postnatale depressie

Postnatale depressie: wat kun je doen?

Je baby is geboren en iedereen is dolblij, behalve jij. Dat is niet raar, veel vrouwen voelen zich de eerste tijd af en toe zo. Gaat dit gevoel niet weg, maar blijf je na de bevalling wekenlang somber en kun je nergens van genieten? Dan heb je mogelijk een postnatale depressie of postpartum depressie.

Wat is een postnatale depressie (PPD)?

Een postnatale depressie, ook wel postpartum depressie genoemd, betekent letterlijk: depressie na de geboorte. Meestal begint een PPD niet direct na de bevalling, maar pas later. Vaak rond de vierde maand, als je weer begint met werken of stopt met het geven van borstvoeding. Als je een PPD hebt voel je je lange tijd somber, prikkelbaar, angstig en neerslachtig. Dat je van je baby houdt en je op zijn komst had verheugd, staat daar helemaal los van. Je kunt door verschillende oorzaken toch depressieve gevoelens krijgen.

Advertentie

Verschil met de babyblues

Een postnatale depressie is iets heel anders dan de ‘babyblues’‘babyblues’ of kraamtranen. Van de babyblues heeft zo’n 50 tot 70% van alle moeders last. Dit begint meestal rond de vierde dag na de bevalling en kan tot de tiende dag duren. Het komt door de hormoonveranderingen: kort samengevat dalen de zwangerschapshormonen en ga je meer hormonen aanmaken voor de borstvoeding. Dat kan invloed hebben op je stemming. Vrouwen die borstvoeding geven kunnen zich tijdens die periode nog wat langer ‘anders dan anders’ voelen.

Stemmingswisselingen, vergeetachtigheid, twijfelen aan jezelf, het hoort allemaal bij de babyblues. De veranderingen in je leven in combinatie met weinig slaap maken dat je je labiel kunt voelen. Iedere nieuwe moeder heeft wel eens een mindere dag, daar hoef je je niet meteen zorgen over te maken. Weet ook dat echt niet iedere vrouw na de bevalling meteen wordt overspoeld door liefde voor haar baby. Je kunt in beslag genomen worden door allerlei emoties en je bent je weg aan het vinden in een totaal nieuwe situatie. De druk om gelukkig te zijn kan hoog zijn, terwijl het in werkelijkheid even kan duren voordat je dat ook echt bent. En je hoeft ook niet constant op een roze wolk te zitten om gelukkig te zijn.

Bij een postnatale depressie ligt het anders. Het sombere en lusteloze gevoel gaat namelijk niet vanzelf over bij een PPD, maar houdt maandenlang aan. Als je je langer dan twee weken depressief voelt, zonder ook maar een moment van je kind te genieten, is er mogelijk meer aan de hand. Naar schatting één op de tien vrouwen krijgt een postpartum depressie. En let op: ook vaders kunnen een PPD krijgen.

Meer lezen: Wat als je geen moedergevoelens ontwikkelt?

Oorzaken postnatale depressie

Er is niet één duidelijke oorzaak waardoor een postnatale depressie ontstaat. Het is een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren.

Biologische factoren

Hormonen beïnvloeden je stemming. Veranderingen in je hormoonbalans kunnen ervoor zorgen dat je je depressief gaat voelen. Daarnaast speelt erfelijkheid een rol: in sommige families komen (postnatale) depressies vaker voor dan in andere. Ook is de kans op een PPD groter als je al eens een (postnatale) depressie hebt gehad.

Sociale factoren

Een zwangerschap en een bevalling zijn indrukwekkende gebeurtenissen. Dit verloopt niet bij iedereen even soepel en er kan veel spanning bij komen kijken. Bij vrouwen die er gevoelig voor zijn, kan deze spanning leiden tot een postnatale depressie. Is je zwangerschap of bevalling moeilijk of problematisch verlopen? Dan heb je een grotere kans op een PPD. Het gaat bijvoorbeeld om problemen als zwangerschapsvergiftiging, een ongeplande keizersnede, een ziekenhuisopname tijdens de zwangerschap, het vermoeden dat de ongeboren baby in nood is of ziekenhuisopname van de baby in de eerste week na de geboorte. Ook andere stressfactoren, zoals relatieproblemen of geldzorgen, vergroten de kans op een postpartum depressie.

Ideeën en maatschappelijke normen over het hoe het moederschap of het ideale gezinsleven eruit zou moeten zien, spelen daarnaast een rol. Moeders die zowel voor hun kinderen zorgen als een baan hebben voelen vaak extra druk of stress, omdat ze het idee hebben dat ze als moeder tekortschieten. Dit leidt ook tot een verhoogde kans op een PPD. Soms heeft een postnatale depressie ook te maken met onverwerkte ervaringen in het verleden. De zwangerschap, bevalling of het moederschap kan dit omhoog halen, ook zonder dat je het precies kunt duiden.

