Postnatale depressie: wat kun je doen?

Postnatale depressie: wat kun je doen?

De baby is geboren en iedereen is dolblij, behalve jij. Dit is helemaal niet raar, en komt bij een heleboel vrouwen voor. Meestal verdwijnt dit gevoel na een paar dagen vanzelf, maar blijf je na de bevalling maandenlang somber en kun je nergens van genieten? Dan heb je mogelijk een postnatale depressie of postpartum depressie.

Wat is een postnatale depressie (PPD)?

Een postnatale depressie, ook wel postpartum depressie genoemd, betekent letterlijk: depressie na de geboorte of uitdrijving. Dit klopt niet helemaal: meestal begint een PPD namelijk later. Vaak rond de vierde maand na de geboorte, als je weer begint met werken of stopt met het geven van borstvoeding. Het is een maandenlang somber, prikkelbaar, angstig en neerslachtig gevoel en heeft niets te maken met of je je op de komst van de baby had verheugd.

Taboe

Maar liefst 10 tot 15% van alle pas bevallen vrouwen krijgt in meer of mindere mate last van een postnatale depressie. Gek genoeg rust er nog steeds een taboe op, ook al krijgen zoveel vrouwen er last van.

Verschil met de babyblues

Een postnatale depressie is echt iets anders dan de ‘babyblues’ of kraamtranen. Van de babyblues heeft zo’n 50 tot 70% van alle bevallen vrouwen last. Deze begint meestal rond de vierde dag na de bevalling en kan tot de tiende dag duren. De oorzaak is de hormoondaling: in deze periode dalen je hormonen weer tot hun normale waarde, wat invloed kan hebben op je stemming. Vrouwen die borstvoeding geven kunnen zich tijdens die periode nog wat langer ‘anders dan anders’ voelen.

Stemmingswisselingen, vergeetachtigheid, twijfelen aan jezelf, het hoort allemaal bij de babyblues. De veranderingen in je leven in combinatie met weinig slaap, maken dat je je wat labiel kunt voelen. Dit is helemaal niet erg, iedere vrouw heeft weleens een mindere dag en je hoeft je niet meteen zorgen te maken. Maar wanneer de klachten blijven aanhouden, zonder dat je ook nog maar een moment kunt genieten, is er waarschijnlijk meer aan de hand. Het sombere en lusteloze gevoel gaat namelijk niet vanzelf over bij een PPD, maar houdt maandenlang aan.

Weet ook dat echt niet iedere vrouw na de bevalling wordt overspoeld door liefde voor haar baby. De druk om gelukkig te zijn kan zo hoog zijn, dat het soms even duurt voordat je het ook echt bent. Maar bij een postnatale depressie ligt dat anders. Als je je langer dan twee weken depressief voelt, zonder ook maar een moment van je kind te genieten, is er mogelijk meer aan de hand.

Oorzaken postnatale depressie

Postnatale depressies hebben niet één duidelijke oorzaak. Ze ontstaan door een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren.

Biologische factoren

Denk hierbij aan de verandering in je hormoonbalans na de bevalling, deze kunnen ervoor zorgen dat je je depressief gaat voelen. Daarnaast speelt erfelijkheid een rol: in sommige families komen (postnatale) depressies vaker voor dan in andere. Ook is de kans op een PPD groter als je er al eens een hebt gehad.

Sociale factoren

Een zwangerschap en een bevalling zijn ingrijpende gebeurtenissen. Bij vrouwen die er gevoelig voor zijn kan een grote hoeveelheid spanning leiden tot een postnatale depressie. Is je zwangerschap of je bevalling moeilijk of problematisch verlopen? Dan heb je een grotere kans op een PPD. Het gaat dan vooral om problemen als zwangerschapsvergiftiging, een ongeplande keizersnede, een ziekenhuisopname tijdens de zwangerschap, het vermoeden dat het nog ongeboren kind in nood is of opname van de baby in het ziekenhuis in de eerste week na de geboorte. Ook andere stressfactoren zoals moeilijkheden in je relatie of financiële problemen zorgen voor een grotere kans op een postnatale depressie.

Ideeën en maatschappelijke normen over het hoe het moederschap of het ideale gezinsleven eruit zou moeten zien spelen ook een rol. Moeders die zowel voor hun kinderen zorgen als een baan hebben voelen vaak extra druk of stress omdat ze het idee hebben als moeder te kort te schieten. Dit leidt ook tot een verhoogde kans op een PPD. Soms heeft een postnatale depressie ook te maken met onverwerkte ervaringen in het verleden.

Psychische factoren

Dit zijn persoonlijke eigenschappen die kunnen leiden tot een postnatale depressie. Denk hierbij aan te hooggespannen verwachtingen (van het moederschap bijvoorbeeld), slecht nee kunnen zeggen, moeilijk gevoelens kunnen uiten, een gebrek aan zelfvertrouwen hebben, perfectionisme (een perfecte moeder willen zijn) en faalangst.

Hoe herken je een PPD?

De klachten van een postnatale depressie zijn hetzelfde als die bij een ‘gewone’ depressie: je voelt je continu somber en kunt nergens van genieten. De volgende symptomen kunnen wijzen op een PPD:

  • veel piekeren
  • je lusteloos voelen
  • slecht slapen
  • vol schuldgevoelens zitten
  • stemmingswisselingen hebben
  • somber zijn
  • weinig plezier beleven aan de baby
  • geen eetlust of juist een overdreven eetlust hebben
  • heel prikkelbaar zijn
  • niet kunnen hechten aan de baby
  • een gebrek aan levensvreugde ervaren
  • geen moedergevoel hebben of juist overbezorgd zijn
  • je ondergeschikt voelen voor het moederschap

Wat ook veel voorkomt bij vrouwen die een ernstige vorm van een postnatale depressie hebben, zijn agressieve dwanggedachten. Zal ik de baby van de trap laten vallen? Of bijvoorbeeld de gedachte om een kussen op het hoofdje te drukken. Zo’n dwanggedachte komt op, terwijl je het niet echt wilt doen. In de meeste gevallen zal een moeder met een depressie haar kind niets aandoen, maar het is beangstigend om die gevoelens te hebben.

