kinkhoest

Kinkhoest bij je baby

Kinkhoest is een erg besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie. De bacterie zorgt voor flinke hoestaanvallen die maandenlang kunnen aanhouden. Wie lopen het meeste risico op kinkhoest en wanneer moet je de huisarts bellen?

Kinkhoest herken je aan de combinatie van een zware hoestaanval met een gierende ademhaling. De meeste kinderen worden er tegen ingeënt. Hierdoor is het aantal kinderen dat er aan overlijdt sterk afgenomen. Toch beschermt het vaccin niet voor honderd procent. Je kind kan dus alsnog besmet raken met de bacterie.

INCUBATIETIJD*: zeven tot tien dagen
SYMPTOMEN:
verkoudheid, niezen, lichte koorts en prikkelhoest
BESMETTELIJK:
Ja, zeer besmettelijk
RISICO VOOR ZWANGEREN:
Ja, als je meer dan 34 weken zwanger bent en niet tegen kinkhoest bent ingeënt.

*De tijd die verstrijkt tussen de besmetting en de eerste symptomen.

Wat is kinkhoest?

Kinkhoest is een besmettelijke bacteriële infectie aan de luchtwegen. De bacterie (Bordetella pertussis) maakt een gifstof aan en die zorgt voor een krampachtige hoest die drie tot vier maanden kan aanhouden. Het wordt daarom ook wel de ‘honderd dagen-hoest’ genoemd. Soms is die hoest zo heftig dat kinderen ervan moeten overgeven. Het is vooral gevaarlijk voor jonge baby’s die nog niet zijn gevaccineerd.

Oorzaak kinkhoest

De kinkhoestbacterie zit in de keel van iemand die besmet is. De bacterie wordt overgedragen als diegene hoest of niest, want dan komen er kleine druppeltjes naar buiten. Anderen kunnen die druppeltjes inademen en besmet raken. De tijd tussen besmet raken en ziek worden is meestal zeven tot tien dagen.

Symptomen bij baby’s en kinderen

De klachten bij baby’s en kinderen lijken vaak op die van een gewone verkoudheid. Denk ook aan niezen, lichte koorts en prikkelhoest. Die hoest wordt na ongeveer twee weken erger, vooral ’s nachts en kan heel lang aanhouden, waarbij je kind ook vastzittend slijm kan ophoesten. De hoestbui eindigt vaak met een piepende ademhaling. Soms zijn de hoestbuien zo heftig dat je kind moet overgeven. De hoestaanvallen kunnen zo veel energie kosten dat baby’s soms niet genoeg kracht meer hebben om te drinken. Verder kunnen kinderen hangerig en lusteloos worden. Soms worden ze benauwd en blauw, zonder dat ze hoesten. Kinkhoest kan ook leiden tot een longontsteking.

Symptomen bij volwassenen

Volwassenen kunnen kinkhoest hebben zonder alle symptomen die hierboven zijn benoemd. Een volwassene is verkouden en kan wel één tot drie maanden lang blijven hoesten. 

Is kinkhoest besmettelijk?

Het is een zeer besmettelijke ziekte. Mensen kunnen elkaar besmetten door hoesten of niezen. Als pasgeboren baby’s worden besmet, komt dit meestal door de ouders of oudere broers of zussen. Je kunt meerdere keren in je leven kinkhoest krijgen. Dit komt omdat het vaccin niet voor honderd procent beschermt. Een infectie met de kinkhoestbacterie beschermt ook niet tegen een volgende infectie met deze bacterie.

Wie lopen het meeste risico met kinkhoest?

Het gaat vanzelf over, al kan dit soms maanden duren. Iedereen kan kinkhoest krijgen, ook als je alle vaccinaties hebt gehad of als je al een keer kinkhoest hebt gehad. Meestal ben je dan wel minder ziek.

