI-behandeling.

Vlokkentest via de buikwand

Vaak wordt de vlokkentest via de buikwand uitgevoerd als je twaalf weken zwanger bent. Het weefsel wordt dan met een naald afgenomen. De arts kijkt met een echoapparaat wat de juiste plaats is om de naald in te brengen. Dat prikken kan even pijnlijk zijn. Als je het fijn vindt mag je iemand meenemen om je te steunen. Na het onderzoek mag je gelijk weer naar huis. Houd er wel rekening mee dat je daarna wat last kunt hebben van buikpijn. Als de vlokkentest via de buikwand wordt gedaan hoef je geen volle blaas te hebben.

Vlokkentest via de vagina

Ben je elf weken zwanger, dan wordt er meestal voor een vaginale vlokkentest gekozen. Hiervoor is wel een volle blaas nodig. De arts brengt een eendenbek (speculum) in de vagina en neemt met behulp van een dun tangetje of slangetje wat weefsel uit de placenta weg. Ook hierbij gebruikt de arts een echoapparaat om te zien waar de placenta zit en waar wat weefsel kan worden weggehaald.

Je wordt tijdens het onderzoek niet verdoofd. Vaak is het niet zo’n fijn gevoel als de eendenbek wordt ingebracht. Het inbrengen van het tangetje, dat via de baarmoederhals naar de placenta wordt gebracht, kan een onaangenaam wee gevoel geven of lijken op menstruatiepijn. Dit gaat snel weer over.

Na de ingreep hebben vrouwen meestal wat bloedverlies. Dat komt vrijwel altijd van de baarmoedermond, die tijdens de zwangerschap makkelijk kan gaan bloeden als hij wordt aangeraakt. Je hoeft je hier geen zorgen over te maken. Meestal verandert het binnen 24 uur in rozige of bruinige afscheiding, waar je nog een tijdje last van kunt hebben.

Uitslag

De arts vertelt je na het onderzoek wanneer je de uitslag van de test kunt verwachten. Vaak binnen twee weken. Je kunt de uitslag telefonisch of schriftelijk krijgen. Als je wilt kun je nu ook het geslacht van je baby te weten komen. Vaak kun je hiernaar vragen als je de uitslag telefonisch krijgt. Soms komt het voor dat er te weinig weefsel is weggenomen om de chromosomen goed te onderzoeken. Of de uitslag zelf is onduidelijk. De vlokkentest wordt dan herhaald of er wordt een vruchtwaterpunctie aangeraden.

Wat als er een afwijking is?

Bij een afwijkende uitslag krijg je een gesprek met de gynaecoloog, klinisch geneticus of een andere kinderspecialist. Tijdens dit gesprek hoor je wat de aandoening inhoudt, wat de gevolgen zijn en welke behandeling er na de geboorte mogelijk is. Als de uitslag niet goed is kun je voor de moeilijke keuze komen te staan om je zwangerschap wel of niet te laten afbreken. Hierbij kun je psychosociale begeleiding krijgen.

Betrouwbaarheid vlokkentest

De betrouwbaarheid van een vlokkentest is hoog. De test geeft in 98 tot 99 van de 100 gevallen zekerheid of de baby wel of niet de aandoening heeft waar onderzoek naar is gedaan. Het onderzoek geeft geen uitsluitsel over de verdere gezondheid of andere aandoeningen.

Voordelen

  • De vlokkentest geeft in 98 tot 99% van de gevallen zekerheid of je kind wel of niet een aangeboren aandoening heeft waar onderzoek naar is gedaan.
  • Het onderzoek wordt vroeg in de zwangerschap gedaan, waardoor je bij een ongunstige uitslag de beslissing kunt nemen om de zwangerschap te laten beëindigen

Nadelen

  • Omdat er een stukje weefsel wordt weggehaald, bestaat er een heel kleine kans op een miskraam (0,3 – 0,4%).
  • De vlokkentest is iets minder betrouwbaar dan de vruchtwaterpunctie.

Er is trouwens geen verschil in risico wanneer de vlokkentest via de buikwand of via de vagina wordt uitgevoerd.

Vlokkentest versus vruchtwaterpunctie

De vruchtwaterpunctie is in principe de meest betrouwbare test; met bijna absolute zekerheid kan de arts vaststellen of je kind wel of geen afwijking heeft. Ook is er bij een vruchtwaterpunctie een iets kleinere kans op een miskraam. Dit gebeurt bij één op de duizend puncties (0,1%). Een reden om toch voor de vlokkentest te kiezen, is dat dit eerder in de zwangerschap kan worden gedaan.

Een vruchtwaterpunctie kan pas na vijftien weken (tot het einde van de zwangerschap). Sommige vrouwen voelen dan al leven en hebben het nieuws aan iedereen verteld, wat het eventuele afbreken van de zwangerschap extra verdrietig maakt. Ook kan dit dan niet meer via curettage, maar moet de bevalling worden opgewekt. Na veertien weken zwangerschap wordt de vlokkentest meestal niet meer gedaan, omdat het voordeel dan niet meer opweegt tegen de nadelen.

NIP-test

De niet-invasieve prenatale test (NIPT) gebeurt door middel van bloedonderzoek. In het bloed van een zwangere vrouw zit ook een klein beetje DNA uit de placenta, dat bijna hetzelfde is als dat van het kind. Het bloed wordt in het laboratorium onderzocht op down-, edwards- en patausyndroom. De NIPT geeft geen risico op een miskraam, maar is minder betrouwbaar dan de vlokkentest of vruchtwaterpunctie. De kans bestaat ook dat je bij een afwijkende uitslag advies krijgt om alsnog een vlokkentest of vruchtwaterpunctie te laten doen.