Tip: Zo verwerk je een traumatische bevalling

PPD of PTSS?

Na een problematische bevalling is er meer risico op een depressie, maar vrouwen die hun bevalling als traumatisch hebben ervaren kunnen ook PTSS hebben. Hier lees je meer over de overeenkomsten en verschillen.

Psychische factoren

Psychische factoren zijn persoonlijke eigenschappen die kunnen leiden tot een postnatale depressie. Denk hierbij aan te hooggespannen verwachtingen (van het moederschap bijvoorbeeld), slecht nee kunnen zeggen, moeilijk gevoelens kunnen uiten, een gebrek aan zelfvertrouwen hebben, perfectionisme (een perfecte moeder willen zijn) en faalangst.

Hoe herken je een PPD?

De klachten bij een postnatale depressie zijn hetzelfde als bij een ‘gewone’ depressie: je voelt je continu somber en kunt nergens van genieten. De volgende symptomen kunnen wijzen op een PPD:

Bij vrouwen met een ernstige vorm van een postnatale depressie komen ook agressieve dwanggedachten veel voor. Zal ik de baby van de trap laten vallen? Of bijvoorbeeld de gedachte om een kussen op het hoofdje te drukken. Zo’n dwanggedachte komt op, terwijl je het niet echt wilt doen. In de meeste gevallen doet een moeder met een depressie haar kind ook niets aan, maar het is beangstigend om die gedachten te hebben.

Meer lezen: Moeder én doodmoe? Grote kans dat je lijdt aan postnatale depletie

Postpartum psychose

Een enkele vrouw krijgt last van waanbeelden en verliest het contact met de werkelijkheid. Dan is er sprake van een postpartum psychose, ook wel kraambedpsychose genoemd. Dit ontstaat meestal binnen vier weken na de bevalling en komt bij 1 op de 1000 vrouwen voor. De moeder denkt dan bijvoorbeeld dat haar kind niet van haar is of ziet in een flits voor zich dat ze de baby van de commode laat vallen. Ze kan zo somber zijn dat ze denkt dat zij of de baby dood beter af is. Herken je dit gevoel bij jezelf of bij iemand in je omgeving, schakel dan direct deskundige hulp in.

Risicoverhogende factoren

Iedere vrouw kan last krijgen van een postnatale depressie, maar er zijn wat factoren die de kans erop vergroten. Vrouwen die aanleg hebben voor depressie, al eens een depressie hebben doorgemaakt of depressief zijn tijdens de zwangerschap, lopen een groter risico. En net als bij een ‘normale’ depressie, hebben vrouwen die weinig sociale steun hebben en vrouwen die een stressvolle gebeurtenis meemaken een grotere kans op een PPD. Ook alleenstaand moederschap, financiële problemen of bijvoorbeeld een sterfgeval in de directe omgeving, maken je kwetsbaarder voor een depressie.

Wat zijn de gevolgen voor het kind?

Als een postnatale depressie niet wordt behandeld, kan dit gevolgen hebben voor de hechting tussen moeder en kind en de ontwikkeling van het kind. Jonge baby’s van depressieve moeders maken minder oogcontact, tonen minder positieve gezichtsuitdrukkingen, brabbelen minder en zijn vaker boos of ontevreden. Als ze een paar jaar oud zijn, zelfs wanneer de PPD al over is, hebben deze kinderen een minder grote woordenschat en meer gedragsproblemen. Vooral jongetjes zijn vaker hyperactief en veel kinderen zijn angstig of somber.

Tot slot krijgen volwassen kinderen van depressieve ouders drie keer vaker zelf te maken met (ernstige) depressiviteit, angststoornissen en drugsgebruik, in vergelijking met kinderen van niet-depressieve ouders.

Behandeling postnatale depressie

Vermoed je dat je een postnatale depressie hebt? Maak dan een afspraak bij de huisarts of vraag hulp aan je verloskundige. In een vroeg stadium is een PPD vaak goed te behandelen. Slechts een kleine groep vrouwen lijdt aan een ernstige vorm, waarvoor medicatie of opname nodig is.

Een milde vorm van PPD is vaak al te verlichten of verhelpen met simpele aanpassingen. Zo kan het soms al helpen als je partner de nachtvoeding doet, zodat je weer eens een paar nachten kunt doorslapen. Of je knapt op als iemand geregeld komt oppassen, zodat je iets leuks voor jezelf kunt doen. Daarnaast is het verstandig om deskundige hulp in te schakelen. In overleg met je huisarts of verloskundige kun je bepalen welk soort hulp het meest geschikt is – denk aan een psycholoog, coach, haptonomie en/of acupunctuur, er is van alles mogelijk.