  • Kinderen jonger dan één jaar: Vooral jonge baby’s die nog niet zijn ingeënt tegen kinkhoest kunnen erg ziek worden. Als je baby in contact is geweest met iemand die kinkhoest heeft, moet je goed in de gaten houden of je baby niet gaat hoesten. Als je baby ziek wordt of gaat hoesten, neem dan contact op met je huisarts. Als je kind jonger is dan één jaar, houdt hem dan uit de buurt van iemand die kinkhoest heeft. Deze kinderen zijn nog niet volledig ingeënt tegen kinkhoest. Als er toch kans is op besmetting, als bijvoorbeeld een broer of zus kinkhoest heeft, kan een baby vervroegd worden ingeënt. Dit gaat altijd in overleg met de arts op het consultatiebureau. Ook kinderen met ziekten aan longen, hart of spieren kunnen erg ziek worden van kinkhoest.
  • Zwangere vrouwen: Als je zwanger bent, krijg je het advies om je opnieuw te laten inenten tegen kinkhoest. Dit is een dood vaccin en is getest en veilig. Je kunt de prik bij de huisarts halen in het derde trimester, bij voorkeur tussen de 28 en 32 weken. Het kan tot 38 weken. Dit geldt óók voor vrouwen die al eerder zijn ingeënt tegen kinkhoest. Je lichaam heeft dan al antistoffen opgebouwd tegen kinkhoest, maar dat is niet genoeg om ook je baby te beschermen. Als je baby is geboren, krijgt hij daarna nog alle vaccinaties tegen kinkhoest. Dat is nodig, omdat de hoeveelheid antistoffen – en dus de bescherming – die de baby via de moeder heeft gekregen langzaam afneemt. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) geeft aan dat vrouwen tijdens elke zwangerschap opnieuw gevaccineerd moeten worden tegen kinkhoest.Waarom dit advies: Elk jaar belanden meer dan honderd pasgeboren baby’s in het ziekenhuis met kinkhoest. De Gezondheidsraad adviseerde in 2015 al om zwangere vrouwen te vaccineren, maar een definitief besluit hierover werd pas in 2018 genomen. Nu krijgen vrouwen vanaf medio 2019 een kinkhoestvaccin aangeboden. Als je nu zwanger bent en je wilt je laten inenten dan kan dat wel. Je moet dan wel zelf zo’n dertig euro voor het vaccin betalen. In 2016 stierven er zes mensen aan kinkhoest, onder hen zijn drie niet-gevaccineerde zuigelingen.
  • Vrouwen die meer dan 34 weken zwanger zijn: Als je meer dan 34 weken zwanger bent en je bent (nog) niet opnieuw ingeënt tegen kinkhoest dan moet je uit de buurt blijven van mensen met kinkhoest. Als iemand in het gezin kinkhoest heeft, neem dan meteen contact op met je huisarts. Een vrouw die tijdens de geboorte kinkhoest heeft, kan meteen de baby besmetten.

Hoe vaak komt kinkhoest in Nederland voor?

Voor de invoering van een vaccinatie (dus voor 1957) tegen kinkhoest stierven er jaarlijks tweehonderd kinderen aan de ziekte. Sinds 1996 is het aantal kinkhoestgevallen in Nederland toegenomen. Dit komt doordat de bacterie van structuur is veranderd. Hierdoor kunnen ook mensen die al gevaccineerd zijn, ziek worden.

Kinkhoest komt in elk seizoen voor. Sinds twintig jaar komt kinkhoest meer voor dan in de jaren daarvoor. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zijn er elk jaar tussen de vier- en achtduizend meldingen van kinkhoest in ons land. In sommige jaren zijn er meer meldingen, tussen de tien- en dertienduizend. Het echte aantal ligt waarschijnlijk hoger, omdat het niet altijd wordt gemeld. Gemiddeld gaat het om 170 baby’s met kinkhoest en 120 van die baby’s worden opgenomen in het ziekenhuis. Het gaat vooral om baby’s die jonger zijn dan drie maanden en nog te jong zijn voor een volledige vaccinatie. Gemiddeld overlijdt er één kind per jaar aan kinkhoest. 

In deze video wordt puntsgewijs uitgelegd wat kinkhoest is.

Wanneer huisarts inschakelen?