Postpartum psychose

Een enkele vrouw krijgt last van waanbeelden en verliest daarmee het contact met de werkelijkheid. Dan is er sprake van een postpartum psychose, ook wel kraambedpsychose genoemd. Deze ontstaat meestal binnen vier weken na de bevalling en komt bij 1 op de 1000 vrouwen voor. De moeder denkt dan bijvoorbeeld dat het kind niet van haar is of ziet in een flits voor zich dat ze de baby van de commode laat vallen. Ze kan zo somber zijn dat ze denkt dat zij of de baby dood beter af is. Herken je dit gevoel bij jezelf of bij iemand in je omgeving, schakel dan direct deskundige hulp in.

Risicoverhogende factoren

Iedere vrouw kan last krijgen van een postnatale depressie, maar er is een aantal factoren dat de kans erop verhoogt. Vrouwen die aanleg hebben voor depressie, al eens een depressie hebben doorgemaakt of depressief zijn tijdens de zwangerschap, lopen een groter risico. En net als bij een ‘normale’ depressie, hebben vrouwen die weinig sociale steun hebben en vrouwen die een stressvolle gebeurtenis meemaken een grotere kans op PPD. Ook alleenstaand moederschap, financiële problemen of bijvoorbeeld een sterfgeval in de directe omgeving, maken je kwetsbaarder voor een depressie.

Wat zijn de gevolgen voor het kind?

Als een postnatale depressie niet wordt behandeld kan dit gevolgen hebben voor de hechting tussen moeder en kind. Ook maken jonge baby’s van depressieve moeders minder oogcontact, tonen minder positieve gezichtsuitdrukkingen, brabbelen minder en zijn vaker boos of ontevreden. Wanneer ze een paar jaar oud zijn vertonen deze kinderen, zelfs wanneer de PPD al over is, een minder grote woordenschat en meer gedragsproblemen. Vooral jongetjes zijn vaker hyperactief en veel kinderen zijn angstig of somber.

Tot slot krijgen volwassen kinderen van depressieve ouders drie keer vaker zelf te maken met (ernstige) depressiviteit, angststoornissen en drugsgebruik, in vergelijking met kinderen van niet-depressieve ouders.

Behandeling postnatale depressie

Vermoed je dat je een postnatale depressie hebt? Maak dan een afspraak bij de huisarts of vraag hulp aan je verloskundige. In een vroeg stadium is een PPD vaak goed te behandelen. Slechts een kleine groep vrouwen lijdt aan een ernstige vorm, waarvoor medicatie of opname nodig is.

Een milde vorm van PPD kan vaak al met een paar simpele interventies worden verholpen. Zo kan het soms al helpen als je partner de nachtvoeding doet, zodat je weer eens een paar nachten kan doorslapen. Of als iemand een paar keer een middag komt oppassen, zodat je iets leuks voor jezelf kunt doen. Wees vooral niet bang om deskundige hulp in te schakelen. Hoe eerder je aan de bel trekt, hoe beter en sneller je kunt worden geholpen.

Tips

  • Wees niet bang om deskundige hulp in te schakelen. Hoe eerder je aan de bel trekt, hoe beter en sneller je wordt geholpen
  • Laat je partner de nachtvoeding doen, zodat jij weer eens een paar nachten kunt doorslapen
  • Vraag of accepteer hulp: een moeder of buurvrouw wil vast een paar middagen oppassen, dan kun jij weer eens iets leuks voor jezelf doen
  • Het is oké om fouten te maken: moeder zijn leer je met vallen opstaan
  • Blijf niet in je eentje met het probleem rondlopen: praat erover met je partner of familie of vrienden
  • Zorg voor regelmaat: sta op tijd op, eet op vaste tijden en ga op dezelfde tijd naar bed
  • Ga elke dag even naar buiten. Maak een wandeling met de kinderwagen of ga een stuk fietsen als je een oppas hebt. Beweging helpt tegen depressieve gevoelens
  • Doe alleen dingen waar je je goed bij voelt en spreek alleen of met mensen waar je zin in hebt. De rest komt later wel weer
  • Stel niet te hoge eisen aan jezelf

Tips voor de omgeving

  • Probeer de depressie niet ‘weg te praten’ of iemand die depressief is op te vrolijken. Dat werkt juist averechts.
  • Geef geen adviezen maar biedt een luisterend oor en toon begrip
  • Help met huishoudelijke klusjes als afwassen, schoonmaken en de was
  • Bel of ga langs. De persoon in kwestie heeft er misschien niet altijd zin in maar uiteindelijk helpt het wel
  • Ga samen iets leuks doen. Stel het niet voor maar doe het gewoon
  • Mocht je de volle laag krijgen: bedenk dat jij het doelwit bent omdat je het dichtst bij staat. Deze persoon durft juist bij jou uit de bocht te vliegen omdat ze zich bij jou vertrouwd en veilig voelt
  • Vrouwen met een PPD vinden het vaak moeilijk om naar de huisarts te gaan omdat ze er de energie niet voor hebben of denken dat het niets uithaalt. Probeer haar toch te stimuleren te gaan, je kunt ook voorstellen mee te gaan
  • Maak je je erg veel zorgen: schakel hulp in. Bel de huisarts of – bij spoed – de politie.