Tips voor jou

Zit je niet lekker in je vel en herken je wat er in dit artikel wordt beschreven? Is het overduidelijk of twijfel je? Deze tips kunnen je helpen grip te krijgen op je gevoel en stappen te nemen naar verbetering:

  1. Praat erover. Het is belangrijk dat je partner weet hoe het écht met je is. Maar lucht ook je hart bij je moeder, je beste vriendin of iemand anders die je vertrouwt. Uiten wat er van binnen speelt is het begin van verandering. Laat ze dit artikel lezen als je niet weet hoe je moet beginnen.
  2. Bespreek het ook met je huisarts of verloskundige. Hoe eerder je deskundige hulp krijgt, hoe fijner. Voor jezelf en je gezin.
  3. Laat je partner (tijdelijk) de nachtvoeding doen, zodat je meer slaap krijgt. Hier meer tips hoe je het beste kunt omgaan met de nachtvoedingen.
  4. Vraag of accepteer hulp: een moeder of buurvrouw wil vast een paar middagen oppassen. Of misschien wel structureel. Vraag vooral hulp op dagen dat je het gevoel hebt dat je de zorg voor je baby niet aankunt.
  5. Zorg voor regelmaat: sta op tijd op, eet op vaste tijden en ga op dezelfde tijd naar bed. Structuur helpt voor de rust in je hoofd én in je hormoonhuishouding. Leestip: De 10 meest voorkomende ongemakken tijdens het ontzwangeren
  6. Ga elke dag even naar buiten. Maak een wandeling met de kinderwagen of ga een stuk fietsen als je een oppas hebt. Beweging en buitenlucht helpen tegen depressieve gevoelens.
  7. Door geregeld vriendinnen te zien voorkom je eenzaamheid en het leidt af. Maar spreek alleen af met mensen bij wie je je goed voelt en jezelf kunt zijn. Doe ook geen dingen die je extra belasten terwijl je er eigenlijk geen zin in hebt. Dat komt wel weer.
  8. Wees mild voor jezelf. Het is oké en heel menselijk om fouten te maken. Moeder zijn leer je al doende en geen enkele moeder doet het ‘perfect’.
  9. Weet dat je je niet hoeft te schamen voor je gevoelens. Dat je je depressief voelt, betekent niet dat je geen goede moeder bent.
  10. Stel niet te hoge eisen aan jezelf. Dit zijn dingen waarbij een deskundige kan helpen: je inzicht geven in wat realistische eisen zijn en waar de lat voor jou hoort te liggen zodat je je goed voelt.

Tips voor de omgeving

  1. Probeer de depressie niet ‘weg te praten’ of iemand die depressief is op te vrolijken. Ze krijgt hiermee de boodschap dat haar gevoel er eigenlijk niet mag zijn, terwijl het er wél is. Dat zorgt voor meer eenzaamheid en schaamte.
  2. Luister zonder advies te geven of te oordelen. Laat haar haar hart luchten en wees begripvol.
  3. Vraag wat ze nodig heeft en kijk waar jij bij kunt helpen: oppassen, boodschappen doen, eten brengen, een massage voor haar boeken.
  4. Bel, app of ga langs. Misschien komt het initiatief niet van haar, omdat ze dat niet kan opbrengen. Maar het helpt haar om te weten dat je aan haar denkt.
  5. Ga samen iets leuks doen. Neem haar mee naar buiten.
  6. Mocht ze geïrriteerd of boos reageren, bedenk dan dat ze dat bij jou doet omdat je het dichtst bij haar staat. Ze durft haar frustratie te uiten omdat ze zich bij jou vertrouwd en veilig voelt.
  7. Vrouwen met een PPD vinden het vaak moeilijk om naar de huisarts te gaan, omdat ze er de energie niet voor hebben of denken dat het niets helpt. Stimuleer haar toch om te gaan en ga met haar mee als ze dat fijn vindt.
  8. Maak je je erg veel zorgen: schakel hulp in. Bel de huisarts of – bij spoed – de politie.
  9. Een postpartum depressie is ook zwaar voor de partner. Je ziet je vrouw eronder lijden en tegelijkertijd is er de zorg voor jullie baby. Bespreek dit ook met de huisarts of verloskundige, zodat je hulp krijgt als het nodig is. Voor jullie baby is het belangrijk dat het met beide ouders goed gaat.

Lees ook: Zo ga je als partner om met een postnatale depressie