Als je kind last heeft van hoestbuien is het een goed idee om langs de huisarts te gaan. De arts kan controleren of je kind kinkhoest heeft of dat er wat anders aan de hand is. Neem ook contact op als je zelf kinkhoest hebt en meer dan 34 weken zwanger bent. Er is dan een kans dat de baby besmet is of wordt met kinkhoest.

Als je kind steeds zieker wordt, kun je ook het beste de huisarts bellen. Je merkt aan je kind dat hij zieker wordt als hij:

  • niet of te weinig drinkt
  • steeds moet overgeven
  • suf wordt
  • benauwd wordt of heel snel gaat ademen
  • blijft huilen of gaat kreunen
  • een grauwe huidkleur krijgt

Mag je kind naar het kinderdagverblijf?

Als je kind zich verder goed voelt, kan hij naar het kinderdagverblijf of naar school. Kinkhoest is al besmettelijk voordat iemand klachten krijgt. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden. Vertel aan de leidster of leerkracht als je kind kinkhoest heeft. Zij kunnen in overleg met de GGD andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op de klachten van kinkhoest bij hun kind.

Valt kinkhoest binnen Rijksvaccinatieprogramma?

Kinderen worden in hun eerste levensjaar vier keer tegen kinkhoest ingeënt. De eerste prik krijgen ze als ze twee maanden oud zijn. De inenting tegen kinkhoest zit in een combinatieprik: de DKTP-prik. Difterie, kinkhoest, tentanus en polio. De eerste vaccinatie beschermt je kind alleen voor een deel tegen kinkhoest. Pas als de eerste drie inentingen zijn gegeven, is er een optimale bescherming. De vierde en vijfde prik zorgen ervoor dat je kind langer beschermd is tegen kinkhoest.

De vervolgvaccinatie krijgt je kind als hij vier jaar is. Die zorgt voor een langere bescherming tegen de ziekte. Alle inentingen zijn gratis, omdat ze binnen het Rijksvaccinatieprogramma vallen. In de Biblebelt, een strook van Zeeland tot de Veluwe laten mensen zich vaak uit geloofsovertuiging niet vaccineren.

Zwangere vrouwen en het kinkhoestvaccin

Bij jonge baby’s kan kinkhoest heel ernstig verlopen, soms zelfs met overlijden als gevolg. Daarom krijgen alle zwangere vrouwen een kinkhoestvaccinatie aangeboden. Het gaat om een dood vaccin, waar je niet meer ziek van kunt worden. De antistoffen die in de vaccinatie zitten gaan via de navelstreng naar de ongeboren baby. De baby is vanaf de geboorte meteen beschermd tegen kinkhoest. De vaccinatie kost in de meeste gevallen rond de dertig euro. Informeer bij je zorgverlener naar de exacte en eventuele bijkomende kosten.

Het kinkhoestvaccin kun je als zwangere vrouw op recept krijgen via je (huis)arts, de GGD of een vaccinatiecentrum.

tip

Wat kun je verder tegen kinkhoest doen?

Je kunt je, zoals eerder beschreven, inenten tegen kinkhoest. Helaas kun je de ziekte ook krijgen als je bent ingeënt en kun je meerdere keren in je leven kinkhoest krijgen.

Er zijn antibiotica tegen de kinkhoestbacterie, maar een huisarts zal die niet zo snel voorschrijven. Om de simpele reden dat het geen zin heeft om de antibiotica in te nemen. Als je kinkhoest hebt, blijf je hoesten en de kinkhoestperiode wordt ook niet korter. Je kunt zelf een paar maatregelen nemen om de ziekte niet te krijgen door bij hoesten of niezen:

  • Een papieren zakdoek te gebruiken. Als je die niet hebt, kun je in de plooi van je elleboog hoesten of niezen.
  • Een zakdoek maar één keer te gebruiken.
  • Daarna je handen te wassen.
  • Je hoeft niet uit de buurt te blijven van mensen die hoesten of niezen, maar pasgeboren baby’s kun je beter wel uit hun buurt houden.
  • Leer kinderen ‘netjes’ te hoesten en te niezen.